Artikel 43 - Koninklijk besluit van 22 december 2000 betreffende de werking en het beheer van de kansspelinrichtingen klasse III, de wijze van aanvraag en de vorm van een vergunning klasse C

HOOFDSTUK I. - Aanvraag.

Artikel 1. <KB 2003-05-23/50, art. 1, 002; Inwerkingtreding: 01-07-2003> De aanvraag voor een vergunning klasse C wordt ingediend op één van volgende wijzen:
- bij een ter post aangetekende brief gericht aan de kansspelcommissie, hierna de commissie genoemd, door middel van een formulier waarvan het model als bijlage I bij dit besluit is gevoegd. Dit formulier wordt door de commissie op eenvoudig verzoek toegezonden aan de aanvrager;
- op elektronische wijze via het hiertoe door de bevoegde overheid ter beschikking gesteld voorschrift. In dit geval wordt de aangifte, die ingevuld en verstuurd werd overeenkomstig de daarin voorkomende aanduidingen, gelijkgesteld met een gewaarmerkte, gedagtekende en ondertekende aanvraag.

HOOFDSTUK II. - Onderzoek van de aanvraag.

Art. 2. De beslissing van de commissie wordt aan de betrokkene meegedeeld bij een ter post aangetekende brief (of op elektronische wijze). <KB 2003-05-23/50, art. 2, 002; Inwerkingtreding: 01-07-2003>
Bij een gunstige beslissing wordt een vergunning klasse C, waarvan het model als bijlage II bij dit besluit is gevoegd, bezorgd aan de betrokkene.

HOOFDSTUK III. - Beheer en werking van de kansspelinrichtingen klasse III.

Art. 3. Met betrekking tot de geëxploiteerde kansspelen mag noch binnen de inrichting, noch daarbuiten enige publiciteit worden gemaakt.

Art. 4. De houder van de vergunning moet op minder dan een meter afstand van de speeltoestellen duidelijk een bord met de volgende tekst, aanbrengen:
" In deze inrichting worden met vergunning (...) kansspelen geëxploiteerd. Er mogen geen leningen noch voorschotten worden toegestaan. Onder dit bord bevindt zich ter raadpleging een folder waarin de speler wordt gewaarschuwd tegen gokverslaving. Deelname aan kansspelen is ten strengste verboden voor minderjarigen ". <KB 2003-05-23/50, art. 3, 002; Inwerkingtreding: 01-07-2003>
Dit bord wordt door de commissie ter beschikking gesteld van de kansspelinrichtingen klasse III.

Art. 5. De houder van de vergunning moet een folder met informatie over gokverslaving ter beschikking van de klanten en van de spelers stellen op een standaard die zodanig dat hij opvalt moet worden geplaatst onder het bord bedoeld in artikel 4 van dit besluit. Om aan de vraag te kunnen voldoen, moeten steeds ten minste twee folders op de standaard worden geplaatst.

Art. 6. De exploitant van de kansspelinrichting moet voortdurend zorgen voor de eerlijkheid van het spel, alsook voor de regelmatige werking ervan.

Art. 7. De exploitant moet van ieder defect aan een kansspel geëxploiteerd in de inrichting melding maken in een daartoe bestemd register.
Het toestel moet in geval van defect verplicht buiten dienst worden gesteld.

HOOFDSTUK IV. - Overgangsbepaling.

Art. 8. De exploitanten van de reeds bestaande inrichtingen mogen deze verder exploiteren tot op het ogenblik dat de commissie een beslissing heeft genomen over hun aanvraag, op voorwaarde dat de aanvraag volledig is en werd ingediend binnen een termijn van één maand na de inwerkingtreding van dit besluit.
Als de commissie een beslissing over de aanvraag heeft genomen:
Beschikken de exploitanten over een periode van drie maanden om de exploitatie van de kansspelen in hun kansspelinrichting klasse III stop te zetten, als de vergunning is geweigerd, en dit vanaf de datum van kennisgeving;
Beschikken de exploitanten over een periode van twaalf maanden om de exploitatie van hun kansspelinrichting klasse III aan te passen aan de artikelen 3 tot 7 van dit besluit en dit vanaf de datum van kennisgeving van het toekennen van de vergunning klasse C.

HOOFDSTUK V. - Inwerkingtreding.

Art. 9. Dit besluit en de bepalingen voorzien in het tweede lid van artikel 78 van de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers treden in werking de dag waarop dit besluit in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt met uitzondering van de artikelen 24, 28 tot 33, 38, 5°, 43, 5°, 44 tot 47, 52, 53, 3° tot 6°, 54 § 3 tot § 5, 55 tot 57, 61 eerste lid, 62, 75 en 76 van de genoemde wet van 7 mei 1999.

Art. 10. Onze Minister van Justitie, Onze Minister van Financiën, Onze Minister van Economie, Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Onze Minister van Volksgezondheid zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 22 december 2000.
ALBERT
Van Koningswege:
De Minister van Justitie,
M. VERWILGHEN
De Minister van Financiën,
D. REYNDERS
De Minister van Economie,
Ch. PICQUE
De Minister van Binnenlandse Zaken,
A. DUQUESNE
De Minister van Volksgezondheid,
Mevr. M. AELVOET

Artikel 43 - Koninklijk besluit van 23 mei 2003 tot wijziging van het koninklijk besluit van 22 december 2000 betreffende de werking en het beheer van de kansspelinrichtingen klasse III, de wijze van aanvraag en de vorm van de vergunning klasse C

Artikel 1. Artikel 1 van het koninklijk besluit van 22 december 2000 betreffende de werking en het beheer van de kansspelinrichtingen klasse III, de wijze van aanvraag en de vorm van de vergunning klasse C wordt vervangen als volgt: " De aanvraag voor een vergunning klasse C wordt ingediend op één van volgende wijzen:
- bij een ter post aangetekende brief gericht aan de kansspelcommissie, hierna de commissie genoemd, door middel van een formulier waarvan het model als bijlage I bij dit besluit is gevoegd. Dit formulier wordt door de commissie op eenvoudig verzoek toegezonden aan de aanvrager;
- op elektronische wijze via het hiertoe door de bevoegde overheid ter beschikking gesteld voorschrift. In dit geval wordt de aangifte, die ingevuld en verstuurd werd overeenkomstig de daarin voorkomende aanduidingen, gelijkgesteld met een gewaarmerkte, gedagtekende en ondertekende aanvraag. "

Art. 2. Artikel 2, eerste lid van het koninklijk besluit van 22 december 2000 betreffende de werking en het beheer van de kansspelinrichtingen klasse III, de wijze van aanvraag en de vorm van de vergunning klasse C wordt vervolledigd als volgt: " of op elektronische wijze ".

Art. 3. In artikel 4, tweede lid van het koninklijk besluit van 22 december 2000 betreffende de werking en het beheer van de kansspelinrichtingen klasse III, de wijze van aanvraag en de vorm van de vergunning klasse C worden de woorden " nummer... " opgeheven.

Art. 4. Bijlage I van het koninklijk besluit van 22 december 2000 betreffende de werking en het beheer van de kansspelinrichtingen klasse III, de wijze van aanvraag en de vorm van de vergunning klasse C wordt vervangen door de bij dit besluit gevoegde bijlage I.
Bijlage II van het koninklijk besluit van 22 december 2000 betreffende de werking en het beheer van de kansspelinrichtingen klasse III, de wijze van aanvraag en de vorm van de vergunning klasse C wordt vervangen door de bij dit besluit gevoegde bijlage II.

Art. 5. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 juli 2003.

Art. 6. Onze Minister van Binnenlandse Zaken, Onze Minister van Justitie, Onze Minister van Financiën, Onze Minister van Economie, Onze Minister van Overheidsbedrijven en Participaties en Onze Minister van Volksgezondheid zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 23 mei 2003.
ALBERT
Van Koningswege:
De Minister van Binnenlandse Zaken,
A. DUQUESNE
De Minister van Justitie,
M. VERWILGHEN
De Minister van Financiën,
D. REYNDERS
De Minister van Economie,
Ch. PICQUE
De Minister van Overheidsbedrijven en Participaties,
R. DAEMS
De Minister van Volksgezondheid,
J. TAVERNIER

Artikel 43 - Koninklijk besluit van 23 mei 2003 betreffende de regels van toezicht op en de controle van de kansspelen in de kansspelinrichtingen klasse III, inzonderheid door middel van een passend informaticasysteem

Artikel 1. In dit koninklijk besluit dienen volgende afkortingen als volgt te worden gelezen:
LAN: lokaal netwerk;
Cliënt: iedere elektronische eenheid, dus zowel administratieve pc's als automatische spellen;
Plichthebbende: elke vergunninghouder klasse E die bij een vergunninghouder klasse C kansspeltoestellen, onder welke vorm ook, ter beschikking stelt of elke vergunninghouder klasse C die zijn eigen kansspeltoestellen bezit en uitbaat.

Art. 2. Elke plichthebbende maakt een maal per maand een dataverbinding met het LAN van de Kansspelcommissie.

Art. 3. Alle kosten voor de aankoop van het materiaal, het verkrijgen van de softwarelicenties, en de verschuldigde huurgelden zijn ten laste van de plichthebbende.

Art. 4. Als hardwareconfiguratie wordt één centrale server voorzien die de plichthebbende verbindt met de vergunninghouder klasse C.
Een databasesoftware wordt voorzien, van die aard zijn dat de kwaliteit, de integriteit, robuustheid en de multiple acces, voldoende gegarandeerd zijn.

Art. 5. Wanneer de centrale server van de plichthebbende langer dan 24 uur uitvalt, worden alle spellen van de vergunninghouder klasse C stopgezet.
Een procedure van back-up en recovery wordt aan de Kansspelcommissie voorgelegd, evenals het bewijs van zesmaandelijkse testuitvoeringen.

Art. 6. Het informaticasysteem wordt beveiligd tegen elektromagnetische en elektrostatische tussenkomst, zowel als tegen radiogolven.

Art. 7. § 1. De Kansspelcommissie stelt een protocol op dat de volgende elementen bevat:
1. Technische vereisten gesteld aan de kablering en passieve componenten van het LAN bij de plichthebbende;
2. Technische vereisten gesteld aan de actieve componenten van het LAN bij de plichthebbende;
3. Technische vereisten gesteld aan de cliënten en servers bij de plichthebbende;
4. Vereisten gesteld aan het lokaal voor het data-rack bij de plichthebbende;
5. Technische vereisten gesteld aan de dataverbinding van de plichthebbende met de Kansspelcommissie;
6. Vereisten gesteld aan de verbinding tussen de vergunninghouder klasse C en de plichthebbende;
7. Vereisten inzake accounting en financiële informatie;
8. Vereisten inzake de technische controle bij de plichthebbende;
9. Vereisten inzake documentatie in verband met het informaticasysteem bij de plichthebbende;
10. Standaarden inzake naamgeving voor de door plichthebbende te verzenden bestanden.
§ 2. Dit protocol wordt aan alle plichthebbende bezorgd uiterlijk één week na de goedkeuring ervan door de Kansspelcommissie.
Elke wijziging aan het protocol wordt aan alle plichthebbende bezorgd uiterlijk één week na de goedkeuring door de Kansspelcommissie.

Art. 8. Dit besluit treedt samen met artikel 43, 5, van de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers in werking drie maanden na de publicatie in het Belgisch Staatsblad, met uitzondering van artikel 7 dat in werking treedt op de dag van de publicatie in het Belgisch Staatsblad.

Art. 9. Onze Minister bevoegd voor Binnenlandse Zaken, Onze Minister bevoegd voor Justitie, Onze Minister bevoegd voor Financiën, Onze Minister bevoegd voor Overheidsbedrijven en Participaties, Onze Minister bevoegd voor Economie, en Onze Minister bevoegd voor Volksgezondheid zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 23 mei 2003.
ALBERT
Van Koningswege:
De Minister van Binnenlandse Zaken,
A. DUQUESNE
De Minister van Financiën,
D. REYNDERS
De Minister van Justitie,
M. VERWILGHEN
De Minister van Overheidsbedrijven en Participaties,
R. DAEMS
De Minister van Economie,
Ch. PICQUE
De Minister van Volksgezondheid,
J. TAVERNIER.

Artikel 43 - Koninklijk besluit van 11 juli 2003 betreffende de werking van de kansspelen waarvan de exploitatie is toegelaten in de kansspelinrichtingen klasse III

Artikel 1.De speelapparaten waarvan de exploitatie is toegelaten in de kansspelinrichtingen klasse III dienen te voldoen aan volgende voorwaarden:
1° ze mogen niet uitgerust zijn met een automatisch betalingsmechanisme;
2° de basisinzet, dat wil zeggen het minimumbedrag dat nodig is om het toestel in werking te brengen, is beperkt tot 0,25 EUR, de minimuminzet is gelijk aan de basisinzet en de maximuminzet is gelijk aan vijfentwintig maal de basisinzet;
3° er kan per spel maar één bijkomende bal worden verkregen, tegen een prijs die uitdrukkelijk op het toestel vermeld staat en die niet hoger mag zijn dan vijfentwintig maal de basisinzet;
4° de maximuminzet moet de mogelijkheid bieden om een maximale winst te boeken;
5° het inzetten geschiedt door op een daartoe bestemde knop aan het toestel evenveel keer te drukken als de basisinzet in de gekozen inzet gaat;
6° het toestel kan enkel in werking worden gesteld door er muntstukken ter waarde van ten hoogste 2 EUR in te steken;
7° geen enkele vorm van afstandsbediening mag het toestel bedienen;
8° elk toestel moet opnieuw kunnen starten zonder verlies van gegevens na een stroomonderbreking;
9° het toestel dient uitgerust te zijn met een mechanisme dat belet dat er meer geld dan de maximuminzet kan worden ingestoken;
[1 10° het toestel dient uitgerust te zijn met een elektronische-identiteitskaartlezer;
 11° het toestel kan enkel in werking worden gesteld wanneer een elektronische identiteitskaart van een meerderjarige speler wordt ingebracht.
 Indien de speler niet over een elektronische identiteitskaart beschikt, kan de exploitant het toestel in werking stellen door middel van een uitbaterskaart na verificatie van de leeftijd van de potentiële speler.]1
----------
(1)<KB 2011-02-03/20, art. 1, 002; Inwerkingtreding: 01-07-2011>

Art. 2. De winstmogelijkheden mogen in geen geval tweeduizend maal de basisinzet te boven gaan. De winst moet in één keer worden toegekend na het einde van een spel, dat wil zeggen zodra de overeenkomstig de gekozen inzet beschikbare ballen en, in voorkomend geval, de bijkomende bal zijn opgebruikt.

Art. 3. Er wordt ten minste 84 % van de inzet uitgekeerd onder de vorm van winst.

Art. 4. Het toestel dient te worden beschermd tegen externe invloeden, in het bijzonder tegen elektromagnetische en elektrostatische interferenties en tegen radio-elektrische golven overeenkomstig de Europese Richtlijn 89/336/CEE.

Art. 5. De interne statistiek van de gebeurtenissen verbonden aan de spelen, waarover de automaat beschikt om het herverdelingsgehalte te berekenen mag in geen geval de generator van de kanscijfers beïnvloeden. De generator mag niet zijn aangesloten op de tellers of op een systeem van intern toezicht.

Art. 6. Onverminderd artikel 1 kan aan bepaalde testtoestellen een toelating tot plaatsing worden gegeven door de Kansspelcommissie, na advies van de Metrologische Dienst van het ministerie van Economische Zaken.
De aanvraag om een toelating om testtoestellen te plaatsen wordt gericht aan de Kansspelcommissie, samen met een verklaring op eer waarin de aanvrager erkent de technische vereisten en de bepalingen inzake het gemiddeld uurverlies te eerbiedigen, en waarin de aanvrager stelt dat de testtoestellen met toelating dienen overeen te stemmen met de toegelaten toestellen, bepaald in het koninklijk besluit tot vaststelling van de lijst van de automatische kansspelen waarvan de exploitatie is toegelaten in de kansspelinrichtingen klasse III.
De Kansspelcommissie bepaalt het aantal testtoestellen, de locatie ervan, en de tijdsduur van de toelating.

Art. 7. Het koninklijk besluit van 22 december 2000 betreffende de werkingsregels van de kansspelen waarvan de exploitatie is toegelaten in de kansspelinrichtingen klasse III wordt opgeheven.

Art. 8. Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.

Art. 9. Onze Minister bevoegd voor Binnenlandse Zaken, Onze Minister bevoegd voor Financiën, Onze Minister bevoegd voor Justitie, Onze Minister bevoegd voor Overheidsbedrijven en Participaties, Onze Minister bevoegd voor Economie, en Onze Minister bevoegd voor Volksgezondheid, zijn ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 11 juli 2003.
ALBERT
Van Koningswege:
De Minister van Binnenlandse Zaken,
A. DUQUESNE
De Minister van Justitie,
M. VERWILGHEN
De Minister van Financiën,
D. REYNDERS
De Minister van Overheidsbedrijven en Participaties,
R. DAEMS
De Minister van Economie,
Ch. PICQUE
De Minister van Volksgezondheid,
J. TAVERNIER.

Artikel 43 - Koninklijk besluit van 2 maart 2004 tot vaststelling van de lijst van de kansspelen waarvan de exploitatie is toegelaten in de kansspelinrichtingen klasse III

Artikel 1. Alleen de volgende kansspelen zijn slechts toegelaten in de kansspelinrichtingen klasse III:
1° de exploitatie van de elektrische biljarten met veranderlijke inzet, gewoonlijk " Bingo " genaamd, waarvan het spel erin bestaat verscheidene ballen of kogels in de op het horizontaal vlak van het toestel gemaakte gaten te plaatsen, met als doel, naargelang van het type van toestel, op het paneel van het verticaal vlak verscheidene cijfers of tekens op een horizontale, verticale of diagonale lijn of in een bepaalde zone te belichten;
2° de exploitatie van de elektrische biljarten met veranderlijke inzet, gewoonlijk " One-ball " genaamd, waarvan het spel erin bestaat op het horizontaal vlak van het toestel een bal of kogel te plaatsen in één van de gaten met hetzelfde cijfer als het cijfer dat op het paneel van het verticaal vlak verlicht is.

Art. 2. Het koninklijk besluit van 22 december 2000 tot vaststelling van de lijst van de kansspelen waarvan de exploitatie is toegelaten in de kansspelinrichtingen klasse III wordt opgeheven.

Art. 3. Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.

Art. 4. Onze Minister bevoegd voor Justitie, Onze Minister bevoegd voor Begroting en ten dele bevoegd voor de Nationale Loterij, Onze Minister bevoegd voor Binnenlandse Zaken, Onze Minister bevoegd voor Financiën, Onze Minister bevoegd voor Sociale Zaken en Volksgezondheid, en Onze Minister bevoegd voor Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 2 maart 2004.
ALBERT
Van Koningswege:
De Minister van Justitie,
Mevr. L. ONKELINX
De Minister van Begroting, tot wiens bevoegdheid ten dele de Nationale Loterij behoort,
J. VANDE LANOTTE
De Minister van Binnenlandse Zaken,
P. DEWAEL
De Minister van Financiën,
D. REYNDERS
De Minister van Sociale zaken en Volksgezondheid,
R. DEMOTTE
De Minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid,
Mevr. F. MOERMAN.

Artikel 43 - Koninklijk besluit van 3 februari 2011 tot wijziging van het koninklijk besluit van 11 juli 2003 betreffende de werking van de kansspelen waarvan de exploitatie is toegelaten in de kansspelinrichtingen klasse III

Artikel 1. In artikel 1 van het koninklijk besluit van 11 juli 2003 betreffende de werking van de kansspelen waarvan de exploitatie is toegelaten in de kansspelinrichtingen klasse III, worden een nieuw punt 10° en 11° ingevoegd, luidende als volgt:
" 10° het toestel dient uitgerust te zijn met een elektronische-identiteitskaartlezer;
11° het toestel kan enkel in werking worden gesteld wanneer een elektronische identiteitskaart van een meerderjarige speler wordt ingebracht.
Indien de speler niet over een elektronische identiteitskaart beschikt, kan de exploitant het toestel in werking stellen door middel van een uitbaterskaart na verificatie van de leeftijd van de potentiële speler. "

Art. 2. Dit besluit is slechts van toepassing op de nieuwe toestellen welke in gebruik worden genomen vanaf het tijdtip van inwerkingtreding van dit koninklijk besluit.

Art. 3. Dit besluit treedt in werking op 1 juli 2011.

Art. 4. De Minister bevoegd voor Justitie, de Minister bevoegd voor Financiën, de Minister bevoegd voor Overheidsbedrijven, de Minister bevoegd voor Ondernemen, de Minister bevoegd voor Binnenlandse zaken en de Minister tot wiens bevoegdheid de Nationale Loterij behoort, zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 3 februari 2011.
ALBERT
Van Koningswege:
De Minister van Justitie
S. DE CLERCK
De Minister van Financiën
D. REYNDERS
De Minister van Volksgezondheid
Mevr. L. ONKELINX
De Minister voor Ondernemen,
V. VAN QUICKENBORNE
De Minister van Binnenlandse Zaken
Mevr. A. TURTELBOOM
De Staatssecretaris toegevoegd aan de Minister van Justitie,
C. DEVLIES

Artikel 43 / 2 - Koninklijk besluit van 22 december 2010 tot vaststelling van de nadere voorwaarden onder dewelke onderlinge weddenschappen op paardenwedrennen die in het buitenland plaatsvinden kunnen worden ingericht

HOOFDSTUK I. - Voorafgaande vraag tot toelating

Artikel 1. De vergunninghouder F1 dient een voorafgaande schriftelijke vraag tot toelating voor de inrichting van onderlinge weddenschappen op paardenwedrennen die in het buitenland plaatsvinden aan de Kansspelcommissie te stellen.

Art. 2. De voorafgaande vraag tot toelating dient vergezeld te zijn van volgende documenten:
1° de overeenkomst tussen de buitenlandse inrichter erkend in een lidstaat van de Europese Unie en de vergunninghouder F1;
2° een globaal werkingsplan opgesteld door de vergunninghouder F1, bevattende maatregelen ter bescherming van de speler waaronder een uitgewerkte procedure voor de behandeling van klachten;
3° een financieel plan;
4° een lijst met plaatsen waar de onderlinge weddenschappen op paardenwedrennen die in het buitenland plaatsvinden, zullen worden aangenomen;
5° het reglement van de wedstrijden;
6° het reglement van de weddenschappen;
7° de documenten die voor de verschillende verrichtingen zullen worden gebruikt, bestemd voor de spelers, om hun weddenschappen aan te nemen of om hen in te lichten.

Art. 3. De overeenkomst, voorgeschreven bij 2, 1°, dient een herverdelingsclausule te bevatten tussen de buitenlandse inrichter en de vergunninghouder F1, een verdelingsplan van de inzetten waarbij percentsgewijs het minimumaandeel van de winnaars en het aandeel bestemd voor elke categorie van tussenpersonen voorkomen, de voorafneming ten voordele van de paardensector, de kosten van de organisatie, alsook duidelijke maatregelen teneinde de transparantie en de aparte boekhouding bij elk der partijen te verzekeren.

HOOFDSTUK II. - Onderzoek van de voorafgaande vraag tot toelating

Art. 4. De Kansspelcommissie onderzoekt de juistheid van de gegevens en gaat na of de vergunninghouder F1 voldoet aan de eisen gesteld in of krachtens de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de weddenschappen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers.

HOOFDSTUK III. - Beslissing inzake de voorafgaande vraag tot toelating

Art. 5. Na onderzoek van de voorafgaande vraag tot toelating voor de inrichting van onderlinge weddenschappen op paardenwedrennen die in het buitenland plaatsvinden, bezorgt de Kansspelcommissie de beslissing aan de betrokkene bij een ter post aangetekende brief.
Bij een gunstige beslissing wordt de vergunning klasse F1, waarvan het model als bijlage II is gevoegd bij het koninklijk besluit van 22 december 2010 betreffende de vorm van de vergunning klasse F1, de wijze waarop de aanvragen voor een vergunning klasse F1 moeten worden ingediend en onderzocht en verplichtingen waaraan vergunningshouders F1 moeten voldoen inzake beheer en boekhouding, aangepast onder de rubriek " toegelaten weddenschappen " en aan de betrokkene bezorgd.

HOOFDSTUK IV. - Verplichtingen van de vergunninghouder F1

Art. 6. De houder van de vergunning klasse F1 moet voortdurend zorgen voor de eerlijkheid van de inrichting van onderlinge weddenschappen op paardenwedrennen die in het buitenland plaatsvinden, alsook voor de regelmatige werking ervan.

Art. 7. De houder van de vergunning klasse F1 dient een aparte boekhouding te voeren met betrekking tot de onderlinge weddenschappen op paardenwedrennen die in het buitenland plaatsvinden.

HOOFDSTUK V. - Inwerkingtreding

Art. 8. Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2011.

Art. 9. De Minister bevoegd voor Justitie, de Minister bevoegd voor Financiën, de Minister bevoegd voor Volksgezondheid, de Minister bevoegd voor Ondernemen, de Minister bevoegd voor Binnenlandse Zaken en de Minister tot wiens bevoegdheid de Nationale Loterij behoort, zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 22 december 2010.
ALBERT
Van Koningswege:
De Minister van Justitie,
S. DE CLERCK
De Minister van Financiën,
D. REYNDERS
De Minister van Volksgezondheid,
Mevr. L. ONKELINX
De Minister voor Ondernemen,
V. VAN QUICKENBORNE
De Minister van Binnenlandse Zaken,
Mevr. A. TURTELBOOM
De Staatssecretaris toegevoegd aan de Minister van Justitie,
C. DEVLIES

Artikel 43 / 3 - Koninklijk besluit van 22 december 2010 betreffende het maximum aantal inrichters van weddenschappen en de procedure voor het behandelen van vergunningsaanvragen ingeval een vergunning vrijkomt wegens intrekking of stopzetting

HOOFDSTUK I. - Maximum aantal vergunningen klasse F1

Artikel 1. Voor de periode van 1 januari 2011 tot 1 januari 2020 is het totaal aantal toegestane vergunningen klasse F1 beperkt tot 34.

HOOFDSTUK II. - Behandeling van vergunningsaanvragen ingeval een vergunning vrijkomt wegens intrekking of stopzetting

Art. 2. Indien, nadat het maximum aantal vergunning klasse F1 is toegekend, gedurende de periode bedoeld in artikel 1, een vergunning vrijkomt wegens intrekking of stopzetting, wordt de vacante vergunning op initiatief van de Kansspelcommissie gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad en op haar website.

Art. 3. Vanaf de datum van publicatie van de vacante vergunning in het Belgisch Staatsblad beschikken de vergunningsaanvragers over een termijn van een maand om een volledige vergunningsaanvraag voor een vergunning klasse F1 bij ter post aangetekende brief bij de Kansspelcommissie in te dienen zoals bepaald bij het koninklijk besluit van 22 december 2010 betreffende de vorm van de vergunning klasse F1, de wijze waarop de aanvragen voor een vergunning klasse F1 moeten worden ingediend en onderzocht en verplichtingen waaraan vergunningshouders F1 moeten voldoen inzake beheer en boekhouding.
De aanvraag toegezonden na afloop van de termijn bepaald in het eerste lid is onontvankelijk.

Art. 4. Bij de beoordeling van de vergunningsaanvragen houdt de Kansspelcommissie rekening met volgende criteria:
1° de transparantie van de rechtspersoon van de aanvrager;
2° de solvabiliteit van de aanvrager;
3° de voorafgaande strafrechtelijke veroordelingen en vastgestelde administratieve, fiscale of andere inbreuken bij de aanvrager;
4° het beantwoorden door de aanvrager aan de vereisten van de functie met betrekking tot de professionaliteit;
5° de voorafgaande relevante ervaring van de aanvrager, waarbij de duurtijd van gelijkaardige activiteiten een indicatief element vormt;
6° het beleid van de aanvrager met betrekking tot de toegankelijkheid van de kansspelen voor sociaal kwetsbare groepen;
7° het beleid van de aanvrager met betrekking tot de verzekering van een doeltreffende controle.

Art. 5. De aanvraag wordt behandeld binnen een termijn van twee maanden na afloop van de termijn bedoeld in artikel 3.
De Kansspelcommissie deelt de betrokkene haar beslissing bij ter post aangetekende brief mede.

HOOFDSTUK III. - Inwerkingtreding

Art. 6. Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2011.

Art. 7. De Minister bevoegd voor Justitie, de Minister bevoegd voor Financiën, de Minister bevoegd voor Volksgezondheid, de Minister bevoegd voor Economische Zaken, de Minister bevoegd voor Binnenlandse Zaken en de Minister tot wiens bevoegdheid de Nationale Loterij behoort, zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 22 december 2010.
ALBERT
Van Koningswege:
De Minister van Justitie,
S. DE CLERCK
De Minister van Financiën,
D. REYNDERS
De Minister van Volksgezondheid,
Mevr. L. ONKELINX
De Minister voor Ondernemen,
V. VAN QUICKENBORNE
De Minister van Binnenlandse Zaken,
Mevr. A. TURTELBOOM
De Staatssecretaris toegevoegd aan de Minister van Justitie,
C. DEVLIES

Artikel 43 / 4 - Koninklijk besluit van 22 december 2010 betreffende de werkingsregels van de automatische kansspelen waarvan de exploitatie is toegelaten in de kansspelinrichtingen klasse IV

Artikel 1. Elk toestel dienstig voor kansspelen in kansspelinrichtingen klasse IV, moet opnieuw kunnen starten zonder verlies van gegevens na een stroomonderbreking.
De samenhang en verbinding met andere toestellen en systemen mogen in geen geval invloed uitoefenen op de gebeurtenissen en de resultaten verbonden aan de kansspelen voorgesteld door de automaat.

Art. 2. Het toestel kan enkel in werking worden gesteld wanneer een elektronische identiteitskaart van een meerderjarige speler wordt ingebracht.
Indien de speler niet over een elektronische identiteitskaart beschikt, kan de uitbater het toestel in werking stellen door middel van een uitbaterskaart na verificatie van de leeftijd van de potentiële speler.

Art. 3. § 1. De gebeurtenissen en de resultaten verbonden aan de spelen moeten afhangen van het toeval. Zij worden voortgebracht door een generator van kanscijfers of door een ander middel gebaseerd op de tussenkomst van het lot.
De handelingen gesteld door de speler mogen het resultaat niet bepalen.
§ 2. De interne statistiek van de gebeurtenissen verbonden aan de spelen, waarover de automaat beschikt om het herverdelingsgehalte te berekenen, mag in geen geval de generator van de kanscijfers beïnvloeden. De generator mag in geen geval aangesloten zijn op tellers of op een systeem van intern toezicht.

Art. 4. Een automatisch toestel dienend voor de kansspelen moet een theoretisch herverdelingsgehalte vertonen van minstens 84 %.

Art. 5. De partij begint wanneer de speler de inwerkingstelling veroorzaakt door het inbrengen van een inzet en zij eindigt met het resultaat van winst of verlies, vooraleer een inzet wordt vereist voor de inwerkingstelling van een nieuwe partij.

Art. 6. Het model van de automatische kansspelen bestemd voor exploitatie in een inrichting klasse IV moet als volgt worden opgevat:
1° De inzetten moeten minstens kunnen gebeuren met muntstukken;
2° Door iedere druk op de knop " stake ", of equivalent, mag de inzet enkel stijgen met een bedrag tussen 0,10 euro en 1,00 euro.
De minimale mogelijke inzet per spel moet tussen 0,10 euro en 0,25 euro liggen.
De totale inzet per spel moet begrensd worden tot een waarde bepaald tijdens de modelgoedkeuring door gebruik te maken van de volgende formule:
Emax = (2 x PH / (1 - TR) x TP / 3600) - Emin
Emax = maximale " totale inzet " toegelaten per spel;
PH = maximaal gemiddeld uurverlies bepaald in c) ;
TR = werkelijk herverdelingsgehalte bepaald tijdens de modelgoedkeuring. Indien het herverdelingsgehalte afhangt van de inzet, dan wordt de berekening gedaan voor elke mogelijke inzet;
TP = minimum speltijd;
Emin = minimale mogelijke inzet per spel.
De waarde van Emax afgerond tot de laagst mogelijke munteenheid, is de maximale " totale inzet " toegelaten per spel.
De waarde van de maximum toegelaten inzet per partij wordt gelimiteerd tot 10,00 euro;
3° Het gemiddelde uurverlies mag niet hoger zijn dan het bedrag bedoeld in artikel 8, derde lid, van de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de weddenschappen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers;
4° De betaling geschiedt zodra de speler het betalingsmechanisme in werking stelt;
5° De maximale winst per spel mag niet hoger liggen dan 500,00 euro. De automaat moet de inzetmogelijkheden van de speler begrenzen opdat de mogelijke winst per partij, de maximale toegelaten winst, niet overschreden kan worden;
6° De minimumduur van een partij moet minstens drie seconden bedragen;
7° Op het scherm bevindt zich een winstteller die de hoegrootheid van de onmiddellijke winst aangeeft.

Art. 7. Elk toestel dat dient voor kansspelen in een kansspelinrichting klasse IV, moet:
1° uitgerust zijn met een intern toezichtsysteem, dat de communicatie moet verzekeren van de te verzenden bestanden zoals bedoeld in het koninklijk besluit betreffende de regels van toezicht op en de controle van de kansspelen in de kansspelinrichtingen klasse IV en de plaatsen waar weddenschappen worden aangenomen bedoeld in artikel 43/4, § 5, van de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de weddenschappen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers, inzonderheid door middel van een passend informaticasysteem;
2° beschermd zijn tegen externe invloeden, in het bijzonder tegen elektromagnetische en elektrostatische interferenties en tegen radio-elektrische golven overeenkomstig het koninklijk besluit van 28 februari 2007 betreffende de elektromagnetische comptabiliteit;
3° uitgerust zijn met de volgende computerbeveiligingen:
a) het toestel moet voorzien zijn van een module " softwarehandtekening ";
b) de " settings " die een invloed kunnen hebben op de resultaten van de evaluatie moeten in de software vast geschreven zijn;
c) als er geen partij actief is, moeten door een actie op de knop " collect " het serienummer, de softwareversie, de softwarehandtekening van de week en het nummer van de modelgoedkeuring zichtbaar worden gemaakt;
d) de uitbater van de kansspelinrichting mag geen toegang hebben tot de software van het toestel.

Art. 8. Een automatisch toestel ten behoeve van kansspelen moet uitgerust zijn met elektronische tellers met minstens acht cijfers. De tellers moeten minstens registreren:
1° het totaal bedrag van de inzetten;
2° het bedrag van de totale winst;
3° het aantal partijen;
4° de gecumuleerde speltijd van ieder spel.

Art. 9. Onverminderd het koninklijk besluit van 22 december 2010 tot vaststelling van de lijst van de automatische kansspelen waarvan de exploitatie is toegelaten in de kansspelinrichtingen klasse IV, kan de Kansspelcommissie, na het advies te hebben ingewonnen van de dienst bevoegd voor de technische evaluatie van de kansspelen, toelating verlenen tot het plaatsen van testtoestellen.
De aanvraag om een toelating wordt gericht aan de Kansspelcommissie samen met:
1° een verklaring op eer waarin de aanvrager erkent de technische vereisten en bepalingen inzake het gemiddeld uurverlies te eerbiedigen;
2° de gegevens betreffende de interne statistiek, zoals bedoeld in artikel 3, § 2;
3° een verklaring op eer waarin de aanvrager stelt dat de testtoestellen met toelating overeenstemmen inzake categorie en definitie zoals bepaald is in het koninklijk besluit tot vaststelling van de lijst van de automatische kansspelen waarvan de exploitatie is toegelaten in de kansspelinrichtingen klasse IV.
De kansspelcommissie bepaalt het aantal testtoestellen, de locatie ervan en de tijdsduur van de toelating.

Art. 10. Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2011.

Art. 11. De Minister bevoegd voor Justitie, de Minister bevoegd voor Financiën, de Minister bevoegd voor Volksgezondheid, de Minister bevoegd voor Ondernemen, de Minister bevoegd voor Binnenlandse Zaken en de Minister tot wiens bevoegdheid de Nationale Loterij behoort, zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 22 december 2010.
ALBERT
Van Koningswege:
De Minister van Justitie,
S. DE CLERCK
De Minister van Financiën,
D. REYNDERS
De Minister van Volksgezondheid,
Mevr. L. ONKELINX
De Minister voor Ondernemen,
V. VAN QUICKENBORNE
De Minister van Binnenlandse Zaken,
Mevr. A. TURTELBOOM
De Staatssecretaris toegevoegd aan de Minister van Justitie,
C. DEVLIES

Artikel 43 / 4 - Koninklijk besluit van 22 december 2010 tot vaststelling van de lijst van de automatische kansspelen waarvan de exploitatie is toegelaten in de kansspelinrichtingen klasse IV

Artikel 1. In de vaste kansspelinrichtingen klasse IV zijn de enige automatische kansspelen die toegelaten zijn krachtens artikel 43/4, § 2, derde lid, van de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de weddenschappen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers, die waarmee de speler kan wedden op de verwezenlijking van een virtuele gebeurtenis: het gaat om individuele toestellen, monospelers, gebaseerd op de weddenschappen tegen notering.

Art. 2. Gelijkenissen met andere spelen dan de wedrenspelen toegelaten in de kansspelinrichtingen van de andere klassen zijn verboden.

Art. 3. In geval van wedrenspel beschikt de speler over drie mogelijkheden om in te zetten, hetzij:
1. zet hij in op de winnaar;
2. doet hij een plaatsweddenschap op de eerste twee plaatsen, in volgorde of niet in volgorde;
3. doet hij een plaatsweddenschap op de eerste drie, vier of vijf plaatsen, in volgorde of niet in volgorde.
Eens de wedren beëindigd en als hij het winnende resultaat gevonden heeft, wordt de winnaar betaald naargelang de score van de winnaar of winnaars.

Art. 4. Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2011.

