Artikel 7 - Koninklijk besluit van 19 juli 2001 tot vaststelling van de lijst van de kansspelen waarvan de exploitatie is toegelaten in de kansspelinrichtingen klasse I

Artikel 7 - Koninklijk besluit van 19 juli 2001 tot vaststelling van de lijst van de kansspelen waarvan de exploitatie is toegelaten in de kansspelinrichtingen klasse I

Artikel 1.<KB 2004-11-24/36, art. 1, 002; Inwerkingtreding: 08-12-2004> De kansspelen waarvan de exploitatie wordt toegestaan in de kansspelinrichtingen klasse I worden verdeeld in twee categorieën, te weten:
1° de tafelspelen:
baccara, big wheel, black jack, poker, chemin de fer, craps, mini punto banco, midi punto banco, maxi punto banco, Franse roulette, Amerikaanse roulette, Engelse roulette, sic bo en bingo;
2° de automatische spelen:
a) rollerautomaten van het type Reel Slot;
b) spelen van het type video slot, (...); <KB 2005-09-17/42, art. 1, 003; Inwerkingtreding: 28-09-2005>
c) spelen van het type wheel of fortune;
d) de paardenwedrennen met verschillende terminals waar tenminste 12 spelers kunnen plaatsnemen;
e) spelen van het type keno.
[1 f) interactieve pokerspelen.]1
----------
(1)<KB 2009-06-11/06, art. 1, 004; Inwerkingtreding: 09-07-2009>
 
Art. 2. Het aantal automatische spelen dat toegelaten is, wordt vastgesteld op ten hoogste (15 spelen) per aanwezige en gedurende ten minste vijf uur geopende tafel. <KB 2004-11-24/36, art. 2, 002; Inwerkingtreding: 08-12-2004>
 
Art. 3.
<Opgeheven bij KB 2009-06-11/06, art. 2, 004; Inwerkingtreding: 09-07-2009>
 
Art. 4. Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.
 
Art. 5. Onze Minister van Justitie, Onze Minister van Financiën, Onze Minister van Economie, Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Onze Minister van Volksgezondheid zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 19 juli 2001.
ALBERT
Van Koningswege:
De Minister van Justitie,
M. VERWILGHEN
De Minister van Financiën,
D. REYNDERS
De Minister van Economie,
Ch. PICQUE
De Minister van Binnenlandse Zaken,
A. DUQUESNE
De Minister van Volksgezondheid,
Mevr. M. AELVOET.

Artikel 7 - Koninklijk besluit van 2 maart 2004 tot vaststelling van de lijst van de kansspelen waarvan de exploitatie is toegelaten in de kansspelinrichtingen klasse III

Artikel 1. Alleen de volgende kansspelen zijn slechts toegelaten in de kansspelinrichtingen klasse III:
1° de exploitatie van de elektrische biljarten met veranderlijke inzet, gewoonlijk " Bingo " genaamd, waarvan het spel erin bestaat verscheidene ballen of kogels in de op het horizontaal vlak van het toestel gemaakte gaten te plaatsen, met als doel, naargelang van het type van toestel, op het paneel van het verticaal vlak verscheidene cijfers of tekens op een horizontale, verticale of diagonale lijn of in een bepaalde zone te belichten;
2° de exploitatie van de elektrische biljarten met veranderlijke inzet, gewoonlijk " One-ball " genaamd, waarvan het spel erin bestaat op het horizontaal vlak van het toestel een bal of kogel te plaatsen in één van de gaten met hetzelfde cijfer als het cijfer dat op het paneel van het verticaal vlak verlicht is.

Art. 2. Het koninklijk besluit van 22 december 2000 tot vaststelling van de lijst van de kansspelen waarvan de exploitatie is toegelaten in de kansspelinrichtingen klasse III wordt opgeheven.

Art. 3. Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.

Art. 4. Onze Minister bevoegd voor Justitie, Onze Minister bevoegd voor Begroting en ten dele bevoegd voor de Nationale Loterij, Onze Minister bevoegd voor Binnenlandse Zaken, Onze Minister bevoegd voor Financiën, Onze Minister bevoegd voor Sociale Zaken en Volksgezondheid, en Onze Minister bevoegd voor Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 2 maart 2004.
ALBERT
Van Koningswege:
De Minister van Justitie,
Mevr. L. ONKELINX
De Minister van Begroting, tot wiens bevoegdheid ten dele de Nationale Loterij behoort,
J. VANDE LANOTTE
De Minister van Binnenlandse Zaken,
P. DEWAEL
De Minister van Financiën,
D. REYNDERS
De Minister van Sociale zaken en Volksgezondheid,
R. DEMOTTE
De Minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid,
Mevr. F. MOERMAN.

Artikel 7 - Koninklijk besluit van 26 april 2004 tot vaststelling van de lijst van de automatische kansspelen waarvan de exploitatie is toegestaan in de kansspelinrichtingen klasse II

Artikel 1.[1 De kansspelen waarvan de uitbating is toegelaten in de kansspelinrichtingen klasse II, zijn onderverdeeld in twee categorieën:
 - de categorie van automatische spelen zonder spelerskaart;
 - de categorie van automatische spelen met spelerskaart.]1
----------
(1)<KB 2009-06-11/07, art. 18, 002; Inwerkingtreding: 09-07-2009>

Art. 1/1. [1 De kansspelen van de categorie automatische spelen zonder spelerskaart, zijn onderverdeeld in de volgende vijf types:
 - black-jack spelen;
 - paardenweddenschappen;
 - dobbelspelen;
 - pokerspelen;
 - roulettespelen.]1

----------
(1)<Ingevoegd bij KB 2009-06-11/07, art. 19, 002; Inwerkingtreding: 09-07-2009>

Art. 1/2. [1 De kansspelen van de categorie automatische spelen met spelerskaart, zijn van het volgende type:
 - interactief pokerspel.]1

----------
(1)<Ingevoegd bij KB 2009-06-11/07, art. 20, 002; Inwerkingtreding: 09-07-2009>

Art. 2. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder " dobbelsteen ": kleine kubus waarvan de zes vlakken zijn voorzien van hetzij 1 tot 6 ogen, hetzij Arabische cijfers, hetzij Chinese cijfers zoals in het spel " Sic Bo ".

Art. 3. § 1. Het spel black-jack wordt gespeeld op een scherm met een kaartspel van 52 standaardkaarten. Het scherm wordt vernieuwd na elke kaartverdeling.
De kaartendoos kan worden samengesteld uit een maximum van zes spelen van 52 kaarten.
§ 2. De kaarten hebben dezelfde waarde als bij Black-Jack op tafel:
- 2/10: waarde van de kaart
- Boer, Vrouw, Koning: 10
- Aas: 1 of 11.
De spelregels zijn identiek aan de spelregels toepasselijk bij tafel Black-Jack.
§ 3. De automaat verdeelt de kaarten en de speler steekt de kaarten goed. Eens de kaartenverdelingen bepaald, worden de inzetten betaald naar gelang de vooraf ingestelde winnende combinaties. Bij gelijkheid wint noch verliest de speler.

Art. 4. § 1. Het wedrenspel bestaat in het voorspellen van de wedrenresultaten.
§ 2. Het betreft winstkansweddenschappen. De speler beschikt over [1 drie mogelijkheden]1 om in te zetten, hetzij:
1. zet hij in op de winnaar;
2. [2 doet hij een plaatsweddenschap op de eerste twee plaatsen, in volgorde of niet in volgorde;]2.
Eens de wedren beëindigd en als hij het winnende resultaat gevonden heeft, wordt de winnaar betaald naargelang de score van de winnaar of winnaars.
[3 doet hij een plaatsweddenschap op de eerste drie plaatsen, in volgorde of niet in volgorde.]3
----------
(1)<KB 2009-06-11/07, art. 21, 002; Inwerkingtreding: 09-07-2009>
(2)<KB 2009-06-11/07, art. 22, 002; Inwerkingtreding: 09-07-2009>
(3)<KB 2009-06-11/07, art. 23, 002; Inwerkingtreding: 09-07-2009>
 

Art. 5. Het dobbelspel kan mechanisch of elektronisch zijn.
1. Het mechanisch dobbelspel bevat [1 één of meerdere]1 dobbelstenen die zich in een gesloten ruimte bevinden, trommel genoemd. De speler brengt de trommel in beweging bij middel van een startknop, hierna genoemd Start. De speler wordt betaald volgens vooraf opgestelde combinaties.
2. Het elektronisch dobbelspel bestaat uit een scherm waar [2 één of meerdere]2 teerlingen geworpen worden volgens de versie van het spel. Het nagestreefde doel bestaat erin een vooraf ingestelde combinatie te verwezenlijken. De speler wordt betaald afhankelijk van deze combinaties.
----------
(1)<KB 2009-06-11/07, art. 24, 002; Inwerkingtreding: 09-07-2009>
(2)<KB 2009-06-11/07, art. 25, 002; Inwerkingtreding: 09-07-2009>

Art. 6. [1 Het pokerspel wordt gespeeld op een scherm, met een gedeelte van een standaard kaartspel of één of meerdere standaard kaartspelen, naargelang het type van het gekozen spel. Verschillende jokers zijn toegelaten. Eenmaal de inzet gebeurd is, kunnen, met een druk op de knop, de kaarten verdeeld worden. Het aantal handen en het aantal kaarten per hand hangt af van het type gekozen spel. De speler kan bijkomende inzetten plaatsen tijdens het spel. Het pokerspel kan gespeeld worden op meerdere lijnen. In dit geval moet iedere lijn de regels van het pokerspel respecteren. Wanneer de speler een beslissing moet nemen, moet de machine altijd een beslissing presenteren welke zij aanbeveelt. De kaarten mogen door dobbelstenen vervangen worden voor zover het spel aan alle eisen van het pokerspel voldoet.]1
----------
(1)<KB 2009-06-11/07, art. 26, 002; Inwerkingtreding: 09-07-2009>

Art. 6/1. [1 Het interactief pokerspel is een meerspelerstoestel dat maximaal 10 spelers kan ontvangen. Een randomgenerator verdeelt de virtuele kaarten en het toestel biedt ze aan aan de aanwezige spelers. De spelregels moeten gelijk zijn aan de pokertafelspelen.]1

----------
(1)<Ingevoegd bij KB 2009-06-11/07, art. 27, 002; Inwerkingtreding: 09-07-2009>

Art. 7. Het automatische roulettespel kan van het materiële of van het virtuele type zijn.
De winst van het spel wordt bepaald door een spelmogelijkheid die bepaald wordt door het stoppen van het balletje in één der genummerde vakken.
Eenmaal de inzet is ingebracht, dient de speler een keuze te maken uit een nummer of de combinatie waarop men wil gokken. Vervolgens brengt de startknop de roulette op gang. Wanneer het balletje stopt in één der genummerde vakken duidt dit het winnende nummer aan. De speler wordt betaald volgens zijn winnend nummer.
De materiële roulette bestaat uit een bedekte roulette gelijkend op deze die gebruikt wordt voor de tafelspelen.
De virtuele roulette wordt gespeeld op een scherm met twee niveaus. Op het eerste niveau bevindt zich de inzettafel waar de speler zijn virtuele schijven kan schikken. Op het tweede niveau verschijnt een scherm met het wiel.
Bij de materiële en de virtuele roulette kan de trekking gebeuren door middel van teerlingen. Het gebruik van dobbelstenen verandert niets aan de aard van spel dat een van het type roulette blijft.

Art. 8. Het aantal automatische kansspelen waarvan de exploitatie is toegestaan in de kansspelinrichtingen klasse II is beperkt tot 30 toestellen.

Art. 9.[1 De kansspelen samengesteld uit meerdere speelposten zijn beperkt tot 3 per inrichting. Voor de automatische spelen zonder spelerskaart is dit beperkt tot zes terminals. Voor de automatische spelen met spelerskaart is dit beperkt tot één tafel met maximum tien terminals.]1
----------
(1)<KB 2009-06-11/07, art. 28, 002; Inwerkingtreding: 09-07-2009>

Art. 10. Het koninklijk besluit van 22 december 2000 tot vaststelling van de lijst van de automatische kansspelen waarvan de exploitatie is toegelaten in de kansspelinrichtingen klasse II wordt opgeheven.

Art. 11. Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.

Art. 12. Onze Minister bevoegd voor Justitie, Onze Minister bevoegd voor Begroting en ten dele bevoegd voor de Nationale Loterij, Onze Minister bevoegd voor Binnenlandse Zaken, Onze Minister bevoegd voor Financiën, Onze Minister bevoegd voor Sociale Zaken en Volksgezondheid, en Onze Minister bevoegd voor Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 26 april 2004.
ALBERT
Van Koningswege:
De Minister van Justitie,
Mevr. L. ONKELINX
De Minister van Begroting, tot wiens bevoegdheid ten dele de Nationale Loterij behoort,
J. VANDE LANOTTE
De Minister van Binnenlandse Zaken,
P. DEWAEL
De Minister van Financiën,
D. REYNDERS
De Minister van Sociale zaken en Volksgezondheid,
R. DEMOTTE
De Minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid,
Mevr. F. MOERMAN.

Artikel 7 - Koninklijk besluit van 24 november 2004 tot wijziging van het koninklijk besluit van 19 juli 2001 tot vaststelling van de lijst van de kansspelen waarvan de exploitatie is toegelaten in de kansspelinrichtingen klasse I

Artikel 1. " Artikel 1 van het koninklijk besluit tot vaststelling van de lijst van de kansspelen waarvan de exploitatie is toegelaten in de kansspelinrichtingen klasse I, wordt vervangen door de volgende bepaling:
" Artikel 1. De kansspelen waarvan de exploitatie wordt toegestaan in de kansspelinrichtingen klasse I worden verdeeld in twee categorieën, te weten:
1° de tafelspelen:
baccara, big wheel, black jack, poker, chemin de fer, craps, mini punto banco, midi punto banco, maxi punto banco, Franse roulette, Amerikaanse roulette, Engelse roulette, sic bo en bingo;
2° de automatische spelen:
a) rollerautomaten van het type Reel Slot;
b) spelen van het type video slot, met uitzondering van video-poker, video-black jack en video roulette;
c) spelen van het type wheel of fortune;
d) de paardenwedrennen met verschillende terminals waar tenminste 12 spelers kunnen plaatsnemen;
e) spelen van het type keno.