Art. 5. De Minister bevoegd voor Justitie, de Minister bevoegd voor Financiën, de Minister bevoegd voor Volksgezondheid, de Minister bevoegd voor Ondernemen, de Minister bevoegd voor Binnenlandse Zaken en de Minister tot wiens bevoegdheid de Nationale Loterij behoort, zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 22 december 2010.
ALBERT
Van Koningswege:
De Minister van Justitie,
S. DE CLERCK
De Minister van Financiën,
D. REYNDERS
De Minister van Volksgezondheid,
Mevr. L. ONKELINX
De Minister voor Ondernemen,
V. VAN QUICKENBORNE
De Minister van Binnenlandse Zaken,
Mevr. A. TURTELBOOM
De Staatssecretaris toegevoegd aan de Minister van Justitie,
C. DEVLIES

Artikel 43 / 4 - Koninklijk besluit van 22 december 2010 tot vaststelling van de voorwaarden tot aanneming van weddenschappen buiten kansspelinrichtingen klasse IV

HOOFDSTUK I. - Voorwaarden tot aanneming van weddenschappen door de dagbladhandelaars

Artikel 1. De aanneming van weddenschappen door de dagbladhandelaars is slechts toegestaan voor weddenschappen waarvoor door de speler een inzet werd gedaan die het bedrag of de tegenwaarde van 200 euro niet overschrijdt.
Verscheidene inzetten door eenzelfde speler voor eenzelfde of voor verschillende weddenschappen, die per dag gezamenlijk het bedrag of de tegenwaarde van 200 euro overschrijden, dienen door de vergunninghouder F2 geweigerd te worden.

Art. 2. De aanneming van de weddenschappen dient te gebeuren via een passend informaticasysteem.

Art. 3. De aanwezigheid van tv-schermen en andere audiovisuele dragers die de weddenschappen promoten of de gebeurtenissen waarop deze betrekking hebben tonen, is verboden.

Art. 4. Bij de aanneming van weddenschappen bij wijze van nevenactiviteit, zoals bepaald bij artikel 43/4, § 5, 1°, van de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de weddenschappen, de kansspelinrichtingen en bescherming van de spelers, dient de dagbladhandelaar volgende voorwaarden in acht te nemen:
1° de aangebrachte reclame, zowel langs de straatzijde als in de winkelruimte zelf, is voor maximaal 1/3e op de aanneming van weddenschappen gericht;
2° de aanneming van weddenschappen neemt niet meer dan 1/5e van de totale winkelruimte in beslag.
Indien ondanks deze voorwaarden het vermoeden bestaat dat de aanneming van weddenschappen geen nevenactiviteit betreft, zal worden overgegaan tot nazicht van de boekhouding teneinde na te gaan of de omzet van de aanneming van weddenschappen niet meer bedraagt dan 49 % van de totale omzet.

Art. 5. De vergunninghouder F2 of zijn aangestelde die een weddenschap aanneemt buiten een kansspelinrichting klasse IV volgt de informatiesessie die de Kansspelcommissie on-line organiseert.
De informatiesessie is gericht op de bescherming van de speler en de naleving van de toepasselijke regels.

HOOFDSTUK II. - Voorwaarden tot aanneming van onderlinge weddenschappen binnen de omheining van een renbaan

Art. 6. De aanneming van weddenschappen kan enkel gebeuren binnen de omheining van een renbaan via een passend informaticasysteem.

Art. 7. De aanneming binnen de omheining van een renbaan van weddenschappen waarvoor een inzet werd gedaan die het bedrag of de tegenwaarde van 1.000 euro overschrijdt, dient door de vergunninghouder F2 of een door hem aangewezen persoon geregistreerd te worden zoals bepaald bij het koninklijk besluit van 22 december 2010 tot vaststelling van het bedrag of de tegenwaarde van de inzet van weddenschappen waarvoor een registratieplicht geldt en tot vaststelling van de inhoud en de wijze van deze registratie.

Art. 8. De vergunninghouder F2 of zijn aangestelde die een weddenschap aanneemt buiten een kansspelinrichting klasse IV volgt de informatiesessie die de Kansspelcommissie on-line organiseert.
De informatiesessie is gericht op de bescherming van de speler en de naleving van de toepasselijke regels.

HOOFDSTUK III. - Inwerkingtreding

Art. 9. Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2011.

Art. 10. De Minister bevoegd voor Justitie, de Minister bevoegd voor Financiën, de Minister bevoegd voor Volksgezondheid, de Minister bevoegd voor Ondernemen, de Minister bevoegd voor Binnenlandse Zaken en de Minister tot wiens bevoegdheid de Nationale Loterij behoort, zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 22 december 2010.
ALBERT
Van Koningswege:
De Minister van Justitie,
S. DE CLERCK
De Minister van Financiën,
D. REYNDERS
De Minister van Volksgezondheid,
Mevr. L. ONKELINX
De Minister voor Ondernemen,
V. VAN QUICKENBORNE
De Minister van Binnenlandse Zaken,
Mevr. A. TURTELBOOM
De Staatssecretaris toegevoegd aan de Minister van Justitie,
C. DEVLIES

Artikel 43 / 4 - Koninklijk besluit van 22 december 2010 tot vaststelling van het maximum aantal vaste en mobiele kansspelinrichtingen klasse IV, de criteria die ertoe strekken een spreiding van deze inrichtingen te organiseren en de procedure voor de behandeling van de aanvragen ingeval een vergunning vrijkomt wegens intrekking of stopzetting

HOOFDSTUK I. - Maximum aantal vaste en mobiele kansspelinrichtingen klasse IV

Artikel 1. Er worden ten hoogste 1 000 vaste kansspelinrichtingen klasse IV en ten hoogste 60 mobiele kansspelinrichtingen klasse IV toegestaan.

HOOFDSTUK II. - Criteria die ertoe strekken een spreiding van deze inrichtingen te organiseren

Art. 2. Met uitzondering van de wedkantoren die bestonden vóór de inwerkingtreding van dit besluit en sedertdien zonder onderbreking zijn uitgebaat, moeten de vaste kansspelinrichtingen klasse IV gelegen zijn op een minimumafstand van 1 000 meter van elke andere vaste kansspelinrichting klasse IV.
De minimumafstand van 1 000 meter vertegenwoordigt de werkelijke afstand te voet, van drempel tot drempel.

HOOFDSTUK III. - Behandeling van vergunningsaanvragen ingeval een vergunning vrijkomt wegens intrekking of stopzetting

Art. 3. Indien, nadat het maximum aantal vergunningen klasse F2 voor vaste of mobiele kansspelinrichtingen klasse IV is toegekend, een vergunning vrijkomt wegens intrekking of stopzetting, wordt de vacante vergunning voor een vaste of mobiele kansspelinrichting klasse IV op initiatief van de Kansspelcommissie gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad en op haar website.

Art. 4. Vanaf de datum van publicatie van de vacante vergunning in het Belgisch Staatsblad beschikken de vergunningsaanvragers over een termijn van een maand om een volledige vergunningsaanvraag voor een vergunning klasse F2 voor een vaste of mobiele kansspelinrichting klasse IV bij ter post aangetekende brief bij de Kansspelcommissie in te dienen zoals bepaald bij het koninklijk besluit van 22 december 2010 betreffende de vorm van de vergunning klasse F2, de wijze waarop de aanvragen voor een vergunning klasse F2 moeten worden ingediend en onderzocht en verplichtingen waaraan vergunningshouders F2 moeten voldoen inzake beheer en boekhouding.
De aanvraag toegezonden na afloop van de termijn bepaald in het eerste lid is onontvankelijk.

Art. 5. Bij de beoordeling van de vergunningsaanvragen houdt de Kansspelcommissie rekening met volgende criteria:
1° de transparantie van de rechtspersoon van de aanvrager;
2° de solvabiliteit van de aanvrager;
3° de voorafgaande strafrechtelijke veroordelingen en vastgestelde administratieve, fiscale of andere inbreuken bij de aanvrager;
4° het beantwoorden door de aanvrager aan de vereisten van de functie met betrekking tot de professionaliteit;
5° de voorafgaande relevante ervaring van de aanvrager, waarbij de duurtijd van gelijkaardige activiteiten een indicatief element vormt;
6° het beleid van de aanvrager met betrekking tot de toegankelijkheid van de kansspelen voor sociaal kwetsbare groepen;
7° het beleid van de aanvrager met betrekking tot de verzekering van een doeltreffende controle.

Art. 6. De aanvraag wordt behandeld binnen een termijn van twee maanden na afloop van de termijn bedoeld in artikel 4.
De Kansspelcommissie deelt de betrokkene haar beslissing bij ter post aangetekende brief mede.

HOOFDSTUK IV. - Inwerkingtreding

Art. 7. Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2011.

Art. 8. De Minister bevoegd voor Justitie, de Minister bevoegd voor Financiën, de Minister bevoegd voor Volksgezondheid, de Minister bevoegd voor Economische Zaken, de Minister bevoegd voor Binnenlandse Zaken en de Minister tot wiens bevoegdheid de Nationale Loterij behoort, zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 22 december 2010.
ALBERT
Van Koningswege:
De Minister van Justitie,
S. DE CLERCK
De Minister van Financiën,
D. REYNDERS
De Minister van Volksgezondheid,
Mevr. L. ONKELINX
De Minister voor Ondernemen,
V. VAN QUICKENBORNE
De Minister van Binnenlandse Zaken,
Mevr. A. TURTELBOOM
De Staatssecretaris toegevoegd aan de Minister van Justitie,
C. DEVLIES

Artikel 43 / 4 - Koninklijk besluit van 22 december 2010 tot vaststelling van het bedrag of de tegenwaarde van de inzet van weddenschappen waarvoor een registratieplicht geldt en tot vaststelling van de inhoud en de wijze van deze registratie

HOOFDSTUK I. - Het bedrag of de tegenwaarde van de inzet van de weddenschappen waarvoor een registratieplicht geldt

Artikel 1. Het bedrag of de tegenwaarde van de inzet waarboven een weddenschap wordt geregistreerd overeenkomstig artikel 43/4 van de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers, wordt vastgesteld op 1.000 euro.

Art. 2. Indien er een verband bestaat tussen verscheidene weddenschappen aangegaan op dezelfde dag, waardoor verondersteld kan worden dat de speler(s) aldus registratie wil(len) voorkomen, wordt rekening gehouden met het totale bedrag of de totale tegenwaarde van de inzetten voor deze weddenschappen om het in artikel 1 vermelde bedrag te berekenen.
Het verband tussen de weddenschappen kan zowel betrekking hebben op de speler als op de weddenschap zelf.

Art. 3. Verscheidene inzetten door eenzelfde speler gedaan op regelmatige tijdstippen, bijvoorbeeld dagelijks, die het bedrag of de tegenwaarde van 1.000 euro niet overschrijden en waarbij aanleiding is te veronderstellen dat de speler hiermee registratie wenst te voorkomen, worden door de exploitant of een door hem aangewezen persoon geregistreerd.

HOOFDSTUK II. - De inhoud van de registratie

Art. 4. De aanneming van een weddenschap met een inzet die het bedrag of de tegenwaarde van 1.000 euro overschrijdt, is slechts toegestaan wanneer de speler een identiteitsbewijs voorlegt. De exploitant of een door hem aangewezen persoon schrijft de volledige naam, de voornamen, de geboortedatum, de geboorteplaats, het beroep en het adres van de speler in een register in.
Bij iedere registratie vraagt de exploitant of een door hem aangewezen persoon aan de speler om zijn identiteitsbewijs te tonen. De exploitant of een door hem aangewezen persoon controleert de foto alsook de datum van geldigheid van het identiteitsbewijs. Wanneer de exploitant of een door hem aangewezen persoon twijfelt aan de geldigheid van het identiteitsbewijs, wordt geen weddenschap aangenomen.
De speler controleert de geregistreerde gegevens.

Art. 5. Bij een eerste registratie wordt onmiddellijk een fotokopie van het identiteitsbewijs gemaakt, waarna het identiteitsbewijs onverwijld wordt teruggegeven. Een fotokopie van het identiteitsbewijs wordt gedurende vijf jaar na de laatste registratie bewaard.
Bij een eerste registratie plaatst de speler zijn handtekening op de fotokopie van het identiteitsbewijs.

Art. 6. Naast de geregistreerde identiteitsgegevens, registreert de exploitant of een door hem aangewezen persoon het bedrag van de inzet, de datum van de verrichting en de details van de weddenschap in het register.

Art. 7. Het register bestaat uit negen rubrieken, te weten:
1° de naam;
2° de voornamen;
3° de geboorteplaats;
4° de geboortedatum;
5° het adres;
6° het beroep;
7° het bedrag van de inzet;
8° de datum van de verrichting;
9° de details van de weddenschap.

HOOFDSTUK III. - De wijze van de registratie

Art. 8. De gegevens worden geregistreerd in een geïnformatiseerd systeem, waarvan het programma vooraf ter goedkeuring wordt voorgelegd aan de kansspelcommissie. Elke wijziging in het programma wordt aan de Kansspelcommissie gemeld.

Art. 9. De toegang tot het register is beperkt tot de kansspelcommissie en de exploitant, of een door hem aangewezen persoon, die belast is met de registratie van de weddenschappen of met de mededeling van de geregistreerde gegevens aan de kansspelcommissie.
De exploitanten van kansspelinrichtingen zijn verantwoordelijk voor de verwerking en voor het beheer van hun geregistreerde bestanden met de weddenschappen die bij hen werden afgesloten. De kansspelcommissie is verantwoordelijk voor de verwerkingen die werden voorzien voor het uitvoeren van haar wettelijke opdrachten.

HOOFDSTUK IV. - Inwerkingtreding

Art. 10. Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2011.

Art. 11. De Minister bevoegd voor Justitie, de Minister bevoegd voor Financiën, de Minister bevoegd voor Volksgezondheid, de Minister bevoegd voor Ondernemen, de Minister bevoegd voor Binnenlandse Zaken en de Minister tot wiens bevoegdheid de Nationale Loterij behoort, zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 22 december 2010.
ALBERT
Van Koningswege:
De Minister van Justitie,
S. DE CLERCK
De Minister van Financiën,
D. REYNDERS
De Minister van Volksgezondheid,
Mevr. L. ONKELINX
De Minister voor Ondernemen,
V. VAN QUICKENBORNE
De Minister van Binnenlandse Zaken,
Mevr. A. TURTELBOOM
De Staatssecretaris toegevoegd aan de Minister van Justitie,
C. DEVLIES

Artikel 43 / 7 - Koninklijk besluit van 22 december 2010 tot vaststelling van het maximum aantal vaste en mobiele kansspelinrichtingen klasse IV, de criteria die ertoe strekken een spreiding van deze inrichtingen te organiseren en de procedure voor de behandeling van de aanvragen ingeval een vergunning vrijkomt wegens intrekking of stopzetting

HOOFDSTUK I. - Maximum aantal vaste en mobiele kansspelinrichtingen klasse IV

Artikel 1. Er worden ten hoogste 1 000 vaste kansspelinrichtingen klasse IV en ten hoogste 60 mobiele kansspelinrichtingen klasse IV toegestaan.

HOOFDSTUK II. - Criteria die ertoe strekken een spreiding van deze inrichtingen te organiseren

Art. 2. Met uitzondering van de wedkantoren die bestonden vóór de inwerkingtreding van dit besluit en sedertdien zonder onderbreking zijn uitgebaat, moeten de vaste kansspelinrichtingen klasse IV gelegen zijn op een minimumafstand van 1 000 meter van elke andere vaste kansspelinrichting klasse IV.
De minimumafstand van 1 000 meter vertegenwoordigt de werkelijke afstand te voet, van drempel tot drempel.

HOOFDSTUK III. - Behandeling van vergunningsaanvragen ingeval een vergunning vrijkomt wegens intrekking of stopzetting

Art. 3. Indien, nadat het maximum aantal vergunningen klasse F2 voor vaste of mobiele kansspelinrichtingen klasse IV is toegekend, een vergunning vrijkomt wegens intrekking of stopzetting, wordt de vacante vergunning voor een vaste of mobiele kansspelinrichting klasse IV op initiatief van de Kansspelcommissie gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad en op haar website.

Art. 4. Vanaf de datum van publicatie van de vacante vergunning in het Belgisch Staatsblad beschikken de vergunningsaanvragers over een termijn van een maand om een volledige vergunningsaanvraag voor een vergunning klasse F2 voor een vaste of mobiele kansspelinrichting klasse IV bij ter post aangetekende brief bij de Kansspelcommissie in te dienen zoals bepaald bij het koninklijk besluit van 22 december 2010 betreffende de vorm van de vergunning klasse F2, de wijze waarop de aanvragen voor een vergunning klasse F2 moeten worden ingediend en onderzocht en verplichtingen waaraan vergunningshouders F2 moeten voldoen inzake beheer en boekhouding.
De aanvraag toegezonden na afloop van de termijn bepaald in het eerste lid is onontvankelijk.

Art. 5. Bij de beoordeling van de vergunningsaanvragen houdt de Kansspelcommissie rekening met volgende criteria:
1° de transparantie van de rechtspersoon van de aanvrager;
2° de solvabiliteit van de aanvrager;
3° de voorafgaande strafrechtelijke veroordelingen en vastgestelde administratieve, fiscale of andere inbreuken bij de aanvrager;
4° het beantwoorden door de aanvrager aan de vereisten van de functie met betrekking tot de professionaliteit;
5° de voorafgaande relevante ervaring van de aanvrager, waarbij de duurtijd van gelijkaardige activiteiten een indicatief element vormt;
6° het beleid van de aanvrager met betrekking tot de toegankelijkheid van de kansspelen voor sociaal kwetsbare groepen;
7° het beleid van de aanvrager met betrekking tot de verzekering van een doeltreffende controle.

Art. 6. De aanvraag wordt behandeld binnen een termijn van twee maanden na afloop van de termijn bedoeld in artikel 4.
De Kansspelcommissie deelt de betrokkene haar beslissing bij ter post aangetekende brief mede.

HOOFDSTUK IV. - Inwerkingtreding

Art. 7. Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2011.

Art. 8. De Minister bevoegd voor Justitie, de Minister bevoegd voor Financiën, de Minister bevoegd voor Volksgezondheid, de Minister bevoegd voor Economische Zaken, de Minister bevoegd voor Binnenlandse Zaken en de Minister tot wiens bevoegdheid de Nationale Loterij behoort, zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 22 december 2010.
ALBERT
Van Koningswege:
De Minister van Justitie,
S. DE CLERCK
De Minister van Financiën,
D. REYNDERS
De Minister van Volksgezondheid,
Mevr. L. ONKELINX
De Minister voor Ondernemen,
V. VAN QUICKENBORNE
De Minister van Binnenlandse Zaken,
Mevr. A. TURTELBOOM
De Staatssecretaris toegevoegd aan de Minister van Justitie,
C. DEVLIES

Artikel 43 / 7 - Koninklijk besluit van 22 december 2010 betreffende het maximum aantal inrichters van weddenschappen en de procedure voor het behandelen van vergunningsaanvragen ingeval een vergunning vrijkomt wegens intrekking of stopzetting

HOOFDSTUK I. - Maximum aantal vergunningen klasse F1

Artikel 1. Voor de periode van 1 januari 2011 tot 1 januari 2020 is het totaal aantal toegestane vergunningen klasse F1 beperkt tot 34.

HOOFDSTUK II. - Behandeling van vergunningsaanvragen ingeval een vergunning vrijkomt wegens intrekking of stopzetting

Art. 2. Indien, nadat het maximum aantal vergunning klasse F1 is toegekend, gedurende de periode bedoeld in artikel 1, een vergunning vrijkomt wegens intrekking of stopzetting, wordt de vacante vergunning op initiatief van de Kansspelcommissie gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad en op haar website.

Art. 3. Vanaf de datum van publicatie van de vacante vergunning in het Belgisch Staatsblad beschikken de vergunningsaanvragers over een termijn van een maand om een volledige vergunningsaanvraag voor een vergunning klasse F1 bij ter post aangetekende brief bij de Kansspelcommissie in te dienen zoals bepaald bij het koninklijk besluit van 22 december 2010 betreffende de vorm van de vergunning klasse F1, de wijze waarop de aanvragen voor een vergunning klasse F1 moeten worden ingediend en onderzocht en verplichtingen waaraan vergunningshouders F1 moeten voldoen inzake beheer en boekhouding.
De aanvraag toegezonden na afloop van de termijn bepaald in het eerste lid is onontvankelijk.

Art. 4. Bij de beoordeling van de vergunningsaanvragen houdt de Kansspelcommissie rekening met volgende criteria:
1° de transparantie van de rechtspersoon van de aanvrager;
2° de solvabiliteit van de aanvrager;
3° de voorafgaande strafrechtelijke veroordelingen en vastgestelde administratieve, fiscale of andere inbreuken bij de aanvrager;
4° het beantwoorden door de aanvrager aan de vereisten van de functie met betrekking tot de professionaliteit;
5° de voorafgaande relevante ervaring van de aanvrager, waarbij de duurtijd van gelijkaardige activiteiten een indicatief element vormt;
6° het beleid van de aanvrager met betrekking tot de toegankelijkheid van de kansspelen voor sociaal kwetsbare groepen;
7° het beleid van de aanvrager met betrekking tot de verzekering van een doeltreffende controle.

Art. 5. De aanvraag wordt behandeld binnen een termijn van twee maanden na afloop van de termijn bedoeld in artikel 3.
De Kansspelcommissie deelt de betrokkene haar beslissing bij ter post aangetekende brief mede.

HOOFDSTUK III. - Inwerkingtreding

Art. 6. Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2011.

Art. 7. De Minister bevoegd voor Justitie, de Minister bevoegd voor Financiën, de Minister bevoegd voor Volksgezondheid, de Minister bevoegd voor Economische Zaken, de Minister bevoegd voor Binnenlandse Zaken en de Minister tot wiens bevoegdheid de Nationale Loterij behoort, zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 22 december 2010.
ALBERT
Van Koningswege:
De Minister van Justitie,
S. DE CLERCK
De Minister van Financiën,
D. REYNDERS
De Minister van Volksgezondheid,
Mevr. L. ONKELINX
De Minister voor Ondernemen,
V. VAN QUICKENBORNE
De Minister van Binnenlandse Zaken,
Mevr. A. TURTELBOOM
De Staatssecretaris toegevoegd aan de Minister van Justitie,
C. DEVLIES

Artikel 43 / 7 - Koninklijk besluit van 22 december 2010 betreffende de vorm van de vergunning klasse F2, de wijze waarop de aanvragen voor een vergunning klasse F2 moeten worden ingediend en onderzocht en de verplichtingen waaraan vergunningshouders F2 moeten voldoen inzake beheer en boekhouding

HOOFDSTUK I. - De vorm van de vergunning klasse F2, de wijze waarop de aanvragen voor een vergunning klasse F2 moeten worden ingediend en onderzocht

Artikel 1. De aanvraag voor een vergunning klasse F2 wordt ingediend op één van volgende wijzen:
- bij een bij een ter post aangetekende brief gericht aan de Kansspelcommissie, hierna de commissie genoemd, door middel van een formulier waarvan het model als bijlage I bij dit besluit is gevoegd. Dit formulier wordt door de commissie op eenvoudig verzoek toegezonden aan de aanvrager;
- op elektronische wijze via het hiertoe door de bevoegde overheid ter beschikking gesteld voorschrift. In dit geval wordt de aangifte, die ingevuld en verstuurd werd overeenkomstig de daarin voorkomende aanduidingen, gelijkgesteld met een gewaarmerkte, gedagtekende en ondertekende aanvraag.

Art. 2. Behoudens voor de aanvragen die betrekking hebben op de aanneming van weddenschappen als bedoeld in artikel 43/4, § 5, van de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de weddenschappen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers of die betrekking hebben op weddenschappen die worden aangenomen door mobiele kansspelinrichtingen klasse IV, dient bij de aanvraag om een vergunning klasse F2 het door de bevoegde instantie ingevulde en ondertekende typedocument " ADVIES BURGEMEESTER INZAKE KANSSPELINRICHTINGEN KLASSE IV " te worden gevoegd waarvan het model als bijlage II bij dit besluit is gevoegd.
Bij ontstentenis van advies binnen de 2 maanden na datum van de verzending of na datum van ontvangstbewijs door de gemeente mag de procedure worden voortgezet.
Indien binnen de termijn bedoeld in het vorige lid niet is ingegaan op de adviesaanvraag, moet de aanvrager deze adviesaanvraag bij de vergunningsaanvraag voegen, samen met het bewijs van de datum van de adviesaanvraag.

Art. 3. De kennisgeving van de beslissing van de Commissie aan de betrokkene gebeurt bij een ter post aangetekende brief.
Bij een gunstige beslissing wordt een vergunning klasse F2, waarvan het model als bijlage III bij dit besluit is gevoegd, bezorgd aan de betrokkene.

HOOFDSTUK II. - Verplichtingen waaraan vergunningshouders F2 moeten voldoen inzake beheer en boekhouding

Art. 4. Het is een zelfde natuurlijke persoon of rechtspersoon verboden de vergunning klasse A enerzijds en de vergunning klasse F2 voor een vaste kansspelinrichting klasse IV anderzijds rechtstreeks of onrechtstreeks, persoonlijk of door bemiddeling van een natuurlijke persoon of rechtspersoon op eenzelfde locatie of in eenzelfde inrichting te cumuleren.
Het is een zelfde natuurlijke persoon of rechtspersoon verboden de vergunning klasse B en C enerzijds en de vergunning klasse F2 anderzijds rechtstreeks of onrechtstreeks, persoonlijk of door bemiddeling van een natuurlijke persoon of rechtspersoon op eenzelfde locatie of in eenzelfde inrichting te cumuleren.

Art. 5. De houder van de vergunning moet op minder dan een meter afstand van de weddenschapterminal of de plaats waar weddenschappen worden aangenomen duidelijk een bord met de volgende tekst aanbrengen:
" In deze inrichting worden met vergunning ........... weddenschappen geëxploiteerd. Er mogen geen leningen noch voorschotten worden toegestaan. Onder dit bord bevindt zich ter raadpleging een folder waarin de speler wordt gewaarschuwd tegen gokverslaving. Deelname aan weddenschappen is ten strengste verboden voor minderjarigen. "
Dit bord wordt door de Commissie ter beschikking gesteld van de vergunninghouders F2.

Art. 6. De houder van de vergunning moet een folder met informatie over gokverslaving ter beschikking van de klanten en de spelers stellen op een standaard die zodanig dat hij opvalt moet worden geplaatst onder het bord bedoeld in artikel 5 van dit besluit. Om aan de vraag te kunnen voldoen moeten steeds tenminste twee folders op de standaard worden geplaatst.

Art. 7. De houder van de vergunning moet voortdurend zorgen voor de eerlijkheid van de financiële verrichtingen met betrekking tot de aanneming van weddenschappen, alsook voor de regelmatige werking ervan.

Art. 8. De houder van de vergunninghouder dient een aparte boekhouding te voeren met betrekking tot de aangenomen weddenschappen.

Art. 9. Onverminderd het bepaalde in het reglement van de weddenschappen dient de houder van de vergunning steeds onmiddellijk de winst van de speler uit te betalen.

HOOFDSTUK III. - Bijkomende verplichtingen waaraan de exploitant van een kansspelinrichting klasse IV moet voldoen inzake beheer en werking

Art. 10. De exploitant van de kansspelinrichting moet voortdurend zorgen voor de eerlijkheid van de weddenschappen, alsook voor de regelmatige werking ervan.

Art. 11. De exploitant van de kansspelinrichting moet voortdurend zorgen voor de eerlijkheid van de automatische kansspelen, alsook voor de regelmatige werking ervan.
De exploitant van de kansspelinrichting moet van ieder defect aan een automatisch kansspel geëxploiteerd in de inrichting melding maken in een daartoe bestemd register.
Het toestel moet in geval van defect verplicht buiten dienst worden gesteld.

HOOFDSTUK IV. - Inwerkingtreding

Art. 12. Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2011.

Art. 13. De Minister bevoegd voor Justitie, de Minister bevoegd voor Financiën, de Minister bevoegd voor Volksgezondheid, de Minister bevoegd voor Ondernemen, de Minister bevoegd voor Binnenlandse Zaken en de Minister tot wiens bevoegdheid de Nationale Loterij behoort, zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 22 december 2010.
ALBERT
Van Koningswege:
De Minister van Justitie,
S. DE CLERCK
De Minister van Financiën,
D. REYNDERS
De Minister van Volksgezondheid,
Mevr. L. ONKELINX
De Minister voor Ondernemen,
V. VAN QUICKENBORNE
De Minister van Binnenlandse Zaken,
Mevr. A. TURTELBOOM
De Staatssecretaris toegevoegd aan de Minister van Justitie,
C. DEVLIES

Artikel 43 / 7 - Koninklijk besluit van 22 december 2010 betreffende de vorm van de vergunning klasse F1, de wijze waarop de aanvragen voor een vergunning klasse F1 moeten worden ingediend en onderzocht en de verplichtingen waaraan vergunningshouders F1 moeten voldoen inzake beheer en boekhouding

HOOFDSTUK I. - De vorm van de vergunning klasse F1, de wijze waarop de aanvragen voor een vergunning klasse F1 moeten worden ingediend en onderzocht

Artikel 1. De aanvraag voor een vergunning klasse F1 wordt ingediend op één van volgende wijzen:
-bij een bij een ter post aangetekende brief gericht aan de Kansspelcommissie, hierna de commissie genoemd, door middel van een formulier waarvan het model als bijlage I bij dit besluit is gevoegd. De commissie zendt dit formulier naar de aanvrager op eenvoudig verzoek;
- op elektronische wijze via het hiertoe door de bevoegde overheid ter beschikking gesteld voorschrift. In dit geval wordt de aangifte, die ingevuld en verstuurd is overeenkomstig de daarin voorkomende aanduidingen, gelijkgesteld met een gewaarmerkte, gedagtekende en ondertekende aanvraag.

Art. 2. De aanvraag wordt behandeld binnen een termijn van zes maanden te rekenen vanaf de ontvangst van de ter post aangetekende brief of vanaf de ontvangst van de op elektronische wijze ingediende vergunningsaanvraag, bedoeld in artikel 1.
De kennisgeving van beslissing van de commissie aan de betrokkene gebeurt bij een ter post aangetekende brief.
Bij een gunstige beslissing bezorgt de commissie een vergunning klasse F1, waarvan het model als bijlage II bij dit besluit is gevoegd, aan de betrokkene.

HOOFDSTUK II. - Verplichtingen waaraan vergunningshouders F1 moeten voldoen inzake beheer en boekhouding

Art. 3. De vergunninghouder moet voortdurend zorgen voor de eerlijkheid van de ingerichte weddenschappen, alsook voor de regelmatige werking ervan.

Art. 4. De vergunninghouder dient een aparte boekhouding te voeren met betrekking tot de ingerichte weddenschappen. Per soort van weddenschap en per vergunninghouder F2 dient hij de boekhoudkundige gegevens op eenvoudige vraag van de Kansspelcommissie voor te leggen.

HOOFDSTUK III. - Inwerkingtreding

Art. 5. Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2011.

Art. 6. De Minister bevoegd voor Justitie, de Minister bevoegd voor Financiën, de Minister bevoegd voor Volksgezondheid, de Minister bevoegd voor Ondernemen, de Minister bevoegd voor Binnenlandse Zaken en de Minister tot wiens bevoegdheid de Nationale Loterij behoort, zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 22 december 2010.
ALBERT
Van Koningswege:
De Minister van Justitie,
S. DE CLERCK
De Minister van Financiën,
D. REYNDERS
De Minister van Volksgezondheid,
Mevr. L. ONKELINX
De Minister voor Ondernemen,
V. VAN QUICKENBORNE
De Minister van Binnenlandse Zaken,
Mevr. A. TURTELBOOM
De Staatssecretaris toegevoegd aan de Minister van Justitie,
C. DEVLIES

Artikel 43 / 7 - Koninklijk besluit van 22 december 2010 tot vaststelling van het bedrag of de tegenwaarde van de inzet van weddenschappen waarvoor een registratieplicht geldt en tot vaststelling van de inhoud en de wijze van deze registratie

HOOFDSTUK I. - Het bedrag of de tegenwaarde van de inzet van de weddenschappen waarvoor een registratieplicht geldt

Artikel 1. Het bedrag of de tegenwaarde van de inzet waarboven een weddenschap wordt geregistreerd overeenkomstig artikel 43/4 van de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers, wordt vastgesteld op 1.000 euro.

Art. 2. Indien er een verband bestaat tussen verscheidene weddenschappen aangegaan op dezelfde dag, waardoor verondersteld kan worden dat de speler(s) aldus registratie wil(len) voorkomen, wordt rekening gehouden met het totale bedrag of de totale tegenwaarde van de inzetten voor deze weddenschappen om het in artikel 1 vermelde bedrag te berekenen.
Het verband tussen de weddenschappen kan zowel betrekking hebben op de speler als op de weddenschap zelf.

Art. 3. Verscheidene inzetten door eenzelfde speler gedaan op regelmatige tijdstippen, bijvoorbeeld dagelijks, die het bedrag of de tegenwaarde van 1.000 euro niet overschrijden en waarbij aanleiding is te veronderstellen dat de speler hiermee registratie wenst te voorkomen, worden door de exploitant of een door hem aangewezen persoon geregistreerd.

HOOFDSTUK II. - De inhoud van de registratie

Art. 4. De aanneming van een weddenschap met een inzet die het bedrag of de tegenwaarde van 1.000 euro overschrijdt, is slechts toegestaan wanneer de speler een identiteitsbewijs voorlegt. De exploitant of een door hem aangewezen persoon schrijft de volledige naam, de voornamen, de geboortedatum, de geboorteplaats, het beroep en het adres van de speler in een register in.
Bij iedere registratie vraagt de exploitant of een door hem aangewezen persoon aan de speler om zijn identiteitsbewijs te tonen. De exploitant of een door hem aangewezen persoon controleert de foto alsook de datum van geldigheid van het identiteitsbewijs. Wanneer de exploitant of een door hem aangewezen persoon twijfelt aan de geldigheid van het identiteitsbewijs, wordt geen weddenschap aangenomen.
De speler controleert de geregistreerde gegevens.

Art. 5. Bij een eerste registratie wordt onmiddellijk een fotokopie van het identiteitsbewijs gemaakt, waarna het identiteitsbewijs onverwijld wordt teruggegeven. Een fotokopie van het identiteitsbewijs wordt gedurende vijf jaar na de laatste registratie bewaard.
Bij een eerste registratie plaatst de speler zijn handtekening op de fotokopie van het identiteitsbewijs.

Art. 6. Naast de geregistreerde identiteitsgegevens, registreert de exploitant of een door hem aangewezen persoon het bedrag van de inzet, de datum van de verrichting en de details van de weddenschap in het register.

Art. 7. Het register bestaat uit negen rubrieken, te weten:
1° de naam;
2° de voornamen;
3° de geboorteplaats;
4° de geboortedatum;
5° het adres;
6° het beroep;
7° het bedrag van de inzet;
8° de datum van de verrichting;
9° de details van de weddenschap.

HOOFDSTUK III. - De wijze van de registratie

Art. 8. De gegevens worden geregistreerd in een geïnformatiseerd systeem, waarvan het programma vooraf ter goedkeuring wordt voorgelegd aan de kansspelcommissie. Elke wijziging in het programma wordt aan de Kansspelcommissie gemeld.

Art. 9. De toegang tot het register is beperkt tot de kansspelcommissie en de exploitant, of een door hem aangewezen persoon, die belast is met de registratie van de weddenschappen of met de mededeling van de geregistreerde gegevens aan de kansspelcommissie.
De exploitanten van kansspelinrichtingen zijn verantwoordelijk voor de verwerking en voor het beheer van hun geregistreerde bestanden met de weddenschappen die bij hen werden afgesloten. De kansspelcommissie is verantwoordelijk voor de verwerkingen die werden voorzien voor het uitvoeren van haar wettelijke opdrachten.

HOOFDSTUK IV. - Inwerkingtreding

Art. 10. Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2011.

Art. 11. De Minister bevoegd voor Justitie, de Minister bevoegd voor Financiën, de Minister bevoegd voor Volksgezondheid, de Minister bevoegd voor Ondernemen, de Minister bevoegd voor Binnenlandse Zaken en de Minister tot wiens bevoegdheid de Nationale Loterij behoort, zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 22 december 2010.
ALBERT
Van Koningswege:
De Minister van Justitie,
S. DE CLERCK
De Minister van Financiën,
D. REYNDERS
De Minister van Volksgezondheid,
Mevr. L. ONKELINX
De Minister voor Ondernemen,
V. VAN QUICKENBORNE
De Minister van Binnenlandse Zaken,
Mevr. A. TURTELBOOM
De Staatssecretaris toegevoegd aan de Minister van Justitie,
C. DEVLIES

Artikel 43 / 7 - Koninklijk besluit van 22 december 2010 betreffende de regels van toezicht op en de controle van de kansspelen in de kansspelinrichtingen klasse IV en de plaatsen waar weddenschappen worden aangenomen bedoeld in artikel 43/4, § 5, van de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de weddenschappen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers, inzonderheid door middel van een passend informaticasysteem

Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder:
1°LAN: lokaal netwerk;
2° Client: iedere elektronische eenheid, dus zowel administratieve computers als automatische spellen;
3° UPS: Uninterruptable Power Supply.

Art. 2. Alle kansspelinrichtingen klasse IV voorzien een LAN. Deze wordt verbonden met een LAN van de Kansspelcommissie.
Alle vaste kansspelinrichtingen klasse IV beschikken over een videobewakingssysteem.
De vergunninghouders F1 zijn verantwoordelijk voor de uitbouw en exploitatie van het netwerk teneinde alle kansspelinrichtingen klasse IV (vergunninghouders F2) en de plaatsen waar weddenschappen worden aangenomen, bedoeld in artikel 43/4, § 5, van de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de weddenschappen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers, te verbinden met hun centrale server.

Art. 3. Alle kosten voor de aankoop van het materiaal, het verkrijgen van de softwarelicenties, en de verschuldigde huurgelden zijn ten laste van de vergunninghouder F1.

Art. 4. Als hardwareconfiguratie wordt één centrale server voorzien die via het LAN verbonden is met alle clients.
Een databasesoftware wordt voorzien, van die aard dat de kwaliteit, de integriteit, de robuustheid en de meervoudige gelijktijdige toegang, voldoende gegarandeerd zijn.

Art. 5. Personeel en spelers moeten op een gepaste manier geïnformeerd worden over het bestaan en de werking van het videobewakingssysteem bedoeld in artikel 2, tweede lid.
De opnames worden bewaard in een aparte ruimte enkel toegankelijk voor aangewezen personeelsleden, leden van de Kansspelcommissie en haar secretariaat, alsmede personen extern aan de commissie die zij nominatief aanwijst.
De opnames, op een medium naar keuze, moeten vier weken bewaard blijven en moeten op éénvoudig verzoek van de kansspelcommissie haar ter beschikking worden gesteld.
Wanneer onregelmatigheden of inbreuken op het spel worden vastgesteld en gefilmd of wanneer een belangrijke ontregeling van het videobewakingssysteem wordt geconstateerd, wordt de Kansspelcommissie onmiddellijk op de hoogte gebracht. Zij beslist over de verder te volgen procedure en het verdere gebruik van de opnames. Geen enkele opname mag worden gewist of vernietigd voor deze beslissing.
De opnames die te maken hebben met het spel, registratie en kassa's gebeuren vanaf de opening van de speelzaal tot het voltrekken van alle verrichtingen en tot het sluiten van de speelzaal. De overige opnames gebeuren op een permanente basis, zonder onderbreking.

Art. 6. De Kansspelcommissie verkrijgt een garantie, aan de hand van een broncode en een objectcode, dat het door haar goedgekeurde softwareproduct ook effectief draait.
Hiertoe kan zij te allen tijde een hercompilatie vragen teneinde na te gaan of wel degelijk de officiële broncode werd gecompileerd.

Art. 7. Alle clients zijn op een permanente basis verbonden met het informaticasysteem en meer in het bijzonder met de centrale server en databank. Een aangepaste UPS, met een autonomie van twee uren, wordt voorzien voor de centrale server. Wanneer de verbinding van een automatisch spel met het LAN uitvalt of eender welke hapering, mechanisch of technisch, optreedt en dit voor een periode langer dan vierentwintig uur, wordt het spel stilgelegd met in acht name van de werkingsregels omtrent het stopzetten en hernemen van automatische spellen.
Wanneer de centrale server langer dan vierentwintig uur uitvalt, worden alle spellen stopgezet.
Een procedure van back-up en recovery wordt door de Kansspelcommissie goedgekeurd, evenals het bewijs van tweemaandelijkse testuitvoeringen.

Art. 8. De installatie, alsook alle wijzigingen, van welke aard ook, aan het informaticasysteem dienen voorafgaandelijk goedgekeurd te worden door de Kansspelcommissie.

Art. 9. De toegang tot de centrale server, werkstations en programma's wordt geregeld volgens een systeem van paswoorden, dat voor invoering voorgelegd wordt aan de Kansspelcommissie.
Het informaticasysteem en het videobewakingssysteem worden in afzonderlijke lokalen ondergebracht. De toegang is slechts toegelaten na een procedure van toegangscontrole, dat voor de invoering wordt voorgelegd aan de Kansspelcommissie.

Art. 10. Het informaticasysteem is beveiligd tegen zowel elektromagnetische en elektrostatische interferentie als tegen radiogolven.

Art. 11. § 1. De Kansspelcommissie stelt een protocol op dat de volgende elementen bevat:
1. Inhoud van dit document;
2. Definities en afkortingen;
3. Algemene vereisten;
4. Technische vereisten gesteld aan de kablering en de passieve componenten van het LAN;
5. Technische vereisten gesteld aan de actieve componenten van het LAN;
6. Technische vereisten gesteld aan de clients en servers;
7. Technische vereisten gesteld aan het lokaal voor het data-rack;
8. Technische vereisten gesteld aan de dataverbinding met de Kansspelcommissie;
9. Bijkomende vereisten gesteld aan het videobewakingssysteem;
10. Vereisten inzake accounting- en financiële informatie;
11. Vereisten inzake de registratie;
12. Vereisten inzake de technische controle;
13. Vereisten inzake de documentatie in verband met het informaticasysteem en het videobewakingssysteem;
14. Gebruik van nieuwe technologieën;
15. Standaarden inzake naamgeving voor de te verzenden bestanden;
16. Goedkeuring.
§ 2. Dit protocol wordt aan alle vergunninghouders klasse IV bezorgd uiterlijk één week na de goedkeuring door de Kansspelcommissie.
Elke wijziging aan het protocol wordt aan alle vergunninghouders klasse IV bezorgd uiterlijk één week na de goedkeuring door de Kansspelcommissie.

Art. 12. Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2011, met uitzondering van artikel 2, tweede lid, dat in werking treedt op 1 januari 2012.

Art. 13. De Minister bevoegd voor Justitie, de Minister bevoegd voor Financiën, de Minister bevoegd voor Volksgezondheid, de Minister bevoegd voor Ondernemen, de Minister bevoegd voor Binnenlandse Zaken en de Minister tot wiens bevoegdheid de Nationale Loterij behoort, zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 22 december 2010.
ALBERT
Van Koningswege:
De Minister van Justitie,
S. DE CLERCK
De Minister van Financiën,
D. REYNDERS
De Minister van Volksgezondheid,
Mevr. L. ONKELINX
De Minister voor Ondernemen,
V. VAN QUICKENBORNE
De Minister van Buitenlandse Zaken,
Mevr. A. TURTELBOOM
De Staatssecretaris toegevoegd aan de Minister van Justitie,
C. DEVLIES

Artikel 43 / 7 - Koninklijk besluit van 22 december 2010 betreffende de werkingsregels van de weddenschappen

HOOFDSTUK I. - Algemene regels

Artikel 1. De speler of iedere belanghebbende kan het reglement van de weddenschappen onmiddellijk en gratis bekomen bij de vergunninghouder.

Art. 2. De vergunninghouder dient het reglement van de weddenschappen en op eenvoudig verzoek de documenten die voor de verschillende verrichtingen worden gebruikt bestemd voor de spelers, om de weddenschappen aan te nemen of om hen in te lichten, aan de Kansspelcommissie te bezorgen.

Art. 3. De vergunninghouder F2 neemt weddenschappen aan in eigen naam, maar voor rekening van de vergunninghouder F1 die de betreffende weddenschappen inricht.
De vergunninghouder F1 stelt zich borg ten aanzien van de spelers voor alle verplichtingen die geldig werden aangegaan door de vergunninghouder F2 in de uitvoering van zijn activiteiten inzake de aanneming van weddenschappen voor het geval dat de vergunninghouder F2 in gebreke blijft voor de betaling.

Art. 4. De vergunninghouder F2 overhandigt na de aanneming van een weddenschap aan de speler een ticket, waarop minstens volgende vermeldingen voorkomen:
1° de identificatie van de vergunninghouder F1;
2° de identificatie van de vergunninghouder F2;
3° de registratiedatum, -uur en -minuut;
4° de inzet van de speler;
5° het volgnummer van het ticket;
6° de datum en het nummer van het evenement;
7° het soort van weddenschap;
8° de selecties.
De speler kan bij onregelmatigheden het ticket na afgifte onverwijld laten wijzigen behoudens wanneer het ticket werd aangenomen in de loop van een wedstrijd.

Art. 5. De winst wordt uitbetaald tegen afgifte van het ticket bedoeld in artikel 4.

HOOFDSTUK II. - Werkingsregels van onderlinge weddenschappen op sportevenementen andere dan paardenrennen

Art. 6. Bij de inrichting van onderlinge weddenschappen op sportevenementen andere dan paardenrennen dient de vergunninghouder F1 op eenvoudig verzoek van de kansspelcommissie een verdelingsplan van de inzetten te bezorgen, waarbij onder meer de bedragen die aan de winnaars worden toegekend dienen bepaald te worden en eventueel die welke geëist worden door de sportverenigingen op wier kalender de onderlinge weddenschappen betrekking hebben en deze die voor de winst van de inrichter bestemd zijn.
Bij onderlinge weddenschappen op sportevenementen andere dan paardenrennen dient er minstens 60 % van het totaal der inzetten aan de winnaars worden uitgekeerd.

Art. 7. De vergunninghouder F1 dient op een eenvoudig verzoek van de kansspelcommissie aan te tonen dat de heffingen of voorafnemingen ten voordele van de sportsector in overeenstemming met de gewestelijke regelgeving worden uitgevoerd.

HOOFDSTUK III. - Werkingsregels van onderlinge weddenschappen op Belgische paardenrennen

Art. 8. Bij de inrichting van onderlinge weddenschappen op wedrennen die in België plaatsvinden dient de vergunninghouder F1 op eenvoudig verzoek van de kansspelcommissie een kalender van de wedstrijdbijeenkomsten en het programma van de wedrennen te bezorgen.
De vergunninghouder F1 dient te waken over het goede verloop van de wedrennen.

Art. 9. Bij de inrichting van onderlinge weddenschappen op wedrennen die in België plaatsvinden dient de vergunninghouder F1 op eenvoudig verzoek van de kansspelcommissie een verdelingsplan van de inzetten te bezorgen, waarbij percentsgewijs het minimumaandeel van de winnaars en het aandeel bestemd voor elke categorie van tussenpersonen voorkomen, alsook de kosten van de organisatie en de winst voor de vergunninghouder F1.
Bij onderlinge weddenschappen op wedrennen die in België plaatsvinden dient er minstens 60 % van het totaal der inzetten aan de winnaars worden uitgekeerd.

Art. 10. De vergunninghouder F1 dient op een eenvoudig verzoek van de kansspelcommissie aan te tonen dat de heffingen of voorafnemingen ten voordele van de paardensector in overeenstemming met de gewestelijke regelgeving worden uitgevoerd.

HOOFDSTUK IV. - Werkingsregels van onderlinge weddenschappen op buitenlandse paardenrennen

Art. 11. De vergunninghouder F1 dient op een eenvoudig verzoek van de kansspelcommissie aan te tonen dat de heffingen of voorafnemingen ten voordele van de paardensector in overeenstemming met de gewestelijke regelgeving worden uitgevoerd.

HOOFDSTUK V. - Inwerkingtreding

Art. 12. Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2011.

Art. 13. De Minister bevoegd voor Justitie, de Minister bevoegd voor Financiën, de Minister bevoegd voor Volksgezondheid, de Minister bevoegd voor Ondernemen, de Minister bevoegd voor Binnenlandse Zaken en de Minister tot wiens bevoegdheid de Nationale Loterij behoort, zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 22 december 2010.
ALBERT
Van Koningswege:
De Minister van Justitie,
S. DE CLERCK
De Minister van Financiën,
D. REYNDERS
De Minister van Volksgezondheid,
Mevr. L. ONKELINX
De Minister voor Ondernemen,
V. VAN QUICKENBORNE
De Minister van Binnenlandse Zaken,
Mevr. A. TURTELBOOM
De Staatssecretaris toegevoegd aan de Minister van Justitie,
C. DEVLIES

Artikel 43 / 8 - Koninklijk besluit van 21 juni 2011 betreffende de kwaliteitsvoorwaarden die door de aanvrager van een aanvullende vergunning dienen te worden vervuld inzake kansspelen

HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen

Artikel 1. De aanvrager van een aanvullende vergunning bedoeld in artikel 43/8 van de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de weddenschappen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers zorgt voor de eerlijkheid van de ingerichte kansspelen, alsook voor de regelmatige werking ervan.

Art. 2. De aanvrager zorgt ervoor dat de Kansspelcommissie te allen tijde een verantwoordelijk persoon kan contacteren.
Eveneens staat de aanvrager in voor een permanente dataverbinding tussen de website en de Kansspelcommissie.

HOOFDSTUK II. - De kredietwaardigheid van de aanvrager

Art. 3. De aanvrager toont aan over een solvabiliteit van 40 % te beschikken.

HOOFDSTUK III. - De veiligheid van het betalingsverkeer tussen de exploitant en de speler

Art. 4. De aanvrager legt een gedetailleerd plan voor dat aantoont hoe de veiligheid van de betalingen tussen de exploitant en de speler zal worden gewaarborgd.
Dit plan omvat tenminste:
1° De technische specificatie van de huidige plannen;
2° De permanente beveiligingscontroles die in de toekomst zullen worden uitgevoerd.

HOOFDSTUK IV. - Het beleid van de exploitant ten aanzien van de toegankelijkheid van de kansspelen voor sociaal kwetsbare groepen

Art. 5. De aanvrager geeft mee welk beleid hij zal ontwikkelen om te verhinderen dat sociaal kwetsbare groepen gelokt worden naar de website.

HOOFDSTUK V. - De klachtenregeling

Art. 6. § 1. De aanvrager beschrijft de klachtenregeling die zal worden geïnstalleerd voor spelers.
Van elke geregistreerde klacht van een speler moet de Kansspelcommissie kennis kunnen nemen.
§ 2. De klachtenregeling is permanent ter beschikking van de speler.

Art. 7. De aanvrager geeft aan welke maatregelen hij neemt opdat de behandeling van klachten permanent kan worden ingericht.

HOOFDSTUK VI. - De nadere regels betreffende de reclame

Art. 8. De aanvrager maakt duidelijk welke reclamepolitiek hij zal voeren.
Hij toont aan dat in de gevoerde reclamepolitiek een zekere terughoudendheid in acht zal worden genomen.

Art. 9. De aanvrager zorgt ervoor dat bij elke reclamecampagne een persoon contacteerbaar is door de Kansspelcommissie.
Deze persoon moet gemachtigd zijn, op eenvoudige vraag van de Kansspelcommissie, een reclamecampagne stop te zetten.

HOOFDSTUK VII. - De nakoming van al zijn fiscale verplichtingen

Art. 10. De aanvrager legt een advies voor uitgaande van de Federale Overheidsdienst Financiën, waaruit blijkt dat hij al zijn vaststaande en onbetwiste belastingsschulden heeft voldaan.

HOOFDSTUK VIII. - Inwerkingtreding

Art. 11. Dit besluit treedt in werking op 1 september 2011.

Art. 12. De Minister bevoegd voor Justitie, de Minister bevoegd voor Financiën, de Minister bevoegd voor Volksgezondheid, de Minister bevoegd voor Ondernemen en de Minister bevoegd voor Binnenlandse zaken, zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 21 juni 2011.
ALBERT
Van Koningswege:
De Minister van Justitie,
S. DE CLERCK
De Minister van Financiën,
D. REYNDERS
De Minister van Volksgezondheid,
Mevr. L. ONKELINX
De Minister voor Ondernemen,
V. VAN QUICKENBORNE
De Minister van Binnenlandse Zaken,
Mevr. A. TURTELBOOM
De Staatssecretaris toegevoegd aan de Minister van Justitie,
C. DEVLIES

Artikel 43 / 8 - Koninklijk besluit van 21 juni 2011 betreffende de vorm van de aanvullende vergunning en de wijze waarop de aanvragen voor een aanvullende vergunning moeten worden ingediend en onderzocht inzake kansspelen

Artikel 1. De aanvraag voor een aanvullende vergunning wordt ingediend op één van volgende wijzen:
- bij een bij een ter post aangetekende brief gericht aan de Kansspelcommissie, hierna de Commissie genoemd, door middel van een formulier waarvan het model als bijlage I bij dit besluit is gevoegd. Dit formulier wordt door de Commissie op eenvoudig verzoek toegezonden aan de aanvrager;
- op elektronische wijze via het hiertoe door de bevoegde overheid ter beschikking gesteld voorschrift. In dit geval wordt de aangifte, die ingevuld en verstuurd werd overeenkomstig de daarin voorkomende aanduidingen, gelijkgesteld met een gewaarmerkte, gedagtekende en ondertekende aanvraag.

Art. 2. Een plan van de website bevattende de naam van de website, de opbouw van de website, de plaats waar de website zal worden beheerd, de aanduiding van de permanente contactmogelijkheden door de Commissie, en de verantwoordelijke voor het beheer van de website, wordt bij de vergunningsaanvraag gevoegd.
De Commissie wordt van elke wijziging op de hoogte gebracht.

Art. 3. De aanvraag wordt behandeld binnen een termijn van 6 maanden te rekenen vanaf de ontvangst van de ter post aangetekende brief of vanaf de ontvangst van de op elektronische wijze ingediende vergunningsaanvraag, bedoeld in artikel 1.

Art. 4. De kennisgeving van beslissing van de Commissie aan de betrokkene gebeurt bij een ter post aangetekende brief.
Bij een gunstige beslissing wordt een aanvullende vergunning bezorgd aan de betrokkene.

Art. 5. De uitgereikte vergunning, waarvan het model als bijlage II bij dit besluit is gevoegd, kan zichtbaar worden gemaakt voor de speler tijdens de exploitatie van de website.

Art. 6. Dit besluit treedt in werking op 1 september 2011

Art. 7. De Minister bevoegd voor Justitie, de Minister bevoegd voor Financiën, de Minister bevoegd voor Volksgezondheid, de Minister bevoegd voor Ondernemen en de Minister bevoegd voor Binnenlandse Zaken, zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 21 juni 2011.
ALBERT
Van Koningswege:
De Minister van Justitie,
S. DE CLERCK
De Minister van Financiën,
D. REYNDERS
De Minister van Volksgezondheid,
Mevr. L. ONKELINX
De Minister voor Ondernemen,
V. VAN QUICKENBORNE
De Minister van Binnenlandse Zaken,
Mevr. A. TURTELBOOM
De Staatssecretaris toegevoegd aan de Minister van Justitie,
C. DEVLIES

Artikel 43 / 13 - Koninklijk besluit van 21 juni 2011 betreffende de vorm van de vergunning klasse G1, de wijze waarop de aanvragen van een vergunning klasse G1 moeten worden ingediend en onderzocht en de verplichtingen waaraan de houders van deze vergunning moeten voldoen

HOOFDSTUK 1. - De vorm van de vergunning klasse G1, de wijze waarop de aanvragen voor een vergunning klasse G1 moeten worden ingediend en onderzocht

Artikel 1. De aanvraag voor een vergunning klasse G1 wordt ingediend op één van volgende wijzen:
- bij aangetekende postzending gericht aan de Kansspelcommissie, hierna de Commissie genoemd, door middel van een formulier waarvan het model als bijlage I bij dit besluit is gevoegd. Dit formulier wordt door de commissie op eenvoudig verzoek toegezonden aan de aanvrager;
- op elektronische wijze via het hiertoe door de bevoegde overheid ter beschikking gesteld voorschrift. In dit geval wordt de aangifte, die ingevuld en verstuurd werd overeenkomstig de daarin voorkomende aanduidingen, gelijkgesteld met een gewaarmerkte, gedagtekende en ondertekende aanvraag.

Art. 2. De aanvraag wordt behandeld binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de ontvangst van de aangetekende postzending of vanaf de ontvangst van de op elektronische wijze ingediende volledige vergunningsaanvraag, bedoeld in artikel 1.

Art. 3. De Kansspelcommissie beoordeelt de spelen afzonderlijk en duidt de spelen aan waarvoor de vergunning wordt verleend.

Art. 4. De kennisgeving van beslissing van de Commissie aan de betrokkene gebeurt bij aangetekende postzending.
Bij een gunstige beslissing wordt een vergunning klasse G1, waarvan het model als bijlage II bij dit besluit is gevoegd, bezorgd aan de vergunninghouder.

HOOFDSTUK 2. - Behandeling van de spelaanvragen na toekenning van de vergunning G1

Art. 5. De vergunninghouder kan, gedurende de duur van de vergunning, een aanvraag bij de Commissie indienen om nieuwe spelen in de vergunning te laten opnemen. De Kansspelcommissie beoordeelt elk spel afzonderlijk. Zij kan de opname aanvaarden of weigeren.
De aanvraag wordt ingediend en onderzocht overeenkomstig de bepalingen in Hoofdstuk 1 van dit besluit.

HOOFDSTUK 3. - De wijze waarop de mediaspelen
worden ingericht en beheerd

Art. 6. De vergunninghouder dient met de operatoren, facilitatoren en organisatoren een protocol af te sluiten waarin de onderlinge samenwerking wordt geregeld.

Art. 7. De vergunninghouder moet voortdurend zorgen voor de eerlijkheid van de ingerichte mediaspelen, alsook voor de regelmatige werking ervan.

Art. 8. De vergunninghouder voert een aparte boekhouding met betrekking tot de ingerichte mediaspelen. Per mediaspel dient hij de boekhoudkundige gegevens en bijhorende stavingstukken op eenvoudige vraag van de Kansspelcommissie voor te leggen.

HOOFDSTUK 4. - Slotbepaling

Art. 9. De Minister bevoegd voor Justitie, de Minister bevoegd voor Financiën, de Minister bevoegd voor Volksgezondheid, de Minister bevoegd voor Ondernemen en de Minister bevoegd voor Binnenlandse Zaken, zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 21 juni 2011.
ALBERT
Van Koningswege:
De Minister van Justitie,
S. DE CLERCK
De Minister van Financiën,
D. REYNDERS
De Minister van Volksgezondheid,
Mevr. L. ONKELINX
De Minister voor Ondernemen,
V. VAN QUICKENBORNE
De Minister van Binnenlandse Zaken,
Mevr. A. TURTELBOOM
De Staatssecretaris toegevoegd aan de Minister van Justitie,
C. DEVLIES

 

Artikel 43 / 13 - Koninkijk besluit van 21 juni 2011 tot vaststelling van de voorwaarden waaraan sommige spelen aangeboden in het kader van televisieprogramma's via nummerreeksen van het Belgische nummerplan en die een totaalprogramma inhouden, moeten voldoen

Citeertitel: "Het koninklijk besluit belspelen"

HOOFDSTUK 1. - Algemene werkingsregels

Artikel 1. De vergunninghouder klasse G1 kan enkel die spelen exploiteren, die bij de vergunningsaanvraag door de Kansspelcommissie werden goedgekeurd.

Art. 2. De vergunninghouder kan tijdens de duurtijd van de vergunning klasse G1 een ander mediaspel exploiteren mits voorafgaandelijke goedkeuring van het spel door de Kansspelcommissie.
De vergunninghouder dient bij zijn vraag tot goedkeuring van het mediaspel opnieuw een volledig dossier te voegen waarin de organisatie, de wijze van selecteren en de methodiek van het spel volledig worden uiteengezet.

HOOFDSTUK 2. - Aanbod van belspelen

Afdeling 1. - Regels voorafgaandelijk aan het aanbod

Art. 3. De spelopgaves en/of de vragen, de antwoorden, de bronnen waar de antwoorden kunnen worden gevonden en de aangeboden prijzen worden door de vergunninghouder bij de Kansspelcommissie neergelegd.
Enkel nadat de Kansspelcommissie bevestigd heeft dat de spelopgaves en/of de vragen voldoen aan artikel 7, tweede lid, en artikel 8, eerste lid, kunnen ze aan de kijkers aangeboden worden.

Afdeling 2. - Regels met betrekking tot de deelname

Art. 4. De spelen waarop dit besluit van toepassing is, worden aangeboden onder het prefix " spelinhoud ".

Art. 5. De kosten per oproep, met inbegrip van sms-communicatie, bedragen minimaal 0,50 euro en maximaal 2 euro, alles inbegrepen.

Art. 6. Er mogen geen andere kosten worden aangerekend dan de betaling van het telefoongesprek of het sms-bericht, de betaling van de inhoud en deze van een eventueel bevestigingsbericht.

Afdeling 3. - Regels met betrekking tot de opgave

Art. 7. De opgaves worden continu en duidelijk zichtbaar in beeld getoond.
De opgaves zijn duidelijk, transparant en ondubbelzinnig.

Art. 8. De antwoorden moeten kunnen worden gevonden uitsluitend op basis van de in beeld getoonde opgave.
Alle juiste antwoorden moeten bekend gemaakt worden op het einde van de spelduur.
Niet geraden antwoorden worden slechts getoond nadat de laatste kandidaat werd doorgeschakeld en zijn antwoord heeft geformuleerd.

Art. 9. Het spel wordt op een correcte en transparante wijze georganiseerd en aangeboden aan de deelnemers.

Afdeling 4. - Regels met betrekking tot de aangeboden winst

Art. 10. Er kan maximaal 5.000 euro in geld of een materieel voordeel van gelijke waarde aangeboden worden per spelduur. Uitzonderlijk en maximaal vier keer per kalenderjaar kan dit bedrag worden verhoogd, na goedkeuring van de Kansspelcommissie.

Art. 11. In geval dat de winst een materieel voordeel is, wordt de waarde van dit goed getoetst aan de marktprijzen.

Art. 12. De winsten worden duidelijk en onveranderlijk per antwoord medegedeeld en continu in beeld gebracht.
De meegedeelde winst dient door de vergunninghouder kosteloos aan de winnaar te worden uitgekeerd binnen een termijn van maximum dertig dagen.

Art. 13. Het minimale uitbetalingsbedrag per spelduur wordt als volgt berekend:
X = I x 0,07 x G.O.
Waarbij: X = het minimale uitbetalingsbedrag per spelduur
I = gemiddelde prijs van een oproep of een sms-communicatie verminderd met 50 cent
G.O. = gemiddeld aantal oproepen, met inbegrip van sms-communicatie, per spelduur en berekend op de voorbije maand

Afdeling 5. - Regels met betrekking tot de selectie van de deelnemers

Art. 14. De deelnemers kunnen enkel worden geselecteerd volgens een doorschakelingsgemiddelde van gemiddeld één doorgeschakelde oproep met de studio per twee minuten, met een maximale tijdspanne van vijftien minuten tussen twee doorgeschakelde oproepen.
Het is verboden deze selectie anders te benoemen.
Indien voor het spel een bepaalde duur wordt aangegeven dan mag deze niet worden ingekort of verlengd.
Het spel eindigt wanneer alle juiste antwoorden gegeven zijn of wanneer de aangegeven duur versteken is.
Indien geen bepaalde duur werd aangegeven eindigt het spel waarvan alle juiste antwoorden nog niet gegeven zijn op het einde van de uitzending.

HOOFDSTUK 3. - Bescherming van de speler

Art. 15. Het spelreglement is steeds beschikbaar op de teletekstpagina's en de website van de vergunninghouder, en tevens in gedrukte vorm te verkrijgen, telkens daar om wordt gevraagd. Dat reglement moet de mogelijkheid vermelden om een klacht neer te leggen bij de Kansspelcommissie alsook de te volgen procedure en de coördinaten van de Commissie.

Art. 16. Een gratis telefoonnummer, waar het reglement gratis kan worden aangevraagd en waar de procedure om een klacht in te dienen wordt toegelicht, wordt ingesteld door de vergunninghouder.

Art. 17. De vergunninghouder is verplicht om elkeen die hierom verzoekt, of op verzoek van de wettelijke vertegenwoordiger voor minderjarigen, de procedure tot blokkering van het prefix " spelinhoud " per brief mede te delen.

Art. 18. De vergunninghouder is verantwoordelijk voor het gratis informeren van de bellers wanneer deze meer dan 50 euro per etmaal hebben gespendeerd op de prefix 'spelinhoud'. De beller wordt bij elke overschrijding van de 50 euro per etmaal op het prefix " spelinhoud " zo snel mogelijk, en ten laatste de eerste werkdag volgend op de overschrijding verwittigd.
De vergunninghouder maakt aan de Kansspelcommissie maandelijks een lijst over van de bellers die overeenkomstig het eerste lid het prefix " spelinhoud " vijfmaal hebben overschreden binnen een tijdspanne van vijftien dagen.
De Kansspelcommissie is ertoe gehouden de personen bedoeld in het tweede lid, te verwittigen van hun verbruik via een schrijven waarin de procedure om het prefix " spelinhoud " gratis te blokkeren wordt uiteengezet en waarbij de inhoud van de folder van de Kansspelcommissie wordt gevoegd. Deze verwittiging is niet van toepassing op gebruikers van anonieme pre-paid kaarten.

Art. 19. Tijdens de uitzending brengt de vergunninghouder volgende gegevens duidelijk leesbaar, continu en ondubbelzinnig in beeld:
1) het hoogst mogelijke tarief per oproep, met inbegrip van sms-communicatie;
2) het telefoonnummer en/of de sms-code waarmee men kan deelnemen;
3) de verwijzing naar de teletekstpagina's en de website waarop het gratis reglement en het gratis telefoonnummer zoals bedoeld in artikel 16 beschikbaar zijn;
4) alle te winnen prijzen per correct antwoord;
5) het verbod tot deelname door minderjarigen;
6) het aantal oproepen gedurende de afgelopen minuut van de spelduur.

Art. 20. De presentator deelt, tijdens het spel, regelmatig de volgende gegevens mee aan de kijker:
1) de spelregels;
2) het doorschakelingsgemiddelde zoals bedoeld in artikel 14;
3) het hoogst mogelijke tarief per type oproep;
4) het verbod voor deelname door minderjarigen;
5) alle te winnen prijzen en de wijze waarop deze gewonnen kunnen worden;
6) de waarschuwing dat aan overdadig spelen gevaren zijn verbonden zoals verslaving en spelen boven de financiële mogelijkheden;
7) het gratis telefoonnummer zoals bedoeld in artikel 16;
8) de betekenis van het cijfer uit artikel 19. 6);

Art. 21. De presentator en de regie onthouden zich ervan om tot overmatige deelname aan het spel aan te sporen.

Art. 22. Voor het begin van elk uitgezonden spel zendt de vergunninghouder een educatieve bericht uit dat door de Kansspelcommissie ter beschikking wordt gesteld.

HOOFDSTUK 4. - Controle en klachten

Art. 23. De vergunninghouder bezorgt maandelijks de lijst, waarvan het model als bijlage I bij dit besluit is gevoegd, ingevuld aan de Kansspelcommissie.

Art. 24. De beelden van de uitzendingen, evenals alle bijhorende gegevens met betrekking tot de gedane oproepen worden door de vergunninghouder gedurende minimaal acht weken bewaard.

HOOFDSTUK 5. - Diverse en slotbepalingen

Art. 25. Het koninklijk besluit van 12 mei 2009 tot vaststelling van de voorwaarden waaraan sommige televisieprogramma's via nummerreeksen van het Belgisch nummerplan en die een totaalprogramma inhouden moeten voldoen, wordt opgeheven.

Art. 26. De Kansspelcommissie evalueert jaarlijks de toepassing van de voorwaarden in onderhavig koninklijk besluit. Haar bevindingen worden in een rapport opgenomen dat ter beschikking wordt gesteld van alle ministers die belast zijn met de uitvoering van dit koninklijk besluit.

Art. 27. Dit koninklijk besluit kan worden geciteerd als het koninklijk besluit belspelen.

Art. 28. De Minister bevoegd voor Justitie, de Minister bevoegd voor Financiën, de Minister bevoegd voor Volksgezondheid, de Minister bevoegd voor Ondernemen en de Minister bevoegd voor Binnenlandse zaken, zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 21 juni 2011.
ALBERT
Van Koningswege:
De Minister van Justitie,
S. DE CLERCK
De Minister van Financiën,
D. REYNDERS
De Minister van Volksgezondheid,
Mevr. L. ONKELINX
De Minister voor Ondernemen,
V. VAN QUICKENBORNE
De Minister van Binnenlandse Zaken,
Mevr. A. TURTELBOOM
De Staatssecretaris toegevoegd aan de Minister van Justitie,
C. DEVLIES

Artikel 47 - Koninklijk besluit van 20 juni 2002 betreffende de modaliteiten van de aanvraag, de vorm van de vergunning klasse D en de vereiste bekwaamheden en getuigschriften voor het uitoefenen van een professionele activiteit in een kansspelinrichting klasse I of II

HOOFDSTUK I. - Aanvraag.

Artikel 1. De aanvraag voor een vergunning klasse D wordt ingediend bij een ter post aangetekend schrijven, door middel van een formulier waarvan het model als bijlage I bij dit besluit is opgenomen. Dit formulier wordt door de kansspelcommissie, hierna te noemen de commissie, toegezonden aan de aanvrager op eenvoudig verzoek.

HOOFDSTUK II. - Onderzoek.

Art. 2. De commissie onderzoekt de juistheid van de gegevens en gaat na of de aanvrager voldoet aan de eisen gesteld in of krachtens de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers, hierna te noemen de wet.

Art. 3. De beslissing van de commissie wordt aan de betrokkene meegedeeld.
In het geval van een gunstige beslissing wordt een vergunning klasse D, waarvan het model als bijlage II bij dit besluit is opgenomen, als ook een bijhorende identificatiekaart, waarvan het model als bijlage III van huidig besluit is opgenomen, afgegeven aan de betrokkene door de commissie.

HOOFDSTUK III. - De identificatiekaart.

Art. 4. De identificatiekaart voor het personeel van kansspelinrichtingen heeft de vorm van een rechthoek, die een lengte heeft van 100 mm en een breedte van 70 mm.
Zij is gemaakt van wit papier dat overtrokken is met een laagje plastic.

Art. 5. De identificatiekaart bevat enkel vermeldingen op de voorzijde. Het gaat om volgende vermeldingen:
1. opschrift: " Identificatiekaart uitgereikt door de kansspelcommissie ";
2. naam en voornamen van de houder;
3. nummer van de vergunning klasse D.
Op de linkerzijde van de kaart staat een pasfoto van de houder.
De gegevens zijn vermeld in het Nederlands, het Frans of het Duits, overeenkomstig de taal van het aanvraagformulier.

Art. 6. Verlies of vernietiging van de identificatiekaart dient onmiddellijk aan de commissie te worden gemeld.

Art. 7. In de hiernavolgende gevallen moet de identificatiekaart door de houder onmiddellijk worden overgezonden aan de commissie:
1. wanneer de foto van de houder niet meer gelijkend is;
2. wanneer de kaart beschadigd is;
3. wanneer de houder van naam of voornaam verandert;
4. wanneer de houder definitief beslist, om welke reden ook, geen functie meer uit te oefenen, waarvoor een vergunning klasse D vereist is.

HOOFDSTUK IV. - Vereiste bekwaamheden en getuigschriften.

Art. 8. Een opleiding inzake kansspelen wordt georganiseerd door de commissie.
Na de beëindiging van de opleiding wordt de cursist geëvalueerd door de commissie.
Bij een gunstig evaluatie wordt een getuigschrift afgegeven.
Deze opleiding dient te worden gevolgd, uiterlijk drie maanden na het toekennen van de vergunning klasse D en maximaal twee jaar voorafgaand aan de toekenning van de vergunning klasse D;
Dit getuigschrift geldt voor een periode van vijf jaar. Deze periode kan verlengd worden voor éénzelfde periode, mits het volgen van een aanvullende opleiding, georganiseerd door de commissie.

HOOFDSTUK V. - Inwerkingtreding.

Art. 9. Dit besluit, als ook de artikelen 24 en 47 van de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers, treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.

Art. 10. Onze Minister van Volksgezondheid, Onze Minister van Binnenlandse Zaken, Onze Minister van Justitie, Onze Minister van Financiën en Onze Minister van Economie zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 20 juni 2002.
ALBERT
Van Koningswege:
De Minister van Volksgezondheid,
Mevr. M. AELVOET
De Minister van Binnenlandse Zaken,
A. DUQUESNE
De Minister van Justitie,
M. VERWILGHEN
De Minister van Financiën,
D. REYNDERS
De Minister van Economie,
Ch. PICQUE

Artikel 52 - Koninklijk besluit van 21 februari 2003 betreffende de controleprocedures die aan de erkenning voorafgaan, de regels van toezicht op en controle van de kansspelen

HOOFDSTUK I. - Evaluatie van de technische overeenstemming van de kansspelen.

Afdeling 1. - De modelgoedkeuring.

Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit, dient te worden verstaan onder:
1° de wet: de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers;
2° de Commissie: de Kansspelcommissie;
3° de instantie(s): de instantie(s) bedoeld in artikel 52, tweede lid, van de wet, belast met de controles.

Art. 2. § 1. De erkenning van een kansspel is afhankelijk van zijn modelgoedkeuring uitgereikt door één van de instanties.
§ 2. Het onderzoek van een model van kansspel met het oog op de goedkeuring ervan heeft tot doel na te gaan of het model aan de door Ons met toepassing van de artikelen 8, 33.4, 38.4 en 43.4 van de wet vastgelegde werkingsregels voldoet, voor de categorie kansspelen waartoe dit model behoort, en of de overeenkomstig dit model te vervaardigen kansspelen aan diezelfde voorschriften kunnen voldoen.
De instantie belast met het onderzoek van het model zal, zonder ze te herbeginnen, de proeven en controles aanvaarden uitgevoerd in een andere lidstaat van de Europese Gemeenschappen of in land dat partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, op voorwaarde dat hun resultaten tot haar beschikking gesteld worden en als voldoende geëvalueerd worden.
§ 3. Wanneer een kansspel samengesteld is uit verscheidene onderdelen, kunnen bepaalde onderdelen afzonderlijk worden getest en een testverslag bekomen. De modelgoedkeuring kan enkel uitgereikt worden voor het complete kansspel.
§ 4. Iedere wijziging of aanvulling van een goedgekeurd model moet aan de betrokken instantie bekendgemaakt worden wanneer de werking van het kansspel daardoor kan beïnvloed worden. Een variante op de modelgoedkeuring wordt uitgereikt op basis van het onderzoek bepaald in § 2 van dit artikel.

Art. 3. § 1. De aanvraag tot modelgoedkeuring wordt bij de Metrologische Dienst ingediend door de fabrikant of zijn verdeler gevestigd in een Lidstaat van de Europese Gemeenschappen of in een land dat partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte.
§ 2. De aanvraag omvat de volgende inlichtingen:
- de naam en woonplaats van de fabrikant en, in voorkomend geval, van zijn verdeler;
- de categorie van het kansspel;
- het type en de eventuele handelsbenaming.
De aanvraag, in drievoud, moet vergezeld zijn van de documenten die ter beoordeling ervan noodzakelijk zijn, met name:
- een recente, door de fabrikant opgestelde, conformiteitverklaring, aangevend dat het voor de modelgoedkeuring aangeboden toestel ontwikkeld en gebouwd is in overeenstemming met de reglementaire eisen betreffende de kansspelen;
- een volledige beschrijving van de werkingswijze van het kansspel;
- duidelijke kleurenfoto's van het buitenaanzicht van het kansspel;
- montagetekeningen;
- een beschrijvende nota met bijzonderheden over de bouw en de werking, de beveiligingsinrichtingen die de goede werking waarborgen, de regelingsinrichtingen, de opschriften, de voor het aanbrengen van ijk- en gebeurlijke verzegelingsmerken voorziene plaatsen;
- ieder relevant document waarmee de evaluatie van de overeenstemming met de reglementaire eisen vergemakkelijkt wordt.