Art. 2. In artikel 2 van hetzelfde besluit worden de woorden " 10 spelen " vervangen door de woorden " 15 spelen ".

Art. 3. Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.

Art. 4. Onze Minister bevoegd voor Justitie, Onze Minister bevoegd voor Binnenlandse Zaken, Onze Minister bevoegd voor Financiën, Onze Minister bevoegd voor Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid, en Onze Minister bevoegd voor Sociale Zaken en Volksgezondheid zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 24 november 2004.
ALBERT
Van Koningswege:
De Minister van Justitie,
Mevr. L. ONKELINX
De Minister van Binnenlandse Zaken,
P. DEWAEL
De Minister van Financiën,
D. REYNDERS
De Minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid,
Mevr. M.VERWILGHEN
De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid,
R. DEMOTTE.

Artikel 7 - Koninklijk besluit van 17 september 2005 tot wijziging van het koninklijk besluit van 19 juli 2001 tot vaststelling van de lijst van de kansspelen waarvan de exploitatie is toegelaten in de kansspelinrichtingen klasse I

Artikel 1. In artikel 1, 2°, b) van het koninklijk besluit van 19 juli 2001, vervangen bij het voormelde koninklijk besluit van 24 november 2004, tot vaststelling van de lijst van de kansspelen waarvan de exploitatie is toegelaten in de kansspelinrichtingen klasse I, vervallen de woorden:, met uitzondering van videopoker, video-black jack en video roulette'.

Art. 2. Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.

Art. 3. Onze Minister bevoegd voor Justitie, Onze Minister bevoegd voor Binnenlandse Zaken, Onze Minister bevoegd voor Financiën, Onze Minister bevoegd voor Sociale Zaken en Volksgezondheid, en Onze Minister bevoegd voor Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 17 september 2005.
ALBERT
Van Koningswege:
De Minister van Justitie,
Mevr. L. ONKELINX
De Minister tot wiens bevoegdheid ten dele de Nationale Loterij behoort,
J. VANDE LANOTTE
De Minister van Binnenlandse Zaken,
P. DEWAEL
De Minister van Financiën,
D. REYNDERS
De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid,
R. DEMOTTE
De Minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid,
M. VERWILGHEN.

Artikel 7 - Koninklijk besluit van 11 juni 2009 tot wijziging van verscheidene bepalingen betreffende kansspelen waarvan de exploitatie is toegelaten in de kansspelinrichtingen klasse II

Artikel 1. Het koninklijk besluit van 8 april 2003 betreffende de werking van de automatische kansspelen waarvan de exploitatie is toegelaten in de kansspelinrichtingen klasse II, gewijzigd bij koninklijk besluit van 14 juni 2004, wordt in hoofdstukken verdeeld, waarvan het eerste hoofdstuk de artikelen 1 tot en met 8 omvat en het volgende opschrift draagt:
" Hoofdstuk I. - Verplichtingen voor de categorie van automatische spelen zonder spelerskaart. ".

Art. 2. Artikel 5, a), van hetzelfde besluit wordt opgeheven.

Art. 3. Artikel 5, b), van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt:
" b) De inzetten moeten minstens kunnen gebeuren met Belgische muntstukken. ".

Art. 4. Artikel 5, c), van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt:
" c) De maximum inzet bedraagt 0,25 euro.
De totale inzet per spel mag samengesteld worden uit meerdere inzetten (multiple inzet).
Het spel moet met een inzet tussen 0,10 euro en 0,25 euro kunnen starten.
Door iedere druk op de knop " stake " (of equivalent) mag de inzet enkel stijgen met een bedrag tussen:
- 0,10 euro en 1,00 euro voor de monopostmachines of multipostmachines met een speeltijd van kleiner dan 60 seconden;
- 0,10 euro en 5,00 euro voor de multipostmachines met een speeltijd gelijk aan of groter dan 60 seconden.
De totale inzet per spel moet begrensd worden tot een waarde bepaald tijdens de modelgoedkeuring door gebruik te maken van de volgende formule:
Emax = (2 x PH/(1-TR) x TP/3600) - Emin (voor monopostmachines of multipostmachines met een speeltijd van kleiner dan 60 seconden)
Emax = (4 x PH/(1-TR) x TP/3600) - Emin (voor multipostmachines met een speeltijd gelijk aan of groter dan 60 seconden)
Emax = maximale " totale inzet " toegelaten per spel
PH = maximaal gemiddeld uurverlies bepaald in d);
TR = werkelijk herverdelingsgehalte bepaald tijdens de modelgoedkeuring (indien het herverdelingsgehalte afhangt van de inzet, dan wordt de berekening gedaan voor elke mogelijke inzet)
TP = minimum speltijd
Emin = minimale mogelijke inzet per spel (waarde tussen 0,10 euro en 0,25 euro)
De waarde van Emax afgerond tot de laagst mogelijke munteenheid, is de maximale " totale inzet " toegelaten per spel.
Evenwel, om uit te sluiten dat er onaanvaardbare inzetten mogelijk zouden zijn, wordt de waarde van de maximum toegelaten inzet per partij gelimiteerd tot 100 keer de basisinzet (zijnde dus 25,00 euro) voor monopostmachines of multipost-machines met een speeltijd van kleiner dan 60 seconden en 600 keer de basisinzet (zijnde dus 150,00 euro) voor multipostmachines met een speeltijd gelijk aan of groter dan 60 seconden). ".

Art. 5. Artikel 5, f), van hetzelfde besluit wordt opgeheven.

Art. 6. Artikel 5, g), van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt:
" g) Per spel mag de speler niet meer dan 200 maal de maximale totale inzet, zoals bepaald in artikel 5, c), ontvangen.
De maximale winst per spel mag echter niet hoger liggen dan 500,00 euro voor een monospeler of multipostmachine met een speeltijd van kleiner dan 60 seconden en 2.000,00 euro per terminal bij een multipostmachine met een speeltijd gelijk aan of groter dan 60 seconden.
De automaat moet de inzetmogelijkheden van de speler begrenzen opdat de mogelijke winst per partij, de maximale winst die bepaald werd door de modelgoedkeuring, niet overschreden kan worden. ".

Art. 7. Artikel 6, 2), van hetzelfde besluit wordt opgeheven.

Art. 8. In artikel 8, 2), van hetzelfde besluit worden de woorden " gewoonlijk genoemd turnover " geschrapt.

Art. 9. In hetzelfde besluit wordt een tweede hoofdstuk ingevoegd, die de artikelen 9 tot en met 15 omvat en het volgende opschrift draagt:
" Hoofdstuk II: Verplichtingen voor de categorie van automatische spelen met spelerskaart. ".

Art. 10. Artikel 9 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt:
" Art. 9. Elk toestel dienstig voor kansspelen in kansspelinrichtingen klasse II, moet opnieuw kunnen starten zonder verlies van gegevens na een stroomonderbreking. De samenhang en verbinding met andere toestellen en systemen mogen in geen geval invloed uitoefenen op de gebeurtenissen en de resultaten verbonden aan de kansspelen voorgesteld door de automaat. ".

Art. 11. Artikel 10 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt:
" Art. 10. § 1. Alle gebeurtenissen en resultaten verbonden aan de spelen moeten afhankelijk zijn van het toeval. Vormen met name gebeurtenissen en resultaten, verbonden aan de spelen, die kunnen voorkomen volgens een waarschijnlijkheidsgraad in een automatisch kansspel:
a. symbolen;
b. getrokken getallen;
c. kaarten;
d. dobbelsteenconfiguraties;
e. cijfercombinaties.
§ 2. De gebeurtenissen en de resultaten verbonden aan de spelen moeten afhangen van het toeval als zij voortgebracht worden door een generator van kanscijfers of door een ander middel gebaseerd op de tussenkomst van het lot.
De handelingen gesteld door de speler mogen het resultaat niet bepalen.
§ 3. De inwerkingstelling van de gebeurtenissen verbonden aan de spelen mag enkel bepaald worden door vaste parameters.
Het gebruik, bij een nieuwe partij, van gebeurtenissen of resultaten verbonden aan het spel, bepaald of geselecteerd door een speler bij de vorige partij, is toegelaten. Zij mogen evenwel niet de gebeurtenissen of resultaten conditioneren gebonden aan het spel, want deze moeten tijdens de nieuwe partij afhangen van het toeval.
§ 4. De interne statistiek van de gebeurtenissen verbonden aan de spelen, waarover de automaat beschikt om het herverdelingsgehalte te berekenen, mag in geen geval de generator van de kanscijfers beïnvloeden. De generator mag in geen geval aangesloten zijn op tellers of op een systeem van intern toezicht. "

Art. 12. Artikel 11 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt:
" Art. 11.Voor het respect van het uurgemiddelde dient de inzet op deze automatische spelen met spelerskaart uitsluitend te gebeuren door een individuele en persoonlijke spelerskaart.
Het toestel moet, voor elke partij, de waarden samenvoegen van de speeltijd en het verlies van de speler. Het toestel moet de toegang verbieden tot het spel voor een speler waarvan het samengevoegd verlies groter is dan de gestelde limieten. ".

Art. 13. Artikel 12 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt:
" Art. 12. Het gemiddelde uurverlies mag niet hoger zijn dan 25,00 euro;
De betaling geschiedt zodra de speler het betalingsmechanisme in werking stelt. ".

Art. 14. In hetzelfde besluit wordt een nieuw artikel 13 ingevoegd, luidende als volgt:
" Art. 13. De automatische spelen met spelerskaart dienen:
a) uitgerust te zijn met een intern toezichtsysteem;
b) beschermd te zijn tegen externe invloeden, in het bijzonder tegen elektromagnetische en elektrostatische interferenties en tegen radio-elektrische golven overeenkomstig de Europese Richtlijn 89/336/CEE. ".

Art. 15. In hetzelfde besluit wordt een nieuw artikel 14 ingevoegd, luidende als volgt:
" Art. 14. De automatische spelen met spelerskaart moeten uitgerust zijn met elektronische tellers met minstens acht cijfers en met een elektromechanische teller met minstens zes cijfers. De elektronische tellers moeten een precisiegraad van 99,99 % vertonen en zich terug instellen op nul, met aangeving van deze verrichting, zodra ze hun maximale affichagecapaciteit bereikt hebben.
De elektronische tellers moeten beantwoorden aan de erkende technische staat. ".

Art. 16. In hetzelfde besluit wordt een nieuw artikel 15 ingevoegd, luidende als volgt:
" Art. 15. De elektronische tellers voorzien in artikel 14 van dit besluit moeten minstens registreren:
1. het totaal bedrag van de inzetten;
2. het bedrag van de totale winst;
3. het aantal partijen;
4. de dode momenten en onderbrekingen in de werking van de toestellen;
5. de openingen van de toestellen.
De elektromechanische tellers moeten dezelfde gegevens registreren als de elektronische tellers, voor zover dit technisch mogelijk is. ".

Art. 17. In hetzelfde besluit wordt een derde hoofdstuk ingevoegd, die de artikelen 16 tot en met 17 omvat en luidt als volgt:
" Hoofdstuk III: Slotbepalingen.
Art. 16. Onverminderd het koninklijk besluit tot vaststelling van de lijst van automatische kansspelen waarvan de exploitatie is toegelaten in de kansspelinrichtingen klasse II, kan door de Kansspelcommissie, na advies van de Metrologische Dienst van het Ministerie van Economische Zaken, een toelating worden gegeven aan bepaalde testtoestellen.
De aanvraag om een toelating wordt gericht aan de Kansspelcommissie, samen met:
1° een verklaring op eer waarin de aanvrager erkent de technische vereisten en de bepalingen inzake het gemiddeld uurverlies te eerbiedigen;
2° de gegevens betreffende de interne statistiek, zoals bepaald in artikel 2, § 5, van dit besluit;
3° een verklaring op eer waarin de aanvrager stelt dat de testtoestellen met toelating overeenstemmen inzake categorie en definitie zoals bepaald is in het koninklijk besluit tot vaststelling van de lijst van de automatische kansspelen waarvan de exploitatie is toegelaten in de kansspelinrichtingen klasse II.
De Kansspelcommissie bepaalt het aantal testtoestellen, de locatie ervan en de tijdsduur van de vergunning.
Art. 17. Onze minister bevoegd voor Justitie, Onze minister bevoegd voor Financiën, Onze minister bevoegd voor Volksgezondheid, Onze minister bevoegd voor Binnenlandse Zaken, Onze minister bevoegd voor Ondernemen, Onze minister bevoegd voor Overheidsbedrijven, zijn ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit. ".

Art. 18. Artikel 1 van het koninklijk besluit van 26 april 2004 tot vaststelling van de lijst van de automatische kansspelen waarvan de exploitatie is toegestaan in de kansspelinrichtingen klasse II, wordt vervangen als volgt:
" De kansspelen waarvan de uitbating is toegelaten in de kansspelinrichtingen klasse II, zijn onderverdeeld in twee categorieën:
- de categorie van automatische spelen zonder spelerskaart;
- de categorie van automatische spelen met spelerskaart. "

Art. 19. In hetzelfde besluit wordt een nieuw artikel 1/1 ingevoegd, luidende als volgt:
" Art. 1/1. De kansspelen van de categorie automatische spelen zonder spelerskaart, zijn onderverdeeld in de volgende vijf types:
- black-jack spelen;
- paardenweddenschappen;
- dobbelspelen;
- pokerspelen;
- roulettespelen. ".

Art. 20. In hetzelfde besluit wordt een nieuw artikel 1/2 ingevoegd, luidende als volgt:
" Art. 1/2. De kansspelen van de categorie automatische spelen met spelerskaart, zijn van het volgende type:
- interactief pokerspel. ".

Art. 21. In artikel 4, § 2, van hetzelfde besluit worden de woorden " twee mogelijkheden " vervangen door de woorden " drie mogelijkheden ".

Art. 22. Artikel 4, § 2, 2., van hetzelfde besluit wordt als volgt vervangen:
" 2. doet hij een plaatsweddenschap op de eerste twee plaatsen, in volgorde of niet in volgorde; ".

Art. 23. Artikel 4, § 2, van hetzelfde besluit wordt aangevuld met een nieuw punt 3 luidende als volgt:
" 3. doet hij een plaatsweddenschap op de eerste drie plaatsen, in volgorde of niet in volgorde. ".

Art. 24. In artikel 5, 1., van hetzelfde besluit worden de woorden " 3, 4 of 5 " vervangen door de woorden " één of meerdere ".

Art. 25. In artikel 5, 2. van hetzelfde besluit worden de woorden " drie, vier of vijf " vervangen door de woorden " één of meerdere ".

Art. 26. Artikel 6 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt:
" Art. 6. Het pokerspel wordt gespeeld op een scherm, met een gedeelte van een standaard kaartspel of één of meerdere standaard kaartspelen, naargelang het type van het gekozen spel. Verschillende jokers zijn toegelaten. Eenmaal de inzet gebeurd is, kunnen, met een druk op de knop, de kaarten verdeeld worden. Het aantal handen en het aantal kaarten per hand hangt af van het type gekozen spel. De speler kan bijkomende inzetten plaatsen tijdens het spel. Het pokerspel kan gespeeld worden op meerdere lijnen. In dit geval moet iedere lijn de regels van het pokerspel respecteren. Wanneer de speler een beslissing moet nemen, moet de machine altijd een beslissing presenteren welke zij aanbeveelt. De kaarten mogen door dobbelstenen vervangen worden voor zover het spel aan alle eisen van het pokerspel voldoet. ".

Art. 27. In hetzelfde besluit wordt een nieuw artikel 6/1 ingevoegd, luidende als volgt:
" Art. 6/1. Het interactief pokerspel is een meerspelerstoestel dat maximaal 10 spelers kan ontvangen. Een randomgenerator verdeelt de virtuele kaarten en het toestel biedt ze aan aan de aanwezige spelers. De spelregels moeten gelijk zijn aan de pokertafelspelen. ".

Art. 28. Artikel 9 van hetzelfde besluit wordt als volgt vervangen:
" Art. 9. De kansspelen samengesteld uit meerdere speelposten zijn beperkt tot 3 per inrichting. Voor de automatische spelen zonder spelerskaart is dit beperkt tot zes terminals. Voor de automatische spelen met spelerskaart is dit beperkt tot één tafel met maximum tien terminals. ".

Art. 29. Onze minister bevoegd voor Justitie, Onze minister bevoegd voor Financiën, Onze minister bevoegd voor Volksgezondheid, Onze minister bevoegd voor Binnenlandse Zaken, Onze minister bevoegd voor Ondernemen, Onze minister bevoegd voor Overheidsbedrijven, zijn ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 11 juni 2009.
ALBERT
Van Koningswege:
De Minister van Justitie,
S. DE CLERCK
De Minister van Financiën,
D. REYNDERS
De Minister van Volksgezondheid,
Mevr. L. ONKELINX
De Minister voor Ondernemen,
V. VAN QUICKENBORNE
De Minister van Binnenlandse Zaken,
G. DE PADT
De Staatssecretaris toegevoegd aan de Minister van Justitie,
C. DEVLIES

Artikel 7 - Koninklijk besluit van 11 juni 2009 tot wijziging van verscheidene bepalingen betreffende kansspelen waarvan de exploitatie is toegelaten in de kansspelinrichtingen klasse I

Artikel 1. Artikel 1 van het koninklijk besluit van 19 juli 2001 tot vaststelling van de lijst van de kansspelen waarvan de exploitatie is toegelaten in de kansspelinrichtingen klasse I, vervangen bij het koninklijk besluit van 24 november 2004 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 17 september 2005, wordt aangevuld met een punt f), luidende als volgt:
" f) interactieve pokerspelen. "

Art. 2. Artikel 3 van hetzelfde besluit wordt opgeheven.

Art. 3. Artikel 1, 2), van het koninklijk besluit van 8 april 2003 betreffende de technische regels aangaande de werking van de automatische kansspelen waarvan de exploitatie is toegelaten in de kansspelinrichtingen klasse I, wordt opgeheven.

Art. 4. In artikel 1, 3), van hetzelfde besluit wordt de zin " zo geconstrueerd zijn dat alle gebeurtenissen en resultaten verbonden aan de spelen afhankelijk zijn van het toeval. " opgeheven.

Art. 5. De artikelen 50 en 51 van het koninklijk besluit van 3 december 2006 betreffende de werkingsregels en de nadere regels inzake de boekhouding en de controle van de kansspelen waarvan de exploitatie is toegestaan in de kansspelinrichtingen klasse I, worden opgeheven.

Art. 6. Artikel 57 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt:
" Art. 57. Het pokerspel wordt gespeeld op een scherm, met een gedeelte van een standaard kaartspel of één of meerdere standaard kaartspelen, naargelang het type van het gekozen spel. Verschillende jokers zijn toegelaten. Eenmaal de inzet gebeurd is, kunnen, met een druk op de knop, de kaarten verdeeld worden. Het aantal handen en het aantal kaarten per hand hangt af van het type gekozen spel. De speler kan bijkomende inzetten plaatsen tijdens het spel. Het pokerspel kan gespeeld worden op meerdere lijnen. In dit geval moet iedere lijn de regels van het pokerspel respecteren. Wanneer de speler een beslissing moet nemen, moet de machine altijd een beslissing presenteren welke zij aanbeveelt. De kaarten mogen door dobbelstenen vervangen worden voor zover het spel aan alle eisen van het pokerspel voldoet. ".

Art. 7. In hetzelfde besluit wordt een nieuw artikel 57/1 ingevoegd, luidende:
" Art. 57/1. Het interactief pokerspel is een meerspelerstoestel dat maximaal 10 spelers kan ontvangen. Een randomgenerator verdeelt de virtuele kaarten en het toestel biedt ze aan aan de aanwezige spelers. De spelregels moeten gelijk zijn aan de pokertafelspelen.
Voor het respecteren van het uurgemiddelde, dient de inzet op deze interactieve pokerspelen uitsluitend te gebeuren door een individuele en persoonlijke spelerskaart.
Het toestel moet, voor elke partij, de waarden samenvoegen van de speeltijd en het verlies van de speler. Het toestel moet de toegang verbieden tot het spel voor een speler waarvan het samengevoegd verlies groter is dan de gestelde limieten.
Voor het interactief pokerspel geldt de verplichte voorwaarde op de automatische kansspelen van het minimum herverdelingsgehalte van 84 % niet. ".

Art. 8. Onze minister bevoegd voor Justitie, Onze minister bevoegd voor Financiën, Onze minister bevoegd voor Volksgezondheid, Onze minister bevoegd voor Binnenlandse Zaken, Onze minister bevoegd voor Ondernemen, Onze minister bevoegd voor Overheidsbedrijven, zijn ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 11 juni 2009.
ALBERT
Van Koningswege:
De Minister van Justitie,
S. DE CLERCK
De Minister van Financiën,
D. REYNDERS
De Minister van Volksgezondheid,
Mevr. L. ONKELINX
De Minister voor Ondernemen,
V. VAN QUICKENBORNE
De Minister van Binnenlandse Zaken,
G. DE PADT
De Staatssecretaris toegevoegd aan de Minister van Justitie,
C. DEVLIES

 

Artikel 8 - Koninklijk besluit van 19 juli 2001 tot vaststelling van de lijst van de kansspelen waarvan de exploitatie is toegelaten in de kansspelinrichtingen klasse I

Artikel 1. De kansspelen waarvan de exploitatie wordt toegestaan in de kansspelinrichtingen klasse I worden verdeeld in twee categorieën, te weten:
1° de tafelspelen:
baccara, big wheel, black jack, poker, chemin de fer, craps, mini punto banco, midi punto banco, maxi punto banco, Franse roulette, Amerikaanse roulette, Engelse roulette, sic bo en bingo;
2° de automatische spelen:
a) rollerautomaten van het type Reel Slot;
b) spelen van het type video slot, (...); <KB 2005-09-17/42, art. 1, 003; Inwerkingtreding: 28-09-2005>
c) spelen van het type wheel of fortune;
d) de paardenwedrennen met verschillende terminals waar tenminste 12 spelers kunnen plaatsnemen;
e) spelen van het type keno.
[1 f) interactieve pokerspelen.]1
----------
(1)<KB 2009-06-11/06, art. 1, 004; Inwerkingtreding: 09-07-2009>

Art. 2. Het aantal automatische spelen dat toegelaten is, wordt vastgesteld op ten hoogste (15 spelen) per aanwezige en gedurende ten minste vijf uur geopende tafel. <KB 2004-11-24/36, art. 2, 002; Inwerkingtreding: 08-12-2004>

Art. 3.
<Opgeheven bij KB 2009-06-11/06, art. 2, 004; Inwerkingtreding: 09-07-2009>

Art. 4. Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.

Art. 5. Onze Minister van Justitie, Onze Minister van Financiën, Onze Minister van Economie, Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Onze Minister van Volksgezondheid zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 19 juli 2001.
ALBERT
Van Koningswege:
De Minister van Justitie,
M. VERWILGHEN
De Minister van Financiën,
D. REYNDERS
De Minister van Economie,
Ch. PICQUE
De Minister van Binnenlandse Zaken,
A. DUQUESNE
De Minister van Volksgezondheid,
Mevr. M. AELVOET.

 

Artikel 8 - Koninklijk besluit van 8 april 2003 betreffende de technische regels aangaande de werking van de automatische kansspelen waarvan de exploitatie is toegelaten in de kansspelinrichtingen klasse I

Artikel 1.Elk toestel dat dient voor kansspelen in kansspelinrichtingen klasse I moet:
1) uitgerust zijn met een intern toezichtsysteem;
2) [1 ...]1.
3) [2 ...]2. De gebeurtenissen en de resultaten verbonden aan de spelen moeten afhangen van het toeval als zij voortgebracht worden door een generator van kanscijfers of door een ander middel gebaseerd op de tussenkomst van het lot. De handelingen gesteld door de speler mogen het resultaat niet bepalen. De inwerkingstelling van de gebeurtenissen verbonden aan de spelen mag enkel bepaald worden door de vaste parameters. Het gebruik, bij een nieuwe partij, van gebeurtenissen of resultaten verbonden aan het spel, bepaald of geselecteerd door een speler bij de vorige partij, is toegelaten. Zij mogen evenwel geen voorwaarde uitmaken voor gebeurtenissen of resultaten verbonden aan het spel aangezien deze tijdens de nieuwe partij moeten afhangen van het toeval. Het is toegelaten verscheidene parameters te gebruiken die een verschillend gehalte van herverdeling vertonen en een variabel aantal feiten en resultaten gebonden aan de winsten. De aanvullende parameters moeten alle winstniveaus inhouden, voorgesteld door de automaat, en mogen niet lager zijn dan het minimum herverdelingsgehalte. De interne statistiek van de gebeurtenissen verbonden aan de spelen, waarover het apparaat beschikt om het herverdelingsgehalte te berekenen, mag in geen geval de generator van de kanscijfers beïnvloeden. De generator mag in geen geval aangesloten zijn op tellers of op een systeem van intern toezicht;
4) beschermd zijn tegen externe invloeden, in het bijzonder tegen elektromagnetische en elektrostatische interferenties en tegen radio-elektrische golven, overeenkomstig de Richtlijn 89/336/EEG;
5) elk toestel opnieuw kunnen starten zonder verlies van gegevens na een stroomonderbreking.
6) een theoretisch herverdelingsgehalte vertonen van minstens 84 %;
7) een gemiddeld uurverlies hebben dat niet hoger mag zijn dan euro 70;
8) de duur van het spel minimum 3 seconden bedragen.
----------
(1)<KB 2009-06-11/06, art. 3, 002; Inwerkingtreding: 09-07-2009>
(2)<KB 2009-06-11/06, art. 4, 002; Inwerkingtreding: 09-07-2009>

Art. 2. Een automatisch toestel dienend voor kansspelen in de kansspelinrichtingen klasse I moet uitgerust zijn met elektronische tellers met minstens acht cijfers en met elektromechanische tellers met minstens zes cijfers.
De elektronische tellers moeten een precisiegraad van minstens 99,99 % vertonen en zich terug instellen op nul, met aangeving van deze verrichting, zodra ze hun maximale affichagecapaciteit bereikt hebben.
De elektromechanische tellers moeten beantwoorden aan de erkende technische staat.

Art. 3. De elektronische tellers voorzien in artikel 2 van dit besluit moeten minstens registreren:
1) de geldstroom, in het bijzonder transacties zoals:
a) het aantal ingevoerde stukken, gewoonlijk genoemd coin in ;
b) het aantal betaalde stukken, gewoonlijk genoemd coin out ;
c) het aantal stukken behouden door de automaat, gewoonlijk genoemd coin drop ;
d) het totaal van de winsten betaald door de centrale kassa, gewoonlijk genoemd handpay.
2) het totaal bedrag van de inzetten, gewoonlijk genoemd turnover ;
3) het bedrag van de totale winst, gewoonlijk genoemd total winst ;
4) het aantal partijen;
5) de dode momenten, de ontregelingen en onderbrekingen in de werking van de toestellen;
6) de openingen van de toestellen en vakken waar het geld zich bevindt;
De elektromechanische tellers moeten dezelfde gegevens registreren als de elektronische tellers, voorzover dit technisch mogelijk is.

Art. 4. Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.

Art. 5. Onze Minister bevoegd voor Binnenlandse Zaken, Onze Minister bevoegd voor Justitie, Onze Minister bevoegd voor Financiën, Onze Minister bevoegd voor Overheidsbedrijven en Participaties, Onze Minister bevoegd voor Economie, en Onze Minister bevoegd voor Volksgezondheid zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 8 april 2003.
ALBERT
Van Koningswege:
De Minister van Binnenlandse Zaken,
A. DUQUESNE
De Minister van Financiën,
D. REYNDERS
De Minister van Justitie,
M. VERWILGHEN
De Minister van Overheidsbedrijven en Participaties,
R. DAEMS
De Minister van Economie,
Ch. PICQUE
De Minister van Volksgezondheid,
J. TAVERNIER.