Art. 4. Binnen een redelijke termijn afhankelijk van de uit te voeren proeven, wordt de modelgoedkeuring aan de aanvrager afgeleverd in de vorm van een gedagtekend en ondertekend attest. Dit attest bepaalt het toegekende modelgoedkeuringsteken en, in voorkomend geval, de op het goedgekeurde kansspel toe te passen technische installatievoorwaarden. Het attest is vergezeld van de tekeningen en de beschrijving die het model identificeren.

Art. 5. § 1. De geldigheidsduur van de modelgoedkeuringen is tien jaar; zij kan verlengd worden voor achtereenvolgende perioden van dezelfde duur.
§ 2. Voorlopige modelgoedkeuringen wat de geldigheidsduur, de werkingswijze of de aangewende techniek betreft, kunnen worden toegekend wanneer alleen de ingebruikneming van het model de controle-instantie in staat stelt de informatie in te winnen op basis waarvan ze kan nagaan of dat model al dan niet aan de vastgestelde werkingsregels voldoet.
§ 3. Een modelgoedkeuring, die van beperkte strekking inbegrepen, wordt ingetrokken wanneer de met het goedgekeurde model overeenstemmende kansspelen een gebrek van algemene aard vertonen, waardoor ze ongeschikt worden voor hun doel, of wanneer vastgesteld wordt dat de modelgoedkeuring ten onrechte verleend werd.
Een modelgoedkeuring van beperkte strekking wordt eveneens ingetrokken wanneer één van de beperkingen vermeld onder paragraaf 2, niet nageleefd wordt.

Art. 6. Op verzoek van de instantie die de modelgoedkeuring aflevert, moet de aanvrager alle middelen verstrekken die noodzakelijk zijn voor het onderzoek van een model met het oog op de goedkeuring ervan.

Afdeling II. - De eerste ijk.

Art. 7. § 1. De eerste ijk heeft tot doel na te gaan of elk kansspel, voorafgaand aan de ingebruikneming ervan, overeenstemt met het goedgekeurde model en voldoet aan de vastgelegde technische voorschriften. Zo ja, wordt het merk van eerste ijk, overeenkomstig de bepalingen van artikel 17, brengt de Metrologische Dienst het merk van eerste ijk op het ijkplaatje aan of levert een ijkattest af.
§ 2. De aanvragen tot eerste ijk worden door de begunstigde van de modelgoedkeuring of door zijn gemachtigde aan de Metrologische Dienst gericht.
§ 3. Elk kansspel moet in zulke staat worden aangeboden, dat de ijking en het aanbrengen van de ijk- en verzegelingsmerken zonder voorbereidend werk of regeling tijdens de ijk kunnen volbracht worden.

Afdeling III. - De herijk.

Art. 8. De herijk bestaat erin na te gaan of elk kansspel dat reeds een eerste maal geijkt is nog voldoet aan de wettelijke voorschriften. Zo ja, wordt een ijkmerk, zoals beschreven in artikel 18, aangebracht of een ijkattest afgeleverd.

Art. 9. De herijk voor de verschillende categorieën kansspelen vindt plaats na door Ons bepaalde periodes.

Art. 10. De met de herijk belaste instanties voeren generlei regeling of herstelling uit van de ten ijk aangeboden kansspelen.

Art. 11. Wanneer bij de herijk geringe gebreken worden gevonden, kan de instantie die de herijk uitgevoerd heeft, aan de eigenaar of houder gelegenheid geven het kansspel te laten herstellen en binnen een bepaalde termijn opnieuw tot de herijk aan te bieden, zonder ondertussen het gebruik van het kansspel te verbieden.
Het bedoelde kansspel wordt dan voorzien van het herstellingsmerk zoals beschreven in artikel 19.

Art. 12. Het afkeuringsmerk, bedoeld in artikel 20, wordt ambtshalve aangebracht door de instantie die de ijking heeft verricht, wanneer ze acht dat het gebruik van het geijkte kansspel moet verboden worden:
- hetzij omdat het onherstelbaar is;
- hetzij omdat de vastgestelde gebreken, vóór alle verder gebruik, een herstelling vergen.
Het opnieuw in dienst nemen van een dusdanig kansspel mag slechts plaatsvinden na een nieuwe door de hersteller, houder van een vergunning van klasse E bedoeld in artikel 48 van de wet, aan te vragen herijk.
Buiten het aanbrengen van het afkeuringsmerk worden de vroegere ijkmerken vernietigd.

Afdeling IV. - De technische controle.

Art. 13. De technische controle bestaat erin na te gaan of een kansspel dat reeds een eerste maal geijkt is nog voldoet aan de wettelijke voorschriften.
De controle kan op elk ogenblik op een geijkt kansspel uitgevoerd worden, op verzoek van de Commissie of op initiatief van één van de instanties.

Art. 14. Het afkeuringsmerk, bedoeld in artikel 20, wordt ambtshalve aangebracht door de instantie die de controle heeft verricht, wanneer ze acht dat het gebruik van het geijkte kansspel moet verboden worden:
- hetzij omdat het onherstelbaar is;
- hetzij omdat de vastgestelde gebreken, vóór alle verder gebruik, een herstelling vergen.
Het opnieuw in dienst nemen van een dusdanig kansspel mag slechts plaatsvinden na een nieuwe herijk, aan te vragen door de hersteller, houder van een vergunning van klasse E, bedoeld in artikel 48 van de wet.
Buiten het aanbrengen van het afkeuringsmerk worden de vroegere ijkmerken vernietigd.

HOOFDSTUK II. - Goedkeuringstekens, ijkmerken en -attesten.

Art. 15. Het is verboden op een kansspel merken of opschriften aan te brengen die verwarring kunnen teweeg brengen met de in dit hoofdstuk vastgelegde merken en tekens.

Art. 16. Het in artikel 4 van dit besluit bedoelde modelgoedkeuringsteken bestaat uit een rechthoekige omlijsting bevattende de hoofdletter B, een streepje, de twee laatste cijfers van het jaartal van toekenning van de modelgoedkeuring, een streepje en een kennummer van meerdere cijfers.
Het kennummer wordt voorafgegaan door de letter P bij modelgoedkeuringen van beperkte strekking.
Dit teken moet aangebracht worden op de met het bedoeld model overeenstemmend kansspel door degene die de modelgoedkeuring heeft bekomen. De plaats waarop dit teken wordt aangebracht is aangewezen in het modelgoedkeuringsdossier.

Art. 17. Het aanvaardingsmerk bij eerste ijk bestaat uit twee delen:
a) het DEEL I wordt gevormd door het kenteken van de instantie,
b) het DEEL II wordt gevormd door de laatste twee cijfers van het jaar waarin de ijk plaatsvindt, aangebracht in een zeshoekige omlijsting.
Dit merk wordt aangebracht op een ijkplaatje bepaald in de modelgoedkeuring.

Art. 18. Het aanvaardingsmerk bij herijk wordt gevormd door de laatste twee cijfers van het jaar waarin de ijking plaatsvindt, aangebracht in een zeshoekige omlijsting, en door de geldigheidsduur. Ze worden weergegeven op een groenkleurig zelfklevend etiket. De plaats waarop dit merk wordt aangebracht wordt bepaald in het modelgoedkeuringsdossier.

Art. 19. Het herstellingsmerk bij herijk bestaat uit een geelkleurig zelfklevend etiket van rechthoekige vorm, met de aanduiding van de voor de herstelling toegestane termijn en het kenteken van de instantie die de controle heeft uitgevoerd. De plaats waarop dit merk wordt aangebracht wordt bepaald in het modelgoedkeuringsdossier.

Art. 20. Het afkeuringsmerk bij herijk bestaat uit een gelijkzijdige driehoek die het kenteken bevat van de instantie die de controle heeft uitgevoerd.
Dit merk wordt aangebracht door de afdruk van een stempel of door een rechthoekig rood zelfklevend etiket. De plaats waarop dit merk wordt aangebracht wordt bepaald in het modelgoedkeuringsdossier.

Art. 21. Wanneer de samenstelling of de afmetingen van een kansspel het aanbrengen van merken van eerste ijk of herijk niet toelaten, worden deze merken vervangen door een attest.
Dit attest moet door de houder van het kansspel waarop het betrekking heeft, bewaard worden en door deze laatste, op de eerste vraag van één van de instanties getoond worden.

HOOFDSTUK III. - Controles uitgevoerd door een geaccrediteerde instelling.

Art. 22. Overeenkomstig de bepalingen van artikel 52, tweede lid, 2e streepje en derde lid van de wet, kan de Metrologische Dienst van het Ministerie van Economische Zaken de modelgoedkeuringsproeven, de eerste ijk, de herijk en de technische controle toevertrouwen aan hiertoe geaccrediteerde instellingen in het kader van de wet van 20 juli 1990 betreffende de accreditatie van certificatie- en keuringsinstellingen, alsmede van beproevingslaboratoria of geaccrediteerd in een andere lidstaat van de Europese Gemeenschappen of in een ander land dat partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte. De geaccrediteerde instellingen sturen de resultaten van de controles door naar de Metrologische Dienst.

Art. 23. Bij een eerste ijk, een herijk of een technische controle brengt de geaccrediteerde instelling de ijkmerken aan bepaald in de artikelen 17, 18, 19 en 20. In dit geval bevatten de merken ook het identificatienummer van de geaccrediteerde instelling.

HOOFDSTUK IV. - Slotbepalingen.

Art. 24. De bepalingen van de artikelen 52, 53.3 en 53.5 van de wet treden in werking op de dag van de inwerkingtreding van dit besluit.

Art. 25. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2002.

Art. 26. Onze Minister bevoegd voor Binnenlandse Zaken, Onze Minister bevoegd voor Justitie, Onze Minister bevoegd voor Financiën, Onze Minister bevoegd voor Economie en Onze Minister bevoegd voor Volksgezondheid zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 21 februari 2003.
ALBERT
Van Koningswege:
De Minister van Binnenlandse Zaken,
A. DUQUESNE
De Minister van Justitie,
M. VERWILGHEN
De Minister van Financiën,
D. REYNDERS
De Minister van Economie,
Ch. PICQUE
De Minister van Volksgezondheid,
J. TAVERNIER.

Artikel 52 - Koninklijk besluit van 8 april 2003 betreffende de werking van de automatische kansspelen waarvan de exploitatie is toegelaten in de kansspelinrichtingen klasse II

Hoofdstuk I. - [1 Verplichtingen voor de categorie van automatische spelen zonder spelerskaart.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij KB 2009-06-11/07, art. 1, 003; Inwerkingtreding: 09-07-2009>

Artikel 1. Elk toestel dienstig voor kansspelen in kansspelinrichtingen klasse II, moet opnieuw kunnen starten zonder verlies van gegevens na een stroomonderbreking.
De samenhang en verbinding met andere toestellen en systemen mogen in geen geval invloed uitoefenen op de gebeurtenissen en de resultaten verbonden aan de kansspelen voorgesteld door de automaat.

Art. 2. § 1. Alle gebeurtenissen en resultaten verbonden aan de spelen moeten afhankelijk zijn van het toeval. Vormen met name gebeurtenissen en resultaten, verbonden aan de spelen, die kunnen voorkomen volgens een waarschijnlijkheidsgraad in een automatisch kansspel:
a) symbolen;
b) getrokken getallen;
c) kaarten;
d) dobbelsteenconfiguraties;
e) cijfercombinaties.
§ 2. De gebeurtenissen en de resultaten verbonden aan de spelen moeten afhangen van het toeval als zij voortgebracht worden door een generator van kanscijfers of door een ander middel gebaseerd op de tussenkomst van het lot;
De handelingen gesteld door de speler mogen het resultaat niet bepalen.
§ 3. De inwerkingstelling van de gebeurtenissen verbonden aan de spelen mag enkel bepaald worden door vaste parameters.
Het gebruik, bij een nieuwe partij, van gebeurtenissen of resultaten verbonden aan het spel, bepaald of geselecteerd door een speler bij de vorige partij, is toegelaten. Zij mogen evenwel niet de gebeurtenissen of resultaten conditioneren gebonden aan het spel, want deze moeten tijdens de nieuwe partij afhangen van het toeval.
§ 4. Het is toegelaten verscheidene parameters te gebruiken die een verschillend gehalte van herverdeling vertonen en een variabel aantal feiten en resultaten gebonden aan de winsten. De aanvullende parameters moeten alle winstniveaus inhouden voorgesteld door de automaat en mogen niet lager zijn dan het minimum herverdelingsgehalte.
§ 5. De interne statistiek van de gebeurtenissen verbonden aan de spelen, waarover de automaat beschikt om het herverdelingsgehalte te berekenen, mag in geen geval de generator van de kanscijfers beïnvloeden. De generator mag in geen geval aangesloten zijn op tellers of op een systeem van intern toezicht.

Art. 3. Een automatisch toestel dienend voor de kansspelen moet een theoretisch herverdelingsgehalte vertonen van minstens 84 %.
(Tweede lid opgeheven) <KB 2004-06-14/35, art. 1, 002; Inwerkingtreding: 01-07-2004>
(Het herverdelingsgehalte, beoogd in het voorgaande lid, moet worden bepaald door middel van erkende methodes van kansberekening, naargelang het potentieel aantal resultaten verbonden aan de spelen, of aangetoond door speltesten.) <KB 2004-06-14/35, art. 2, 002; Inwerkingtreding: 01-07-2004>

Art. 4. De partij begint wanneer de speler de inwerkingstelling veroorzaakt door het inbrengen van een inzet en zij eindigt met het resultaat van winst of verlies, vooraleer een inzet wordt vereist voor de inwerkingstelling van een nieuwe partij.

Art. 5.Het model van de automatische kansspelen bestemd voor exploitatie in een inrichting klasse II moet als volgt worden opgevat:
a) [1 ...]1
b) [2 De inzetten moeten minstens kunnen gebeuren met Belgische muntstukken.]2
c) [3 De maximum inzet bedraagt 0,25 euro.
 De totale inzet per spel mag samengesteld worden uit meerdere inzetten (multiple inzet).
 Het spel moet met een inzet tussen 0,10 euro en 0,25 euro kunnen starten.
 Door iedere druk op de knop " stake " (of equivalent) mag de inzet enkel stijgen met een bedrag tussen:
 - 0,10 euro en 1,00 euro voor de monopostmachines of multipostmachines met een speeltijd van kleiner dan 60 seconden;
 - 0,10 euro en 5,00 euro voor de multipostmachines met een speeltijd gelijk aan of groter dan 60 seconden.
 De totale inzet per spel moet begrensd worden tot een waarde bepaald tijdens de modelgoedkeuring door gebruik te maken van de volgende formule:
 Emax = (2 x PH/(1-TR) x TP/3600) - Emin (voor monopostmachines of multipostmachines met een speeltijd van kleiner dan 60 seconden)
 Emax = (4 x PH/(1-TR) x TP/3600) - Emin (voor multipostmachines met een speeltijd gelijk aan of groter dan 60 seconden)
 Emax = maximale " totale inzet " toegelaten per spel
 PH = maximaal gemiddeld uurverlies bepaald in d);
 TR = werkelijk herverdelingsgehalte bepaald tijdens de modelgoedkeuring (indien het herverdelingsgehalte afhangt van de inzet, dan wordt de berekening gedaan voor elke mogelijke inzet)
 TP = minimum speltijd
 Emin = minimale mogelijke inzet per spel (waarde tussen 0,10 euro en 0,25 euro)
 De waarde van Emax afgerond tot de laagst mogelijke munteenheid, is de maximale " totale inzet " toegelaten per spel.
 Evenwel, om uit te sluiten dat er onaanvaardbare inzetten mogelijk zouden zijn, wordt de waarde van de maximum toegelaten inzet per partij gelimiteerd tot 100 keer de basisinzet (zijnde dus 25,00 euro) voor monopostmachines of multipost-machines met een speeltijd van kleiner dan 60 seconden en 600 keer de basisinzet (zijnde dus 150,00 euro) voor multipostmachines met een speeltijd gelijk aan of groter dan 60 seconden).]3
d) het gemiddelde uurverlies mag niet hoger zijn dan (25,00 EUR); <KB 2004-06-14/35, art. 4, 002; Inwerkingtreding: 01-07-2004>
e) de betaling geschiedt zodra de speler het betalingsmechanisme in werking stelt;
f) [4 ...]4
g) [5 Per spel mag de speler niet meer dan 200 maal de maximale totale inzet, zoals bepaald in artikel 5, c), ontvangen.
 De maximale winst per spel mag echter niet hoger liggen dan 500,00 euro voor een monospeler of multipostmachine met een speeltijd van kleiner dan 60 seconden en 2.000,00 euro per terminal bij een multipostmachine met een speeltijd gelijk aan of groter dan 60 seconden.
 De automaat moet de inzetmogelijkheden van de speler begrenzen opdat de mogelijke winst per partij, de maximale winst die bepaald werd door de modelgoedkeuring, niet overschreden kan worden.]5
h) als de automaat gelijktijdig meerdere spelers kan ontvangen, op basis van een centraal toevalsproces, bevat elke terminal, een mogelijkheid van toegang en van inzet, en moet voldoen aan de hierboven gestelde criteria;
i) indien de automaat verschillende spelers gelijktijdig kan ontvangen op grond van een centraal toevalsproces, mag geen enkele wederzijdse invloed plaats vinden tussen de individuele eenheden waarin de spelers zich bevinden;
j) de minimumduur van een partij moet minstens 3 seconden bedragen;
k) op het scherm bevindt zich een winstteller die de hoegrootheid van de onmiddellijke winst aangeeft.
----------
(1)<KB
2009-06-11/07, art. 2, 003; Inwerkingtreding: 09-07-2009>
(2)<KB 2009-06-11/07, art. 3, 003; Inwerkingtreding: 09-07-2009>
(3)<KB 2009-06-11/07, art. 4, 003; Inwerkingtreding: 09-07-2009>
(4)<KB 2009-06-11/07, art. 5, 003; Inwerkingtreding: 09-07-2009>
(5)<KB 2009-06-11/07, art. 6, 003; Inwerkingtreding: 09-07-2009>
 

Art. 6.Elk toestel dat dient voor kansspelen in een kansspelinrichtingen klasse II, moet:
1) uitgerust zijn met een intern toezichtsysteem;
2) [1 ...]1
3) beschermd zijn tegen externe invloeden, in het bijzonder tegen elektromagnetische en elektrostatische interferenties en tegen radio-elektrische golven overeenkomstig de Europese Richtlijn89/336/CEE.
----------
(1)<KB 2009-06-11/07, art. 7, 003; Inwerkingtreding: 09-07-2009>

Art. 7. Een automatisch toestel ten behoeve van kansspelen moet uitgerust zijn met elektronische tellers met minstens acht cijfers en met elektromechanische tellers met minstens zes cijfers.
De elektronische tellers moeten een precisiegraad van 99,99 % vertonen en zich terug instellen op nul, met aangeving van deze verrichting, zodra ze hun maximale bekendmakingcapaciteit bereikt hebben.
De elektromechanische tellers moeten beantwoorden aan de erkende technische staat.

Art. 8.De elektronische tellers voorzien in artikel 7 van dit besluit moeten minstens registreren:
1) de geldstroom, in het bijzonder volgende transacties:
a) het aantal ingevoerde stukken, gewoonlijk genoemd coin in ;
b) het aantal betaalde stukken, gewoonlijk genoemd coin out ;
c) het aantal stukken behouden door de automaat, gewoonlijk genoemd coin drop ;
d) het totaal van de winsten betaald door de centrale kassa, gewoonlijk genoemd handpay ;
2) het totaal bedrag van de inzetten [1 ...]1 ;
3) het bedrag van de totale winst;
4) het aantal partijen;
5) de dode momenten en onderbrekingen in de werking van de toestellen;
6) de openingen van de toestellen en compartimenten waar het geld zich bevindt.
De elektromechanische tellers moeten dezelfde gegevens registreren als de elektronische tellers, voor zover dit technisch mogelijk is.
----------
(1)<KB 2009-06-11/07, art. 8, 003; Inwerkingtreding: 09-07-2009>

Hoofdstuk II. - [1 Verplichtingen voor de categorie van automatische spelen met spelerskaart.]1

----------
(1)<Ingevoegd bij KB 2009-06-11/07, art. 9, 003; Inwerkingtreding: 09-07-2009>

Art. 9.[1 Elk toestel dienstig voor kansspelen in kansspelinrichtingen klasse II, moet opnieuw kunnen starten zonder verlies van gegevens na een stroomonderbreking. De samenhang en verbinding met andere toestellen en systemen mogen in geen geval invloed uitoefenen op de gebeurtenissen en de resultaten verbonden aan de kansspelen voorgesteld door de automaat.]1
----------
(1)<KB 2009-06-11/07, art. 10, 003; Inwerkingtreding: 09-07-2009>

Art. 10.[1 § 1. Alle gebeurtenissen en resultaten verbonden aan de spelen moeten afhankelijk zijn van het toeval. Vormen met name gebeurtenissen en resultaten, verbonden aan de spelen, die kunnen voorkomen volgens een waarschijnlijkheidsgraad in een automatisch kansspel:
 a. symbolen;
 b. getrokken getallen;
 c. kaarten;
 d. dobbelsteenconfiguraties;
 e. cijfercombinaties.
 § 2. De gebeurtenissen en de resultaten verbonden aan de spelen moeten afhangen van het toeval als zij voortgebracht worden door een generator van kanscijfers of door een ander middel gebaseerd op de tussenkomst van het lot.
 De handelingen gesteld door de speler mogen het resultaat niet bepalen.
 § 3. De inwerkingstelling van de gebeurtenissen verbonden aan de spelen mag enkel bepaald worden door vaste parameters.
 Het gebruik, bij een nieuwe partij, van gebeurtenissen of resultaten verbonden aan het spel, bepaald of geselecteerd door een speler bij de vorige partij, is toegelaten. Zij mogen evenwel niet de gebeurtenissen of resultaten conditioneren gebonden aan het spel, want deze moeten tijdens de nieuwe partij afhangen van het toeval.
 § 4. De interne statistiek van de gebeurtenissen verbonden aan de spelen, waarover de automaat beschikt om het herverdelingsgehalte te berekenen, mag in geen geval de generator van de kanscijfers beïnvloeden. De generator mag in geen geval aangesloten zijn op tellers of op een systeem van intern toezicht.]1
----------
(1)<KB 2009-06-11/07, art. 11, 003; Inwerkingtreding: 09-07-2009>

Art. 11.[1 Voor het respect van het uurgemiddelde dient de inzet op deze automatische spelen met spelerskaart uitsluitend te gebeuren door een individuele en persoonlijke spelerskaart.
 Het toestel moet, voor elke partij, de waarden samenvoegen van de speeltijd en het verlies van de speler. Het toestel moet de toegang verbieden tot het spel voor een speler waarvan het samengevoegd verlies groter is dan de gestelde limieten.]1
----------
(1)<KB 2009-06-11/07, art. 12, 003; Inwerkingtreding: 09-07-2009>

Art. 12.[1 Het gemiddelde uurverlies mag niet hoger zijn dan 25,00 euro;
 De betaling geschiedt zodra de speler het betalingsmechanisme in werking stelt.]1
----------
(1)<KB 2009-06-11/07, art. 13, 003; Inwerkingtreding: 09-07-2009>


Art. 13. [1 De automatische spelen met spelerskaart dienen:
 a) uitgerust te zijn met een intern toezichtsysteem;
 b) beschermd te zijn tegen externe invloeden, in het bijzonder tegen elektromagnetische en elektrostatische interferenties en tegen radio-elektrische golven overeenkomstig de Europese Richtlijn 89/336/CEE.]1

----------
(1)<Ingevoegd bij KB 2009-06-11/07, art. 14, 003; Inwerkingtreding: 09-07-2009>

Art. 14. [1 De automatische spelen met spelerskaart moeten uitgerust zijn met elektronische tellers met minstens acht cijfers en met een elektromechanische teller met minstens zes cijfers. De elektronische tellers moeten een precisiegraad van 99,99 % vertonen en zich terug instellen op nul, met aangeving van deze verrichting, zodra ze hun maximale affichagecapaciteit bereikt hebben.
 De elektronische tellers moeten beantwoorden aan de erkende technische staat.]1

----------
(1)<Ingevoegd bij KB 2009-06-11/07, art. 15, 003; Inwerkingtreding: 09-07-2009>

Art. 15. [1 De elektronische tellers voorzien in artikel 14 van dit besluit moeten minstens registreren:
 1. het totaal bedrag van de inzetten;
 2. het bedrag van de totale winst;
 3. het aantal partijen;
 4. de dode momenten en onderbrekingen in de werking van de toestellen;
 5. de openingen van de toestellen.
 De elektromechanische tellers moeten dezelfde gegevens registreren als de elektronische tellers, voor zover dit technisch mogelijk is.]1

----------
(1)<Ingevoegd bij KB 2009-06-11/07, art. 16, 003; Inwerkingtreding: 09-07-2009>

Hoofdstuk III. [1 Slotbepalingen.]1

----------
(1)<Ingevoegd bij KB 2009-06-11/07, art. 17, 003; Inwerkingtreding: 09-07-2009>

Art. 16. [1 Onverminderd het koninklijk besluit tot vaststelling van de lijst van automatische kansspelen waarvan de exploitatie is toegelaten in de kansspelinrichtingen klasse II, kan door de Kansspelcommissie, na advies van de Metrologische Dienst van het Ministerie van Economische Zaken, een toelating worden gegeven aan bepaalde testtoestellen.
 De aanvraag om een toelating wordt gericht aan de Kansspelcommissie, samen met:
 1° een verklaring op eer waarin de aanvrager erkent de technische vereisten en de bepalingen inzake het gemiddeld uurverlies te eerbiedigen;
 2° de gegevens betreffende de interne statistiek, zoals bepaald in artikel 2, § 5, van dit besluit;
 3° een verklaring op eer waarin de aanvrager stelt dat de testtoestellen met toelating overeenstemmen inzake categorie en definitie zoals bepaald is in het koninklijk besluit tot vaststelling van de lijst van de automatische kansspelen waarvan de exploitatie is toegelaten in de kansspelinrichtingen klasse II.
 De Kansspelcommissie bepaalt het aantal testtoestellen, de locatie ervan en de tijdsduur van de vergunning.]1

----------
(1)<Ingevoegd bij KB 2009-06-11/07, art. 17, 003; Inwerkingtreding: 09-07-2009>

Art. 17.[1 Onze minister bevoegd voor Justitie, Onze minister bevoegd voor Financiën, Onze minister bevoegd voor Volksgezondheid, Onze minister bevoegd voor Binnenlandse Zaken, Onze minister bevoegd voor Ondernemen, Onze minister bevoegd voor Overheidsbedrijven, zijn ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.]1

----------
(1)<Ingevoegd bij KB 2009-06-11/07, art. 17, 003; Inwerkingtreding: 09-07-2009>

Gegeven te Brussel, 8 april 2003.
ALBERT
Van Koningswege:
De Minister van Binnenlandse Zaken,
A. DUQUESNE
De Minister van Justitie,
M. VERWILGHEN
De Minister van Financiën,
D. REYNDERS
De Minister van Overheidsbedrijven en Participaties,
R. DAEMS
De Minister van Economie,
C. PICQUE
De Minister van Volksgezondheid,
J. TAVERNIER.

Artikel 52 - Koninklijk besluit van 14 juni 2004 tot wijziging van het koninklijk besluit van 8 april 2003 betreffende de werking van de automatische kansspelen waarvan de exploitatie is toegelaten in de kansspelinrichtingen klasse II

Artikel 1. Artikel 3, tweede lid, van het koninklijk besluit van 8 april 2003 betreffende de werking van de automatische kansspelen waarvan de exploitatie is toegelaten in de kansspelinrichtingen klasse II wordt opgeheven.

Art. 2. Artikel 3, derde lid, van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt: « Het herverdelingsgehalte, beoogd in het voorgaande lid, moet worden bepaald door middel van erkende methodes van kansberekening, naargelang het potentieel aantal resultaten verbonden aan de spelen, of aangetoond door speltesten. »

Art. 3. Artikel 5, c), van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt:
c) de maximuminzet bedraagt 0,25 EUR.
Iedere inzet moet tussen 0,10 EUR en 0,25 EUR liggen.
De totale inzet per spel mag samengesteld worden uit meerdere inzetten, de zogenaamde multiple inzet.
De verschillende inzetten moeten in het spel geplaatst worden door een actie op de betrokken toets zoveel keer uit te voeren tot de inzet de totale inzet bedraagt.
De totale inzet per spel moet begrensd worden tot een waarde bepaald tijdens de modelgoedkeuring door gebruik te maken van de volgende formule:
Emax = 2 x ( PH / (1- TR) x TP/3600) - Emin
waarbij:
Emax = maximale totale inzet per spel;
PH = maximaal gemiddeld uurverlies;
TR = werkelijk herverdelinggehalte bepaald tijdens de modelgoedkeuring;
TP = minimum speeltijd;
Emin = mimimaal mogelijke inzet per spel.
De waarde van Emax wordt afgerond op de laagste mogelijke munteenheid.

Art. 4. In artikel 5, d), van hetzelfde besluit worden de woorden '12,50 EUR' vervangen door de woorden '25,00 EUR'.

Art. 5. Artikel 5, g), van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt:
g) per spel mag de speler niet meer dan 200 maal de maximale totale inzet, zoals bepaald in artikel 5, c) ontvangen;
De maximale winst per spel mag echter niet hoger liggen dan 500 EUR voor een monospeler automaat en 1.000 EUR per terminal bij een multispeler automaat.
De automaat moet de inzetmogelijkheden van de speler begrenzen, opdat de mogelijke winst per partij, de maximale winst die bepaald werd door de modelgoedkeuring, niet overschreden kan worden.

Art. 6. Dit besluit treedt in werking op de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.

Art. 7. Onze Minister bevoegd voor Justitie, Onze Minister bevoegd voor Begroting en Overheidsbedrijven, Onze Minister bevoegd voor Binnenlandse Zaken, Onze Minister bevoegd voor Financiën, Onze Minister bevoegd voor Sociale Zaken en Volksgezondheid en Onze Minister bevoegd voor Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 14 juni 2004.
ALBERT
Van Koningswege:
De Minister van Justitie,
Mevr. L. ONKELINX
De Minister van Begroting en Overheidsbedrijven,
J. VANDE LANOTTE
De Minister van Binnenlandse Zaken,
P. DEWAEL
De Minister van Financiën,
D. REYNDERS
De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid,
R. DEMOTTE
De Minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid,
Mevr. F. MOERMAN

Artikel 53 - Koninklijk besluit van 22 december 2000 betreffende de modaliteiten van aanvraag en de vorm van de vergunning klasse E aangaande de kansspelen

Artikel 1. De aanvraag voor een vergunning klasse E wordt ingediend bij de kansspelcommissie, hierna te noemen de commissie, op haar administratieve zetel, bij ter post aangetekende brief door middel van een formulier overeenkomstig het model dat als bijlage I bij dit besluit is opgenomen. Dit formulier wordt aan de aanvrager toegezonden, door de commissie, op zijn vraag.

Art. 2. De aanvraag wordt behandeld binnen een termijn van zes maanden te rekenen vanaf de ontvangst van de ter post aangetekende brief, bedoeld in artikel 1.
De beslissing van de commissie wordt aan de betrokkene bij ter post aangetekende brief meegedeeld.
Bij een gunstige beslissing wordt een vergunning klasse E, waarvan het model als bijlage II bij dit besluit is gevoegd, bezorgd aan de betrokkene.

Art. 3. Personen die op het ogenblik van de inwerkingtreding van dit besluit diensten leveren waarvoor een vergunning klasse E vereist is, mogen deze diensten blijven leveren tot op het ogenblik dat de commissie een beslissing heeft genomen over hun aanvraag, op voorwaarde dat de aanvraag volledig is en werd ingediend binnen een termijn van één maand na de inwerkingtreding van dit besluit.
Als de commissie een beslissing over de aanvraag heeft genomen:
a) beschikken de personen die diensten leveren over een periode van drie maanden voor de stopzetting van het leveren van de diensten als de vergunning is geweigerd, en dit vanaf de datum van de kennisgeving;
b) beschikken de personen die diensten leveren over een periode van twaalf maanden om de levering van de diensten definitief aan te passen overeenkomstig dit besluit, en dit vanaf de datum van de kennisgeving van het toekennen van de vergunning klasse E.

Art. 4. a) Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.

Art. 5. Onze Minister van Justitie, Onze Minister van Financiën, Onze Minister van Economie, Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Onze Minister van Volksgezondheid zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 22 december 2000.
ALBERT
Van Koningswege:
De Minister van Justitie,
M. VERWILGHEN
De Minister van Financiën,
D. REYNDERS
De Minister van Economie,
Ch. PICQUE
De Minister van Binnenlandse Zaken,
A. DUQUESNE
De Minister van Volksgezondheid,
Mevr. M. AELVOET

Artikel 53 - Koninklijk besluit van 21 februari 2003 tot vaststelling en de wijze van innen, door de Metrologische Dienst van het Ministerie van Economische Zaken, van de vergoedingen betreffende de controles voor de modelgoedkeuring en de navolgende controles van de kansspelen

Artikel 1. Het bedrag van de vergoeding van de modelgoedkeuring voor automatische kansspelen wordt bepaald als volgt:
1° automatische kansspelen bestemd voor inrichtingen klasse I: 14.000 EUR;
2° automatische kansspelen bestemd voor inrichtingen klasse II: 12.000 EUR;
3° automatische kansspelen bestemd voor inrichtingen klasse III: 7.500 EUR.

Art. 2. Het bedrag van de vergoeding van de modelgoedkeuring kan verlaagd worden naar gelang de aard en het volume van de werkzaamheden inzake het onderzoek van het model. In dat geval wordt het gefactureerd op basis van het uurtarief bepaald in artikel 6 van dit besluit.

Art. 3. Het bedrag van de vergoeding voor eerste ijk voor de automatische kansspelen wordt bepaald als volgt:
1° automatische kansspelen voor inrichtingen klasse I: 200 EUR;
2° automatische kansspelen voor inrichtingen klasse II: 150 EUR;
3° automatische kansspelen voor inrichtingen klasse III: 100 EUR.

Art. 4. Het bedrag van de vergoeding voor herijk voor de automatische kansspelen wordt bepaald als volgt:
1° automatische kansspelen voor inrichtingen klasse I: 175 EUR;
2° automatische kansspelen voor inrichtingen klasse II: 125 EUR;
3° automatische kansspelen voor inrichtingen klasse III: 75 EUR.

Art. 5. Als de ijk niet kan plaatsvinden door toedoen van de aanvrager of de houder van het kansspel, bedraagt de verschuldigde vergoeding 40 % van het bedrag dat verschuldigd zou zijn indien de controle had kunnen plaatshebben.
Er is geen vergoeding verschuldigd wanneer de Metrologische Dienst van het Ministerie van Economische Zaken, minstens drie werkdagen vóór de datum waarop de ijk uitgevoerd wordt in kennis wordt gesteld van de onmogelijkheid om die ijk uit te voeren.

Art. 6. Andere controleverrichtingen dan die bedoeld in de artikelen 1, 3 en 4 worden gefactureerd aan het uurtarief van 75 EUR per persoon.

Art. 7. De bedragen bedoeld in de artikelen 1, 3, 4, 5 en 6 worden gefactureerd door de Metrologische Dienst van het Ministerie van Economische Zaken ten gunste van het Fonds Kansspelen.

Art. 8. De bepalingen bedoeld in artikel 53.6 van de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers treden in werking op de dag van de inwerkingtreding van dit besluit.

Art. 9. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2002.

Art. 10. Onze Minister bevoegd voor Binnenlandse Zaken, Onze Minister bevoegd voor Justitie, Onze Minister bevoegd voor Financiën, Onze Minister bevoegd voor Economie, en Onze Minister bevoegd voor Volksgezondheid, zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 21 februari 2003.
ALBERT
Van Koningswege:
De Minister van Binnenlandse Zaken,
A. DUQUESNE
De Minister van Justitie,
M. VERWILGHEN
De Minister van Financiën,
D. REYNDERS
De Minister van Economie,
Ch. PICQUE
De Minister van Volksgezondheid,
J. TAVERNIER.

Artikel 53 - Koninklijk besluit van 21 februari 2003 betreffende de controleprocedures die aan de erkenning voorafgaan, de regels van toezicht op en controle van de kansspelen

HOOFDSTUK I. - Evaluatie van de technische overeenstemming van de kansspelen.

Afdeling 1. - De modelgoedkeuring.

Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit, dient te worden verstaan onder:
1° de wet: de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers;
2° de Commissie: de Kansspelcommissie;
3° de instantie(s): de instantie(s) bedoeld in artikel 52, tweede lid, van de wet, belast met de controles.

Art. 2. § 1. De erkenning van een kansspel is afhankelijk van zijn modelgoedkeuring uitgereikt door één van de instanties.
§ 2. Het onderzoek van een model van kansspel met het oog op de goedkeuring ervan heeft tot doel na te gaan of het model aan de door Ons met toepassing van de artikelen 8, 33.4, 38.4 en 43.4 van de wet vastgelegde werkingsregels voldoet, voor de categorie kansspelen waartoe dit model behoort, en of de overeenkomstig dit model te vervaardigen kansspelen aan diezelfde voorschriften kunnen voldoen.
De instantie belast met het onderzoek van het model zal, zonder ze te herbeginnen, de proeven en controles aanvaarden uitgevoerd in een andere lidstaat van de Europese Gemeenschappen of in land dat partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, op voorwaarde dat hun resultaten tot haar beschikking gesteld worden en als voldoende geëvalueerd worden.
§ 3. Wanneer een kansspel samengesteld is uit verscheidene onderdelen, kunnen bepaalde onderdelen afzonderlijk worden getest en een testverslag bekomen. De modelgoedkeuring kan enkel uitgereikt worden voor het complete kansspel.
§ 4. Iedere wijziging of aanvulling van een goedgekeurd model moet aan de betrokken instantie bekendgemaakt worden wanneer de werking van het kansspel daardoor kan beïnvloed worden. Een variante op de modelgoedkeuring wordt uitgereikt op basis van het onderzoek bepaald in § 2 van dit artikel.