Artikel 8 - Koninklijk besluit van 8 april 2003 betreffende de werking van de automatische kansspelen waarvan de exploitatie is toegelaten in de kansspelinrichtingen klasse II

Hoofdstuk I. - [1 Verplichtingen voor de categorie van automatische spelen zonder spelerskaart.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij KB 2009-06-11/07, art. 1, 003; Inwerkingtreding: 09-07-2009>

Artikel 1. Elk toestel dienstig voor kansspelen in kansspelinrichtingen klasse II, moet opnieuw kunnen starten zonder verlies van gegevens na een stroomonderbreking.
De samenhang en verbinding met andere toestellen en systemen mogen in geen geval invloed uitoefenen op de gebeurtenissen en de resultaten verbonden aan de kansspelen voorgesteld door de automaat.

Art. 2. § 1. Alle gebeurtenissen en resultaten verbonden aan de spelen moeten afhankelijk zijn van het toeval. Vormen met name gebeurtenissen en resultaten, verbonden aan de spelen, die kunnen voorkomen volgens een waarschijnlijkheidsgraad in een automatisch kansspel:
a) symbolen;
b) getrokken getallen;
c) kaarten;
d) dobbelsteenconfiguraties;
e) cijfercombinaties.
§ 2. De gebeurtenissen en de resultaten verbonden aan de spelen moeten afhangen van het toeval als zij voortgebracht worden door een generator van kanscijfers of door een ander middel gebaseerd op de tussenkomst van het lot;
De handelingen gesteld door de speler mogen het resultaat niet bepalen.
§ 3. De inwerkingstelling van de gebeurtenissen verbonden aan de spelen mag enkel bepaald worden door vaste parameters.
Het gebruik, bij een nieuwe partij, van gebeurtenissen of resultaten verbonden aan het spel, bepaald of geselecteerd door een speler bij de vorige partij, is toegelaten. Zij mogen evenwel niet de gebeurtenissen of resultaten conditioneren gebonden aan het spel, want deze moeten tijdens de nieuwe partij afhangen van het toeval.
§ 4. Het is toegelaten verscheidene parameters te gebruiken die een verschillend gehalte van herverdeling vertonen en een variabel aantal feiten en resultaten gebonden aan de winsten. De aanvullende parameters moeten alle winstniveaus inhouden voorgesteld door de automaat en mogen niet lager zijn dan het minimum herverdelingsgehalte.
§ 5. De interne statistiek van de gebeurtenissen verbonden aan de spelen, waarover de automaat beschikt om het herverdelingsgehalte te berekenen, mag in geen geval de generator van de kanscijfers beïnvloeden. De generator mag in geen geval aangesloten zijn op tellers of op een systeem van intern toezicht.

Art. 3. Een automatisch toestel dienend voor de kansspelen moet een theoretisch herverdelingsgehalte vertonen van minstens 84 %.
(Tweede lid opgeheven) <KB 2004-06-14/35, art. 1, 002; Inwerkingtreding: 01-07-2004>
(Het herverdelingsgehalte, beoogd in het voorgaande lid, moet worden bepaald door middel van erkende methodes van kansberekening, naargelang het potentieel aantal resultaten verbonden aan de spelen, of aangetoond door speltesten.) <KB 2004-06-14/35, art. 2, 002; Inwerkingtreding: 01-07-2004>

Art. 4. De partij begint wanneer de speler de inwerkingstelling veroorzaakt door het inbrengen van een inzet en zij eindigt met het resultaat van winst of verlies, vooraleer een inzet wordt vereist voor de inwerkingstelling van een nieuwe partij.

Art. 5.Het model van de automatische kansspelen bestemd voor exploitatie in een inrichting klasse II moet als volgt worden opgevat:
a) [1 ...]1
b) [2 De inzetten moeten minstens kunnen gebeuren met Belgische muntstukken.]2
c) [3 De maximum inzet bedraagt 0,25 euro.
 De totale inzet per spel mag samengesteld worden uit meerdere inzetten (multiple inzet).
 Het spel moet met een inzet tussen 0,10 euro en 0,25 euro kunnen starten.
 Door iedere druk op de knop " stake " (of equivalent) mag de inzet enkel stijgen met een bedrag tussen:
 - 0,10 euro en 1,00 euro voor de monopostmachines of multipostmachines met een speeltijd van kleiner dan 60 seconden;
 - 0,10 euro en 5,00 euro voor de multipostmachines met een speeltijd gelijk aan of groter dan 60 seconden.
 De totale inzet per spel moet begrensd worden tot een waarde bepaald tijdens de modelgoedkeuring door gebruik te maken van de volgende formule:
 Emax = (2 x PH/(1-TR) x TP/3600) - Emin (voor monopostmachines of multipostmachines met een speeltijd van kleiner dan 60 seconden)
 Emax = (4 x PH/(1-TR) x TP/3600) - Emin (voor multipostmachines met een speeltijd gelijk aan of groter dan 60 seconden)
 Emax = maximale " totale inzet " toegelaten per spel
 PH = maximaal gemiddeld uurverlies bepaald in d);
 TR = werkelijk herverdelingsgehalte bepaald tijdens de modelgoedkeuring (indien het herverdelingsgehalte afhangt van de inzet, dan wordt de berekening gedaan voor elke mogelijke inzet)
 TP = minimum speltijd
 Emin = minimale mogelijke inzet per spel (waarde tussen 0,10 euro en 0,25 euro)
 De waarde van Emax afgerond tot de laagst mogelijke munteenheid, is de maximale " totale inzet " toegelaten per spel.
 Evenwel, om uit te sluiten dat er onaanvaardbare inzetten mogelijk zouden zijn, wordt de waarde van de maximum toegelaten inzet per partij gelimiteerd tot 100 keer de basisinzet (zijnde dus 25,00 euro) voor monopostmachines of multipost-machines met een speeltijd van kleiner dan 60 seconden en 600 keer de basisinzet (zijnde dus 150,00 euro) voor multipostmachines met een speeltijd gelijk aan of groter dan 60 seconden).]3
d) het gemiddelde uurverlies mag niet hoger zijn dan (25,00 EUR); <KB 2004-06-14/35, art. 4, 002; Inwerkingtreding: 01-07-2004>
e) de betaling geschiedt zodra de speler het betalingsmechanisme in werking stelt;
f) [4 ...]4
g) [5 Per spel mag de speler niet meer dan 200 maal de maximale totale inzet, zoals bepaald in artikel 5, c), ontvangen.
 De maximale winst per spel mag echter niet hoger liggen dan 500,00 euro voor een monospeler of multipostmachine met een speeltijd van kleiner dan 60 seconden en 2.000,00 euro per terminal bij een multipostmachine met een speeltijd gelijk aan of groter dan 60 seconden.
 De automaat moet de inzetmogelijkheden van de speler begrenzen opdat de mogelijke winst per partij, de maximale winst die bepaald werd door de modelgoedkeuring, niet overschreden kan worden.]5
h) als de automaat gelijktijdig meerdere spelers kan ontvangen, op basis van een centraal toevalsproces, bevat elke terminal, een mogelijkheid van toegang en van inzet, en moet voldoen aan de hierboven gestelde criteria;
i) indien de automaat verschillende spelers gelijktijdig kan ontvangen op grond van een centraal toevalsproces, mag geen enkele wederzijdse invloed plaats vinden tussen de individuele eenheden waarin de spelers zich bevinden;
j) de minimumduur van een partij moet minstens 3 seconden bedragen;
k) op het scherm bevindt zich een winstteller die de hoegrootheid van de onmiddellijke winst aangeeft.
----------
(1)<KB 2009-06-11/07, art. 2, 003; Inwerkingtreding: 09-07-2009>
(2)<KB 2009-06-11/07, art. 3, 003; Inwerkingtreding: 09-07-2009>
(3)<KB 2009-06-11/07, art. 4, 003; Inwerkingtreding: 09-07-2009>
(4)<KB 2009-06-11/07, art. 5, 003; Inwerkingtreding: 09-07-2009>
(5)<KB 2009-06-11/07, art. 6, 003; Inwerkingtreding: 09-07-2009>
 

Art. 6.Elk toestel dat dient voor kansspelen in een kansspelinrichtingen klasse II, moet:
1) uitgerust zijn met een intern toezichtsysteem;
2) [1 ...]1
3) beschermd zijn tegen externe invloeden, in het bijzonder tegen elektromagnetische en elektrostatische interferenties en tegen radio-elektrische golven overeenkomstig de Europese Richtlijn89/336/CEE.
----------
(1)<KB 2009-06-11/07, art. 7, 003; Inwerkingtreding: 09-07-2009>

Art. 7. Een automatisch toestel ten behoeve van kansspelen moet uitgerust zijn met elektronische tellers met minstens acht cijfers en met elektromechanische tellers met minstens zes cijfers.
De elektronische tellers moeten een precisiegraad van 99,99 % vertonen en zich terug instellen op nul, met aangeving van deze verrichting, zodra ze hun maximale bekendmakingcapaciteit bereikt hebben.
De elektromechanische tellers moeten beantwoorden aan de erkende technische staat.

Art. 8.De elektronische tellers voorzien in artikel 7 van dit besluit moeten minstens registreren:
1) de geldstroom, in het bijzonder volgende transacties:
a) het aantal ingevoerde stukken, gewoonlijk genoemd coin in ;
b) het aantal betaalde stukken, gewoonlijk genoemd coin out ;
c) het aantal stukken behouden door de automaat, gewoonlijk genoemd coin drop ;
d) het totaal van de winsten betaald door de centrale kassa, gewoonlijk genoemd handpay ;
2) het totaal bedrag van de inzetten [1 ...]1 ;
3) het bedrag van de totale winst;
4) het aantal partijen;
5) de dode momenten en onderbrekingen in de werking van de toestellen;
6) de openingen van de toestellen en compartimenten waar het geld zich bevindt.
De elektromechanische tellers moeten dezelfde gegevens registreren als de elektronische tellers, voor zover dit technisch mogelijk is.
----------
(1)<KB 2009-06-11/07, art. 8, 003; Inwerkingtreding: 09-07-2009>

Hoofdstuk II. - [1 Verplichtingen voor de categorie van automatische spelen met spelerskaart.]1

----------
(1)<Ingevoegd bij KB 2009-06-11/07, art. 9, 003; Inwerkingtreding: 09-07-2009>

Art. 9.[1 Elk toestel dienstig voor kansspelen in kansspelinrichtingen klasse II, moet opnieuw kunnen starten zonder verlies van gegevens na een stroomonderbreking. De samenhang en verbinding met andere toestellen en systemen mogen in geen geval invloed uitoefenen op de gebeurtenissen en de resultaten verbonden aan de kansspelen voorgesteld door de automaat.]1
----------
(1)<KB 2009-06-11/07, art. 10, 003; Inwerkingtreding: 09-07-2009>

Art. 10.[1 § 1. Alle gebeurtenissen en resultaten verbonden aan de spelen moeten afhankelijk zijn van het toeval. Vormen met name gebeurtenissen en resultaten, verbonden aan de spelen, die kunnen voorkomen volgens een waarschijnlijkheidsgraad in een automatisch kansspel:
 a. symbolen;
 b. getrokken getallen;
 c. kaarten;
 d. dobbelsteenconfiguraties;
 e. cijfercombinaties.
 § 2. De gebeurtenissen en de resultaten verbonden aan de spelen moeten afhangen van het toeval als zij voortgebracht worden door een generator van kanscijfers of door een ander middel gebaseerd op de tussenkomst van het lot.
 De handelingen gesteld door de speler mogen het resultaat niet bepalen.
 § 3. De inwerkingstelling van de gebeurtenissen verbonden aan de spelen mag enkel bepaald worden door vaste parameters.
 Het gebruik, bij een nieuwe partij, van gebeurtenissen of resultaten verbonden aan het spel, bepaald of geselecteerd door een speler bij de vorige partij, is toegelaten. Zij mogen evenwel niet de gebeurtenissen of resultaten conditioneren gebonden aan het spel, want deze moeten tijdens de nieuwe partij afhangen van het toeval.
 § 4. De interne statistiek van de gebeurtenissen verbonden aan de spelen, waarover de automaat beschikt om het herverdelingsgehalte te berekenen, mag in geen geval de generator van de kanscijfers beïnvloeden. De generator mag in geen geval aangesloten zijn op tellers of op een systeem van intern toezicht.]1
----------
(1)<KB 2009-06-11/07, art. 11, 003; Inwerkingtreding: 09-07-2009>

Art. 11.[1 Voor het respect van het uurgemiddelde dient de inzet op deze automatische spelen met spelerskaart uitsluitend te gebeuren door een individuele en persoonlijke spelerskaart.
 Het toestel moet, voor elke partij, de waarden samenvoegen van de speeltijd en het verlies van de speler. Het toestel moet de toegang verbieden tot het spel voor een speler waarvan het samengevoegd verlies groter is dan de gestelde limieten.]1
----------
(1)<KB 2009-06-11/07, art. 12, 003; Inwerkingtreding: 09-07-2009>

Art. 12.[1 Het gemiddelde uurverlies mag niet hoger zijn dan 25,00 euro;
 De betaling geschiedt zodra de speler het betalingsmechanisme in werking stelt.]1
----------
(1)<KB 2009-06-11/07, art. 13, 003; Inwerkingtreding: 09-07-2009>


Art. 13. [1 De automatische spelen met spelerskaart dienen:
 a) uitgerust te zijn met een intern toezichtsysteem;
 b) beschermd te zijn tegen externe invloeden, in het bijzonder tegen elektromagnetische en elektrostatische interferenties en tegen radio-elektrische golven overeenkomstig de Europese Richtlijn 89/336/CEE.]1

----------
(1)<Ingevoegd bij KB 2009-06-11/07, art. 14, 003; Inwerkingtreding: 09-07-2009>

Art. 14. [1 De automatische spelen met spelerskaart moeten uitgerust zijn met elektronische tellers met minstens acht cijfers en met een elektromechanische teller met minstens zes cijfers. De elektronische tellers moeten een precisiegraad van 99,99 % vertonen en zich terug instellen op nul, met aangeving van deze verrichting, zodra ze hun maximale affichagecapaciteit bereikt hebben.
 De elektronische tellers moeten beantwoorden aan de erkende technische staat.]1

----------
(1)<Ingevoegd bij KB 2009-06-11/07, art. 15, 003; Inwerkingtreding: 09-07-2009>

Art. 15. [1 De elektronische tellers voorzien in artikel 14 van dit besluit moeten minstens registreren:
 1. het totaal bedrag van de inzetten;
 2. het bedrag van de totale winst;
 3. het aantal partijen;
 4. de dode momenten en onderbrekingen in de werking van de toestellen;
 5. de openingen van de toestellen.
 De elektromechanische tellers moeten dezelfde gegevens registreren als de elektronische tellers, voor zover dit technisch mogelijk is.]1

----------
(1)<Ingevoegd bij KB 2009-06-11/07, art. 16, 003; Inwerkingtreding: 09-07-2009>

Hoofdstuk III. [1 Slotbepalingen.]1

----------
(1)<Ingevoegd bij KB 2009-06-11/07, art. 17, 003; Inwerkingtreding: 09-07-2009>

Art. 16. [1 Onverminderd het koninklijk besluit tot vaststelling van de lijst van automatische kansspelen waarvan de exploitatie is toegelaten in de kansspelinrichtingen klasse II, kan door de Kansspelcommissie, na advies van de Metrologische Dienst van het Ministerie van Economische Zaken, een toelating worden gegeven aan bepaalde testtoestellen.
 De aanvraag om een toelating wordt gericht aan de Kansspelcommissie, samen met:
 1° een verklaring op eer waarin de aanvrager erkent de technische vereisten en de bepalingen inzake het gemiddeld uurverlies te eerbiedigen;
 2° de gegevens betreffende de interne statistiek, zoals bepaald in artikel 2, § 5, van dit besluit;
 3° een verklaring op eer waarin de aanvrager stelt dat de testtoestellen met toelating overeenstemmen inzake categorie en definitie zoals bepaald is in het koninklijk besluit tot vaststelling van de lijst van de automatische kansspelen waarvan de exploitatie is toegelaten in de kansspelinrichtingen klasse II.
 De Kansspelcommissie bepaalt het aantal testtoestellen, de locatie ervan en de tijdsduur van de vergunning.]1

----------
(1)<Ingevoegd bij KB 2009-06-11/07, art. 17, 003; Inwerkingtreding: 09-07-2009>

Art. 17.[1 Onze minister bevoegd voor Justitie, Onze minister bevoegd voor Financiën, Onze minister bevoegd voor Volksgezondheid, Onze minister bevoegd voor Binnenlandse Zaken, Onze minister bevoegd voor Ondernemen, Onze minister bevoegd voor Overheidsbedrijven, zijn ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.]1

----------
(1)<Ingevoegd bij KB 2009-06-11/07, art. 17, 003; Inwerkingtreding: 09-07-2009>

Gegeven te Brussel, 8 april 2003.
ALBERT
Van Koningswege:
De Minister van Binnenlandse Zaken,
A. DUQUESNE
De Minister van Justitie,
M. VERWILGHEN
De Minister van Financiën,
D. REYNDERS
De Minister van Overheidsbedrijven en Participaties,
R. DAEMS
De Minister van Economie,
C. PICQUE
De Minister van Volksgezondheid,
J. TAVERNIER.

Artikel 8 - Koninklijk besluit van 11 juli 2003 betreffende de werking van de kansspelen waarvan de exploitatie is toegelaten in de kansspelinrichtingen klasse III

Artikel 1.De speelapparaten waarvan de exploitatie is toegelaten in de kansspelinrichtingen klasse III dienen te voldoen aan volgende voorwaarden:
1° ze mogen niet uitgerust zijn met een automatisch betalingsmechanisme;
2° de basisinzet, dat wil zeggen het minimumbedrag dat nodig is om het toestel in werking te brengen, is beperkt tot 0,25 EUR, de minimuminzet is gelijk aan de basisinzet en de maximuminzet is gelijk aan vijfentwintig maal de basisinzet;
3° er kan per spel maar één bijkomende bal worden verkregen, tegen een prijs die uitdrukkelijk op het toestel vermeld staat en die niet hoger mag zijn dan vijfentwintig maal de basisinzet;
4° de maximuminzet moet de mogelijkheid bieden om een maximale winst te boeken;
5° het inzetten geschiedt door op een daartoe bestemde knop aan het toestel evenveel keer te drukken als de basisinzet in de gekozen inzet gaat;
6° het toestel kan enkel in werking worden gesteld door er muntstukken ter waarde van ten hoogste 2 EUR in te steken;
7° geen enkele vorm van afstandsbediening mag het toestel bedienen;
8° elk toestel moet opnieuw kunnen starten zonder verlies van gegevens na een stroomonderbreking;
9° het toestel dient uitgerust te zijn met een mechanisme dat belet dat er meer geld dan de maximuminzet kan worden ingestoken;
[1 10° het toestel dient uitgerust te zijn met een elektronische-identiteitskaartlezer;
 11° het toestel kan enkel in werking worden gesteld wanneer een elektronische identiteitskaart van een meerderjarige speler wordt ingebracht.
 Indien de speler niet over een elektronische identiteitskaart beschikt, kan de exploitant het toestel in werking stellen door middel van een uitbaterskaart na verificatie van de leeftijd van de potentiële speler.]1
----------
(1)<KB
2011-02-03/20, art. 1, 002; Inwerkingtreding: 01-07-2011>

Art. 2. De winstmogelijkheden mogen in geen geval tweeduizend maal de basisinzet te boven gaan. De winst moet in één keer worden toegekend na het einde van een spel, dat wil zeggen zodra de overeenkomstig de gekozen inzet beschikbare ballen en, in voorkomend geval, de bijkomende bal zijn opgebruikt.

Art. 3. Er wordt ten minste 84 % van de inzet uitgekeerd onder de vorm van winst.

Art. 4. Het toestel dient te worden beschermd tegen externe invloeden, in het bijzonder tegen elektromagnetische en elektrostatische interferenties en tegen radio-elektrische golven overeenkomstig de Europese Richtlijn 89/336/CEE.

Art. 5. De interne statistiek van de gebeurtenissen verbonden aan de spelen, waarover de automaat beschikt om het herverdelingsgehalte te berekenen mag in geen geval de generator van de kanscijfers beïnvloeden. De generator mag niet zijn aangesloten op de tellers of op een systeem van intern toezicht.

Art. 6. Onverminderd artikel 1 kan aan bepaalde testtoestellen een toelating tot plaatsing worden gegeven door de Kansspelcommissie, na advies van de Metrologische Dienst van het ministerie van Economische Zaken.
De aanvraag om een toelating om testtoestellen te plaatsen wordt gericht aan de Kansspelcommissie, samen met een verklaring op eer waarin de aanvrager erkent de technische vereisten en de bepalingen inzake het gemiddeld uurverlies te eerbiedigen, en waarin de aanvrager stelt dat de testtoestellen met toelating dienen overeen te stemmen met de toegelaten toestellen, bepaald in het koninklijk besluit tot vaststelling van de lijst van de automatische kansspelen waarvan de exploitatie is toegelaten in de kansspelinrichtingen klasse III.
De Kansspelcommissie bepaalt het aantal testtoestellen, de locatie ervan, en de tijdsduur van de toelating.

Art. 7. Het koninklijk besluit van 22 december 2000 betreffende de werkingsregels van de kansspelen waarvan de exploitatie is toegelaten in de kansspelinrichtingen klasse III wordt opgeheven.

Art. 8. Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.

Art. 9. Onze Minister bevoegd voor Binnenlandse Zaken, Onze Minister bevoegd voor Financiën, Onze Minister bevoegd voor Justitie, Onze Minister bevoegd voor Overheidsbedrijven en Participaties, Onze Minister bevoegd voor Economie, en Onze Minister bevoegd voor Volksgezondheid, zijn ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 11 juli 2003.
ALBERT
Van Koningswege:
De Minister van Binnenlandse Zaken,
A. DUQUESNE
De Minister van Justitie,
M. VERWILGHEN
De Minister van Financiën,
D. REYNDERS
De Minister van Overheidsbedrijven en Participaties,
R. DAEMS
De Minister van Economie,
Ch. PICQUE
De Minister van Volksgezondheid,
J. TAVERNIER.

Artikel 8 - Koninklijk besluit van 14 juni 2004 tot wijziging van het koninklijk besluit van 8 april 2003 betreffende de werking van de automatische kansspelen waarvan de exploitatie is toegelaten in de kansspelinrichtingen klasse II

Artikel 1. Artikel 3, tweede lid, van het koninklijk besluit van 8 april 2003 betreffende de werking van de automatische kansspelen waarvan de exploitatie is toegelaten in de kansspelinrichtingen klasse II wordt opgeheven.

Art. 2. Artikel 3, derde lid, van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt: « Het herverdelingsgehalte, beoogd in het voorgaande lid, moet worden bepaald door middel van erkende methodes van kansberekening, naargelang het potentieel aantal resultaten verbonden aan de spelen, of aangetoond door speltesten. »

Art. 3. Artikel 5, c), van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt:
c) de maximuminzet bedraagt 0,25 EUR.
Iedere inzet moet tussen 0,10 EUR en 0,25 EUR liggen.
De totale inzet per spel mag samengesteld worden uit meerdere inzetten, de zogenaamde multiple inzet.
De verschillende inzetten moeten in het spel geplaatst worden door een actie op de betrokken toets zoveel keer uit te voeren tot de inzet de totale inzet bedraagt.
De totale inzet per spel moet begrensd worden tot een waarde bepaald tijdens de modelgoedkeuring door gebruik te maken van de volgende formule:
Emax = 2 x ( PH / (1- TR) x TP/3600) - Emin
waarbij:
Emax = maximale totale inzet per spel;
PH = maximaal gemiddeld uurverlies;
TR = werkelijk herverdelinggehalte bepaald tijdens de modelgoedkeuring;
TP = minimum speeltijd;
Emin = mimimaal mogelijke inzet per spel.
De waarde van Emax wordt afgerond op de laagste mogelijke munteenheid.

Art. 4. In artikel 5, d), van hetzelfde besluit worden de woorden '12,50 EUR' vervangen door de woorden '25,00 EUR'.

Art. 5. Artikel 5, g), van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt:
g) per spel mag de speler niet meer dan 200 maal de maximale totale inzet, zoals bepaald in artikel 5, c) ontvangen;
De maximale winst per spel mag echter niet hoger liggen dan 500 EUR voor een monospeler automaat en 1.000 EUR per terminal bij een multispeler automaat.
De automaat moet de inzetmogelijkheden van de speler begrenzen, opdat de mogelijke winst per partij, de maximale winst die bepaald werd door de modelgoedkeuring, niet overschreden kan worden.

Art. 6. Dit besluit treedt in werking op de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.

Art. 7. Onze Minister bevoegd voor Justitie, Onze Minister bevoegd voor Begroting en Overheidsbedrijven, Onze Minister bevoegd voor Binnenlandse Zaken, Onze Minister bevoegd voor Financiën, Onze Minister bevoegd voor Sociale Zaken en Volksgezondheid en Onze Minister bevoegd voor Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 14 juni 2004.
ALBERT
Van Koningswege:
De Minister van Justitie,
Mevr. L. ONKELINX
De Minister van Begroting en Overheidsbedrijven,
J. VANDE LANOTTE
De Minister van Binnenlandse Zaken,
P. DEWAEL
De Minister van Financiën,
D. REYNDERS
De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid,
R. DEMOTTE
De Minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid,
Mevr. F. MOERMAN

Artikel 8 - Koninklijk besluit van 24 november 2004 tot wijziging van het koninklijk besluit van 19 juli 2001 tot vaststelling van de lijst van de kansspelen waarvan de exploitatie is toegelaten in de kansspelinrichtingen klasse I

Artikel 1. " Artikel 1 van het koninklijk besluit tot vaststelling van de lijst van de kansspelen waarvan de exploitatie is toegelaten in de kansspelinrichtingen klasse I, wordt vervangen door de volgende bepaling:
" Artikel 1. De kansspelen waarvan de exploitatie wordt toegestaan in de kansspelinrichtingen klasse I worden verdeeld in twee categorieën, te weten:
1° de tafelspelen:
baccara, big wheel, black jack, poker, chemin de fer, craps, mini punto banco, midi punto banco, maxi punto banco, Franse roulette, Amerikaanse roulette, Engelse roulette, sic bo en bingo;
2° de automatische spelen:
a) rollerautomaten van het type Reel Slot;
b) spelen van het type video slot, met uitzondering van video-poker, video-black jack en video roulette;
c) spelen van het type wheel of fortune;
d) de paardenwedrennen met verschillende terminals waar tenminste 12 spelers kunnen plaatsnemen;
e) spelen van het type keno.

Art. 2. In artikel 2 van hetzelfde besluit worden de woorden " 10 spelen " vervangen door de woorden " 15 spelen ".

Art. 3. Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.

Art. 4. Onze Minister bevoegd voor Justitie, Onze Minister bevoegd voor Binnenlandse Zaken, Onze Minister bevoegd voor Financiën, Onze Minister bevoegd voor Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid, en Onze Minister bevoegd voor Sociale Zaken en Volksgezondheid zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 24 november 2004.
ALBERT
Van Koningswege:
De Minister van Justitie,
Mevr. L. ONKELINX
De Minister van Binnenlandse Zaken,
P. DEWAEL
De Minister van Financiën,
D. REYNDERS
De Minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid,
Mevr. M.VERWILGHEN
De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid,
R. DEMOTTE.

Artikel 8 - Koninklijk besluit van 3 december 2006 betreffende de werkingsregels en de nadere regels inzake de boekhouding en de controle van de kansspelen waarvan de exploitatie is toegestaan in de kansspelinrichtingen klasse I

HOOFDSTUK I. - Algemene regels.

Afdeling 1. - Algemeen.