Art. 3. § 1. De aanvraag tot modelgoedkeuring wordt bij de Metrologische Dienst ingediend door de fabrikant of zijn verdeler gevestigd in een Lidstaat van de Europese Gemeenschappen of in een land dat partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte.
§ 2. De aanvraag omvat de volgende inlichtingen:
- de naam en woonplaats van de fabrikant en, in voorkomend geval, van zijn verdeler;
- de categorie van het kansspel;
- het type en de eventuele handelsbenaming.
De aanvraag, in drievoud, moet vergezeld zijn van de documenten die ter beoordeling ervan noodzakelijk zijn, met name:
- een recente, door de fabrikant opgestelde, conformiteitverklaring, aangevend dat het voor de modelgoedkeuring aangeboden toestel ontwikkeld en gebouwd is in overeenstemming met de reglementaire eisen betreffende de kansspelen;
- een volledige beschrijving van de werkingswijze van het kansspel;
- duidelijke kleurenfoto's van het buitenaanzicht van het kansspel;
- montagetekeningen;
- een beschrijvende nota met bijzonderheden over de bouw en de werking, de beveiligingsinrichtingen die de goede werking waarborgen, de regelingsinrichtingen, de opschriften, de voor het aanbrengen van ijk- en gebeurlijke verzegelingsmerken voorziene plaatsen;
- ieder relevant document waarmee de evaluatie van de overeenstemming met de reglementaire eisen vergemakkelijkt wordt.

Art. 4. Binnen een redelijke termijn afhankelijk van de uit te voeren proeven, wordt de modelgoedkeuring aan de aanvrager afgeleverd in de vorm van een gedagtekend en ondertekend attest. Dit attest bepaalt het toegekende modelgoedkeuringsteken en, in voorkomend geval, de op het goedgekeurde kansspel toe te passen technische installatievoorwaarden. Het attest is vergezeld van de tekeningen en de beschrijving die het model identificeren.

Art. 5. § 1. De geldigheidsduur van de modelgoedkeuringen is tien jaar; zij kan verlengd worden voor achtereenvolgende perioden van dezelfde duur.
§ 2. Voorlopige modelgoedkeuringen wat de geldigheidsduur, de werkingswijze of de aangewende techniek betreft, kunnen worden toegekend wanneer alleen de ingebruikneming van het model de controle-instantie in staat stelt de informatie in te winnen op basis waarvan ze kan nagaan of dat model al dan niet aan de vastgestelde werkingsregels voldoet.
§ 3. Een modelgoedkeuring, die van beperkte strekking inbegrepen, wordt ingetrokken wanneer de met het goedgekeurde model overeenstemmende kansspelen een gebrek van algemene aard vertonen, waardoor ze ongeschikt worden voor hun doel, of wanneer vastgesteld wordt dat de modelgoedkeuring ten onrechte verleend werd.
Een modelgoedkeuring van beperkte strekking wordt eveneens ingetrokken wanneer één van de beperkingen vermeld onder paragraaf 2, niet nageleefd wordt.

Art. 6. Op verzoek van de instantie die de modelgoedkeuring aflevert, moet de aanvrager alle middelen verstrekken die noodzakelijk zijn voor het onderzoek van een model met het oog op de goedkeuring ervan.

Afdeling II. - De eerste ijk.

Art. 7. § 1. De eerste ijk heeft tot doel na te gaan of elk kansspel, voorafgaand aan de ingebruikneming ervan, overeenstemt met het goedgekeurde model en voldoet aan de vastgelegde technische voorschriften. Zo ja, wordt het merk van eerste ijk, overeenkomstig de bepalingen van artikel 17, brengt de Metrologische Dienst het merk van eerste ijk op het ijkplaatje aan of levert een ijkattest af.
§ 2. De aanvragen tot eerste ijk worden door de begunstigde van de modelgoedkeuring of door zijn gemachtigde aan de Metrologische Dienst gericht.
§ 3. Elk kansspel moet in zulke staat worden aangeboden, dat de ijking en het aanbrengen van de ijk- en verzegelingsmerken zonder voorbereidend werk of regeling tijdens de ijk kunnen volbracht worden.

Afdeling III. - De herijk.

Art. 8. De herijk bestaat erin na te gaan of elk kansspel dat reeds een eerste maal geijkt is nog voldoet aan de wettelijke voorschriften. Zo ja, wordt een ijkmerk, zoals beschreven in artikel 18, aangebracht of een ijkattest afgeleverd.

Art. 9. De herijk voor de verschillende categorieën kansspelen vindt plaats na door Ons bepaalde periodes.

Art. 10. De met de herijk belaste instanties voeren generlei regeling of herstelling uit van de ten ijk aangeboden kansspelen.

Art. 11. Wanneer bij de herijk geringe gebreken worden gevonden, kan de instantie die de herijk uitgevoerd heeft, aan de eigenaar of houder gelegenheid geven het kansspel te laten herstellen en binnen een bepaalde termijn opnieuw tot de herijk aan te bieden, zonder ondertussen het gebruik van het kansspel te verbieden.
Het bedoelde kansspel wordt dan voorzien van het herstellingsmerk zoals beschreven in artikel 19.

Art. 12. Het afkeuringsmerk, bedoeld in artikel 20, wordt ambtshalve aangebracht door de instantie die de ijking heeft verricht, wanneer ze acht dat het gebruik van het geijkte kansspel moet verboden worden:
- hetzij omdat het onherstelbaar is;
- hetzij omdat de vastgestelde gebreken, vóór alle verder gebruik, een herstelling vergen.
Het opnieuw in dienst nemen van een dusdanig kansspel mag slechts plaatsvinden na een nieuwe door de hersteller, houder van een vergunning van klasse E bedoeld in artikel 48 van de wet, aan te vragen herijk.
Buiten het aanbrengen van het afkeuringsmerk worden de vroegere ijkmerken vernietigd.

Afdeling IV. - De technische controle.

Art. 13. De technische controle bestaat erin na te gaan of een kansspel dat reeds een eerste maal geijkt is nog voldoet aan de wettelijke voorschriften.
De controle kan op elk ogenblik op een geijkt kansspel uitgevoerd worden, op verzoek van de Commissie of op initiatief van één van de instanties.

Art. 14. Het afkeuringsmerk, bedoeld in artikel 20, wordt ambtshalve aangebracht door de instantie die de controle heeft verricht, wanneer ze acht dat het gebruik van het geijkte kansspel moet verboden worden:
- hetzij omdat het onherstelbaar is;
- hetzij omdat de vastgestelde gebreken, vóór alle verder gebruik, een herstelling vergen.
Het opnieuw in dienst nemen van een dusdanig kansspel mag slechts plaatsvinden na een nieuwe herijk, aan te vragen door de hersteller, houder van een vergunning van klasse E, bedoeld in artikel 48 van de wet.
Buiten het aanbrengen van het afkeuringsmerk worden de vroegere ijkmerken vernietigd.

HOOFDSTUK II. - Goedkeuringstekens, ijkmerken en -attesten.

Art. 15. Het is verboden op een kansspel merken of opschriften aan te brengen die verwarring kunnen teweeg brengen met de in dit hoofdstuk vastgelegde merken en tekens.

Art. 16. Het in artikel 4 van dit besluit bedoelde modelgoedkeuringsteken bestaat uit een rechthoekige omlijsting bevattende de hoofdletter B, een streepje, de twee laatste cijfers van het jaartal van toekenning van de modelgoedkeuring, een streepje en een kennummer van meerdere cijfers.
Het kennummer wordt voorafgegaan door de letter P bij modelgoedkeuringen van beperkte strekking.
Dit teken moet aangebracht worden op de met het bedoeld model overeenstemmend kansspel door degene die de modelgoedkeuring heeft bekomen. De plaats waarop dit teken wordt aangebracht is aangewezen in het modelgoedkeuringsdossier.

Art. 17. Het aanvaardingsmerk bij eerste ijk bestaat uit twee delen:
a) het DEEL I wordt gevormd door het kenteken van de instantie,
b) het DEEL II wordt gevormd door de laatste twee cijfers van het jaar waarin de ijk plaatsvindt, aangebracht in een zeshoekige omlijsting.
Dit merk wordt aangebracht op een ijkplaatje bepaald in de modelgoedkeuring.

Art. 18. Het aanvaardingsmerk bij herijk wordt gevormd door de laatste twee cijfers van het jaar waarin de ijking plaatsvindt, aangebracht in een zeshoekige omlijsting, en door de geldigheidsduur. Ze worden weergegeven op een groenkleurig zelfklevend etiket. De plaats waarop dit merk wordt aangebracht wordt bepaald in het modelgoedkeuringsdossier.

Art. 19. Het herstellingsmerk bij herijk bestaat uit een geelkleurig zelfklevend etiket van rechthoekige vorm, met de aanduiding van de voor de herstelling toegestane termijn en het kenteken van de instantie die de controle heeft uitgevoerd. De plaats waarop dit merk wordt aangebracht wordt bepaald in het modelgoedkeuringsdossier.

Art. 20. Het afkeuringsmerk bij herijk bestaat uit een gelijkzijdige driehoek die het kenteken bevat van de instantie die de controle heeft uitgevoerd.
Dit merk wordt aangebracht door de afdruk van een stempel of door een rechthoekig rood zelfklevend etiket. De plaats waarop dit merk wordt aangebracht wordt bepaald in het modelgoedkeuringsdossier.

Art. 21. Wanneer de samenstelling of de afmetingen van een kansspel het aanbrengen van merken van eerste ijk of herijk niet toelaten, worden deze merken vervangen door een attest.
Dit attest moet door de houder van het kansspel waarop het betrekking heeft, bewaard worden en door deze laatste, op de eerste vraag van één van de instanties getoond worden.

HOOFDSTUK III. - Controles uitgevoerd door een geaccrediteerde instelling.

Art. 22. Overeenkomstig de bepalingen van artikel 52, tweede lid, 2e streepje en derde lid van de wet, kan de Metrologische Dienst van het Ministerie van Economische Zaken de modelgoedkeuringsproeven, de eerste ijk, de herijk en de technische controle toevertrouwen aan hiertoe geaccrediteerde instellingen in het kader van de wet van 20 juli 1990 betreffende de accreditatie van certificatie- en keuringsinstellingen, alsmede van beproevingslaboratoria of geaccrediteerd in een andere lidstaat van de Europese Gemeenschappen of in een ander land dat partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte. De geaccrediteerde instellingen sturen de resultaten van de controles door naar de Metrologische Dienst.

Art. 23. Bij een eerste ijk, een herijk of een technische controle brengt de geaccrediteerde instelling de ijkmerken aan bepaald in de artikelen 17, 18, 19 en 20. In dit geval bevatten de merken ook het identificatienummer van de geaccrediteerde instelling.

HOOFDSTUK IV. - Slotbepalingen.

Art. 24. De bepalingen van de artikelen 52, 53.3 en 53.5 van de wet treden in werking op de dag van de inwerkingtreding van dit besluit.

Art. 25. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2002.

Art. 26. Onze Minister bevoegd voor Binnenlandse Zaken, Onze Minister bevoegd voor Justitie, Onze Minister bevoegd voor Financiën, Onze Minister bevoegd voor Economie en Onze Minister bevoegd voor Volksgezondheid zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 21 februari 2003.
ALBERT
Van Koningswege:
De Minister van Binnenlandse Zaken,
A. DUQUESNE
De Minister van Justitie,
M. VERWILGHEN
De Minister van Financiën,
D. REYNDERS
De Minister van Economie,
Ch. PICQUE
De Minister van Volksgezondheid,
J. TAVERNIER.

Artikel 53 - Koninklijk besluit van 8 april 2003 betreffende de werking van de automatische kansspelen waarvan de exploitatie is toegelaten in de kansspelinrichtingen klasse II

Hoofdstuk I. - [1 Verplichtingen voor de categorie van automatische spelen zonder spelerskaart.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij KB 2009-06-11/07, art. 1, 003; Inwerkingtreding: 09-07-2009>

Artikel 1. Elk toestel dienstig voor kansspelen in kansspelinrichtingen klasse II, moet opnieuw kunnen starten zonder verlies van gegevens na een stroomonderbreking.
De samenhang en verbinding met andere toestellen en systemen mogen in geen geval invloed uitoefenen op de gebeurtenissen en de resultaten verbonden aan de kansspelen voorgesteld door de automaat.

Art. 2. § 1. Alle gebeurtenissen en resultaten verbonden aan de spelen moeten afhankelijk zijn van het toeval. Vormen met name gebeurtenissen en resultaten, verbonden aan de spelen, die kunnen voorkomen volgens een waarschijnlijkheidsgraad in een automatisch kansspel:
a) symbolen;
b) getrokken getallen;
c) kaarten;
d) dobbelsteenconfiguraties;
e) cijfercombinaties.
§ 2. De gebeurtenissen en de resultaten verbonden aan de spelen moeten afhangen van het toeval als zij voortgebracht worden door een generator van kanscijfers of door een ander middel gebaseerd op de tussenkomst van het lot;
De handelingen gesteld door de speler mogen het resultaat niet bepalen.
§ 3. De inwerkingstelling van de gebeurtenissen verbonden aan de spelen mag enkel bepaald worden door vaste parameters.
Het gebruik, bij een nieuwe partij, van gebeurtenissen of resultaten verbonden aan het spel, bepaald of geselecteerd door een speler bij de vorige partij, is toegelaten. Zij mogen evenwel niet de gebeurtenissen of resultaten conditioneren gebonden aan het spel, want deze moeten tijdens de nieuwe partij afhangen van het toeval.
§ 4. Het is toegelaten verscheidene parameters te gebruiken die een verschillend gehalte van herverdeling vertonen en een variabel aantal feiten en resultaten gebonden aan de winsten. De aanvullende parameters moeten alle winstniveaus inhouden voorgesteld door de automaat en mogen niet lager zijn dan het minimum herverdelingsgehalte.
§ 5. De interne statistiek van de gebeurtenissen verbonden aan de spelen, waarover de automaat beschikt om het herverdelingsgehalte te berekenen, mag in geen geval de generator van de kanscijfers beïnvloeden. De generator mag in geen geval aangesloten zijn op tellers of op een systeem van intern toezicht.

Art. 3. Een automatisch toestel dienend voor de kansspelen moet een theoretisch herverdelingsgehalte vertonen van minstens 84 %.
(Tweede lid opgeheven) <KB 2004-06-14/35, art. 1, 002; Inwerkingtreding: 01-07-2004>
(Het herverdelingsgehalte, beoogd in het voorgaande lid, moet worden bepaald door middel van erkende methodes van kansberekening, naargelang het potentieel aantal resultaten verbonden aan de spelen, of aangetoond door speltesten.) <KB 2004-06-14/35, art. 2, 002; Inwerkingtreding: 01-07-2004>

Art. 4. De partij begint wanneer de speler de inwerkingstelling veroorzaakt door het inbrengen van een inzet en zij eindigt met het resultaat van winst of verlies, vooraleer een inzet wordt vereist voor de inwerkingstelling van een nieuwe partij.

Art. 5.Het model van de automatische kansspelen bestemd voor exploitatie in een inrichting klasse II moet als volgt worden opgevat:
a) [1 ...]1
b) [2 De inzetten moeten minstens kunnen gebeuren met Belgische muntstukken.]2
c) [3 De maximum inzet bedraagt 0,25 euro.
 De totale inzet per spel mag samengesteld worden uit meerdere inzetten (multiple inzet).
 Het spel moet met een inzet tussen 0,10 euro en 0,25 euro kunnen starten.
 Door iedere druk op de knop " stake " (of equivalent) mag de inzet enkel stijgen met een bedrag tussen:
 - 0,10 euro en 1,00 euro voor de monopostmachines of multipostmachines met een speeltijd van kleiner dan 60 seconden;
 - 0,10 euro en 5,00 euro voor de multipostmachines met een speeltijd gelijk aan of groter dan 60 seconden.
 De totale inzet per spel moet begrensd worden tot een waarde bepaald tijdens de modelgoedkeuring door gebruik te maken van de volgende formule:
 Emax = (2 x PH/(1-TR) x TP/3600) - Emin (voor monopostmachines of multipostmachines met een speeltijd van kleiner dan 60 seconden)
 Emax = (4 x PH/(1-TR) x TP/3600) - Emin (voor multipostmachines met een speeltijd gelijk aan of groter dan 60 seconden)
 Emax = maximale " totale inzet " toegelaten per spel
 PH = maximaal gemiddeld uurverlies bepaald in d);
 TR = werkelijk herverdelingsgehalte bepaald tijdens de modelgoedkeuring (indien het herverdelingsgehalte afhangt van de inzet, dan wordt de berekening gedaan voor elke mogelijke inzet)
 TP = minimum speltijd
 Emin = minimale mogelijke inzet per spel (waarde tussen 0,10 euro en 0,25 euro)
 De waarde van Emax afgerond tot de laagst mogelijke munteenheid, is de maximale " totale inzet " toegelaten per spel.
 Evenwel, om uit te sluiten dat er onaanvaardbare inzetten mogelijk zouden zijn, wordt de waarde van de maximum toegelaten inzet per partij gelimiteerd tot 100 keer de basisinzet (zijnde dus 25,00 euro) voor monopostmachines of multipost-machines met een speeltijd van kleiner dan 60 seconden en 600 keer de basisinzet (zijnde dus 150,00 euro) voor multipostmachines met een speeltijd gelijk aan of groter dan 60 seconden).]3
d) het gemiddelde uurverlies mag niet hoger zijn dan (25,00 EUR); <KB 2004-06-14/35, art. 4, 002; Inwerkingtreding: 01-07-2004>
e) de betaling geschiedt zodra de speler het betalingsmechanisme in werking stelt;
f) [4 ...]4
g) [5 Per spel mag de speler niet meer dan 200 maal de maximale totale inzet, zoals bepaald in artikel 5, c), ontvangen.
 De maximale winst per spel mag echter niet hoger liggen dan 500,00 euro voor een monospeler of multipostmachine met een speeltijd van kleiner dan 60 seconden en 2.000,00 euro per terminal bij een multipostmachine met een speeltijd gelijk aan of groter dan 60 seconden.
 De automaat moet de inzetmogelijkheden van de speler begrenzen opdat de mogelijke winst per partij, de maximale winst die bepaald werd door de modelgoedkeuring, niet overschreden kan worden.]5
h) als de automaat gelijktijdig meerdere spelers kan ontvangen, op basis van een centraal toevalsproces, bevat elke terminal, een mogelijkheid van toegang en van inzet, en moet voldoen aan de hierboven gestelde criteria;
i) indien de automaat verschillende spelers gelijktijdig kan ontvangen op grond van een centraal toevalsproces, mag geen enkele wederzijdse invloed plaats vinden tussen de individuele eenheden waarin de spelers zich bevinden;
j) de minimumduur van een partij moet minstens 3 seconden bedragen;
k) op het scherm bevindt zich een winstteller die de hoegrootheid van de onmiddellijke winst aangeeft.
----------
(1)<KB
2009-06-11/07, art. 2, 003; Inwerkingtreding: 09-07-2009>
(2)<KB 2009-06-11/07, art. 3, 003; Inwerkingtreding: 09-07-2009>
(3)<KB 2009-06-11/07, art. 4, 003; Inwerkingtreding: 09-07-2009>
(4)<KB 2009-06-11/07, art. 5, 003; Inwerkingtreding: 09-07-2009>
(5)<KB 2009-06-11/07, art. 6, 003; Inwerkingtreding: 09-07-2009>
 

Art. 6.Elk toestel dat dient voor kansspelen in een kansspelinrichtingen klasse II, moet:
1) uitgerust zijn met een intern toezichtsysteem;
2) [1 ...]1
3) beschermd zijn tegen externe invloeden, in het bijzonder tegen elektromagnetische en elektrostatische interferenties en tegen radio-elektrische golven overeenkomstig de Europese Richtlijn89/336/CEE.
----------
(1)<KB 2009-06-11/07, art. 7, 003; Inwerkingtreding: 09-07-2009>

Art. 7. Een automatisch toestel ten behoeve van kansspelen moet uitgerust zijn met elektronische tellers met minstens acht cijfers en met elektromechanische tellers met minstens zes cijfers.
De elektronische tellers moeten een precisiegraad van 99,99 % vertonen en zich terug instellen op nul, met aangeving van deze verrichting, zodra ze hun maximale bekendmakingcapaciteit bereikt hebben.
De elektromechanische tellers moeten beantwoorden aan de erkende technische staat.

Art. 8.De elektronische tellers voorzien in artikel 7 van dit besluit moeten minstens registreren:
1) de geldstroom, in het bijzonder volgende transacties:
a) het aantal ingevoerde stukken, gewoonlijk genoemd coin in ;
b) het aantal betaalde stukken, gewoonlijk genoemd coin out ;
c) het aantal stukken behouden door de automaat, gewoonlijk genoemd coin drop ;
d) het totaal van de winsten betaald door de centrale kassa, gewoonlijk genoemd handpay ;
2) het totaal bedrag van de inzetten [1 ...]1 ;
3) het bedrag van de totale winst;
4) het aantal partijen;
5) de dode momenten en onderbrekingen in de werking van de toestellen;
6) de openingen van de toestellen en compartimenten waar het geld zich bevindt.
De elektromechanische tellers moeten dezelfde gegevens registreren als de elektronische tellers, voor zover dit technisch mogelijk is.
----------
(1)<KB 2009-06-11/07, art. 8, 003; Inwerkingtreding: 09-07-2009>

Hoofdstuk II. - [1 Verplichtingen voor de categorie van automatische spelen met spelerskaart.]1

----------
(1)<Ingevoegd bij KB 2009-06-11/07, art. 9, 003; Inwerkingtreding: 09-07-2009>

Art. 9.[1 Elk toestel dienstig voor kansspelen in kansspelinrichtingen klasse II, moet opnieuw kunnen starten zonder verlies van gegevens na een stroomonderbreking. De samenhang en verbinding met andere toestellen en systemen mogen in geen geval invloed uitoefenen op de gebeurtenissen en de resultaten verbonden aan de kansspelen voorgesteld door de automaat.]1
----------
(1)<KB 2009-06-11/07, art. 10, 003; Inwerkingtreding: 09-07-2009>

Art. 10.[1 § 1. Alle gebeurtenissen en resultaten verbonden aan de spelen moeten afhankelijk zijn van het toeval. Vormen met name gebeurtenissen en resultaten, verbonden aan de spelen, die kunnen voorkomen volgens een waarschijnlijkheidsgraad in een automatisch kansspel:
 a. symbolen;
 b. getrokken getallen;
 c. kaarten;
 d. dobbelsteenconfiguraties;
 e. cijfercombinaties.
 § 2. De gebeurtenissen en de resultaten verbonden aan de spelen moeten afhangen van het toeval als zij voortgebracht worden door een generator van kanscijfers of door een ander middel gebaseerd op de tussenkomst van het lot.
 De handelingen gesteld door de speler mogen het resultaat niet bepalen.
 § 3. De inwerkingstelling van de gebeurtenissen verbonden aan de spelen mag enkel bepaald worden door vaste parameters.
 Het gebruik, bij een nieuwe partij, van gebeurtenissen of resultaten verbonden aan het spel, bepaald of geselecteerd door een speler bij de vorige partij, is toegelaten. Zij mogen evenwel niet de gebeurtenissen of resultaten conditioneren gebonden aan het spel, want deze moeten tijdens de nieuwe partij afhangen van het toeval.
 § 4. De interne statistiek van de gebeurtenissen verbonden aan de spelen, waarover de automaat beschikt om het herverdelingsgehalte te berekenen, mag in geen geval de generator van de kanscijfers beïnvloeden. De generator mag in geen geval aangesloten zijn op tellers of op een systeem van intern toezicht.]1
----------
(1)<KB 2009-06-11/07, art. 11, 003; Inwerkingtreding: 09-07-2009>

Art. 11.[1 Voor het respect van het uurgemiddelde dient de inzet op deze automatische spelen met spelerskaart uitsluitend te gebeuren door een individuele en persoonlijke spelerskaart.
 Het toestel moet, voor elke partij, de waarden samenvoegen van de speeltijd en het verlies van de speler. Het toestel moet de toegang verbieden tot het spel voor een speler waarvan het samengevoegd verlies groter is dan de gestelde limieten.]1
----------
(1)<KB 2009-06-11/07, art. 12, 003; Inwerkingtreding: 09-07-2009>

Art. 12.[1 Het gemiddelde uurverlies mag niet hoger zijn dan 25,00 euro;
 De betaling geschiedt zodra de speler het betalingsmechanisme in werking stelt.]1
----------
(1)<KB 2009-06-11/07, art. 13, 003; Inwerkingtreding: 09-07-2009>


Art. 13. [1 De automatische spelen met spelerskaart dienen:
 a) uitgerust te zijn met een intern toezichtsysteem;
 b) beschermd te zijn tegen externe invloeden, in het bijzonder tegen elektromagnetische en elektrostatische interferenties en tegen radio-elektrische golven overeenkomstig de Europese Richtlijn 89/336/CEE.]1

----------
(1)<Ingevoegd bij KB 2009-06-11/07, art. 14, 003; Inwerkingtreding: 09-07-2009>

Art. 14. [1 De automatische spelen met spelerskaart moeten uitgerust zijn met elektronische tellers met minstens acht cijfers en met een elektromechanische teller met minstens zes cijfers. De elektronische tellers moeten een precisiegraad van 99,99 % vertonen en zich terug instellen op nul, met aangeving van deze verrichting, zodra ze hun maximale affichagecapaciteit bereikt hebben.
 De elektronische tellers moeten beantwoorden aan de erkende technische staat.]1

----------
(1)<Ingevoegd bij KB 2009-06-11/07, art. 15, 003; Inwerkingtreding: 09-07-2009>

Art. 15. [1 De elektronische tellers voorzien in artikel 14 van dit besluit moeten minstens registreren:
 1. het totaal bedrag van de inzetten;
 2. het bedrag van de totale winst;
 3. het aantal partijen;
 4. de dode momenten en onderbrekingen in de werking van de toestellen;
 5. de openingen van de toestellen.
 De elektromechanische tellers moeten dezelfde gegevens registreren als de elektronische tellers, voor zover dit technisch mogelijk is.]1

----------
(1)<Ingevoegd bij KB 2009-06-11/07, art. 16, 003; Inwerkingtreding: 09-07-2009>

Hoofdstuk III. [1 Slotbepalingen.]1

----------
(1)<Ingevoegd bij KB 2009-06-11/07, art. 17, 003; Inwerkingtreding: 09-07-2009>

Art. 16. [1 Onverminderd het koninklijk besluit tot vaststelling van de lijst van automatische kansspelen waarvan de exploitatie is toegelaten in de kansspelinrichtingen klasse II, kan door de Kansspelcommissie, na advies van de Metrologische Dienst van het Ministerie van Economische Zaken, een toelating worden gegeven aan bepaalde testtoestellen.
 De aanvraag om een toelating wordt gericht aan de Kansspelcommissie, samen met:
 1° een verklaring op eer waarin de aanvrager erkent de technische vereisten en de bepalingen inzake het gemiddeld uurverlies te eerbiedigen;
 2° de gegevens betreffende de interne statistiek, zoals bepaald in artikel 2, § 5, van dit besluit;
 3° een verklaring op eer waarin de aanvrager stelt dat de testtoestellen met toelating overeenstemmen inzake categorie en definitie zoals bepaald is in het koninklijk besluit tot vaststelling van de lijst van de automatische kansspelen waarvan de exploitatie is toegelaten in de kansspelinrichtingen klasse II.
 De Kansspelcommissie bepaalt het aantal testtoestellen, de locatie ervan en de tijdsduur van de vergunning.]1

----------
(1)<Ingevoegd bij KB 2009-06-11/07, art. 17, 003; Inwerkingtreding: 09-07-2009>

Art. 17.[1 Onze minister bevoegd voor Justitie, Onze minister bevoegd voor Financiën, Onze minister bevoegd voor Volksgezondheid, Onze minister bevoegd voor Binnenlandse Zaken, Onze minister bevoegd voor Ondernemen, Onze minister bevoegd voor Overheidsbedrijven, zijn ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.]1

----------
(1)<Ingevoegd bij KB 2009-06-11/07, art. 17, 003; Inwerkingtreding: 09-07-2009>

Gegeven te Brussel, 8 april 2003.
ALBERT
Van Koningswege:
De Minister van Binnenlandse Zaken,
A. DUQUESNE
De Minister van Justitie,
M. VERWILGHEN
De Minister van Financiën,
D. REYNDERS
De Minister van Overheidsbedrijven en Participaties,
R. DAEMS
De Minister van Economie,
C. PICQUE
De Minister van Volksgezondheid,
J. TAVERNIER.

 

Artikel 53 - Koninklijk besluit van 11 juli 2003 betreffende de werking van de kansspelen waarvan de exploitatie is toegelaten in de kansspelinrichtingen klasse III

Artikel 1.De speelapparaten waarvan de exploitatie is toegelaten in de kansspelinrichtingen klasse III dienen te voldoen aan volgende voorwaarden:
1° ze mogen niet uitgerust zijn met een automatisch betalingsmechanisme;
2° de basisinzet, dat wil zeggen het minimumbedrag dat nodig is om het toestel in werking te brengen, is beperkt tot 0,25 EUR, de minimuminzet is gelijk aan de basisinzet en de maximuminzet is gelijk aan vijfentwintig maal de basisinzet;
3° er kan per spel maar één bijkomende bal worden verkregen, tegen een prijs die uitdrukkelijk op het toestel vermeld staat en die niet hoger mag zijn dan vijfentwintig maal de basisinzet;
4° de maximuminzet moet de mogelijkheid bieden om een maximale winst te boeken;
5° het inzetten geschiedt door op een daartoe bestemde knop aan het toestel evenveel keer te drukken als de basisinzet in de gekozen inzet gaat;
6° het toestel kan enkel in werking worden gesteld door er muntstukken ter waarde van ten hoogste 2 EUR in te steken;
7° geen enkele vorm van afstandsbediening mag het toestel bedienen;
8° elk toestel moet opnieuw kunnen starten zonder verlies van gegevens na een stroomonderbreking;
9° het toestel dient uitgerust te zijn met een mechanisme dat belet dat er meer geld dan de maximuminzet kan worden ingestoken;
[1 10° het toestel dient uitgerust te zijn met een elektronische-identiteitskaartlezer;
 11° het toestel kan enkel in werking worden gesteld wanneer een elektronische identiteitskaart van een meerderjarige speler wordt ingebracht.
 Indien de speler niet over een elektronische identiteitskaart beschikt, kan de exploitant het toestel in werking stellen door middel van een uitbaterskaart na verificatie van de leeftijd van de potentiële speler.]1
----------
(1)<KB 2011-02-03/20, art. 1, 002; Inwerkingtreding: 01-07-2011>

Art. 2. De winstmogelijkheden mogen in geen geval tweeduizend maal de basisinzet te boven gaan. De winst moet in één keer worden toegekend na het einde van een spel, dat wil zeggen zodra de overeenkomstig de gekozen inzet beschikbare ballen en, in voorkomend geval, de bijkomende bal zijn opgebruikt.

Art. 3. Er wordt ten minste 84 % van de inzet uitgekeerd onder de vorm van winst.

Art. 4. Het toestel dient te worden beschermd tegen externe invloeden, in het bijzonder tegen elektromagnetische en elektrostatische interferenties en tegen radio-elektrische golven overeenkomstig de Europese Richtlijn 89/336/CEE.

Art. 5. De interne statistiek van de gebeurtenissen verbonden aan de spelen, waarover de automaat beschikt om het herverdelingsgehalte te berekenen mag in geen geval de generator van de kanscijfers beïnvloeden. De generator mag niet zijn aangesloten op de tellers of op een systeem van intern toezicht.

Art. 6. Onverminderd artikel 1 kan aan bepaalde testtoestellen een toelating tot plaatsing worden gegeven door de Kansspelcommissie, na advies van de Metrologische Dienst van het ministerie van Economische Zaken.
De aanvraag om een toelating om testtoestellen te plaatsen wordt gericht aan de Kansspelcommissie, samen met een verklaring op eer waarin de aanvrager erkent de technische vereisten en de bepalingen inzake het gemiddeld uurverlies te eerbiedigen, en waarin de aanvrager stelt dat de testtoestellen met toelating dienen overeen te stemmen met de toegelaten toestellen, bepaald in het koninklijk besluit tot vaststelling van de lijst van de automatische kansspelen waarvan de exploitatie is toegelaten in de kansspelinrichtingen klasse III.
De Kansspelcommissie bepaalt het aantal testtoestellen, de locatie ervan, en de tijdsduur van de toelating.

Art. 7. Het koninklijk besluit van 22 december 2000 betreffende de werkingsregels van de kansspelen waarvan de exploitatie is toegelaten in de kansspelinrichtingen klasse III wordt opgeheven.

Art. 8. Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.

Art. 9. Onze Minister bevoegd voor Binnenlandse Zaken, Onze Minister bevoegd voor Financiën, Onze Minister bevoegd voor Justitie, Onze Minister bevoegd voor Overheidsbedrijven en Participaties, Onze Minister bevoegd voor Economie, en Onze Minister bevoegd voor Volksgezondheid, zijn ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 11 juli 2003.
ALBERT
Van Koningswege:
De Minister van Binnenlandse Zaken,
A. DUQUESNE
De Minister van Justitie,
M. VERWILGHEN
De Minister van Financiën,
D. REYNDERS
De Minister van Overheidsbedrijven en Participaties,
R. DAEMS
De Minister van Economie,
Ch. PICQUE
De Minister van Volksgezondheid,
J. TAVERNIER.

Artikel 53 - Koninklijk besluit van 14 juni 2004 tot wijziging van het koninklijk besluit van 8 april 2003 betreffende de werking van de automatische kansspelen waarvan de exploitatie is toegelaten in de kansspelinrichtingen klasse II

Artikel 1. Artikel 3, tweede lid, van het koninklijk besluit van 8 april 2003 betreffende de werking van de automatische kansspelen waarvan de exploitatie is toegelaten in de kansspelinrichtingen klasse II wordt opgeheven.

Art. 2. Artikel 3, derde lid, van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt: « Het herverdelingsgehalte, beoogd in het voorgaande lid, moet worden bepaald door middel van erkende methodes van kansberekening, naargelang het potentieel aantal resultaten verbonden aan de spelen, of aangetoond door speltesten. »

Art. 3. Artikel 5, c), van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt:
c) de maximuminzet bedraagt 0,25 EUR.
Iedere inzet moet tussen 0,10 EUR en 0,25 EUR liggen.
De totale inzet per spel mag samengesteld worden uit meerdere inzetten, de zogenaamde multiple inzet.
De verschillende inzetten moeten in het spel geplaatst worden door een actie op de betrokken toets zoveel keer uit te voeren tot de inzet de totale inzet bedraagt.
De totale inzet per spel moet begrensd worden tot een waarde bepaald tijdens de modelgoedkeuring door gebruik te maken van de volgende formule:
Emax = 2 x ( PH / (1- TR) x TP/3600) - Emin
waarbij:
Emax = maximale totale inzet per spel;
PH = maximaal gemiddeld uurverlies;
TR = werkelijk herverdelinggehalte bepaald tijdens de modelgoedkeuring;
TP = minimum speeltijd;
Emin = mimimaal mogelijke inzet per spel.
De waarde van Emax wordt afgerond op de laagste mogelijke munteenheid.

Art. 4. In artikel 5, d), van hetzelfde besluit worden de woorden '12,50 EUR' vervangen door de woorden '25,00 EUR'.

Art. 5. Artikel 5, g), van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt:
g) per spel mag de speler niet meer dan 200 maal de maximale totale inzet, zoals bepaald in artikel 5, c) ontvangen;
De maximale winst per spel mag echter niet hoger liggen dan 500 EUR voor een monospeler automaat en 1.000 EUR per terminal bij een multispeler automaat.
De automaat moet de inzetmogelijkheden van de speler begrenzen, opdat de mogelijke winst per partij, de maximale winst die bepaald werd door de modelgoedkeuring, niet overschreden kan worden.

Art. 6. Dit besluit treedt in werking op de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.

Art. 7. Onze Minister bevoegd voor Justitie, Onze Minister bevoegd voor Begroting en Overheidsbedrijven, Onze Minister bevoegd voor Binnenlandse Zaken, Onze Minister bevoegd voor Financiën, Onze Minister bevoegd voor Sociale Zaken en Volksgezondheid en Onze Minister bevoegd voor Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 14 juni 2004.
ALBERT
Van Koningswege:
De Minister van Justitie,
Mevr. L. ONKELINX
De Minister van Begroting en Overheidsbedrijven,
J. VANDE LANOTTE
De Minister van Binnenlandse Zaken,
P. DEWAEL
De Minister van Financiën,
D. REYNDERS
De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid,
R. DEMOTTE
De Minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid,
Mevr. F. MOERMAN

 

Artikel 53 - Koninklijk besluit van 3 december 2006 betreffende de werkingsregels en de nadere regels inzake de boekhouding en de controle van de kansspelen waarvan de exploitatie is toegestaan in de kansspelinrichtingen klasse I

HOOFDSTUK I. - Algemene regels.

Afdeling 1. - Algemeen.

Artikel 1. In geval van inbreuk op de bepalingen van dit besluit, kan de houder van de vergunning of, indien het een rechtspersoon betreft, een afgevaardigd bestuurder of de zaakvoerder van de inrichting het spel stilleggen.

Art. 2. Alle documenten waarvan de modellen als bijlagen I tot IV bij dit besluit gevoegd zijnde:
I. Ingebruiksneming en inventarisboekje;
II. bevoorradingsbons voor schijven en penningen;
III. Het inschrijvingsregister van de Orphelins;
IV. registratiebons technische interventie;
moeten door de kansspelcommissie bij controle kunnen worden ondertekend.
Deze documenten kunnen op elektronische wijze worden bijgehouden.