Artikel 1. In geval van inbreuk op de bepalingen van dit besluit, kan de houder van de vergunning of, indien het een rechtspersoon betreft, een afgevaardigd bestuurder of de zaakvoerder van de inrichting het spel stilleggen.

Art. 2. Alle documenten waarvan de modellen als bijlagen I tot IV bij dit besluit gevoegd zijnde:
I. Ingebruiksneming en inventarisboekje;
II. bevoorradingsbons voor schijven en penningen;
III. Het inschrijvingsregister van de Orphelins;
IV. registratiebons technische interventie;
moeten door de kansspelcommissie bij controle kunnen worden ondertekend.
Deze documenten kunnen op elektronische wijze worden bijgehouden.

Art. 3. De casino's kunnen de dobbelstenen, speelkaarten, penningen, schijven, kaartenschudders/verdelers, het materiaal dat het resultaat van het spel kan beïnvloeden en het materiaal dat gebruikt wordt voor de controle, enkel verkrijgen bij de houders van een vergunning klasse E.

Afdeling 2. - Regels betreffende de inventaris van de dobbelstenen, speelkaarten, kaartenschudders/verdelers en materiaal dat het resultaat van het spel kan beïnvloeden.

Art. 4. Een aanvangsinventaris wordt opgemaakt door de houder van de vergunning of, indien het een rechtspersoon betreft, door een afgevaardigd bestuurder, door de zaakvoerder van de inrichting of door een verantwoordelijke bediende die hij aanwijst, bij de opening van het boekje ingebruikneming en inventaris van de speelkaarten, dobbelstenen, kaartenschudders/verdelers en van het goedgekeurde materiaal, hierna te noemen ingebruiknemings- en inventarisboekje, waarvan het model als bijlage I bij dit besluit is gevoegd.
Onverwachte inventarissen worden facultatief, op verzoek van de voorzitter van de kansspelcommissie, opgemaakt door de controle-instantie bedoeld in artikel 52, tweede lid, van de wet van 7 mei 1999, hierna controle-instantie genoemd of door de kansspelcommissie.
De vertegenwoordiger van de controle-instantie of de kansspelcommissie vermeldt bij de opmaak van de onverwachte inventarissen in het ingebruiknemings- en inventarisboekje het aantal dobbelstenen, speelkaarten, kaartenschudders/verdelers en het materiaal dat het resultaat van het spel kan beïnvloeden, waarvan hij het bestaan heeft vastgesteld. Hij plaatst zijn handtekening onder die vermelding.

Afdeling 3. - Regels betreffende de kaarten.

Art. 5. De kaartspelen gebruikt voor de tafelspelen worden hetzij afzonderlijk verpakt, hetzij bijeengebracht in pakjes van zes spellen, zestallen genaamd, waarvan de kaartruggen van dezelfde kleur moeten zijn.
Alle kaarten moeten worden bewaard in de opbergkast. De opbergkast moet een voor het publiek afgesloten plaats zijn en enkel bestemd voor het bewaren van materiaal dat bij de spelen in de kansspelinrichting klasse I wordt gebruikt.

Art. 6. De kansspelcommissie wordt uiterlijk vierentwintig uur voorafgaand aan de vernietiging van kaarten hiervan in kennis gesteld. De kansspelcommissie of de controle-instantie kan deze vernietiging bijwonen en nagaan of de kaartspelen volledig zijn en geen gemerkte of beschadigde kaarten bevatten.
De gebruikte kaarten worden vernietigd door middel van een papiervernietiger, door middel van een perforeermachine of door een methode door de kansspelcommissie aanvaard.
De gebruikte zestallen moeten tot aan hun vernietiging volledig blijven.

Art. 7. De zestallen worden pas uit de opbergkast gehaald op het ogenblik dat zij worden gebruikt. Wanneer zij nog nieuw zijn, worden zij pas aan de speeltafel opengemaakt. In elk geval worden zowel de nieuwe kaartspellen als de reeds gebruikte op de tafel uitgestald met de figuur naar boven zodat vastgesteld kan worden dat de volgorde waarin de fabrikant ze heeft gerangschikt, niet is gewijzigd. De croupier telt en controleert ze. Daarna worden zij op het tapijt omgedraaid, verzameld en in de kaartenschudder/verdeler, gewoonlijk shuffler genaamd, geplaatst.

Art. 8. Na beëindiging van de partij moeten de kaartspellen onmiddellijk opnieuw in de volgorde van de fabrikant worden gerangschikt. Zij moeten worden nagekeken om eventuele merken erop vast te stellen. Elke onregelmatigheid in verband met de kaarten op welk moment dan ook ontdekt, moet worden vermeld in het ingebruiknemings- en inventarisboekje en maakt het voorwerp uit van een afzonderlijk rapport.

Art. 9. Het casino mag enkel kaarten in uitstekende staat gebruiken. Gebruikte, gemerkte en beschadigde spellen moeten in de opbergkast worden opgeborgen om eventueel te worden gecontroleerd en later te worden vernietigd.

Afdeling 4. - Regels betreffende de kaartenschudders/verdelers.

Art. 10. De kaartenschudders/verdelers worden aan de tafels toegewezen door de houder van de vergunning of, indien het een rechtspersoon betreft, door een afgevaardigd bestuurder, door de zaakvoerder van de inrichting of door een verantwoordelijke bediende die hij aanwijst bij de ingebruikneming van de kaartschudders/verdelers. Zij worden toegewezen aan een tafel en kunnen alleen worden verplaatst in geval van herstel of vervanging. Zij moeten door het casino worden genummerd.
De niet-gebruikte kaartenschudders/verdelers moeten opgeborgen in de opbergkast.

Afdeling 5. - Regels betreffende de dobbelstenen.

Art. 11. Het nummer en het logo van de dobbelstenen moeten bij ontvangst in het ingebruiknemings- en inventarisboekje worden ingeschreven.

Art. 12. De dobbelstenen worden opgeborgen in de opbergkast.

Art. 13. De gebruikte en beschadigde dobbelstenen worden door een doeltreffende middel vernietigd. De kansspelcommissie wordt uiterlijk vierentwintig uur voorafgaand aan de vernietiging van de dobbelstenen hiervan in kennis gesteld. De kansspelcommissie kan deze vernietiging bijwonen en kan nagaan of de dobbelstenen niet verzwaard of vervalst werden.

Art. 14. De duur van een partij Craps wordt vastgesteld op één dag. Om de drie speeldagen moeten de dobbelstenen worden vervangen.
Bij iedere nieuwe werper worden de vijf dobbelstenen voorgesteld aan de speler, die er twee uitkiest. De drie overige worden bewaard in een bolvormige doos, bowl genaamd. De gebruikte dobbelstenen moeten worden vervangen bij elk incident buiten het normale spelverloop.

Art. 15. De dobbelstenen gebruikt bij de Sic Bo zijn afgerond.
Zij worden vervangen wanneer slijtage of beschadiging wordt vastgesteld.

Art. 16. Elke onregelmatigheid in verband met de dobbelstenen op welk moment dan ook ontdekt, moet worden vermeld in het ingebruiknemings- en inventarisboekje en maakt het voorwerp uit van een afzonderlijk rapport.

Afdeling 6. - Regels betreffende schijven en penningen.

Art. 17. De kansspelen mogen alleen worden gespeeld met de volgende schijven en penningen:
1° Amerikaanse penningen die de volgende waarden vertegenwoordigen:
0,50 EURO
1 EURO
2 EURO
5 EURO
10 EURO
20 EURO
25 EURO
50 EURO
100 EURO
200 EURO
500 EURO
1.000 EURO
2.000 EURO
2° Franse schijven die de volgende waarden vertegenwoordigen:
500 EURO
1.000 EURO
2.000 EURO
2.500 EURO
5.000 EURO
10.000 EURO
25.000 EURO
3° Franse penningen die de volgende waarden vertegenwoordigen:
1 EURO
2 EURO
5 EURO
10 EURO
50 EURO
100 EURO
200 EURO

Art. 18. De casino's gebruiken eveneens niet-verhandelbare schijven die de volgende waarden vertegenwoordigen:
2 EURO
5 EURO
10 EURO
20 EURO
50 EURO
100 EURO
200 EURO
250 EURO
500 EURO
1.000 EURO
2.000 EURO
5.000 EURO
De niet-verhandelbare schijven dienen enkel voor de boekhouding van het casino.
Deze schijven worden niet gebruikt om te spelen.
De schijven en penningen moeten eigen zijn aan elk casino. Ze moeten de eigen identificatie van het casino dragen.

Art. 19. Het aanbod en de verdeling van gratis schijven en/of penningen is verboden.

Afdeling 7. - Inzet en omwisseling aan de speeltafels.

Art. 20. De aan elke tafel geldende mimimum- en maximuminzet moet duidelijk en zichtbaar worden aangegeven.

Art. 21. Aan de speeltafels mag de kasvoorraad enkel bestaan uit penningen of schijven. Omwisseling van geld in penningen en schijven is toegelaten aan de speeltafels.

Art. 22. De totale waarde van de penningen en de schijven wordt aan het begin van elk boekhoudkundig jaar vastgesteld door de houder van de vergunning, of indien het een rechtspersoon betreft, door een afgevaardigd bestuurder of door de zaakvoerder van de inrichting of door een persoon aangewezen door de vergunninghouder.

Art. 23. Als een wisselaar tijdens een partij Baccara of Chemin de Fer penningen of schijven nodig heeft, vult hij daartoe een bon in, waarvan het model als bijlage 2 bij dit besluit is gevoegd. Op die bon worden de gevraagde penningen en schijven vermeld, alsook de in te wisselen schijven of biljetten.
De bon wordt door hem en door de spelleider getekend. De met de bevoorrading belaste persoon gaat met de bon naar de centrale kas en laat zich door de kassier, die de bon ondertekent, de gevraagde schijven of penningen overhandigen in ruil voor de in te wisselen schijven of biljetten. De bon wordt in de centrale kas bewaard.
Met uitzondering van het eerste lid van dit artikel mogen de omgewisselde biljetten alleen aan het einde van de partij op het tijdstip van de telling uit de kas worden gehaald.

Afdeling 8. - Inzet en omwisseling bij de automatische kansspelen.

Art. 24. Er kan worden ingezet met stukken van minstens 1 EURO, met penningen en met eenheden van speciale betaalkaarten, die op naam van het casino zijn gesteld.

Art. 25. De centrale kas moet een speciale kas bestemd voor de uitbating van de automaten bevatten teneinde alle financiële bewerkingen ter zake te centraliseren en alle spelers de mogelijkheid te bieden hun wisseloperaties in de beste omstandigheden uit te voeren. Deze kas functioneert onder de verantwoordelijkheid van een kassier. Rondlopende wisselaars die over een vaste som beschikken, kunnen eveneens wisseloperaties uitvoeren.

Art. 26. Bij opening bestaat de kasvoorraad van de speciale kas uit muntstukken, biljetten en penningen, waarbij de penningen beschouwd worden als kaswaarden.
De kasvoorraad van de speciale kas moet op elk ogenblik kunnen worden verantwoord door de overlegging van muntstukken, penningen, biljetten, uitbetalingsbons en voorschotbons.
Na elke spelsessie wordt de kasvoorraad in zijn beginsamenstelling of in geval van telling, in zijn aanvangsbedrag hersteld.

Art. 27. De betaling van voorschotten voor de automaten door middel van de speciale kas wordt niet onmiddellijk in de algemene boekhouding opgenomen. De bij die gelegenheid opgemaakte bonnen worden, tussen twee tellingen in, beschouwd als kaswaarden.

Afdeling 9. - Voorschotten aan de speeltafels en formaliteiten ervan.

Art. 28. Aan elke speeltafel bevindt zich los van de centrale kas een afzonderlijke kas, de bank genaamd, waarover de tafelverantwoordelijke beschikt. Deze kas draagt hetzelfde volgnummer als de daarbij horende tafel en krijgt aan het begin van de partij een voorschot penningen waarvan het bedrag vastgesteld bij de opening van de speeltafel tijdens dezelfde dag niet mag wijzigen. Het bedrag van de nieuwe voorschotten die eventueel in de loop van de partij moeten worden gedaan, mag niet hoger zijn dan dat van het eerste voorschot.

Art. 29. Teneinde wisseloperaties te voorkomen moet worden voorzien in voldoende voorschotten penningen en schijven van kleine waarde. Zij worden berekend en vastgesteld op grond van het minimum van de inzetten.

Art. 30. Op het moment van de effectieve ingebruikneming van een tafel worden de penningen en schijven die het voorschot van de bij die tafel horende kas moeten gaan uitmaken, van de centrale kas van het casino overgebracht in een speciaal daarvoor bestemde doos die alleen het aantal penningen en schijven mag bevatten dat met de kasvoorraad overeenstemt. Voor wat betreft de roulettespelen kan deze kas aan de tafel bevestigd blijven. In dit laatste geval dienen alle penningen uitgestald te worden voor controle.
De penningen en schijven worden dan op de tafel uitgestald en door de croupier geteld en gecontroleerd.
Het getelde bedrag wordt in het bijzijn van de ambtenaar van het Ministerie van Financiën en van de houder van de vergunning of, indien het een rechtspersoon betreft, van een afgevaardigd bestuurder of van de zaakvoerder van de inrichting of van een personeelslid dat daartoe is aangewezen op zijn juistheid nagekeken en met klare stem afgeroepen.
Er wordt op dezelfde manier te werk gegaan wanneer de kas tijdens een partij moet worden gespijsd.
Op het einde van de partij wordt de kasvoorraad op zijn juistheid nagekeken in het bijzijn van de tafelbediendes, van de ambtenaar van het Ministerie van Financiën en van de houder van de vergunning of, indien het een rechtspersoon betreft, van een afgevaardigd bestuurder of van de zaakvoerder van de inrichting of van een persoon door deze laatste aangeduid.
Die verschillende formaliteiten moeten vrij traag worden uitgevoerd opdat de aanwezigen ze tot in de kleinste details kunnen volgen.

Afdeling 10. - Voorschotten bij de automatische kansspelen en formaliteiten ervan.

Art. 31. De automaat moet worden bijgevuld als het uitstortingsmechanisme ervan leeg raakt alvorens een winst volledig is uitbetaald of als hij onlangs in gebruik is genomen.
De zaalbediende bevoorraadt de automaat met penningen onder toezicht van de houder van de vergunning of, indien het een rechtspersoon betreft, van een afgevaardigd bestuurder of van de zaakvoerder van de inrichting of door een persoon aangewezen door deze laatste.

HOOFDSTUK II. - Speciale boekhouding van de spelen.

Afdeling 1. - Register van de " orphelins ".

Art. 32. De sommen en inzetten, evenals het kredietbedrag van de speciale betaalkaarten, die op de grond worden aangetroffen, die op de speeltafels en op de automaten of tijdens de partij worden achtergelaten en waarvan niet is geweten aan wie zij toebehoren, worden " orphelins " genoemd en ingeschreven in het register van de " orphelins ", waarvan het model als bijlage 3 bij dit besluit is gevoegd.
Het bedrag van de tijdens de partij achtergelaten sommen en inzetten wordt gevormd door het totaal van de aanvankelijk vergeten inzet en de gecumuleerde winsten ervan tot op het tijdstip waarop na het zoeken van de eigenaar, effectief is vastgesteld dat die sommen en inzetten zijn achtergelaten.
Ingeval de wettige eigenaar van de gevonden sommen en inzetten zich bekendmaakt en zijn recht erop kan bewijzen, krijgt hij ze terug en hij tekent voor ontvangst.

Art. 33. De " orphelins " worden onmiddellijk in de centrale kas van het casino gestort. Die storting wordt opgetekend in het register van de " orphelins ". Het bedrag ervan wordt in de boekhouding van het casino geboekt op de rekening " orphelins ", waarvan het kredietsaldo op het einde van het boekjaar moet overeenstemmen met het algemeen totaal opgetekend in dat register.

Afdeling 2. - Drinkgelden.

Art. 34. De bussen van drinkgelden dienen te worden geteld los van de telling van de drop, dit zijnde de niet uitwisselbare jetons en dat in het bijzijn van 2 bedienden en een ambtenaar van financiën. Indien de bussen worden verwijderd van de tafel voor de telling dienen deze permanent onder videobewaking te staan. Ook de telling zelf dient onder videobewaking te gebeuren.

HOOFDSTUK III. - Regels van toepassing op de tafelspelen.

Afdeling 1. - Algemeen.

Art. 35. Bij technische interventies aan de tafelspelen dient de bon voorzien in bijlage 4 te worden ingevuld.

Art. 36. Voor wat betreft de tafelspelen dient elke kansspelinrichting klasse 1 voorafgaand aan de uitbating aan de kansspelcommissie een dossier over te maken bevattende het spelreglement inhoudende basisspel en eventuele extra spellen, de mogelijke inzetten met vermelding van minimum en maximum en de spelbenodigdheden met vermelding van de leverancier. De kansspelcommissie neemt een beslissing binnen de drie maanden. Elke houder van een vergunning klasse A kan enkel kansspelen uitbaten waarvoor hij persoonlijk de toestemming van de kansspelcommissie heeft verkregen.
Elke wijziging in de spelregels dient op dezelfde manier te worden aangevraagd.

Afdeling 2. - Regels van toepassing op Baccara en Chemin de Fer.

Art. 37. Ingeval het casino de tegenwaarde niet meer kan waarborgen, worden de spelen, met uitzondering van Baccara en Chemin de Fer op staande voet stilgelegd.
De houder van de vergunning of, indien het een rechtspersoon betreft, een afgevaardigd bestuurder of de zaakvoerder van de inrichting brengt de commissie, de ambtenaar van het Ministerie van Financiën aanwezig in de inrichting of de korpschef van de zone waar het casino gevestigd is, hiervan onmiddellijk op de hoogte.

Art. 38. Baccara en Chemin de fer worden gespeeld met zes kaartspellen. Het zijn spelen met een speelpot waarbij een van de spelers, de " bankier ", tegen de andere spelers, de " inzetters ", uitkomt.
Het doel bestaat erin met 2 of 3 kaarten een score van 9 of het dichtst bij 9 te behalen.

Art. 39. Baccara en Chemin de fer worden op dezelfde wijze gespeeld. Het verschil ligt in de functie van de speler:
1° Baccara wordt gespeeld met een bankier van het casino of een aangeduide speler;
2° Chemin de fer wordt gespeeld met een bankier die een door het lot aangewezen speler is. In dit geval zorgt een casinobediende voor de spelbenodigdheden.

Afdeling 3. - Regels van toepassing op Big Wheel.

Art. 40. Het Big Wheel-spel wordt gespeeld met een rad onderverdeeld in 52 vakken. Het is de bedoeling in te zetten op het symbool waarop het balletje blijft liggen als het rad stilvalt.

Afdeling 4. - Regels van toepassing op Black Jack.

Art. 41. Black Jack wordt gespeeld met zes kaartspellen. Het is de bedoeling het getal 21 zo dicht mogelijk te benaderen zonder het te overschrijden.

Afdeling 5. - Regels van toepassing op Poker.

Art. 42. Poker wordt gespeeld met een kaartspel, waarbij de speler met de sterkste hand alle inzetten wint.

Afdeling 6. - Regels van toepassing op Craps.

Art. 43. Craps wordt gespeeld met twee dobbelstenen die op een speeltafel worden gegooid, waarbij het de bedoeling is in te zetten op een brede waaier van combinaties die ontstaan uit het gooien van die dobbelstenen.

Afdeling 7. - Regels van toepassing op Mini, Midi en Maxi Punto Banco.

Art. 44. Mini, Midi en Maxi Punto Banco wordt gespeeld met zes kaartspellen, waarbij het de bedoeling is om met twee of drie kaarten de Punto of de Banco te behalen, of die zo dicht mogelijk te benaderen.

Afdeling 8. - Regels van toepassing op de Roulette.

Art. 45. Amerikaanse, Engelse en Franse Roulette wordt gespeeld met een rad dat naargelang de versie ervan in 37 of 38 vakken is onderverdeeld. Het is de bedoeling op het speelveld in te zetten op de plaats die overeenkomt met de gekozen combinaties en te wachten tot het balletje stilvalt.

Afdeling 9. - Regels van toepassing op Sic Bo.

Art. 46. Sic Bo wordt gespeeld met drie dobbelstenen, waarbij het de bedoeling is in te zetten op een brede waaier van combinaties die ontstaan uit het gooien van die dobbelstenen.

Afdeling 10. - Regels van toepassing op Bingo.

Art. 47. Bingo wordt gespeeld met kaarten waarop cijfers zijn gedrukt onder de letters van het woord BINGO. Deze cijfers, die ook op de balletjes zijn weergegeven, worden lukraak gekozen door een trommel.

Afdeling 11. - Pokertoernooien.

Art. 48. Elk casino mag een maal per jaar een pokertoernooi organiseren.

Art. 49. Voorafgaand aan het toernooi moet het casino het verloop van het toernooi en de toegepaste pokerregels bepalen.
De kansspelcommissie, die daarvan ten minste drie maanden vooraf op de hoogte moet worden gebracht, moet daarmee instemmen en kan ter zake controle uitoefenen.

HOOFDSTUK IV. - Regels van toepassing op de automatische kansspelen.

Afdeling 1. - Algemeen.

Art. 50.
<Opgeheven bij KB 2009-06-11/06, art. 5, 002; Inwerkingtreding: 09-07-2009>

Art. 51.
<Opgeheven bij KB 2009-06-11/06, art. 5, 002; Inwerkingtreding: 09-07-2009>

Afdeling 2. - Werking van de automatische kansspelen.

Art. 52. De automaten zijn kansspelautomaten, ingedeeld in twee categorieën, te weten de zogenaamde " rollenautomaten " zoals Reel Slot en de spelen met " videoterminals " zoals Wheel of Fortune, paardenwedrennen, Keno en Video Slots.
Na inworp van een muntstuk of van een penning of na gebruik van een speciale betaalkaart wordt een mechanisme in werking gesteld waarbij een willekeurige combinatie van symbolen op het scherm verschijnt.
Indien de kansspelinrichting klasse I gebruik maakt van speciale betaalkaarten, dient dit systeem vooraf goedgekeurd te worden door de kansspelcommissie. Het systeem moet worden afgenomen bij een houder van een vergunning klasse E.

Afdeling 3. - Regels van toepassing op Keno.

Art. 53. Keno wordt gespeeld door middel van een raakscherm waarop een reeks cijfers van 1 tot 80 wordt weergegeven. Naar gelang van de gekozen formule kiest de speler of de automaat tussen 2 en 10 cijfers.

Afdeling 4. - Regels van toepassing op paardenwedrennen.

Art. 54. Het automatisch paardenwedrennenspel bestaat erin de resultaten van een paardenwedren te voorspellen.
Het betreft een weddenschap naar quota. De speler kan op twee wijzen inzetten:
1° ofwel zet hij in op de winnaar;
2° ofwel zet hij in op de eerste twee plaatsen.
Indien de speler na beëindiging van de wedren het winnende resultaat heeft gevonden, wordt hij uitbetaald in verhouding tot het quota van de winnaar(s).

Afdeling 5. - Regels van toepassing op het Wheel of fortune.

Art. 55. Het Wheel of fortune is samengesteld uit vier spelen, namelijk:
1° Linear Bingo;
2° Area Bingo;
3° Keno;
4° Multicards.
De spelkeuze vindt plaats bij het begin van de partij.
Tien cijfers worden geselecteerd aan de hand van balletjes die lukraak in een van de 25 genummerde vakjes van het grote rad vallen.

Afdeling 6. - Regels van toepassing op Reel Slot en Video Slot.

Art. 56. Bij de automaten van het type Reel Slot en Video Slot kruist een horizontale, verticale of schuine lijn het scherm of een combinatie van deze lijnen of de bijhorende bonusspelen.
Vanaf het ogenblik dat de speler inzet, kan hij door middel van de druktoets Start de rollen, hetzij reële: Reel Slot, hetzij virtuele: Video Slot, aan het draaien brengen. Wanneer bij het stopzetten van de rollen de symbolen op een lijn staan zoals bij een van de winnende combinaties op het bord, wint de speler
Elk toestel bevat 3 tot 9 rollen.

Afdeling 7. - Regels van toepassing op Video Poker.

Art. 57.[1 Het pokerspel wordt gespeeld op een scherm, met een gedeelte van een standaard kaartspel of één of meerdere standaard kaartspelen, naargelang het type van het gekozen spel. Verschillende jokers zijn toegelaten. Eenmaal de inzet gebeurd is, kunnen, met een druk op de knop, de kaarten verdeeld worden. Het aantal handen en het aantal kaarten per hand hangt af van het type gekozen spel. De speler kan bijkomende inzetten plaatsen tijdens het spel. Het pokerspel kan gespeeld worden op meerdere lijnen. In dit geval moet iedere lijn de regels van het pokerspel respecteren. Wanneer de speler een beslissing moet nemen, moet de machine altijd een beslissing presenteren welke zij aanbeveelt. De kaarten mogen door dobbelstenen vervangen worden voor zover het spel aan alle eisen van het pokerspel voldoet.]1
----------
(1)<KB 2009-06-11/06, art. 6, 002; Inwerkingtreding: 09-07-2009>

Art. 57/1. [1 Het interactief pokerspel is een meerspelerstoestel dat maximaal 10 spelers kan ontvangen. Een randomgenerator verdeelt de virtuele kaarten en het toestel biedt ze aan aan de aanwezige spelers. De spelregels moeten gelijk zijn aan de pokertafelspelen.
 Voor het respecteren van het uurgemiddelde, dient de inzet op deze interactieve pokerspelen uitsluitend te gebeuren door een individuele en persoonlijke spelerskaart.
 Het toestel moet, voor elke partij, de waarden samenvoegen van de speeltijd en het verlies van de speler. Het toestel moet de toegang verbieden tot het spel voor een speler waarvan het samengevoegd verlies groter is dan de gestelde limieten.
 Voor het interactief pokerspel geldt de verplichte voorwaarde op de automatische kansspelen van het minimum herverdelingsgehalte van 84 % niet.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij KB 2009-06-11/06, art. 7, 002; Inwerkingtreding: 09-07-2009>

Afdeling 8. - Regels van toepassing op Video Roulette.

Art. 58. Het automatische roulettespel kan van het materiële of het virtuele type zijn.
De winst van het spel wordt bepaald door een spelmogelijkheid die bepaald wordt door het stoppen van het balletje in één der genummerde vakken.
Eenmaal de inzet is ingebracht, dient de speler een keuze te maken uit een nummer of de combinatie waarop men wil gokken. Vervolgens brengt de startknop de roulette op gang. Wanneer het balletje stopt in één der genummerde vakken duidt dit het winnende nummer aan. De speler wordt betaald volgens zijn winnend nummer.
De materiële roulette bestaat uit een bedekte roulette gelijkend op deze die gebruikt wordt voor de tafelspelen.
De virtuele roulette wordt gespeeld op een scherm met twee niveaus. Op het eerste niveau bevindt zich de inzettafel waar de speler zijn virtuele schijven kan schikken. Op het tweede niveau verschijnt een scherm met het wiel.
Bij de materiële en virtuele roulette kan de trekking gebeuren door middel van teerlingen. Het gebruik van dobbelstenen verandert niets aan de aard van het spel dat een van het type roulette blijft.

Afdeling 9. - Regels van toepassing op Video Black Jack.

Art. 59. § 1. Het spel black-jack wordt gespeeld op een scherm met een kaartspel van 52 standaardkaarten. Het scherm wordt vernieuwd na elke kaartverdeling.
De kaartendoos kan worden samengesteld uit een maximum van zes spelen van 52 kaarten.
§ 2. De kaarten hebben dezelfde waarde als bij black-jack op tafel:
- 2/10: waarde van de kaart
- Boer, Vrouw, Koning: 10
- Aas: 1 of 11
§ 3. De automaat verdeelt de kaarten en de speler steekt de kaarten goed. Eens de kaartenverdelingen bepaald, worden de inzetten betaald naargelang de vooraf ingestelde winnende combinaties. Bij gelijkheid wint noch verliest de speler.