Art. 3. De casino's kunnen de dobbelstenen, speelkaarten, penningen, schijven, kaartenschudders/verdelers, het materiaal dat het resultaat van het spel kan beïnvloeden en het materiaal dat gebruikt wordt voor de controle, enkel verkrijgen bij de houders van een vergunning klasse E.

Afdeling 2. - Regels betreffende de inventaris van de dobbelstenen, speelkaarten, kaartenschudders/verdelers en materiaal dat het resultaat van het spel kan beïnvloeden.

Art. 4. Een aanvangsinventaris wordt opgemaakt door de houder van de vergunning of, indien het een rechtspersoon betreft, door een afgevaardigd bestuurder, door de zaakvoerder van de inrichting of door een verantwoordelijke bediende die hij aanwijst, bij de opening van het boekje ingebruikneming en inventaris van de speelkaarten, dobbelstenen, kaartenschudders/verdelers en van het goedgekeurde materiaal, hierna te noemen ingebruiknemings- en inventarisboekje, waarvan het model als bijlage I bij dit besluit is gevoegd.
Onverwachte inventarissen worden facultatief, op verzoek van de voorzitter van de kansspelcommissie, opgemaakt door de controle-instantie bedoeld in artikel 52, tweede lid, van de wet van 7 mei 1999, hierna controle-instantie genoemd of door de kansspelcommissie.
De vertegenwoordiger van de controle-instantie of de kansspelcommissie vermeldt bij de opmaak van de onverwachte inventarissen in het ingebruiknemings- en inventarisboekje het aantal dobbelstenen, speelkaarten, kaartenschudders/verdelers en het materiaal dat het resultaat van het spel kan beïnvloeden, waarvan hij het bestaan heeft vastgesteld. Hij plaatst zijn handtekening onder die vermelding.

Afdeling 3. - Regels betreffende de kaarten.

Art. 5. De kaartspelen gebruikt voor de tafelspelen worden hetzij afzonderlijk verpakt, hetzij bijeengebracht in pakjes van zes spellen, zestallen genaamd, waarvan de kaartruggen van dezelfde kleur moeten zijn.
Alle kaarten moeten worden bewaard in de opbergkast. De opbergkast moet een voor het publiek afgesloten plaats zijn en enkel bestemd voor het bewaren van materiaal dat bij de spelen in de kansspelinrichting klasse I wordt gebruikt.

Art. 6. De kansspelcommissie wordt uiterlijk vierentwintig uur voorafgaand aan de vernietiging van kaarten hiervan in kennis gesteld. De kansspelcommissie of de controle-instantie kan deze vernietiging bijwonen en nagaan of de kaartspelen volledig zijn en geen gemerkte of beschadigde kaarten bevatten.
De gebruikte kaarten worden vernietigd door middel van een papiervernietiger, door middel van een perforeermachine of door een methode door de kansspelcommissie aanvaard.
De gebruikte zestallen moeten tot aan hun vernietiging volledig blijven.

Art. 7. De zestallen worden pas uit de opbergkast gehaald op het ogenblik dat zij worden gebruikt. Wanneer zij nog nieuw zijn, worden zij pas aan de speeltafel opengemaakt. In elk geval worden zowel de nieuwe kaartspellen als de reeds gebruikte op de tafel uitgestald met de figuur naar boven zodat vastgesteld kan worden dat de volgorde waarin de fabrikant ze heeft gerangschikt, niet is gewijzigd. De croupier telt en controleert ze. Daarna worden zij op het tapijt omgedraaid, verzameld en in de kaartenschudder/verdeler, gewoonlijk shuffler genaamd, geplaatst.

Art. 8. Na beëindiging van de partij moeten de kaartspellen onmiddellijk opnieuw in de volgorde van de fabrikant worden gerangschikt. Zij moeten worden nagekeken om eventuele merken erop vast te stellen. Elke onregelmatigheid in verband met de kaarten op welk moment dan ook ontdekt, moet worden vermeld in het ingebruiknemings- en inventarisboekje en maakt het voorwerp uit van een afzonderlijk rapport.

Art. 9. Het casino mag enkel kaarten in uitstekende staat gebruiken. Gebruikte, gemerkte en beschadigde spellen moeten in de opbergkast worden opgeborgen om eventueel te worden gecontroleerd en later te worden vernietigd.

Afdeling 4. - Regels betreffende de kaartenschudders/verdelers.

Art. 10. De kaartenschudders/verdelers worden aan de tafels toegewezen door de houder van de vergunning of, indien het een rechtspersoon betreft, door een afgevaardigd bestuurder, door de zaakvoerder van de inrichting of door een verantwoordelijke bediende die hij aanwijst bij de ingebruikneming van de kaartschudders/verdelers. Zij worden toegewezen aan een tafel en kunnen alleen worden verplaatst in geval van herstel of vervanging. Zij moeten door het casino worden genummerd.
De niet-gebruikte kaartenschudders/verdelers moeten opgeborgen in de opbergkast.

Afdeling 5. - Regels betreffende de dobbelstenen.

Art. 11. Het nummer en het logo van de dobbelstenen moeten bij ontvangst in het ingebruiknemings- en inventarisboekje worden ingeschreven.

Art. 12. De dobbelstenen worden opgeborgen in de opbergkast.

Art. 13. De gebruikte en beschadigde dobbelstenen worden door een doeltreffende middel vernietigd. De kansspelcommissie wordt uiterlijk vierentwintig uur voorafgaand aan de vernietiging van de dobbelstenen hiervan in kennis gesteld. De kansspelcommissie kan deze vernietiging bijwonen en kan nagaan of de dobbelstenen niet verzwaard of vervalst werden.

Art. 14. De duur van een partij Craps wordt vastgesteld op één dag. Om de drie speeldagen moeten de dobbelstenen worden vervangen.
Bij iedere nieuwe werper worden de vijf dobbelstenen voorgesteld aan de speler, die er twee uitkiest. De drie overige worden bewaard in een bolvormige doos, bowl genaamd. De gebruikte dobbelstenen moeten worden vervangen bij elk incident buiten het normale spelverloop.

Art. 15. De dobbelstenen gebruikt bij de Sic Bo zijn afgerond.
Zij worden vervangen wanneer slijtage of beschadiging wordt vastgesteld.

Art. 16. Elke onregelmatigheid in verband met de dobbelstenen op welk moment dan ook ontdekt, moet worden vermeld in het ingebruiknemings- en inventarisboekje en maakt het voorwerp uit van een afzonderlijk rapport.

Afdeling 6. - Regels betreffende schijven en penningen.

Art. 17. De kansspelen mogen alleen worden gespeeld met de volgende schijven en penningen:
1° Amerikaanse penningen die de volgende waarden vertegenwoordigen:
0,50 EURO
1 EURO
2 EURO
5 EURO
10 EURO
20 EURO
25 EURO
50 EURO
100 EURO
200 EURO
500 EURO
1.000 EURO
2.000 EURO
2° Franse schijven die de volgende waarden vertegenwoordigen:
500 EURO
1.000 EURO
2.000 EURO
2.500 EURO
5.000 EURO
10.000 EURO
25.000 EURO
3° Franse penningen die de volgende waarden vertegenwoordigen:
1 EURO
2 EURO
5 EURO
10 EURO
50 EURO
100 EURO
200 EURO

Art. 18. De casino's gebruiken eveneens niet-verhandelbare schijven die de volgende waarden vertegenwoordigen:
2 EURO
5 EURO
10 EURO
20 EURO
50 EURO
100 EURO
200 EURO
250 EURO
500 EURO
1.000 EURO
2.000 EURO
5.000 EURO
De niet-verhandelbare schijven dienen enkel voor de boekhouding van het casino.
Deze schijven worden niet gebruikt om te spelen.
De schijven en penningen moeten eigen zijn aan elk casino. Ze moeten de eigen identificatie van het casino dragen.

Art. 19. Het aanbod en de verdeling van gratis schijven en/of penningen is verboden.

Afdeling 7. - Inzet en omwisseling aan de speeltafels.

Art. 20. De aan elke tafel geldende mimimum- en maximuminzet moet duidelijk en zichtbaar worden aangegeven.

Art. 21. Aan de speeltafels mag de kasvoorraad enkel bestaan uit penningen of schijven. Omwisseling van geld in penningen en schijven is toegelaten aan de speeltafels.

Art. 22. De totale waarde van de penningen en de schijven wordt aan het begin van elk boekhoudkundig jaar vastgesteld door de houder van de vergunning, of indien het een rechtspersoon betreft, door een afgevaardigd bestuurder of door de zaakvoerder van de inrichting of door een persoon aangewezen door de vergunninghouder.

Art. 23. Als een wisselaar tijdens een partij Baccara of Chemin de Fer penningen of schijven nodig heeft, vult hij daartoe een bon in, waarvan het model als bijlage 2 bij dit besluit is gevoegd. Op die bon worden de gevraagde penningen en schijven vermeld, alsook de in te wisselen schijven of biljetten.
De bon wordt door hem en door de spelleider getekend. De met de bevoorrading belaste persoon gaat met de bon naar de centrale kas en laat zich door de kassier, die de bon ondertekent, de gevraagde schijven of penningen overhandigen in ruil voor de in te wisselen schijven of biljetten. De bon wordt in de centrale kas bewaard.
Met uitzondering van het eerste lid van dit artikel mogen de omgewisselde biljetten alleen aan het einde van de partij op het tijdstip van de telling uit de kas worden gehaald.

Afdeling 8. - Inzet en omwisseling bij de automatische kansspelen.

Art. 24. Er kan worden ingezet met stukken van minstens 1 EURO, met penningen en met eenheden van speciale betaalkaarten, die op naam van het casino zijn gesteld.

Art. 25. De centrale kas moet een speciale kas bestemd voor de uitbating van de automaten bevatten teneinde alle financiële bewerkingen ter zake te centraliseren en alle spelers de mogelijkheid te bieden hun wisseloperaties in de beste omstandigheden uit te voeren. Deze kas functioneert onder de verantwoordelijkheid van een kassier. Rondlopende wisselaars die over een vaste som beschikken, kunnen eveneens wisseloperaties uitvoeren.

Art. 26. Bij opening bestaat de kasvoorraad van de speciale kas uit muntstukken, biljetten en penningen, waarbij de penningen beschouwd worden als kaswaarden.
De kasvoorraad van de speciale kas moet op elk ogenblik kunnen worden verantwoord door de overlegging van muntstukken, penningen, biljetten, uitbetalingsbons en voorschotbons.
Na elke spelsessie wordt de kasvoorraad in zijn beginsamenstelling of in geval van telling, in zijn aanvangsbedrag hersteld.

Art. 27. De betaling van voorschotten voor de automaten door middel van de speciale kas wordt niet onmiddellijk in de algemene boekhouding opgenomen. De bij die gelegenheid opgemaakte bonnen worden, tussen twee tellingen in, beschouwd als kaswaarden.

Afdeling 9. - Voorschotten aan de speeltafels en formaliteiten ervan.

Art. 28. Aan elke speeltafel bevindt zich los van de centrale kas een afzonderlijke kas, de bank genaamd, waarover de tafelverantwoordelijke beschikt. Deze kas draagt hetzelfde volgnummer als de daarbij horende tafel en krijgt aan het begin van de partij een voorschot penningen waarvan het bedrag vastgesteld bij de opening van de speeltafel tijdens dezelfde dag niet mag wijzigen. Het bedrag van de nieuwe voorschotten die eventueel in de loop van de partij moeten worden gedaan, mag niet hoger zijn dan dat van het eerste voorschot.

Art. 29. Teneinde wisseloperaties te voorkomen moet worden voorzien in voldoende voorschotten penningen en schijven van kleine waarde. Zij worden berekend en vastgesteld op grond van het minimum van de inzetten.

Art. 30. Op het moment van de effectieve ingebruikneming van een tafel worden de penningen en schijven die het voorschot van de bij die tafel horende kas moeten gaan uitmaken, van de centrale kas van het casino overgebracht in een speciaal daarvoor bestemde doos die alleen het aantal penningen en schijven mag bevatten dat met de kasvoorraad overeenstemt. Voor wat betreft de roulettespelen kan deze kas aan de tafel bevestigd blijven. In dit laatste geval dienen alle penningen uitgestald te worden voor controle.
De penningen en schijven worden dan op de tafel uitgestald en door de croupier geteld en gecontroleerd.
Het getelde bedrag wordt in het bijzijn van de ambtenaar van het Ministerie van Financiën en van de houder van de vergunning of, indien het een rechtspersoon betreft, van een afgevaardigd bestuurder of van de zaakvoerder van de inrichting of van een personeelslid dat daartoe is aangewezen op zijn juistheid nagekeken en met klare stem afgeroepen.
Er wordt op dezelfde manier te werk gegaan wanneer de kas tijdens een partij moet worden gespijsd.
Op het einde van de partij wordt de kasvoorraad op zijn juistheid nagekeken in het bijzijn van de tafelbediendes, van de ambtenaar van het Ministerie van Financiën en van de houder van de vergunning of, indien het een rechtspersoon betreft, van een afgevaardigd bestuurder of van de zaakvoerder van de inrichting of van een persoon door deze laatste aangeduid.
Die verschillende formaliteiten moeten vrij traag worden uitgevoerd opdat de aanwezigen ze tot in de kleinste details kunnen volgen.

Afdeling 10. - Voorschotten bij de automatische kansspelen en formaliteiten ervan.

Art. 31. De automaat moet worden bijgevuld als het uitstortingsmechanisme ervan leeg raakt alvorens een winst volledig is uitbetaald of als hij onlangs in gebruik is genomen.
De zaalbediende bevoorraadt de automaat met penningen onder toezicht van de houder van de vergunning of, indien het een rechtspersoon betreft, van een afgevaardigd bestuurder of van de zaakvoerder van de inrichting of door een persoon aangewezen door deze laatste.

HOOFDSTUK II. - Speciale boekhouding van de spelen.

Afdeling 1. - Register van de " orphelins ".

Art. 32. De sommen en inzetten, evenals het kredietbedrag van de speciale betaalkaarten, die op de grond worden aangetroffen, die op de speeltafels en op de automaten of tijdens de partij worden achtergelaten en waarvan niet is geweten aan wie zij toebehoren, worden " orphelins " genoemd en ingeschreven in het register van de " orphelins ", waarvan het model als bijlage 3 bij dit besluit is gevoegd.
Het bedrag van de tijdens de partij achtergelaten sommen en inzetten wordt gevormd door het totaal van de aanvankelijk vergeten inzet en de gecumuleerde winsten ervan tot op het tijdstip waarop na het zoeken van de eigenaar, effectief is vastgesteld dat die sommen en inzetten zijn achtergelaten.
Ingeval de wettige eigenaar van de gevonden sommen en inzetten zich bekendmaakt en zijn recht erop kan bewijzen, krijgt hij ze terug en hij tekent voor ontvangst.

Art. 33. De " orphelins " worden onmiddellijk in de centrale kas van het casino gestort. Die storting wordt opgetekend in het register van de " orphelins ". Het bedrag ervan wordt in de boekhouding van het casino geboekt op de rekening " orphelins ", waarvan het kredietsaldo op het einde van het boekjaar moet overeenstemmen met het algemeen totaal opgetekend in dat register.

Afdeling 2. - Drinkgelden.

Art. 34. De bussen van drinkgelden dienen te worden geteld los van de telling van de drop, dit zijnde de niet uitwisselbare jetons en dat in het bijzijn van 2 bedienden en een ambtenaar van financiën. Indien de bussen worden verwijderd van de tafel voor de telling dienen deze permanent onder videobewaking te staan. Ook de telling zelf dient onder videobewaking te gebeuren.

HOOFDSTUK III. - Regels van toepassing op de tafelspelen.

Afdeling 1. - Algemeen.

Art. 35. Bij technische interventies aan de tafelspelen dient de bon voorzien in bijlage 4 te worden ingevuld.

Art. 36. Voor wat betreft de tafelspelen dient elke kansspelinrichting klasse 1 voorafgaand aan de uitbating aan de kansspelcommissie een dossier over te maken bevattende het spelreglement inhoudende basisspel en eventuele extra spellen, de mogelijke inzetten met vermelding van minimum en maximum en de spelbenodigdheden met vermelding van de leverancier. De kansspelcommissie neemt een beslissing binnen de drie maanden. Elke houder van een vergunning klasse A kan enkel kansspelen uitbaten waarvoor hij persoonlijk de toestemming van de kansspelcommissie heeft verkregen.
Elke wijziging in de spelregels dient op dezelfde manier te worden aangevraagd.

Afdeling 2. - Regels van toepassing op Baccara en Chemin de Fer.

Art. 37. Ingeval het casino de tegenwaarde niet meer kan waarborgen, worden de spelen, met uitzondering van Baccara en Chemin de Fer op staande voet stilgelegd.
De houder van de vergunning of, indien het een rechtspersoon betreft, een afgevaardigd bestuurder of de zaakvoerder van de inrichting brengt de commissie, de ambtenaar van het Ministerie van Financiën aanwezig in de inrichting of de korpschef van de zone waar het casino gevestigd is, hiervan onmiddellijk op de hoogte.

Art. 38. Baccara en Chemin de fer worden gespeeld met zes kaartspellen. Het zijn spelen met een speelpot waarbij een van de spelers, de " bankier ", tegen de andere spelers, de " inzetters ", uitkomt.
Het doel bestaat erin met 2 of 3 kaarten een score van 9 of het dichtst bij 9 te behalen.

Art. 39. Baccara en Chemin de fer worden op dezelfde wijze gespeeld. Het verschil ligt in de functie van de speler:
1° Baccara wordt gespeeld met een bankier van het casino of een aangeduide speler;
2° Chemin de fer wordt gespeeld met een bankier die een door het lot aangewezen speler is. In dit geval zorgt een casinobediende voor de spelbenodigdheden.

Afdeling 3. - Regels van toepassing op Big Wheel.

Art. 40. Het Big Wheel-spel wordt gespeeld met een rad onderverdeeld in 52 vakken. Het is de bedoeling in te zetten op het symbool waarop het balletje blijft liggen als het rad stilvalt.

Afdeling 4. - Regels van toepassing op Black Jack.

Art. 41. Black Jack wordt gespeeld met zes kaartspellen. Het is de bedoeling het getal 21 zo dicht mogelijk te benaderen zonder het te overschrijden.

Afdeling 5. - Regels van toepassing op Poker.

Art. 42. Poker wordt gespeeld met een kaartspel, waarbij de speler met de sterkste hand alle inzetten wint.

Afdeling 6. - Regels van toepassing op Craps.

Art. 43. Craps wordt gespeeld met twee dobbelstenen die op een speeltafel worden gegooid, waarbij het de bedoeling is in te zetten op een brede waaier van combinaties die ontstaan uit het gooien van die dobbelstenen.

Afdeling 7. - Regels van toepassing op Mini, Midi en Maxi Punto Banco.

Art. 44. Mini, Midi en Maxi Punto Banco wordt gespeeld met zes kaartspellen, waarbij het de bedoeling is om met twee of drie kaarten de Punto of de Banco te behalen, of die zo dicht mogelijk te benaderen.

Afdeling 8. - Regels van toepassing op de Roulette.

Art. 45. Amerikaanse, Engelse en Franse Roulette wordt gespeeld met een rad dat naargelang de versie ervan in 37 of 38 vakken is onderverdeeld. Het is de bedoeling op het speelveld in te zetten op de plaats die overeenkomt met de gekozen combinaties en te wachten tot het balletje stilvalt.

Afdeling 9. - Regels van toepassing op Sic Bo.

Art. 46. Sic Bo wordt gespeeld met drie dobbelstenen, waarbij het de bedoeling is in te zetten op een brede waaier van combinaties die ontstaan uit het gooien van die dobbelstenen.

Afdeling 10. - Regels van toepassing op Bingo.

Art. 47. Bingo wordt gespeeld met kaarten waarop cijfers zijn gedrukt onder de letters van het woord BINGO. Deze cijfers, die ook op de balletjes zijn weergegeven, worden lukraak gekozen door een trommel.

Afdeling 11. - Pokertoernooien.

Art. 48. Elk casino mag een maal per jaar een pokertoernooi organiseren.

Art. 49. Voorafgaand aan het toernooi moet het casino het verloop van het toernooi en de toegepaste pokerregels bepalen.
De kansspelcommissie, die daarvan ten minste drie maanden vooraf op de hoogte moet worden gebracht, moet daarmee instemmen en kan ter zake controle uitoefenen.

HOOFDSTUK IV. - Regels van toepassing op de automatische kansspelen.

Afdeling 1. - Algemeen.

Art. 50.
<Opgeheven bij KB 2009-06-11/06, art. 5, 002; Inwerkingtreding: 09-07-2009>

Art. 51.
<Opgeheven bij KB 2009-06-11/06, art. 5, 002; Inwerkingtreding: 09-07-2009>

Afdeling 2. - Werking van de automatische kansspelen.

Art. 52. De automaten zijn kansspelautomaten, ingedeeld in twee categorieën, te weten de zogenaamde " rollenautomaten " zoals Reel Slot en de spelen met " videoterminals " zoals Wheel of Fortune, paardenwedrennen, Keno en Video Slots.
Na inworp van een muntstuk of van een penning of na gebruik van een speciale betaalkaart wordt een mechanisme in werking gesteld waarbij een willekeurige combinatie van symbolen op het scherm verschijnt.
Indien de kansspelinrichting klasse I gebruik maakt van speciale betaalkaarten, dient dit systeem vooraf goedgekeurd te worden door de kansspelcommissie. Het systeem moet worden afgenomen bij een houder van een vergunning klasse E.

Afdeling 3. - Regels van toepassing op Keno.

Art. 53. Keno wordt gespeeld door middel van een raakscherm waarop een reeks cijfers van 1 tot 80 wordt weergegeven. Naar gelang van de gekozen formule kiest de speler of de automaat tussen 2 en 10 cijfers.

Afdeling 4. - Regels van toepassing op paardenwedrennen.

Art. 54. Het automatisch paardenwedrennenspel bestaat erin de resultaten van een paardenwedren te voorspellen.
Het betreft een weddenschap naar quota. De speler kan op twee wijzen inzetten:
1° ofwel zet hij in op de winnaar;
2° ofwel zet hij in op de eerste twee plaatsen.
Indien de speler na beëindiging van de wedren het winnende resultaat heeft gevonden, wordt hij uitbetaald in verhouding tot het quota van de winnaar(s).

Afdeling 5. - Regels van toepassing op het Wheel of fortune.

Art. 55. Het Wheel of fortune is samengesteld uit vier spelen, namelijk:
1° Linear Bingo;
2° Area Bingo;
3° Keno;
4° Multicards.
De spelkeuze vindt plaats bij het begin van de partij.
Tien cijfers worden geselecteerd aan de hand van balletjes die lukraak in een van de 25 genummerde vakjes van het grote rad vallen.

Afdeling 6. - Regels van toepassing op Reel Slot en Video Slot.

Art. 56. Bij de automaten van het type Reel Slot en Video Slot kruist een horizontale, verticale of schuine lijn het scherm of een combinatie van deze lijnen of de bijhorende bonusspelen.
Vanaf het ogenblik dat de speler inzet, kan hij door middel van de druktoets Start de rollen, hetzij reële: Reel Slot, hetzij virtuele: Video Slot, aan het draaien brengen. Wanneer bij het stopzetten van de rollen de symbolen op een lijn staan zoals bij een van de winnende combinaties op het bord, wint de speler
Elk toestel bevat 3 tot 9 rollen.

Afdeling 7. - Regels van toepassing op Video Poker.

Art. 57.[1 Het pokerspel wordt gespeeld op een scherm, met een gedeelte van een standaard kaartspel of één of meerdere standaard kaartspelen, naargelang het type van het gekozen spel. Verschillende jokers zijn toegelaten. Eenmaal de inzet gebeurd is, kunnen, met een druk op de knop, de kaarten verdeeld worden. Het aantal handen en het aantal kaarten per hand hangt af van het type gekozen spel. De speler kan bijkomende inzetten plaatsen tijdens het spel. Het pokerspel kan gespeeld worden op meerdere lijnen. In dit geval moet iedere lijn de regels van het pokerspel respecteren. Wanneer de speler een beslissing moet nemen, moet de machine altijd een beslissing presenteren welke zij aanbeveelt. De kaarten mogen door dobbelstenen vervangen worden voor zover het spel aan alle eisen van het pokerspel voldoet.]1
----------
(1)<KB 2009-06-11/06, art. 6, 002; Inwerkingtreding: 09-07-2009>

Art. 57/1. [1 Het interactief pokerspel is een meerspelerstoestel dat maximaal 10 spelers kan ontvangen. Een randomgenerator verdeelt de virtuele kaarten en het toestel biedt ze aan aan de aanwezige spelers. De spelregels moeten gelijk zijn aan de pokertafelspelen.
 Voor het respecteren van het uurgemiddelde, dient de inzet op deze interactieve pokerspelen uitsluitend te gebeuren door een individuele en persoonlijke spelerskaart.
 Het toestel moet, voor elke partij, de waarden samenvoegen van de speeltijd en het verlies van de speler. Het toestel moet de toegang verbieden tot het spel voor een speler waarvan het samengevoegd verlies groter is dan de gestelde limieten.
 Voor het interactief pokerspel geldt de verplichte voorwaarde op de automatische kansspelen van het minimum herverdelingsgehalte van 84 % niet.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij KB 2009-06-11/06, art. 7, 002; Inwerkingtreding: 09-07-2009>

Afdeling 8. - Regels van toepassing op Video Roulette.

Art. 58. Het automatische roulettespel kan van het materiële of het virtuele type zijn.
De winst van het spel wordt bepaald door een spelmogelijkheid die bepaald wordt door het stoppen van het balletje in één der genummerde vakken.
Eenmaal de inzet is ingebracht, dient de speler een keuze te maken uit een nummer of de combinatie waarop men wil gokken. Vervolgens brengt de startknop de roulette op gang. Wanneer het balletje stopt in één der genummerde vakken duidt dit het winnende nummer aan. De speler wordt betaald volgens zijn winnend nummer.
De materiële roulette bestaat uit een bedekte roulette gelijkend op deze die gebruikt wordt voor de tafelspelen.
De virtuele roulette wordt gespeeld op een scherm met twee niveaus. Op het eerste niveau bevindt zich de inzettafel waar de speler zijn virtuele schijven kan schikken. Op het tweede niveau verschijnt een scherm met het wiel.
Bij de materiële en virtuele roulette kan de trekking gebeuren door middel van teerlingen. Het gebruik van dobbelstenen verandert niets aan de aard van het spel dat een van het type roulette blijft.

Afdeling 9. - Regels van toepassing op Video Black Jack.

Art. 59. § 1. Het spel black-jack wordt gespeeld op een scherm met een kaartspel van 52 standaardkaarten. Het scherm wordt vernieuwd na elke kaartverdeling.
De kaartendoos kan worden samengesteld uit een maximum van zes spelen van 52 kaarten.
§ 2. De kaarten hebben dezelfde waarde als bij black-jack op tafel:
- 2/10: waarde van de kaart
- Boer, Vrouw, Koning: 10
- Aas: 1 of 11
§ 3. De automaat verdeelt de kaarten en de speler steekt de kaarten goed. Eens de kaartenverdelingen bepaald, worden de inzetten betaald naargelang de vooraf ingestelde winnende combinaties. Bij gelijkheid wint noch verliest de speler.

HOOFDSTUK V. - Technische bepalingen.

Afdeling 1. - Algemeen.

Art. 60. Aan de buitenkant van elke kansspelautomaat moet een zichtbare identificatieplaat zijn aangebracht met het serienummer van de automaat, gegraveerd of gedrukt.

Art. 61. Alle casino's moeten een nauwkeurig plan opmaken met de genummerde locatie van elke automaat evenals het serienummer vermeld op de identificatieplaat.

Afdeling 2. - Reserve.

Art. 62. De casino's mogen in een lokaal dat alle veiligheidswaarborgen biedt over een reglementaire reserve van automaten beschikken die maximum 10 % van de toegestane hoeveelheid bedraagt.
De casino's die minder dan tien automaten exploiteren, mogen over een reserveautomaat beschikken. Een reserveautomaat mag enkel gebruikt worden ter vervanging van een defect automaat.

Art. 63. Wanneer een in exploitatie genomen automaat wordt weggehaald of door een reserveautomaat wordt vervangen, moet zulks worden vermeld in het register van de technische tussenkomsten. Het model van dit register wordt als bijlage IV bij dit besluit gevoegd. Dienen in dit register te worden ingeschreven: het serienummer van de bouwer, het nummer van locatie in het casino van de verplaatste automaat en het serienummer van de vervangingsautomaat, de reden voor de verplaatsing van de automaat en de datum en het tijdstip van de verplaatsing.
De terugkeer van de automaat na herstel wordt eveneens op dezelfde wijze in het register opgetekend. Deze handelingen worden medeondertekend door de houder van de vergunning of, indien het een rechtspersoon betreft, door een afgevaardigd bestuurder of door de zaakvoerder van de inrichting, door de casinomecanicien en door de technicus van de technische dienst, ingeval zijn aanwezigheid is vereist.

Afdeling 3. - Technische tussenkomsten op de automaten.

Art. 64. Tenminste eenmaal per jaar moet op de automaten in gebruik de controle verricht worden bedoeld in alinea 3 van artikel 52 van de wet door de controle-instantie.
De revisies of herstellingen kunnen worden uitgevoerd door een technische dienst houder van een vergunning E. Die revisies of herstellingen kunnen worden gevolgd door een controle uitgevoerd door de controle-instantie.
De gewone werkzaamheden van herstel of onderhoud mogen worden uitgevoerd door de technici van de casino's voor zover dit geen zegelverbreking met zich mee brengt.

Art. 65. Alle operatoren die instaan voor de controle, de herstellingen en het onderhoud zoals bedoeld in artikel 64 van dit besluit, moeten rekenschap afleggen van hun optreden door het invullen van de technische interventiebonnen van het register van de technische tussenkomsten voorzien in bijlage IV.

Art. 66. De controle-instantie en de controledienst van de kansspelcommissie hebben de algemene verplichting om de kansspelcommissie op de hoogte te brengen van elke anomalie vastgesteld in de werking van de automaten. In spoedeisende gevallen moet de informatie onverwijld worden overgezonden, in de andere gevallen schriftelijk.

Art. 67. Enkel de kansspelcommissie en de Metrologische Dienst beschikken over de eensluidende software van de kansspelen.

HOOFDSTUK V. - Inwerkingtreding en overgangsbepalingen.

Art. 68. Het koninklijk besluit van 10 maart 2003 betreffende de werkingsregels en de nadere regels inzake de boekhouding en de controle van de kansspelen waarvan de exploitatie is toegestaan in de kansspelinrichtingen klasse I wordt opgeheven.

Art. 69. Bij wijze van overgangsmaatregel dient binnen de 30 dagen na publicatie van dit koninklijk besluit het dossier betreffende de actueel uitgebate kansspelen bij de kansspelcommissie toe te komen die een beslissing neemt binnen de drie maanden. In de periode voorafgaand aan de beslissing kan de kansspelinrichting klasse 1 deze kansspelen blijven uitbaten.

Art. 70. Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.

Art. 71. Onze Minister bevoegd voor Justitie, Onze Minister bevoegd voor Financiën, Onze Minister bevoegd voor Binnenlandse Zaken, Onze Minister bevoegd voor Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid, Onze Minister bevoegd voor Sociale Zaken en Volksgezondheid, en Onze Staatssecretaris bevoegd voor Overheidsbedrijven zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 3 december 2006.
ALBERT
Van Koningswege:
De Minister van Justitie,
Mevr. L. ONKELINX
De Minister van Financiën,
D. REYNDERS
De Minister van Binnenlandse Zaken,
P. DEWAEL
De Minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid,
M. VERWILGHEN
De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid,
R. DEMOTTE
De Staatssecretaris voor Overheidsbedrijven,
B. TUYBENS

Artikel 53 - Koninklijk besluit van 11 juni 2009 tot wijziging van verscheidene bepalingen betreffende kansspelen waarvan de exploitatie is toegelaten in de kansspelinrichtingen klasse II

Artikel 1. Het koninklijk besluit van 8 april 2003 betreffende de werking van de automatische kansspelen waarvan de exploitatie is toegelaten in de kansspelinrichtingen klasse II, gewijzigd bij koninklijk besluit van 14 juni 2004, wordt in hoofdstukken verdeeld, waarvan het eerste hoofdstuk de artikelen 1 tot en met 8 omvat en het volgende opschrift draagt:
" Hoofdstuk I. - Verplichtingen voor de categorie van automatische spelen zonder spelerskaart. ".

Art. 2. Artikel 5, a), van hetzelfde besluit wordt opgeheven.

Art. 3. Artikel 5, b), van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt:
" b) De inzetten moeten minstens kunnen gebeuren met Belgische muntstukken. ".

Art. 4. Artikel 5, c), van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt:
" c) De maximum inzet bedraagt 0,25 euro.
De totale inzet per spel mag samengesteld worden uit meerdere inzetten (multiple inzet).
Het spel moet met een inzet tussen 0,10 euro en 0,25 euro kunnen starten.
Door iedere druk op de knop " stake " (of equivalent) mag de inzet enkel stijgen met een bedrag tussen:
- 0,10 euro en 1,00 euro voor de monopostmachines of multipostmachines met een speeltijd van kleiner dan 60 seconden;
- 0,10 euro en 5,00 euro voor de multipostmachines met een speeltijd gelijk aan of groter dan 60 seconden.
De totale inzet per spel moet begrensd worden tot een waarde bepaald tijdens de modelgoedkeuring door gebruik te maken van de volgende formule:
Emax = (2 x PH/(1-TR) x TP/3600) - Emin (voor monopostmachines of multipostmachines met een speeltijd van kleiner dan 60 seconden)
Emax = (4 x PH/(1-TR) x TP/3600) - Emin (voor multipostmachines met een speeltijd gelijk aan of groter dan 60 seconden)
Emax = maximale " totale inzet " toegelaten per spel
PH = maximaal gemiddeld uurverlies bepaald in d);
TR = werkelijk herverdelingsgehalte bepaald tijdens de modelgoedkeuring (indien het herverdelingsgehalte afhangt van de inzet, dan wordt de berekening gedaan voor elke mogelijke inzet)
TP = minimum speltijd
Emin = minimale mogelijke inzet per spel (waarde tussen 0,10 euro en 0,25 euro)
De waarde van Emax afgerond tot de laagst mogelijke munteenheid, is de maximale " totale inzet " toegelaten per spel.
Evenwel, om uit te sluiten dat er onaanvaardbare inzetten mogelijk zouden zijn, wordt de waarde van de maximum toegelaten inzet per partij gelimiteerd tot 100 keer de basisinzet (zijnde dus 25,00 euro) voor monopostmachines of multipost-machines met een speeltijd van kleiner dan 60 seconden en 600 keer de basisinzet (zijnde dus 150,00 euro) voor multipostmachines met een speeltijd gelijk aan of groter dan 60 seconden). ".

Art. 5. Artikel 5, f), van hetzelfde besluit wordt opgeheven.

Art. 6. Artikel 5, g), van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt:
" g) Per spel mag de speler niet meer dan 200 maal de maximale totale inzet, zoals bepaald in artikel 5, c), ontvangen.
De maximale winst per spel mag echter niet hoger liggen dan 500,00 euro voor een monospeler of multipostmachine met een speeltijd van kleiner dan 60 seconden en 2.000,00 euro per terminal bij een multipostmachine met een speeltijd gelijk aan of groter dan 60 seconden.
De automaat moet de inzetmogelijkheden van de speler begrenzen opdat de mogelijke winst per partij, de maximale winst die bepaald werd door de modelgoedkeuring, niet overschreden kan worden. ".

Art. 7. Artikel 6, 2), van hetzelfde besluit wordt opgeheven.

Art. 8. In artikel 8, 2), van hetzelfde besluit worden de woorden " gewoonlijk genoemd turnover " geschrapt.

Art. 9. In hetzelfde besluit wordt een tweede hoofdstuk ingevoegd, die de artikelen 9 tot en met 15 omvat en het volgende opschrift draagt:
" Hoofdstuk II: Verplichtingen voor de categorie van automatische spelen met spelerskaart. ".

Art. 10. Artikel 9 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt:
" Art. 9. Elk toestel dienstig voor kansspelen in kansspelinrichtingen klasse II, moet opnieuw kunnen starten zonder verlies van gegevens na een stroomonderbreking. De samenhang en verbinding met andere toestellen en systemen mogen in geen geval invloed uitoefenen op de gebeurtenissen en de resultaten verbonden aan de kansspelen voorgesteld door de automaat. ".

Art. 11. Artikel 10 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt:
" Art. 10. § 1. Alle gebeurtenissen en resultaten verbonden aan de spelen moeten afhankelijk zijn van het toeval. Vormen met name gebeurtenissen en resultaten, verbonden aan de spelen, die kunnen voorkomen volgens een waarschijnlijkheidsgraad in een automatisch kansspel:
a. symbolen;
b. getrokken getallen;
c. kaarten;
d. dobbelsteenconfiguraties;
e. cijfercombinaties.
§ 2. De gebeurtenissen en de resultaten verbonden aan de spelen moeten afhangen van het toeval als zij voortgebracht worden door een generator van kanscijfers of door een ander middel gebaseerd op de tussenkomst van het lot.
De handelingen gesteld door de speler mogen het resultaat niet bepalen.
§ 3. De inwerkingstelling van de gebeurtenissen verbonden aan de spelen mag enkel bepaald worden door vaste parameters.
Het gebruik, bij een nieuwe partij, van gebeurtenissen of resultaten verbonden aan het spel, bepaald of geselecteerd door een speler bij de vorige partij, is toegelaten. Zij mogen evenwel niet de gebeurtenissen of resultaten conditioneren gebonden aan het spel, want deze moeten tijdens de nieuwe partij afhangen van het toeval.
§ 4. De interne statistiek van de gebeurtenissen verbonden aan de spelen, waarover de automaat beschikt om het herverdelingsgehalte te berekenen, mag in geen geval de generator van de kanscijfers beïnvloeden. De generator mag in geen geval aangesloten zijn op tellers of op een systeem van intern toezicht. "

Art. 12. Artikel 11 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt:
" Art. 11.Voor het respect van het uurgemiddelde dient de inzet op deze automatische spelen met spelerskaart uitsluitend te gebeuren door een individuele en persoonlijke spelerskaart.
Het toestel moet, voor elke partij, de waarden samenvoegen van de speeltijd en het verlies van de speler. Het toestel moet de toegang verbieden tot het spel voor een speler waarvan het samengevoegd verlies groter is dan de gestelde limieten. ".

Art. 13. Artikel 12 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt:
" Art. 12. Het gemiddelde uurverlies mag niet hoger zijn dan 25,00 euro;
De betaling geschiedt zodra de speler het betalingsmechanisme in werking stelt. ".

Art. 14. In hetzelfde besluit wordt een nieuw artikel 13 ingevoegd, luidende als volgt:
" Art. 13. De automatische spelen met spelerskaart dienen:
a) uitgerust te zijn met een intern toezichtsysteem;
b) beschermd te zijn tegen externe invloeden, in het bijzonder tegen elektromagnetische en elektrostatische interferenties en tegen radio-elektrische golven overeenkomstig de Europese Richtlijn 89/336/CEE. ".

Art. 15. In hetzelfde besluit wordt een nieuw artikel 14 ingevoegd, luidende als volgt:
" Art. 14. De automatische spelen met spelerskaart moeten uitgerust zijn met elektronische tellers met minstens acht cijfers en met een elektromechanische teller met minstens zes cijfers. De elektronische tellers moeten een precisiegraad van 99,99 % vertonen en zich terug instellen op nul, met aangeving van deze verrichting, zodra ze hun maximale affichagecapaciteit bereikt hebben.
De elektronische tellers moeten beantwoorden aan de erkende technische staat. ".

Art. 16. In hetzelfde besluit wordt een nieuw artikel 15 ingevoegd, luidende als volgt:
" Art. 15. De elektronische tellers voorzien in artikel 14 van dit besluit moeten minstens registreren:
1. het totaal bedrag van de inzetten;
2. het bedrag van de totale winst;
3. het aantal partijen;
4. de dode momenten en onderbrekingen in de werking van de toestellen;
5. de openingen van de toestellen.
De elektromechanische tellers moeten dezelfde gegevens registreren als de elektronische tellers, voor zover dit technisch mogelijk is. ".

Art. 17. In hetzelfde besluit wordt een derde hoofdstuk ingevoegd, die de artikelen 16 tot en met 17 omvat en luidt als volgt:
" Hoofdstuk III: Slotbepalingen.
Art. 16. Onverminderd het koninklijk besluit tot vaststelling van de lijst van automatische kansspelen waarvan de exploitatie is toegelaten in de kansspelinrichtingen klasse II, kan door de Kansspelcommissie, na advies van de Metrologische Dienst van het Ministerie van Economische Zaken, een toelating worden gegeven aan bepaalde testtoestellen.
De aanvraag om een toelating wordt gericht aan de Kansspelcommissie, samen met:
1° een verklaring op eer waarin de aanvrager erkent de technische vereisten en de bepalingen inzake het gemiddeld uurverlies te eerbiedigen;
2° de gegevens betreffende de interne statistiek, zoals bepaald in artikel 2, § 5, van dit besluit;
3° een verklaring op eer waarin de aanvrager stelt dat de testtoestellen met toelating overeenstemmen inzake categorie en definitie zoals bepaald is in het koninklijk besluit tot vaststelling van de lijst van de automatische kansspelen waarvan de exploitatie is toegelaten in de kansspelinrichtingen klasse II.
De Kansspelcommissie bepaalt het aantal testtoestellen, de locatie ervan en de tijdsduur van de vergunning.
Art. 17. Onze minister bevoegd voor Justitie, Onze minister bevoegd voor Financiën, Onze minister bevoegd voor Volksgezondheid, Onze minister bevoegd voor Binnenlandse Zaken, Onze minister bevoegd voor Ondernemen, Onze minister bevoegd voor Overheidsbedrijven, zijn ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit. ".

Art. 18. Artikel 1 van het koninklijk besluit van 26 april 2004 tot vaststelling van de lijst van de automatische kansspelen waarvan de exploitatie is toegestaan in de kansspelinrichtingen klasse II, wordt vervangen als volgt:
" De kansspelen waarvan de uitbating is toegelaten in de kansspelinrichtingen klasse II, zijn onderverdeeld in twee categorieën:
- de categorie van automatische spelen zonder spelerskaart;
- de categorie van automatische spelen met spelerskaart. "

Art. 19. In hetzelfde besluit wordt een nieuw artikel 1/1 ingevoegd, luidende als volgt:
" Art. 1/1. De kansspelen van de categorie automatische spelen zonder spelerskaart, zijn onderverdeeld in de volgende vijf types:
- black-jack spelen;
- paardenweddenschappen;
- dobbelspelen;
- pokerspelen;
- roulettespelen. ".

Art. 20. In hetzelfde besluit wordt een nieuw artikel 1/2 ingevoegd, luidende als volgt:
" Art. 1/2. De kansspelen van de categorie automatische spelen met spelerskaart, zijn van het volgende type:
- interactief pokerspel. ".

Art. 21. In artikel 4, § 2, van hetzelfde besluit worden de woorden " twee mogelijkheden " vervangen door de woorden " drie mogelijkheden ".

Art. 22. Artikel 4, § 2, 2., van hetzelfde besluit wordt als volgt vervangen:
" 2. doet hij een plaatsweddenschap op de eerste twee plaatsen, in volgorde of niet in volgorde; ".

Art. 23. Artikel 4, § 2, van hetzelfde besluit wordt aangevuld met een nieuw punt 3 luidende als volgt:
" 3. doet hij een plaatsweddenschap op de eerste drie plaatsen, in volgorde of niet in volgorde. ".

Art. 24. In artikel 5, 1., van hetzelfde besluit worden de woorden " 3, 4 of 5 " vervangen door de woorden " één of meerdere ".

Art. 25. In artikel 5, 2. van hetzelfde besluit worden de woorden " drie, vier of vijf " vervangen door de woorden " één of meerdere ".

Art. 26. Artikel 6 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt:
" Art. 6. Het pokerspel wordt gespeeld op een scherm, met een gedeelte van een standaard kaartspel of één of meerdere standaard kaartspelen, naargelang het type van het gekozen spel. Verschillende jokers zijn toegelaten. Eenmaal de inzet gebeurd is, kunnen, met een druk op de knop, de kaarten verdeeld worden. Het aantal handen en het aantal kaarten per hand hangt af van het type gekozen spel. De speler kan bijkomende inzetten plaatsen tijdens het spel. Het pokerspel kan gespeeld worden op meerdere lijnen. In dit geval moet iedere lijn de regels van het pokerspel respecteren. Wanneer de speler een beslissing moet nemen, moet de machine altijd een beslissing presenteren welke zij aanbeveelt. De kaarten mogen door dobbelstenen vervangen worden voor zover het spel aan alle eisen van het pokerspel voldoet. ".

Art. 27. In hetzelfde besluit wordt een nieuw artikel 6/1 ingevoegd, luidende als volgt:
" Art. 6/1. Het interactief pokerspel is een meerspelerstoestel dat maximaal 10 spelers kan ontvangen. Een randomgenerator verdeelt de virtuele kaarten en het toestel biedt ze aan aan de aanwezige spelers. De spelregels moeten gelijk zijn aan de pokertafelspelen. ".

Art. 28. Artikel 9 van hetzelfde besluit wordt als volgt vervangen:
" Art. 9. De kansspelen samengesteld uit meerdere speelposten zijn beperkt tot 3 per inrichting. Voor de automatische spelen zonder spelerskaart is dit beperkt tot zes terminals. Voor de automatische spelen met spelerskaart is dit beperkt tot één tafel met maximum tien terminals. ".

Art. 29. Onze minister bevoegd voor Justitie, Onze minister bevoegd voor Financiën, Onze minister bevoegd voor Volksgezondheid, Onze minister bevoegd voor Binnenlandse Zaken, Onze minister bevoegd voor Ondernemen, Onze minister bevoegd voor Overheidsbedrijven, zijn ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 11 juni 2009.
ALBERT
Van Koningswege:
De Minister van Justitie,
S. DE CLERCK
De Minister van Financiën,
D. REYNDERS
De Minister van Volksgezondheid,
Mevr. L. ONKELINX
De Minister voor Ondernemen,
V. VAN QUICKENBORNE
De Minister van Binnenlandse Zaken,
G. DE PADT
De Staatssecretaris toegevoegd aan de Minister van Justitie,
C. DEVLIES

Artikel 53 - Koninklijk besluit van 11 juni 2009 tot wijziging van verscheidene bepalingen betreffende kansspelen waarvan de exploitatie is toegelaten in de kansspelinrichtingen klasse I

Artikel 1. Artikel 1 van het koninklijk besluit van 19 juli 2001 tot vaststelling van de lijst van de kansspelen waarvan de exploitatie is toegelaten in de kansspelinrichtingen klasse I, vervangen bij het koninklijk besluit van 24 november 2004 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 17 september 2005, wordt aangevuld met een punt f), luidende als volgt:
" f) interactieve pokerspelen. "

Art. 2. Artikel 3 van hetzelfde besluit wordt opgeheven.

Art. 3. Artikel 1, 2), van het koninklijk besluit van 8 april 2003 betreffende de technische regels aangaande de werking van de automatische kansspelen waarvan de exploitatie is toegelaten in de kansspelinrichtingen klasse I, wordt opgeheven.

Art. 4. In artikel 1, 3), van hetzelfde besluit wordt de zin " zo geconstrueerd zijn dat alle gebeurtenissen en resultaten verbonden aan de spelen afhankelijk zijn van het toeval. " opgeheven.

Art. 5. De artikelen 50 en 51 van het koninklijk besluit van 3 december 2006 betreffende de werkingsregels en de nadere regels inzake de boekhouding en de controle van de kansspelen waarvan de exploitatie is toegestaan in de kansspelinrichtingen klasse I, worden opgeheven.

Art. 6. Artikel 57 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt:
" Art. 57. Het pokerspel wordt gespeeld op een scherm, met een gedeelte van een standaard kaartspel of één of meerdere standaard kaartspelen, naargelang het type van het gekozen spel. Verschillende jokers zijn toegelaten. Eenmaal de inzet gebeurd is, kunnen, met een druk op de knop, de kaarten verdeeld worden. Het aantal handen en het aantal kaarten per hand hangt af van het type gekozen spel. De speler kan bijkomende inzetten plaatsen tijdens het spel. Het pokerspel kan gespeeld worden op meerdere lijnen. In dit geval moet iedere lijn de regels van het pokerspel respecteren. Wanneer de speler een beslissing moet nemen, moet de machine altijd een beslissing presenteren welke zij aanbeveelt. De kaarten mogen door dobbelstenen vervangen worden voor zover het spel aan alle eisen van het pokerspel voldoet. ".

Art. 7. In hetzelfde besluit wordt een nieuw artikel 57/1 ingevoegd, luidende:
" Art. 57/1. Het interactief pokerspel is een meerspelerstoestel dat maximaal 10 spelers kan ontvangen. Een randomgenerator verdeelt de virtuele kaarten en het toestel biedt ze aan aan de aanwezige spelers. De spelregels moeten gelijk zijn aan de pokertafelspelen.
Voor het respecteren van het uurgemiddelde, dient de inzet op deze interactieve pokerspelen uitsluitend te gebeuren door een individuele en persoonlijke spelerskaart.
Het toestel moet, voor elke partij, de waarden samenvoegen van de speeltijd en het verlies van de speler. Het toestel moet de toegang verbieden tot het spel voor een speler waarvan het samengevoegd verlies groter is dan de gestelde limieten.
Voor het interactief pokerspel geldt de verplichte voorwaarde op de automatische kansspelen van het minimum herverdelingsgehalte van 84 % niet. ".

Art. 8. Onze minister bevoegd voor Justitie, Onze minister bevoegd voor Financiën, Onze minister bevoegd voor Volksgezondheid, Onze minister bevoegd voor Binnenlandse Zaken, Onze minister bevoegd voor Ondernemen, Onze minister bevoegd voor Overheidsbedrijven, zijn ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 11 juni 2009.
ALBERT
Van Koningswege:
De Minister van Justitie,
S. DE CLERCK
De Minister van Financiën,
D. REYNDERS
De Minister van Volksgezondheid,
Mevr. L. ONKELINX
De Minister voor Ondernemen,
V. VAN QUICKENBORNE
De Minister van Binnenlandse Zaken,
G. DE PADT
De Staatssecretaris toegevoegd aan de Minister van Justitie,
C. DEVLIES

Artikel 53 - Koninklijk besluit van 22 december 2010 betreffende de werkingsregels van de automatische kansspelen waarvan de exploitatie is toegelaten in de kansspelinrichtingen klasse IV

Artikel 1. Elk toestel dienstig voor kansspelen in kansspelinrichtingen klasse IV, moet opnieuw kunnen starten zonder verlies van gegevens na een stroomonderbreking.
De samenhang en verbinding met andere toestellen en systemen mogen in geen geval invloed uitoefenen op de gebeurtenissen en de resultaten verbonden aan de kansspelen voorgesteld door de automaat.

Art. 2. Het toestel kan enkel in werking worden gesteld wanneer een elektronische identiteitskaart van een meerderjarige speler wordt ingebracht.
Indien de speler niet over een elektronische identiteitskaart beschikt, kan de uitbater het toestel in werking stellen door middel van een uitbaterskaart na verificatie van de leeftijd van de potentiële speler.

Art. 3. § 1. De gebeurtenissen en de resultaten verbonden aan de spelen moeten afhangen van het toeval. Zij worden voortgebracht door een generator van kanscijfers of door een ander middel gebaseerd op de tussenkomst van het lot.
De handelingen gesteld door de speler mogen het resultaat niet bepalen.
§ 2. De interne statistiek van de gebeurtenissen verbonden aan de spelen, waarover de automaat beschikt om het herverdelingsgehalte te berekenen, mag in geen geval de generator van de kanscijfers beïnvloeden. De generator mag in geen geval aangesloten zijn op tellers of op een systeem van intern toezicht.

Art. 4. Een automatisch toestel dienend voor de kansspelen moet een theoretisch herverdelingsgehalte vertonen van minstens 84 %.

Art. 5. De partij begint wanneer de speler de inwerkingstelling veroorzaakt door het inbrengen van een inzet en zij eindigt met het resultaat van winst of verlies, vooraleer een inzet wordt vereist voor de inwerkingstelling van een nieuwe partij.

Art. 6. Het model van de automatische kansspelen bestemd voor exploitatie in een inrichting klasse IV moet als volgt worden opgevat:
1° De inzetten moeten minstens kunnen gebeuren met muntstukken;
2° Door iedere druk op de knop " stake ", of equivalent, mag de inzet enkel stijgen met een bedrag tussen 0,10 euro en 1,00 euro.
De minimale mogelijke inzet per spel moet tussen 0,10 euro en 0,25 euro liggen.
De totale inzet per spel moet begrensd worden tot een waarde bepaald tijdens de modelgoedkeuring door gebruik te maken van de volgende formule:
Emax = (2 x PH / (1 - TR) x TP / 3600) - Emin
Emax = maximale " totale inzet " toegelaten per spel;
PH = maximaal gemiddeld uurverlies bepaald in c) ;
TR = werkelijk herverdelingsgehalte bepaald tijdens de modelgoedkeuring. Indien het herverdelingsgehalte afhangt van de inzet, dan wordt de berekening gedaan voor elke mogelijke inzet;
TP = minimum speltijd;
Emin = minimale mogelijke inzet per spel.
De waarde van Emax afgerond tot de laagst mogelijke munteenheid, is de maximale " totale inzet " toegelaten per spel.
De waarde van de maximum toegelaten inzet per partij wordt gelimiteerd tot 10,00 euro;
3° Het gemiddelde uurverlies mag niet hoger zijn dan het bedrag bedoeld in artikel 8, derde lid, van de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de weddenschappen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers;
4° De betaling geschiedt zodra de speler het betalingsmechanisme in werking stelt;
5° De maximale winst per spel mag niet hoger liggen dan 500,00 euro. De automaat moet de inzetmogelijkheden van de speler begrenzen opdat de mogelijke winst per partij, de maximale toegelaten winst, niet overschreden kan worden;
6° De minimumduur van een partij moet minstens drie seconden bedragen;
7° Op het scherm bevindt zich een winstteller die de hoegrootheid van de onmiddellijke winst aangeeft.

Art. 7. Elk toestel dat dient voor kansspelen in een kansspelinrichting klasse IV, moet:
1° uitgerust zijn met een intern toezichtsysteem, dat de communicatie moet verzekeren van de te verzenden bestanden zoals bedoeld in het koninklijk besluit betreffende de regels van toezicht op en de controle van de kansspelen in de kansspelinrichtingen klasse IV en de plaatsen waar weddenschappen worden aangenomen bedoeld in artikel 43/4, § 5, van de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de weddenschappen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers, inzonderheid door middel van een passend informaticasysteem;
2° beschermd zijn tegen externe invloeden, in het bijzonder tegen elektromagnetische en elektrostatische interferenties en tegen radio-elektrische golven overeenkomstig het koninklijk besluit van 28 februari 2007 betreffende de elektromagnetische comptabiliteit;
3° uitgerust zijn met de volgende computerbeveiligingen:
a) het toestel moet voorzien zijn van een module " softwarehandtekening ";
b) de " settings " die een invloed kunnen hebben op de resultaten van de evaluatie moeten in de software vast geschreven zijn;
c) als er geen partij actief is, moeten door een actie op de knop " collect " het serienummer, de softwareversie, de softwarehandtekening van de week en het nummer van de modelgoedkeuring zichtbaar worden gemaakt;
d) de uitbater van de kansspelinrichting mag geen toegang hebben tot de software van het toestel.

Art. 8. Een automatisch toestel ten behoeve van kansspelen moet uitgerust zijn met elektronische tellers met minstens acht cijfers. De tellers moeten minstens registreren:
1° het totaal bedrag van de inzetten;
2° het bedrag van de totale winst;
3° het aantal partijen;
4° de gecumuleerde speltijd van ieder spel.

Art. 9. Onverminderd het koninklijk besluit van 22 december 2010 tot vaststelling van de lijst van de automatische kansspelen waarvan de exploitatie is toegelaten in de kansspelinrichtingen klasse IV, kan de Kansspelcommissie, na het advies te hebben ingewonnen van de dienst bevoegd voor de technische evaluatie van de kansspelen, toelating verlenen tot het plaatsen van testtoestellen.
De aanvraag om een toelating wordt gericht aan de Kansspelcommissie samen met:
1° een verklaring op eer waarin de aanvrager erkent de technische vereisten en bepalingen inzake het gemiddeld uurverlies te eerbiedigen;
2° de gegevens betreffende de interne statistiek, zoals bedoeld in artikel 3, § 2;
3° een verklaring op eer waarin de aanvrager stelt dat de testtoestellen met toelating overeenstemmen inzake categorie en definitie zoals bepaald is in het koninklijk besluit tot vaststelling van de lijst van de automatische kansspelen waarvan de exploitatie is toegelaten in de kansspelinrichtingen klasse IV.
De kansspelcommissie bepaalt het aantal testtoestellen, de locatie ervan en de tijdsduur van de toelating.

Art. 10. Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2011.

Art. 11. De Minister bevoegd voor Justitie, de Minister bevoegd voor Financiën, de Minister bevoegd voor Volksgezondheid, de Minister bevoegd voor Ondernemen, de Minister bevoegd voor Binnenlandse Zaken en de Minister tot wiens bevoegdheid de Nationale Loterij behoort, zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 22 december 2010.
ALBERT
Van Koningswege:
De Minister van Justitie,
S. DE CLERCK
De Minister van Financiën,
D. REYNDERS
De Minister van Volksgezondheid,
Mevr. L. ONKELINX
De Minister voor Ondernemen,
V. VAN QUICKENBORNE
De Minister van Binnenlandse Zaken,
Mevr. A. TURTELBOOM
De Staatssecretaris toegevoegd aan de Minister van Justitie,
C. DEVLIES

Artikel 54 - Koninklijk besluit van 15 december 2004 betreffende de wijze waarop de toegang tot de kansspelinrichtingen klasse I en II wordt verboden of ontzegd

Artikel 1. De exploitant of een persoon aangeduid door deze, controleert bij de inschrijving in het register de identiteit en de leeftijd van de speler, alvorens deze de speelzaal betreedt.

Art. 2. De Federale Overheidsdienst Justitie maakt een lijst over van de magistraten, notarissen en gerechtsdeurwaarders aan de beheerder van de databank bij de oprichting van het systeem.
De Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken maakt een lijst over van de leden van de politiediensten aan de beheerder van de databank bij de oprichting van het systeem.
Wijzigingen in deze lijsten worden onverwijld doorgegeven aan de beheerder van de databank.

Art. 3. Personen die wensen te worden uitgesloten tot de kansspelinrichtingen klasse I en II, stellen de Kansspelcommissie hiervan schriftelijk in kennis. De kansspelcommissie ontzegt de toegang en bezorgt de beheerder van de databank de nodige gegevens. Vervolgens worden de gegevens aangaande de genoemde personen opgenomen in het systeem.
Personen die overeenkomstig het eerste lid zijn uitgesloten en opnieuw de toegang wensen, stellen de Kansspelcommissie hiervan in kennis door middel van een aangetekend schrijven. De kansspelcommissie heft de ontzegging van de toegang op na een termijn van minimum drie maanden en bezorgt de beheerder van de databank de bekomen gegevens. Vervolgens worden de gegevens aangaande de genoemde personen uit het systeem verwijderd.

Art. 3/1. [1 § 1. De persoon die om een toegangsverbod bedoeld in artikel 54, § 3, 5, van de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de weddenschappen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers verzoekt, stelt de Kansspelcommissie hiervan in kennis door middel van een aangetekende postzending of een elektronisch aangetekende zending.
 Het verzoekschrift omvat de motieven van de aanvrager en een nadere beschrijving van het probleem van gokverslaving, alsook de eventuele stukken tot staving hiervan.
 § 2. De Kansspelcommissie nodigt de betrokken speler uit om zijn verweermiddelen naar voor te brengen.
 De betrokken speler heeft het recht om zich te laten bijstaan door een raadsman.
 § 3. De Kansspelcommissie legt een toegangsverbod op na vaststelling van het probleem van gokverslaving en bezorgt de beheerder van de databank de nodige gegevens. Vervolgens worden de gegevens aangaande de uitgesloten personen opgenomen in het systeem.
 De beslissing van de Kansspelcommissie wordt de speler en de belanghebbende door middel van een aangetekende postzending of een elektronisch aangetekende zending ter kennis gebracht.
 § 4. Na verloop van een jaar kan de speler door middel van een aangetekende postzending of een elektronisch aangetekende zending de Kansspelcommissie verzoeken om het toegangsverbod op te heffen.
 § 5. De Kansspelcommissie nodigt de betrokken speler uit om zijn verweermiddelen naar voor te brengen vooraleer een beslissing te nemen omtrent het verzoek tot opheffing van het toegangsverbod.
 De betrokken speler heeft het recht om zich te laten bijstaan door een raadsman.
 De Kansspelcommissie stelt de belanghebbende die om het toegangsverbod verzocht, in kennis van het verzoek tot opheffing van het toegangsverbod.
 § 6. Ingeval de Kansspelcommissie beslist tot opheffing van het toegangsverbod bezorgt zij de beheerder van de databank de nodige gegevens.
 Vervolgens worden die gegevens aangaande de genoemde personen uit het systeem verwijderd.
 De beslissing van de Kansspelcommissie wordt de speler en de belanghebbende door middel van een aangetekende postzending of een elektronisch aangetekende zending ter kennis gebracht.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij KB 2011-06-21/12, art. 1, 002; Inwerkingtreding: 15-07-2011>

Art. 4. De Minister van Justitie bezorgt de Kansspelcommissie een afschrift van de beslissingen waarbij iemand in staat van verlengde minderjarigheid wordt verklaard, de eventuele arresten van de hoven van beroep die deze beslissingen van de rechtbanken van eerste aanleg teniet doen, waarvaan sprake is in artikel 487 sexies van het Burgerlijk Wetboek, alsmede de beslissingen tot opheffing bedoeld in artikel 487septies van het Burgerlijk Wetboek en de eventuele arresten van de hoven van beroep die deze beslissingen van de rechtbanken van eerste aanleg teniet doen.
De Kansspelcommissie ontzegt de toegang en bezorgt de beheerder van de databank de bekomen gegevens. De gegevens aangaande de genoemde personen worden dan respectievelijk opgenomen in of verwijderd uit het systeem, afhankelijk van het geval dat het een beslissing tot nemen of opheffing van de maatregel waarbij iemand in staat van verlengde minderjarigheid wordt verklaard.

Art. 5. De wettelijke vertegenwoordiger of de gerechtelijke raadsman van een onbekwaamverklaarde kunnen bij eenvoudig schrijven, gericht aan de kansspelcommissie om de uitsluiting van de onbekwaamverklaarde verzoeken. De kansspelcommissie ontzegt de toegang en bezorgt de beheerder van de databank de nodige gegevens. Vervolgens worden de gegevens aangaande de genoemde personen opgenomen in het systeem.
De wettelijke vertegenwoordiger of de gerechtelijke raadsman van een onbekwaamverklaarde, aan wie overeenkomstig het eerste lid de toegang is ontzegd, kunnen de opheffing van dit verbod vragen bij aangetekend schrijven, gericht aan de kansspelcommissie. De Kansspelcommissie heft de ontzegging van de toegang op een volgende zitting en bezorgt de beheerder van de databank de nodige gegevens. Vervolgens worden de gegevens aangaande de genoemde personen verwijderd uit het systeem.
De wettelijke vertegenwoordiger of de gerechtelijk raadsman van een onbekwaamverklaarde, aan wie overeenkomstig het eerste lid de toegang is ontzegd, hebben de plicht om een afschrift van de beslissingen tot opheffing of vernietiging over te maken aan de Kansspelcommissie.

Art. 6. De Kansspelcommissie ontzegt de toegang bedoeld in artikel 54, § 3, 4, van de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers, na de ontvangst van de kennisgeving van het openbaar ministerie.
De Kansspelcommissie heft de maatregel tot ontzegging van de toegang op wanneer:
1° het vonnis van faillietverklaring wordt ingetrokken;
2° de gefailleerde de homologatie verkrijgt van een gerechtelijk akkoord;
3° de gefailleerde rehabilitatie verkrijgt;
4° de periode gedurende welke de toegang wordt ontzegd is afgelopen; daartoe wordt de duur van de ontzegging van de toegang geregistreerd in het systeem;
5° de betrokken persoon gratie verkrijgt;
6° de beslissing tot ontzegging van de toegang, na beroep, vernietigd werd.

Art. 7. De griffie van de rechtbank waar een verzoekschrift overeenkomstig artikel 487ter Burgerlijk Wetboek is ingediend, brengt de kansspelcommissie hiervan op de hoogte. De Kansspelcommissie ontzegt preventief de toegang en bezorgt de beheerder van de databank de bekomen gegevens. Vervolgens worden de gegevens aangaand de genoemde personen opgenomen in het systeem.
Deze uitsluiting neemt een einde bij het vonnis dat een uitspraak doet over het verzoekschrift. Indien de rechtbank het verzoekschrift inwilligt, wordt de procedure van artikel 4 van dit besluit gevolgd. Indien het verzoekschrift wordt verworpen, worden de gegevens betreffende de genoemde persoon uit de databank verwijderd. In dit laatste geval heeft de griffier de plicht om een afschrift van het vonnis over te maken aan de Kansspelcommissie.

Art. 8. De griffie van het vredegerecht waar een verzoekschrift overeenkomstig artikel 488bis, b), van het Burgerlijk Wetboek is ingediend, brengt de Kansspelcommissie hiervan op de hoogte. De Kansspelcommissie ontzegt preventief de toegang en bezorgt de beheerder van de databank de bekomen gegevens. Vervolgens worden de gegevens aangaande de genoemde personen opgenomen in het systeem.
Deze uitsluiting neemt een einde bij het vonnis dat een uitspraak doet over het verzoekschrift. De griffie heeft de plicht om een afschrift van het vonnis over te maken aan de Kansspelcommissie. De gegevens aangaande de genoemde personen worden dan verwijderd uit het systeem.

Art. 9. De griffie van het vredegerecht waar een verzoekschrift overeenkomstig artikel 5 van de wet van 26 juni 1990 betreffende de bescherming van de persoon van de geesteszieke is ingediend, brengt de kansspelcommissie hiervan op de hoogte. De Commissie ontzegt preventief de toegang tot de Kansspelinrichtingen klasse I en II bezorgt de beheerder van de databank de bekomen gegevens. Vervolgens worden de gegevens aangaande de genoemde personen opgenomen in het systeem.
Deze uitsluiting neemt een einde bij het vonnis dat een uitspraak doet over het verzoekschrift, of indien wordt beslist dat de observatie ten einde loopt overeenkomstig artikel 12 van voornoemde wet. Deze vonnissen zijn, niettegenstaande hoger beroep, uitvoerbaar bij voorraad. De griffie heeft de plicht om een afschrift van het vonnis over te maken aan de Kansspelcommissie. Vervolgens worden de gegevens aangaande de genoemde personen verwijderd uit het systeem.

Art. 10. Dit besluit treedt in werking drie maanden na de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad.

Art. 11. Onze Minister bevoegd voor Justitie, Onze Minister bevoegd voor Financiën, Onze Minister bevoegd voor Binnenlandse Zaken, Onze Minister bevoegd voor Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid, en Onze Minister bevoegd voor Sociale Zaken en Volksgezondheid zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 15 december 2004.
ALBERT
Van Koningswege:
De Minister van Justitie,
Mevr. L. ONKELINX
De Minister van Financiën,
D. REYNDERS
De Minister van Binnenlandse Zaken,
P. DEWAEL
De Minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid,
M. VERWILGHEN
De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid,
R. DEMOTTE.

 

Artikel 54 - Koninklijk besluit van 15 december 2004 betreffende het instellen van een systeem van informatieverwerking voor spelers aan wie de toegang tot kansspelinrichtingen van klasse I en klasse II wordt ontzegd

Artikel 1. Bij de Federale Overheidsdienst Justitie wordt een systeem van informatieverwerking opgericht betreffende de personen aan wie de toegang tot de kansspelinrichtingen ontzegd wordt, overeenkomstig artikel 54, § 5, van de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers, hierna de wet genoemd.
Dit systeem draagt de naam EPIS, Excluded Persons Information System.
De personen die opgenomen zijn in EPIS, moet de toegang tot de kansspelinrichtingen klasse I en II worden geweigerd.

Art. 2. De Minister van Justitie of diens gemachtigde wijst de ambtenaren aan, beheerders van EPIS.

Art. 3. De kansspelcommissie betaalt een jaarlijkse bijdrage van één euro aan de Federale Overheidsdienst Justitie om EPIS te raadplegen.

Art. 4. De kansspelcommissie en de leden van haar secretariaat die de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie hebben, kunnen alle gegevens van EPIS raadplegen.

Art. 5. De exploitant van een kansspelinrichting klasse I of II of een door hem aangestelde persoon, dient de naam, voornaam en geboortedatum van de speler in te voeren in EPIS alvorens de speelzaal kan worden betreden. Indien deze persoon is opgenomen in EPIS, verschijnt er ja' op het scherm. In het andere geval neen'.

Art. 6. EPIS kan door de exploitant of een door hem aangestelde persoon van een kansspelinrichting klasse I of II geconsulteerd worden door het versturen van een https bericht via het internet naar de webserver van de kansspelcommissie.
Alle opstartkosten voor het maken van deze verbinding komen ten laste van de kansspelinrichting klasse I of II.

Art. 7. Wanneer de toegang tot EPIS, om welke reden dan ook en buiten de wil van de exploitant, onmogelijk is, moeten de spelers onverminderd artikel 62 van de wet, opgenomen worden in een andere lijst.
Deze lijst omvat de naam, voornaam, geboortedatum, geboorteplaats, adres en beroep van elke speler.
De exploitant brengt de Kansspelcommissie en de beheerder van EPIS onmiddellijk per fax van op de hoogte dat EPIS niet toegankelijk is.
Wanneer EPIS weer toegankelijk is, moeten alle spelers, opgenomen in de aparte lijst, worden gecontroleerd. Wanneer er voor één van deze spelers een ja' verschijnt, moet de Kansspelcommissie hiervan onmiddellijk in kennis worden gesteld.
Na deze controle wordt het schriftelijk register onmiddellijk vernietigd door de verantwoordelijke van de kansspelinrichtingen klasse I of II.

Art. 8. Alle consultaties van EPIS en de resultaten ervan worden bijgehouden in een bestand, de zogenaamde logfile en gedurende vijf jaar bewaard.

Art. 9. Dit besluit treedt in werking een maand na de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad, samen met de artikelen 38.5, 54, § 3 - § 5, 55, 56 en 57 van de wet.

Art. 10. Onze Minister bevoegd voor Justitie, Onze Minister bevoegd voor Financiën, Onze Minister bevoegd voor Binnenlandse Zaken, Onze Minister bevoegd voor Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid, en Onze Minister bevoegd voor Sociale Zaken en Volksgezondheid zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 15 december 2004.
ALBERT
Van Koningswege:
De Minister van Justitie,
Mevr. L. ONKELINX
De Minister van Financiën,
D. REYNDERS
De Minister van Binnenlandse Zaken,
P. DEWAEL
De Minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid,
M. VERWILGHEN
De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid,
R. DEMOTTE.

Artikel 54 - Koninklijk besluit van 21 juni 2011 tot wijziging van het koninklijk besluit van 15 december 2004 betreffende de wijze waarop de toegang tot de kansspelinrichtingen klasse I en II wordt verboden of ontzegd

Artikel 1. In het koninklijk besluit van 15 december 2004 betreffende de wijze waarop de toegang tot de kansspelinrichtingen klasse I en II wordt verboden of ontzegd, wordt een artikel 3/1 ingevoegd, luidende:
" Art. 3/1. § 1. De persoon die om een toegangsverbod bedoeld in artikel 54, § 3, 5, van de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de weddenschappen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers verzoekt, stelt de Kansspelcommissie hiervan in kennis door middel van een aangetekende postzending of een elektronisch aangetekende zending.
Het verzoekschrift omvat de motieven van de aanvrager en een nadere beschrijving van het probleem van gokverslaving, alsook de eventuele stukken tot staving hiervan.
§ 2. De Kansspelcommissie nodigt de betrokken speler uit om zijn verweermiddelen naar voor te brengen.
De betrokken speler heeft het recht om zich te laten bijstaan door een raadsman.
§ 3. De Kansspelcommissie legt een toegangsverbod op na vaststelling van het probleem van gokverslaving en bezorgt de beheerder van de databank de nodige gegevens. Vervolgens worden de gegevens aangaande de uitgesloten personen opgenomen in het systeem.
De beslissing van de Kansspelcommissie wordt de speler en de belanghebbende door middel van een aangetekende postzending of een elektronisch aangetekende zending ter kennis gebracht.
§ 4. Na verloop van een jaar kan de speler door middel van een aangetekende postzending of een elektronisch aangetekende zending de Kansspelcommissie verzoeken om het toegangsverbod op te heffen.
§ 5. De Kansspelcommissie nodigt de betrokken speler uit om zijn verweermiddelen naar voor te brengen vooraleer een beslissing te nemen omtrent het verzoek tot opheffing van het toegangsverbod.
De betrokken speler heeft het recht om zich te laten bijstaan door een raadsman.
De Kansspelcommissie stelt de belanghebbende die om het toegangsverbod verzocht, in kennis van het verzoek tot opheffing van het toegangsverbod.
§ 6. Ingeval de Kansspelcommissie beslist tot opheffing van het toegangsverbod bezorgt zij de beheerder van de databank de nodige gegevens.
Vervolgens worden die gegevens aangaande de genoemde personen uit het systeem verwijderd.
De beslissing van de Kansspelcommissie wordt de speler en de belanghebbende door middel van een aangetekende postzending of een elektronisch aangetekende zending ter kennis gebracht.

Art. 2. Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.

Art. 3. De Minister bevoegd voor Justitie, de Minister bevoegd voor Financiën, de Minister bevoegd voor Volksgezondheid, de Minister bevoegd voor Ondernemen en de Minister bevoegd voor Binnenlandse zaken, zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 21 juni 2011.
ALBERT
Van Koningswege:
De Minister van Justitie,
S. DE CLERCK
De Minister van Financiën,
D. REYNDERS
De Minister van Volksgezondheid,
Mevr. L. ONKELINX
De Minister voor Ondernemen,
V. VAN QUICKENBORNE
De Minister van Binnenlandse Zaken,
Mevr. A. TURTELBOOM
De Staatssecretaris toegevoegd aan de Minister van Justitie,
C. DEVLIES

Artikel 55 - Koninklijk besluit van 15 december 2004 betreffende het instellen van een systeem van informatieverwerking voor spelers aan wie de toegang tot kansspelinrichtingen van klasse I en klasse II wordt ontzegd

Artikel 1. Bij de Federale Overheidsdienst Justitie wordt een systeem van informatieverwerking opgericht betreffende de personen aan wie de toegang tot de kansspelinrichtingen ontzegd wordt, overeenkomstig artikel 54, § 5, van de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers, hierna de wet genoemd.
Dit systeem draagt de naam EPIS, Excluded Persons Information System.
De personen die opgenomen zijn in EPIS, moet de toegang tot de kansspelinrichtingen klasse I en II worden geweigerd.

Art. 2. De Minister van Justitie of diens gemachtigde wijst de ambtenaren aan, beheerders van EPIS.

Art. 3. De kansspelcommissie betaalt een jaarlijkse bijdrage van één euro aan de Federale Overheidsdienst Justitie om EPIS te raadplegen.

Art. 4. De kansspelcommissie en de leden van haar secretariaat die de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie hebben, kunnen alle gegevens van EPIS raadplegen.

Art. 5. De exploitant van een kansspelinrichting klasse I of II of een door hem aangestelde persoon, dient de naam, voornaam en geboortedatum van de speler in te voeren in EPIS alvorens de speelzaal kan worden betreden. Indien deze persoon is opgenomen in EPIS, verschijnt er ja' op het scherm. In het andere geval neen'.

Art. 6. EPIS kan door de exploitant of een door hem aangestelde persoon van een kansspelinrichting klasse I of II geconsulteerd worden door het versturen van een https bericht via het internet naar de webserver van de kansspelcommissie.
Alle opstartkosten voor het maken van deze verbinding komen ten laste van de kansspelinrichting klasse I of II.

Art. 7. Wanneer de toegang tot EPIS, om welke reden dan ook en buiten de wil van de exploitant, onmogelijk is, moeten de spelers onverminderd artikel 62 van de wet, opgenomen worden in een andere lijst.
Deze lijst omvat de naam, voornaam, geboortedatum, geboorteplaats, adres en beroep van elke speler.
De exploitant brengt de Kansspelcommissie en de beheerder van EPIS onmiddellijk per fax van op de hoogte dat EPIS niet toegankelijk is.
Wanneer EPIS weer toegankelijk is, moeten alle spelers, opgenomen in de aparte lijst, worden gecontroleerd. Wanneer er voor één van deze spelers een ja' verschijnt, moet de Kansspelcommissie hiervan onmiddellijk in kennis worden gesteld.
Na deze controle wordt het schriftelijk register onmiddellijk vernietigd door de verantwoordelijke van de kansspelinrichtingen klasse I of II.

Art. 8. Alle consultaties van EPIS en de resultaten ervan worden bijgehouden in een bestand, de zogenaamde logfile en gedurende vijf jaar bewaard.

Art. 9. Dit besluit treedt in werking een maand na de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad, samen met de artikelen 38.5, 54, § 3 - § 5, 55, 56 en 57 van de wet.

Art. 10. Onze Minister bevoegd voor Justitie, Onze Minister bevoegd voor Financiën, Onze Minister bevoegd voor Binnenlandse Zaken, Onze Minister bevoegd voor Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid, en Onze Minister bevoegd voor Sociale Zaken en Volksgezondheid zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 15 december 2004.
ALBERT
Van Koningswege:
De Minister van Justitie,
Mevr. L. ONKELINX
De Minister van Financiën,
D. REYNDERS
De Minister van Binnenlandse Zaken,
P. DEWAEL
De Minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid,
M. VERWILGHEN
De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid,
R. DEMOTTE.

 

Artikel 61 - Koninklijk besluit van 22 december 2000 betreffende de werking en het beheer van de kansspelinrichtingen klasse III, de wijze van aanvraag en de vorm van een vergunning klasse C

HOOFDSTUK I. - Aanvraag.

Artikel 1. <KB 2003-05-23/50, art. 1, 002; Inwerkingtreding: 01-07-2003> De aanvraag voor een vergunning klasse C wordt ingediend op één van volgende wijzen:
- bij een ter post aangetekende brief gericht aan de kansspelcommissie, hierna de commissie genoemd, door middel van een formulier waarvan het model als bijlage I bij dit besluit is gevoegd. Dit formulier wordt door de commissie op eenvoudig verzoek toegezonden aan de aanvrager;
- op elektronische wijze via het hiertoe door de bevoegde overheid ter beschikking gesteld voorschrift. In dit geval wordt de aangifte, die ingevuld en verstuurd werd overeenkomstig de daarin voorkomende aanduidingen, gelijkgesteld met een gewaarmerkte, gedagtekende en ondertekende aanvraag.

HOOFDSTUK II. - Onderzoek van de aanvraag.

Art. 2. De beslissing van de commissie wordt aan de betrokkene meegedeeld bij een ter post aangetekende brief (of op elektronische wijze). <KB 2003-05-23/50, art. 2, 002; Inwerkingtreding: 01-07-2003>
Bij een gunstige beslissing wordt een vergunning klasse C, waarvan het model als bijlage II bij dit besluit is gevoegd, bezorgd aan de betrokkene.

HOOFDSTUK III. - Beheer en werking van de kansspelinrichtingen klasse III.

Art. 3. Met betrekking tot de geëxploiteerde kansspelen mag noch binnen de inrichting, noch daarbuiten enige publiciteit worden gemaakt.

Art. 4. De houder van de vergunning moet op minder dan een meter afstand van de speeltoestellen duidelijk een bord met de volgende tekst, aanbrengen:
" In deze inrichting worden met vergunning (...) kansspelen geëxploiteerd. Er mogen geen leningen noch voorschotten worden toegestaan. Onder dit bord bevindt zich ter raadpleging een folder waarin de speler wordt gewaarschuwd tegen gokverslaving. Deelname aan kansspelen is ten strengste verboden voor minderjarigen ". <KB 2003-05-23/50, art. 3, 002; Inwerkingtreding: 01-07-2003>
Dit bord wordt door de commissie ter beschikking gesteld van de kansspelinrichtingen klasse III.

Art. 5. De houder van de vergunning moet een folder met informatie over gokverslaving ter beschikking van de klanten en van de spelers stellen op een standaard die zodanig dat hij opvalt moet worden geplaatst onder het bord bedoeld in artikel 4 van dit besluit. Om aan de vraag te kunnen voldoen, moeten steeds ten minste twee folders op de standaard worden geplaatst.

Art. 6. De exploitant van de kansspelinrichting moet voortdurend zorgen voor de eerlijkheid van het spel, alsook voor de regelmatige werking ervan.

Art. 7. De exploitant moet van ieder defect aan een kansspel geëxploiteerd in de inrichting melding maken in een daartoe bestemd register.
Het toestel moet in geval van defect verplicht buiten dienst worden gesteld.

HOOFDSTUK IV. - Overgangsbepaling.

Art. 8. De exploitanten van de reeds bestaande inrichtingen mogen deze verder exploiteren tot op het ogenblik dat de commissie een beslissing heeft genomen over hun aanvraag, op voorwaarde dat de aanvraag volledig is en werd ingediend binnen een termijn van één maand na de inwerkingtreding van dit besluit.
Als de commissie een beslissing over de aanvraag heeft genomen:
Beschikken de exploitanten over een periode van drie maanden om de exploitatie van de kansspelen in hun kansspelinrichting klasse III stop te zetten, als de vergunning is geweigerd, en dit vanaf de datum van kennisgeving;
Beschikken de exploitanten over een periode van twaalf maanden om de exploitatie van hun kansspelinrichting klasse III aan te passen aan de artikelen 3 tot 7 van dit besluit en dit vanaf de datum van kennisgeving van het toekennen van de vergunning klasse C.

HOOFDSTUK V. - Inwerkingtreding.

Art. 9. Dit besluit en de bepalingen voorzien in het tweede lid van artikel 78 van de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers treden in werking de dag waarop dit besluit in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt met uitzondering van de artikelen 24, 28 tot 33, 38, 5°, 43, 5°, 44 tot 47, 52, 53, 3° tot 6°, 54 § 3 tot § 5, 55 tot 57, 61 eerste lid, 62, 75 en 76 van de genoemde wet van 7 mei 1999.

Art. 10. Onze Minister van Justitie, Onze Minister van Financiën, Onze Minister van Economie, Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Onze Minister van Volksgezondheid zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 22 december 2000.
ALBERT
Van Koningswege:
De Minister van Justitie,
M. VERWILGHEN
De Minister van Financiën,
D. REYNDERS
De Minister van Economie,
Ch. PICQUE
De Minister van Binnenlandse Zaken,
A. DUQUESNE
De Minister van Volksgezondheid,
Mevr. M. AELVOET

Artikel 61 - Koninklijk besluit van 22 december 2000 betreffende de werking en het beheer van de kansspelinrichtingen klasse II, de wijze van aanvraag en de vorm van de vergunning klasse B

HOOFDSTUK I. - Aanvraag.

Artikel 1. De aanvraag voor een vergunning klasse B wordt bij de kansspelcommmissie, hierna te noemen de commissie, ingediend bij ter post aangetekende brief door middel van een formulier overeenkomstig het model dat als bijlage I bij huidig besluit is opgenomen. Dit formulier wordt aan de aanvrager toegezonden, door de commissie, op zijn vraag.

HOOFDSTUK II. - Onderzoek van de aanvraag.

Art. 2. De aanvraag wordt behandeld binnen een termijn van zes maanden vanaf de dag van de ontvangst.
De beslissing van de commissie wordt aan de betrokkene meegedeeld bij ter post aangetekende brief.
In geval van een gunstige beslissing wordt een vergunning klasse B, waarvan het model als bijlage II bij dit besluit is gevoegd, bezorgd aan de betrokkene.

Art. 3. Een plan van de wijk, waarop op duidelijke wijze wordt aangeduid in een straal van 500 meter rond de inrichting, de onderwijsinstellingen, de ziekenhuizen, de plaatsen die vooral door jongeren worden bezocht, de plaatsen waar erediensten worden gehouden en de gevangenissen, moet aan de commissie worden bezorgd op hetzelfde tijdstip als de aanvraag voor de vergunning.
Dit plan heeft als schaal 1 cm/2500 cm.

Art. 4. Een afschrift van het plan van de inrichting bevattende de ruimtelijke configuratie van alle kansspelen en de ligging van alle lokalen, zelfs die lokalen bestemd voor privé-gebruik, moet toegestuurd worden aan de commissie en dit, één maand na de opening van de speelzalen.
De commissie wordt van elke wijziging van dit plan op de hoogte gebracht door de verzending van een nieuw afschrift aan de commissie, binnen de maand die volgt op de verbouwingen.

HOOFDSTUK III. - Algemeenheden.

Art. 5. De openings- en sluitingsuren van de inrichting worden vermeld in de vergunning klasse B.

Art. 6. De houder van de vergunning indien het gaat om een natuurlijk persoon of de bestuurder of zaakvoerder, indien het gaat om een rechtspersoon moet waken over de eerlijkheid van de spelen en over de regelmatigheid van hun werking.

HOOFDSTUK IV. - De vestiging van de inrichtingen.

Art. 7. 180 vestigingsvergunningen worden rechtstreeks verdeeld tussen de gemeenten enerzijds en de arrondissementen anderzijds.
De volkstelling van 1 maart 1991 en de classificatie van de gemeenten volgens de Nieuwe gemeentewet gelden als verspreidingsbasis voor de vestigings-vergunningen van inrichtingen binnen de gemeenten, met dien verstande dat de gebruikte klassen deze zijn welke aan de gemeenten worden toegewezen per 10 juli 2000.
<NOTA: Art. 7 is vernietigd bij het arrest van de Raad van State, nr 114.688 van 20 januari 2003 ; zie B.St. 18-12-2003, p. 59650 en Erratum in B.St. 24-12-2003, p. 60788>

Art. 8. Wanneer de gemeente verschillende conventies afsluit, rangschikt zij de kandidaten in volgorde van voorkeur waarbij de datum van de eerste exploitatie van de inrichting wordt aangegeven.
De gemeente deelt het klassement dat ze opgesteld heeft mede aan de commissie.
<NOTA: Art. 8 is vernietigd bij het arrest van de Raad van State, nr 114.688 van 20 januari 2003 ; zie B.St. 18-12-2003, p. 59650 en Erratum in B.St. 24-12-2003, p. 60788>

Art. 9. De klasse 19 geeft de gemeente de mogelijkheid tot maximum één vestigingstoelating.
De klasse 20 geeft de gemeente de mogelijkheid tot maximum twee vestigingstoelatingen.
De klasse 21 geeft de gemeente de mogelijkheid tot maximum drie vestigingstoelatingen.
De klasse 22 geeft de gemeente de mogelijkheid tot maximum één vestigingstoelating vanaf 35.000 inwoners en één bijkomende per volledige schijf van 50.000 inwoners.
<NOTA: Art. 9 is vernietigd bij het arrest van de Raad van State, nr 114.688 van 20 januari 2003 ; zie B.St. 18-12-2003, p. 59650 en Erratum in B.St. 24-12-2003, p. 60788>

Art. 10. Bij toepassing van het artikel 9 van dit koninklijk besluit, worden 116 vestigingsvergunningen voor een inrichting rechtstreeks toegestaan aan de gemeenten vermeld in bijlage III van dit besluit en 64 vestigingsvergunningen voor een inrichting worden rechtstreeks toegestaan aan de arrondissementen vermeld in bijlage IV van dit besluit.
<NOTA: Art. 10 is vernietigd bij het arrest van de Raad van State, nr 114.688 van 20 januari 2003 ; zie B.St. 18-12-2003, p. 59650 en Erratum in B.St. 24-12-2003, p. 60788>

Art. 11. Voor wat betreft de gemeenten met een klassering lager dan klasse 19, worden binnen een arrondissement, de vestigingstoelatingen voor een inrichting als volgt verdeeld: de vestigingstoelatingen worden gegeven aan de gemeenten met de hoogste klasse, met dien verstande dat de klassering lager moet zijn dan klasse 19.
De vestiging van een inrichting in een gemeente, wordt bepaald door de klasse van de gemeente en de volkstelling van 1 maart 1991 waarbij de klasse van de gemeente het belangrijkste criterium is.
Wanneer verschillende gemeenten tot dezelfde klasse behoren, wordt de vestigingsvergunning ambtshalve toegekend aan de gemeente met het meeste inwoners.
Er wordt slechts één vergunning per gemeente afgeleverd.
De inrichting mag zich niet vestigen in een gemeente die reeds voorkomt op de lijst van bijlage III van dit besluit.
<NOTA: Art. 11 is vernietigd bij het arrest van de Raad van State, nr 114.688 van 20 januari 2003 ; zie B.St. 18-12-2003, p. 59650 en Erratum in B.St. 24-12-2003, p. 60788>

HOOFDSTUK V. - De verplichtingen van de verantwoordelijke.

Art. 12. § 1. De houder van de vergunning, indien het gaat om een natuurlijk persoon of de bestuurder of zaakvoerder, indien het gaat om een rechtspersoon mag zich tijdelijk laten vervangen als verantwoordelijke van de inrichting. De volledige gegevens van de vervanger moeten ter kennis gebracht worden van de commissie ter gelegenheid van de controles.
Tijdens zijn afwezigheid, moet hij zijn volledige gegevens doorgeven aan de vervanger zodat hij op ieder ogenblik kan gecontacteerd worden door de controleurs aangeduid door de commissie.
Is de houder van de vergunning, indien het gaat om een natuurlijk persoon of de bestuurder of zaakvoerder, indien het gaat om een rechtspersoon, meer dan twee weken afwezig, dan moet de persoon die hem vervangt onmiddellijk zijn afwezigheid melden aan de commissie.
§ 2. De persoon aangeduid als verantwoordelijke voor de inrichting door de directieraad in vervanging van de houder van de vergunning, indien het gaat om een natuurlijk persoon of de bestuurder of zaakvoerder, indien het gaat om een rechtspersoon moet enerzijds beschikken over het geheel der documenten die de afzonderlijke boekhouding van de spelen en van de handelsboekhouding uitmaken en anderzijds de vereiste volmachten bezitten om antwoord te kunnen geven op de vragen of de opmerkingen van de controleurs aangeduid door de commissie.

Art. 13. De houder van de vergunning, indien het gaat om een natuurlijk persoon of de bestuurder of zaakvoerder, indien het gaat om een rechtspersoon is verplicht eens per jaar, hetzij tegen 31 januari, aan de commissie de nominatieve lijst mee te delen met de functie van de personen die enige beroepsactiviteit uitoefenen in de inrichting op 31 januari van het lopende jaar.
Hij moet een afschrift bewaren van dit document ten einde het ter beschikking te kunnen stellen van de controleurs aangeduid door de commissie.

Art. 14. § 1. De houder van de vergunning, indien het gaat om een natuurlijk persoon of de bestuurder of zaakvoerder, indien het gaat om een rechtspersoon is verplicht op zichtbare wijze, aan de ingang van elke speelzaal een bord te hangen met de hieronder vermelde tekst:
" In deze inrichting worden met vergunning nummer .... Kansspelen geëxploiteerd.
Worden niet toegelaten in de speelzalen van de inrichtingen klasse II, personen die jonger zijn dan 21 jaar.
Het is verboden alcohol te gebruiken binnen de speelzalen van de inrichting.
Er mogen noch leningen noch voorschotten toegestaan worden.
Een folder die de speler waarschuwt voor gokverslaving die resulteert uit misbruik, is beschikbaar. ".
Dit bord wordt door de commissie ter beschikking gesteld van de kansspelinrichtingen klasse II.
§ 2. De beschrijving van de werking van de spelen die zich er bevinden alsook de werkingsregels van de spelen moeten ook duidelijk leesbaar aangebracht worden aan de ingang van de speelzaal.

Art. 15. De folder met informatie over gokverslaving, het telefoonnummer van de hulplijn 0800 en de adressen van hulpverleners moet beschikbaar zijn voor het publiek, op een standaard, aan de in- en uitgang van elke speelzaal. Het aantal folders moet altijd voldoende zijn om aan de vraag van het klienteel tegemoet te komen.

HOOFDSTUK VI. - De administratie van het personeel.

Art. 16. Wanneer het ontslag door de werkgever zelf van de inrichting betekend wordt aan een lid van zijn personeel, wordt onmiddellijk een gemotiveerd advies uitgebracht aan de commissie. De commissie krijgt eveneens kennis van elk ontslag van een speelzaalemployé.

Art. 17. Enkel de houder van de vergunning, indien het gaat om een natuurlijk persoon of enkel de bestuurder of zaakvoerder, indien het gaat om een rechtspersoon hebben de hoedanigheid, in het kader van hun respectievelijke bevoegdheden, om zich bezig te houden met de exploitatie van de kansspelen.
Het personeel dat werkt in de inrichting wordt geplaatst onder het uitsluitend gezag van deze laatste.

HOOFDSTUK VII. - De controle.

Art. 18. Tijdens een controle ter plaatse moet het geheel der documenten betreffende de vergunningen, het beheer, de werking, de boekhouding en het toezicht van de inrichting permanent ter beschikking zijn van de commissie.

HOOFDSTUK VIII. - Overgangs- en slotbepalingen.

Art. 19. De exploitanten van de reeds bestaande lunaparken mogen hun inrichting verder exploiteren tot op het ogenblik dat de commissie een beslissing heeft genomen over hun aanvraag, op voorwaarde dat de aanvraag volledig is en werd ingediend binnen een termijn van één maand na de inwerkingtreding van dit besluit.
Als de commissie een beslissing over de aanvraag heeft genomen:
a) beschikken de exploitanten over een periode van drie maanden om de exploitatie van de kansspelinrichting klasse II stop te zetten, als de vergunning is geweigerd, en dit vanaf de datum van kennisgeving;
b) beschikken de exploitanten over een periode van twaalf maanden om de exploitatie van de kansspelinrichting klasse II aan te passen overeenkomstig dit besluit, en dit vanaf de datum van het toekennen van de vergunning klasse B.

HOOFDSTUK IX. - Inwerkingtreding.

Art. 20. Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.

Art. 21. Onze Minister van Justitie, Onze Minister van Financiën, Onze Minister van Economie, Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Onze Minister van Volksgezondheid zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 22 december 2000.
ALBERT
Van Koningswege:
De Minister van Justitie,
M. VERWILGHEN
De Minister van Financiën,
D. REYNDERS
De Minister van Economie,
Ch. PICQUE
De Minister van Binnenlandse Zaken,
A. DUQUESNE
De Minister van Volksgezondheid,
Mevr. M. AELVOET

Artikel 61 - Koninklijk besluit van 19 juli 2001 betreffende de werking en het beheer van de kansspelinrichtingen klasse I, de wijze van aanvraag en de vorm van de vergunning klasse A

HOOFDSTUK I. - Aanvraag.

Artikel 1. De aanvraag voor een vergunning klasse A wordt bij de Kansspelcommissie, hierna te noemen de commissie, ingediend bij ter post aangetekende brief door middel van een formulier overeenkomstig het model dat als bijlage I bij huidig besluit is opgenomen. Dit formulier wordt aan de aanvrager toegezonden, door de commissie, op zijn vraag.

HOOFDSTUK II. - Onderzoek van de aanvraag.

Art. 2. De aanvraag wordt behandeld binnen een termijn van zes maanden vanaf de dag van de ontvangst.
De beslissing van de commissie wordt aan de betrokkene meegedeeld bij ter post aangetekende brief.
In geval van een gunstige beslissing wordt een vergunning klasse A, waarvan het model als bijlage II bij dit besluit is gevoegd, bezorgd aan de betrokkene.

Art. 3. Een exemplaar van de concessieovereenkomst afgesloten tussen de kandidaat-exploitant en de gemeente, overeenkomstig artikel 29, lid 3, van de wet van 7 mei 1999, wordt aan het aanvraagdossier toegevoegd.

Art. 4. Een afschrift van het plan van de inrichting bevattende de ruimtelijke configuratie van alle kansspelen en de ligging van alle lokalen, zelfs die lokalen bestemd voor privé-gebruik, moet toegestuurd worden aan de commissie en dit, één maand na de opening van de speelzalen.
De commissie wordt van elke wijziging van dit plan op de hoogte gebracht door de verzending van een nieuw afschrift aan de commissie, binnen de maand die volgt op de verbouwingen.

HOOFDSTUK III. - Algemeenheden.

Art. 5. De houder van de vergunning indien het gaat om een natuurlijk persoon, of de bestuurder of zaakvoerder indien het gaat om een rechtspersoon moet waken over de eerlijkheid van de spelen en over de regelmatigheid van hun werking.

Art. 6. Bij niet-naleving van één van de clausules van de concessieovereenkomst door één van de concessionarissen, wordt de commissie onmiddellijk op de hoogte gesteld door elke betrokken persoon.

HOOFDSTUK IV. - De verplichtingen van de verantwoordelijke.

Art. 7. § 1. De houder van de vergunning, indien het gaat om een natuurlijk persoon of de bestuurder of zaakvoerder, indien het gaat om een rechtspersoon mag zich tijdelijk laten vervangen bij de directie van de inrichting. De volledige gegevens van de vervanger moeten ter kennis gebracht worden van de commissie ter gelegenheid van de controles.
Tijdens zijn afwezigheid, moet hij zijn volledige gegevens doorgeven aan de vervanger zodat hij op ieder ogenblik kan gecontacteerd worden door de controleurs aangeduid door de commissie.
Is de houder van de vergunning indien het gaat om een natuurlijk persoon of de bestuurder of zaakvoerder indien het gaat om een rechtspersoon, meer dan twee weken afwezig, dan moet de persoon die hem vervangt onmiddellijk zijn afwezigheid melden aan de commissie.
§ 2. De persoon belast met de directie van de inrichting in vervanging van de houder van de vergunning, indien het gaat om een natuurlijk persoon, of de bestuurder of zaakvoerder indien het gaat om een rechtspersoon moet enerzijds beschikken over het geheel der documenten die de afzonderlijke boekhouding van de spelen en van de handelsboekhouding uitmaken en anderzijds de vereiste volmachten bezitten om antwoord te kunnen geven op de vragen of de opmerkingen van de controleurs aangeduid door de commissie.

Art. 8. De houder van de vergunning indien het gaat om een natuurlijk persoon, of de bestuurder of zaakvoerder indien het gaat om een rechtspersoon is verplicht eens per jaar, tegen 31 januari, aan de commissie de nominatieve lijst mee te delen met de functie van de personen die enige beroepsactiviteit uitoefenen in de inrichting op 31 januari van het lopende jaar.
Hij moet een afschrift bewaren van dit document ten einde het ter beschikking te kunnen stellen van de controleurs aangeduid door de commissie.

Art. 9. § 1. De houder van de vergunning, indien het gaat om een natuurlijk persoon of de bestuurder of zaakvoerder, indien het gaat om een rechtspersoon is verplicht op zichtbare wijze, aan de ingang van elke speelzaal een bord te hangen met de hieronder vermelde tekst:
" In deze inrichting worden met vergunning nummer ..... kansspelen geëxploiteerd.
Worden niet toegelaten in de speelzalen van de inrichtingen klasse I, personen die jonger zijn dan 21 jaar.
(...). <KB 2004-11-24/37, art. 1, 002; Inwerkingtreding: 08-12-2004>
Er mogen noch leningen noch voorschotten toegestaan worden.
Een folder die de speler waarschuwt voor gokverslaving die resulteert uit misbruik, is beschikbaar. ".
Dit bord wordt door de commissie ter beschikking gesteld van de kansspelinrichtingen klasse I.
§ 2. De beschrijving van de werking van de spelen die zich er bevinden alsook de werkingsregels van de spelen moeten ter beschikking zijn aan de ingang van de speelzalen.

Art. 10. De folder met informatie over gokverslaving, het telefoonnummer van de gratis hulplijn en de adressen van hulpverleners moet beschikbaar zijn voor het publiek, op een standaard, aan de in- en uitgang van elke speelzaal. Het aantal folders moet altijd voldoende zijn om aan de vraag van het kliënteel tegemoet te komen.

HOOFDSTUK V. - De administratie van het personeel.

Art. 11. Wanneer het ontslag door de werkgever zelf van de inrichting betekend wordt aan een lid van zijn personeel, wordt onmiddellijk een gemotiveerd advies uitgebracht aan de commissie. De commissie krijgt eveneens kennis van elk ontslag van een speelzaalemployé.

HOOFDSTUK VI. - Overgangs- en slotbepalingen.

Art. 12. De exploitanten van de reeds bestaande lunaparken mogen hun inrichting verder exploiteren tot op het ogenblik dat de commissie een beslissing heeft genomen over hun aanvraag, op voorwaarde dat de aanvraag volledig is en werd ingediend binnen een termijn van één maand na de inwerkingtreding van dit besluit.
Als de commissie een beslissing over de aanvraag heeft genomen:
a) beschikken de exploitanten over een periode van drie maanden om de exploitatie van de kansspelinrichting klasse I stop te zetten, als de vergunning is geweigerd, en dit vanaf de datum van kennisgeving;
c) Indien de licentie toegekend werd, hebben de uitbaters tot 31 december 2002 de tijd om de exploitatie van de kansspelinrichting van klasse I definitief in overeenstemming brengen met het huidige besluit.

HOOFDSTUK VII. - Inwerkingtreding.

Art. 13. Dit besluit evenals de artikelen 28 tot 33, 62, 75 en 76 van de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers treden in werking op de dag dat dit besluit wordt bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.

Art. 14. Onze Minister van Justitie, Onze Minister van Financiën, Onze Minister van Economie, Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Onze Minister van Volksgezondheid zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 19 juli 2001.
ALBERT
Van Koningswege:
De Minister van Justitie,
M. VERWILGHEN
De Minister van Financiën,
D. REYNDERS
De Minister van Economie,
Ch. PICQUE
De Minister van Binnenlandse Zaken,
A. DUQUESNE
De Minister van Volksgezondheid,
Mevr. M. AELVOET

Artikel 62 - Koninklijk besluit van 15 december 2004 betreffende het toegangsregister in de speelzalen van kansspelinrichtingen van klasse I of II

Artikel 1. § 1. De exploitant van een kansspelinrichting klasse I of II of een door hem aangewezen persoon moet een toegangsregister bijhouden teneinde iedere persoon te identificeren die aanwezig is in een kansspelinrichting van klasse I of II.
§ 2. Het toegangsregister bestaat uit 6 rubrieken, te weten:
1° de naam;
2° de voornaam;
3° de geboortedatum;
4° de geboorteplaats;
5° het adres;
6° het beroep;

Art. 2. Het toegangsregister wordt op gecomputeriseerde wijze bijgehouden of op papieren drager.
Het gebruikte computerprogramma moet vooraf ter goedkeuring worden voorgelegd aan de kansspelcommissie. Elke wijziging in het programma moet aan de kansspelcommissie worden gemeld. In dit geval dient de handtekening van de speler geplaatst te worden op de fotokopie van de identiteitskaart of op het stuk waaruit de identiteit blijkt. Een eenmalige handtekening volstaat dan.
De papieren drager bestaat uit een schrift, waarvan de bladen genummerd en samengebonden zijn.

Art. 3. De toegang tot het register is beperkt tot de exploitant van de kansspelinrichting klasse I of II en het door hem aangestelde personeel dat belast is met de registratie van de spelers.
De leden van de kansspelcommissie of van het secretariaat ervan, dan wel iedere persoon aangewezen door de Kansspelcommissie heeft toegang tot dit register.

Art. 4. De exploitant van een kansspelinrichting klasse I of II, of een door hem aangewezen persoon, moet de identiteit controleren van iedere persoon die de speelzalen wenst te betreden. Deze controle geschiedt aan de ingang van de speelzaal.
Daartoe vraagt hij aan de klant om zijn identiteitskaart te tonen, of een stuk waaruit de identiteit blijkt.
Voordat de speler kan worden ingeschreven in het toegangsregister, moet de exploitant van de kansspelinrichting klasse I of II, of een door hem aangewezen persoon, door middel van het systeem van informatieverwerking, bedoeld in artikel 55 van de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers, nagaan of de toegang tot die kansspelinrichting aan de speler niet is ontzegd, overeenkomstig de uitsluitingen bedoeld in artikel 54 van voornoemde wet.

Art. 5. De fotokopie van de identiteitskaart of van een stuk waaruit de identiteit blijkt bedoeld in artikel 4, tweede lid, van dit besluit moet gedurende ten minste tien jaar na de laatste deelneming van de speler aan een kansspel worden bewaard. De fotokopie wordt onmiddellijk gemaakt, waarna de identiteitskaart onverwijld wordt teruggeven.
Deze fotokopie wordt genomen wanneer de klant de kansspelinrichting van klasse I of II voor het eerst betreedt.
De exploitant of de door hem aangewezen persoon gaat de foto alsook datum van de geldigheid van de identiteitskaart na. Een ongeldige identiteitskaart wordt niet in aanmerking genomen.

Art. 6. Dit besluit treedt in werking op de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.

Art. 7. Onze Minister bevoegd voor Justitie, Onze Minister bevoegd voor Financiën, Onze Minister bevoegd voor Binnenlandse Zaken, Onze Minister bevoegd voor Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid, en Onze Minister bevoegd voor Sociale Zaken en Volksgezondheid zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 15 december 2004.
ALBERT
Van Koningswege:
De Minister van Justitie,
Mevr. L. ONKELINX
De Minister van Financiën,
D. REYNDERS
De Minister van Binnenlandse Zaken,
P. DEWAEL
De Minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid,
M. VERWILGHEN
De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid,
R. DEMOTTE.

Artikel 71 - Koninklijk besluit van 22 december 2000 tot vaststelling van de bijdrage in de werkings-, personeels- en oprichtingskosten van de kansspelcommissie verschuldigd door de houders van de vergunningen A, B, C en E.

Artikel 1. De Minister van Justitie wijst de agenten van het ministerie van Justitie aan die belast zijn met de inning van de retributies bedoeld in artikel 19 van de wet van 7 mei 1999 als bijdrage in de werkings-, personeels- en oprichtingskosten van de kansspelcommissie, hierna commissie genoemd, en haar secretariaat, die ten laste van de houders van vergunningen klasse A, B, C en E vallen.

Art. 2. § 1. De retributies worden, één keer per jaar, betaald, ten laatste tegen 31 mei van ieder burgerlijk jaar, ongeacht de duur van de vergunning en dit voor heel de komende werkingsperiode van de commissie, die overeenkomt met één burgerlijk jaar. Het bedrag van de retributies wordt jaarlijks vastgesteld.
§ 2. (Voor het burgerlijk jaar 2002 bedraagt de retributie voor een vergunning klasse A 15.000 euro, de retributie voor een vergunning klasse B bedraagt 7.500 euro, de retributie voor een vergunning klasse C bedraagt 100 euro, de retributie voor een vergunning klasse E bedraagt 2.500 euro voor de houders die enkel diensten leveren in het raam van het onderhoud, het herstel of de uitrusting van de kansspelen, voor al de andere houders van een vergunning klasse E bedraagt de retributie 1.250 euro per aangevatte schijf van 50 toestellen.
Daarenboven bedraagt de retributie voor de houders van een vergunning klasse A, die automatische kansspelen exploiteren, 250 euro per toestel met een minimum van 7.500 euro.) <KB 2001-12-27/30, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 08-01-2002>
§ 3. De retributie voor de eerste periode van de exploitatie van het spel wordt volledig betaald, uiterlijk één maand na de kennisgeving.
§ 4. Voor het burgerlijk jaar 2001, wordt het geheel van de retributies betaald ten laatste één maand na de kennisgeving.

Art. 3. Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.

Art. 4. Onze Minister van Justitie, Onze Minister van Financiën, Onze Minister van Economie, Onze Minister van Binnenlandse Zaken, Onze Minister van Volksgezondheid zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 22 december 2000.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Justitie,
M. VERWILGHEN
De Minister van Financiën,
D. REYNDERS
De Minister van Economie,
Ch. PICQUE
De Minister van Binnenlandse Zaken,
A. DUQUESNE
De Minister van Volksgezondheid,
Mevr. M. AELVOET.

Artikel 71 - Koninklijk besluit van 27 december 2001 betreffende de bijdrage in de werkings-, personeels- en oprichtingskosten van de Kansspelcommissie verschuldigd door de houders van vergunningen klasse A, B, C en E.

Artikel 1. Artikel 2, § 2, van het koninklijk besluit van 22 december 2000 tot vaststelling van de bijdrage in de werkings-, personeels- en oprichtingskosten van de Kansspelcommissie verschuldigd door de houders van vergunningen klasse A, B, C en E wordt vervangen door de volgende bepaling :
" § 2. Voor het burgerlijk jaar 2002 bedraagt de retributie voor een vergunning klasse A 15.000 euro, de retributie voor een vergunning klasse B bedraagt 7.500 euro, de retributie voor een vergunning klasse C bedraagt 100 euro, de retributie voor een vergunning klasse E bedraagt 2.500 euro voor de houders die enkel diensten leveren in het raam van het onderhoud, het herstel of de uitrusting van de kansspelen, voor al de andere houders van een vergunning klasse E bedraagt de retributie 1.250 euro per aangevatte schijf van 50 toestellen.
Daarenboven bedraagt de retributie voor de houders van een vergunning klasse A, die automatische kansspelen exploiteren, 250 euro per toestel met een minimum van 7.500 euro. ".

Art. 2. Onze Minister van Justitie, Onze Minister van Financiën, Onze Minister van Economie, Onze Minister van Binnenlandse Zaken, Onze Minister van Volksgezondheid zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Souillac, op 27 december 2001.
ALBERT
Van Koningswege :
Voor de Minister van Justitie, afwezig,
De Minister van Overheidsbedrijven,
R. DAEMS
De Minister van Financiën,
D. REYNDERS
De Minister van Economie,
Ch. PICQUE
De Minister van Binnenlandse Zaken,
A. DUQUESNE
De Minister van Volksgezondheid,
Mevr. M. AELVOET.

Artikel 78 - Koninklijk besluit van 15 december 2004 betreffende het instellen van een systeem van informatieverwerking voor spelers aan wie de toegang tot kansspelinrichtingen van klasse I en klasse II wordt ontzegd

Artikel 1. Bij de Federale Overheidsdienst Justitie wordt een systeem van informatieverwerking opgericht betreffende de personen aan wie de toegang tot de kansspelinrichtingen ontzegd wordt, overeenkomstig artikel 54, § 5, van de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers, hierna de wet genoemd.
Dit systeem draagt de naam EPIS, Excluded Persons Information System.
De personen die opgenomen zijn in EPIS, moet de toegang tot de kansspelinrichtingen klasse I en II worden geweigerd.

Art. 2. De Minister van Justitie of diens gemachtigde wijst de ambtenaren aan, beheerders van EPIS.

Art. 3. De kansspelcommissie betaalt een jaarlijkse bijdrage van één euro aan de Federale Overheidsdienst Justitie om EPIS te raadplegen.

Art. 4. De kansspelcommissie en de leden van haar secretariaat die de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie hebben, kunnen alle gegevens van EPIS raadplegen.

Art. 5. De exploitant van een kansspelinrichting klasse I of II of een door hem aangestelde persoon, dient de naam, voornaam en geboortedatum van de speler in te voeren in EPIS alvorens de speelzaal kan worden betreden. Indien deze persoon is opgenomen in EPIS, verschijnt er ja' op het scherm. In het andere geval neen'.

Art. 6. EPIS kan door de exploitant of een door hem aangestelde persoon van een kansspelinrichting klasse I of II geconsulteerd worden door het versturen van een https bericht via het internet naar de webserver van de kansspelcommissie.
Alle opstartkosten voor het maken van deze verbinding komen ten laste van de kansspelinrichting klasse I of II.

Art. 7. Wanneer de toegang tot EPIS, om welke reden dan ook en buiten de wil van de exploitant, onmogelijk is, moeten de spelers onverminderd artikel 62 van de wet, opgenomen worden in een andere lijst.
Deze lijst omvat de naam, voornaam, geboortedatum, geboorteplaats, adres en beroep van elke speler.
De exploitant brengt de Kansspelcommissie en de beheerder van EPIS onmiddellijk per fax van op de hoogte dat EPIS niet toegankelijk is.
Wanneer EPIS weer toegankelijk is, moeten alle spelers, opgenomen in de aparte lijst, worden gecontroleerd. Wanneer er voor één van deze spelers een ja' verschijnt, moet de Kansspelcommissie hiervan onmiddellijk in kennis worden gesteld.
Na deze controle wordt het schriftelijk register onmiddellijk vernietigd door de verantwoordelijke van de kansspelinrichtingen klasse I of II.

Art. 8. Alle consultaties van EPIS en de resultaten ervan worden bijgehouden in een bestand, de zogenaamde logfile en gedurende vijf jaar bewaard.

Art. 9. Dit besluit treedt in werking een maand na de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad, samen met de artikelen 38.5, 54, § 3 - § 5, 55, 56 en 57 van de wet.

Art. 10. Onze Minister bevoegd voor Justitie, Onze Minister bevoegd voor Financiën, Onze Minister bevoegd voor Binnenlandse Zaken, Onze Minister bevoegd voor Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid, en Onze Minister bevoegd voor Sociale Zaken en Volksgezondheid zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 15 december 2004.
ALBERT
Van Koningswege:
De Minister van Justitie,
Mevr. L. ONKELINX
De Minister van Financiën,
D. REYNDERS
De Minister van Binnenlandse Zaken,
P. DEWAEL
De Minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid,
M. VERWILGHEN
De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid,
R. DEMOTTE.