HOOFDSTUK V. - Technische bepalingen.

Afdeling 1. - Algemeen.

Art. 60. Aan de buitenkant van elke kansspelautomaat moet een zichtbare identificatieplaat zijn aangebracht met het serienummer van de automaat, gegraveerd of gedrukt.

Art. 61. Alle casino's moeten een nauwkeurig plan opmaken met de genummerde locatie van elke automaat evenals het serienummer vermeld op de identificatieplaat.

Afdeling 2. - Reserve.

Art. 62. De casino's mogen in een lokaal dat alle veiligheidswaarborgen biedt over een reglementaire reserve van automaten beschikken die maximum 10 % van de toegestane hoeveelheid bedraagt.
De casino's die minder dan tien automaten exploiteren, mogen over een reserveautomaat beschikken. Een reserveautomaat mag enkel gebruikt worden ter vervanging van een defect automaat.

Art. 63. Wanneer een in exploitatie genomen automaat wordt weggehaald of door een reserveautomaat wordt vervangen, moet zulks worden vermeld in het register van de technische tussenkomsten. Het model van dit register wordt als bijlage IV bij dit besluit gevoegd. Dienen in dit register te worden ingeschreven: het serienummer van de bouwer, het nummer van locatie in het casino van de verplaatste automaat en het serienummer van de vervangingsautomaat, de reden voor de verplaatsing van de automaat en de datum en het tijdstip van de verplaatsing.
De terugkeer van de automaat na herstel wordt eveneens op dezelfde wijze in het register opgetekend. Deze handelingen worden medeondertekend door de houder van de vergunning of, indien het een rechtspersoon betreft, door een afgevaardigd bestuurder of door de zaakvoerder van de inrichting, door de casinomecanicien en door de technicus van de technische dienst, ingeval zijn aanwezigheid is vereist.

Afdeling 3. - Technische tussenkomsten op de automaten.

Art. 64. Tenminste eenmaal per jaar moet op de automaten in gebruik de controle verricht worden bedoeld in alinea 3 van artikel 52 van de wet door de controle-instantie.
De revisies of herstellingen kunnen worden uitgevoerd door een technische dienst houder van een vergunning E. Die revisies of herstellingen kunnen worden gevolgd door een controle uitgevoerd door de controle-instantie.
De gewone werkzaamheden van herstel of onderhoud mogen worden uitgevoerd door de technici van de casino's voor zover dit geen zegelverbreking met zich mee brengt.

Art. 65. Alle operatoren die instaan voor de controle, de herstellingen en het onderhoud zoals bedoeld in artikel 64 van dit besluit, moeten rekenschap afleggen van hun optreden door het invullen van de technische interventiebonnen van het register van de technische tussenkomsten voorzien in bijlage IV.

Art. 66. De controle-instantie en de controledienst van de kansspelcommissie hebben de algemene verplichting om de kansspelcommissie op de hoogte te brengen van elke anomalie vastgesteld in de werking van de automaten. In spoedeisende gevallen moet de informatie onverwijld worden overgezonden, in de andere gevallen schriftelijk.

Art. 67. Enkel de kansspelcommissie en de Metrologische Dienst beschikken over de eensluidende software van de kansspelen.

HOOFDSTUK V. - Inwerkingtreding en overgangsbepalingen.

Art. 68. Het koninklijk besluit van 10 maart 2003 betreffende de werkingsregels en de nadere regels inzake de boekhouding en de controle van de kansspelen waarvan de exploitatie is toegestaan in de kansspelinrichtingen klasse I wordt opgeheven.

Art. 69. Bij wijze van overgangsmaatregel dient binnen de 30 dagen na publicatie van dit koninklijk besluit het dossier betreffende de actueel uitgebate kansspelen bij de kansspelcommissie toe te komen die een beslissing neemt binnen de drie maanden. In de periode voorafgaand aan de beslissing kan de kansspelinrichting klasse 1 deze kansspelen blijven uitbaten.

Art. 70. Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.

Art. 71. Onze Minister bevoegd voor Justitie, Onze Minister bevoegd voor Financiën, Onze Minister bevoegd voor Binnenlandse Zaken, Onze Minister bevoegd voor Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid, Onze Minister bevoegd voor Sociale Zaken en Volksgezondheid, en Onze Staatssecretaris bevoegd voor Overheidsbedrijven zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 3 december 2006.
ALBERT
Van Koningswege:
De Minister van Justitie,
Mevr. L. ONKELINX
De Minister van Financiën,
D. REYNDERS
De Minister van Binnenlandse Zaken,
P. DEWAEL
De Minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid,
M. VERWILGHEN
De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid,
R. DEMOTTE
De Staatssecretaris voor Overheidsbedrijven,
B. TUYBENS

Artikel 8 - Koninklijk besluit van 11 juni 2009 tot wijziging van verscheidene bepalingen betreffende kansspelen waarvan de exploitatie is toegelaten in de kansspelinrichtingen klasse II

Artikel 1. Het koninklijk besluit van 8 april 2003 betreffende de werking van de automatische kansspelen waarvan de exploitatie is toegelaten in de kansspelinrichtingen klasse II, gewijzigd bij koninklijk besluit van 14 juni 2004, wordt in hoofdstukken verdeeld, waarvan het eerste hoofdstuk de artikelen 1 tot en met 8 omvat en het volgende opschrift draagt:
" Hoofdstuk I. - Verplichtingen voor de categorie van automatische spelen zonder spelerskaart. ".

Art. 2. Artikel 5, a), van hetzelfde besluit wordt opgeheven.

Art. 3. Artikel 5, b), van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt:
" b) De inzetten moeten minstens kunnen gebeuren met Belgische muntstukken. ".

Art. 4. Artikel 5, c), van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt:
" c) De maximum inzet bedraagt 0,25 euro.
De totale inzet per spel mag samengesteld worden uit meerdere inzetten (multiple inzet).
Het spel moet met een inzet tussen 0,10 euro en 0,25 euro kunnen starten.
Door iedere druk op de knop " stake " (of equivalent) mag de inzet enkel stijgen met een bedrag tussen:
- 0,10 euro en 1,00 euro voor de monopostmachines of multipostmachines met een speeltijd van kleiner dan 60 seconden;
- 0,10 euro en 5,00 euro voor de multipostmachines met een speeltijd gelijk aan of groter dan 60 seconden.
De totale inzet per spel moet begrensd worden tot een waarde bepaald tijdens de modelgoedkeuring door gebruik te maken van de volgende formule:
Emax = (2 x PH/(1-TR) x TP/3600) - Emin (voor monopostmachines of multipostmachines met een speeltijd van kleiner dan 60 seconden)
Emax = (4 x PH/(1-TR) x TP/3600) - Emin (voor multipostmachines met een speeltijd gelijk aan of groter dan 60 seconden)
Emax = maximale " totale inzet " toegelaten per spel
PH = maximaal gemiddeld uurverlies bepaald in d);
TR = werkelijk herverdelingsgehalte bepaald tijdens de modelgoedkeuring (indien het herverdelingsgehalte afhangt van de inzet, dan wordt de berekening gedaan voor elke mogelijke inzet)
TP = minimum speltijd
Emin = minimale mogelijke inzet per spel (waarde tussen 0,10 euro en 0,25 euro)
De waarde van Emax afgerond tot de laagst mogelijke munteenheid, is de maximale " totale inzet " toegelaten per spel.
Evenwel, om uit te sluiten dat er onaanvaardbare inzetten mogelijk zouden zijn, wordt de waarde van de maximum toegelaten inzet per partij gelimiteerd tot 100 keer de basisinzet (zijnde dus 25,00 euro) voor monopostmachines of multipost-machines met een speeltijd van kleiner dan 60 seconden en 600 keer de basisinzet (zijnde dus 150,00 euro) voor multipostmachines met een speeltijd gelijk aan of groter dan 60 seconden). ".

Art. 5. Artikel 5, f), van hetzelfde besluit wordt opgeheven.

Art. 6. Artikel 5, g), van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt:
" g) Per spel mag de speler niet meer dan 200 maal de maximale totale inzet, zoals bepaald in artikel 5, c), ontvangen.
De maximale winst per spel mag echter niet hoger liggen dan 500,00 euro voor een monospeler of multipostmachine met een speeltijd van kleiner dan 60 seconden en 2.000,00 euro per terminal bij een multipostmachine met een speeltijd gelijk aan of groter dan 60 seconden.
De automaat moet de inzetmogelijkheden van de speler begrenzen opdat de mogelijke winst per partij, de maximale winst die bepaald werd door de modelgoedkeuring, niet overschreden kan worden. ".

Art. 7. Artikel 6, 2), van hetzelfde besluit wordt opgeheven.

Art. 8. In artikel 8, 2), van hetzelfde besluit worden de woorden " gewoonlijk genoemd turnover " geschrapt.

Art. 9. In hetzelfde besluit wordt een tweede hoofdstuk ingevoegd, die de artikelen 9 tot en met 15 omvat en het volgende opschrift draagt:
" Hoofdstuk II: Verplichtingen voor de categorie van automatische spelen met spelerskaart. ".

Art. 10. Artikel 9 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt:
" Art. 9. Elk toestel dienstig voor kansspelen in kansspelinrichtingen klasse II, moet opnieuw kunnen starten zonder verlies van gegevens na een stroomonderbreking. De samenhang en verbinding met andere toestellen en systemen mogen in geen geval invloed uitoefenen op de gebeurtenissen en de resultaten verbonden aan de kansspelen voorgesteld door de automaat. ".

Art. 11. Artikel 10 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt:
" Art. 10. § 1. Alle gebeurtenissen en resultaten verbonden aan de spelen moeten afhankelijk zijn van het toeval. Vormen met name gebeurtenissen en resultaten, verbonden aan de spelen, die kunnen voorkomen volgens een waarschijnlijkheidsgraad in een automatisch kansspel:
a. symbolen;
b. getrokken getallen;
c. kaarten;
d. dobbelsteenconfiguraties;
e. cijfercombinaties.
§ 2. De gebeurtenissen en de resultaten verbonden aan de spelen moeten afhangen van het toeval als zij voortgebracht worden door een generator van kanscijfers of door een ander middel gebaseerd op de tussenkomst van het lot.
De handelingen gesteld door de speler mogen het resultaat niet bepalen.
§ 3. De inwerkingstelling van de gebeurtenissen verbonden aan de spelen mag enkel bepaald worden door vaste parameters.
Het gebruik, bij een nieuwe partij, van gebeurtenissen of resultaten verbonden aan het spel, bepaald of geselecteerd door een speler bij de vorige partij, is toegelaten. Zij mogen evenwel niet de gebeurtenissen of resultaten conditioneren gebonden aan het spel, want deze moeten tijdens de nieuwe partij afhangen van het toeval.
§ 4. De interne statistiek van de gebeurtenissen verbonden aan de spelen, waarover de automaat beschikt om het herverdelingsgehalte te berekenen, mag in geen geval de generator van de kanscijfers beïnvloeden. De generator mag in geen geval aangesloten zijn op tellers of op een systeem van intern toezicht. "

Art. 12. Artikel 11 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt:
" Art. 11.Voor het respect van het uurgemiddelde dient de inzet op deze automatische spelen met spelerskaart uitsluitend te gebeuren door een individuele en persoonlijke spelerskaart.
Het toestel moet, voor elke partij, de waarden samenvoegen van de speeltijd en het verlies van de speler. Het toestel moet de toegang verbieden tot het spel voor een speler waarvan het samengevoegd verlies groter is dan de gestelde limieten. ".

Art. 13. Artikel 12 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt:
" Art. 12. Het gemiddelde uurverlies mag niet hoger zijn dan 25,00 euro;
De betaling geschiedt zodra de speler het betalingsmechanisme in werking stelt. ".

Art. 14. In hetzelfde besluit wordt een nieuw artikel 13 ingevoegd, luidende als volgt:
" Art. 13. De automatische spelen met spelerskaart dienen:
a) uitgerust te zijn met een intern toezichtsysteem;
b) beschermd te zijn tegen externe invloeden, in het bijzonder tegen elektromagnetische en elektrostatische interferenties en tegen radio-elektrische golven overeenkomstig de Europese Richtlijn 89/336/CEE. ".

Art. 15. In hetzelfde besluit wordt een nieuw artikel 14 ingevoegd, luidende als volgt:
" Art. 14. De automatische spelen met spelerskaart moeten uitgerust zijn met elektronische tellers met minstens acht cijfers en met een elektromechanische teller met minstens zes cijfers. De elektronische tellers moeten een precisiegraad van 99,99 % vertonen en zich terug instellen op nul, met aangeving van deze verrichting, zodra ze hun maximale affichagecapaciteit bereikt hebben.
De elektronische tellers moeten beantwoorden aan de erkende technische staat. ".

Art. 16. In hetzelfde besluit wordt een nieuw artikel 15 ingevoegd, luidende als volgt:
" Art. 15. De elektronische tellers voorzien in artikel 14 van dit besluit moeten minstens registreren:
1. het totaal bedrag van de inzetten;
2. het bedrag van de totale winst;
3. het aantal partijen;
4. de dode momenten en onderbrekingen in de werking van de toestellen;
5. de openingen van de toestellen.
De elektromechanische tellers moeten dezelfde gegevens registreren als de elektronische tellers, voor zover dit technisch mogelijk is. ".

Art. 17. In hetzelfde besluit wordt een derde hoofdstuk ingevoegd, die de artikelen 16 tot en met 17 omvat en luidt als volgt:
" Hoofdstuk III: Slotbepalingen.
Art. 16. Onverminderd het koninklijk besluit tot vaststelling van de lijst van automatische kansspelen waarvan de exploitatie is toegelaten in de kansspelinrichtingen klasse II, kan door de Kansspelcommissie, na advies van de Metrologische Dienst van het Ministerie van Economische Zaken, een toelating worden gegeven aan bepaalde testtoestellen.
De aanvraag om een toelating wordt gericht aan de Kansspelcommissie, samen met:
1° een verklaring op eer waarin de aanvrager erkent de technische vereisten en de bepalingen inzake het gemiddeld uurverlies te eerbiedigen;
2° de gegevens betreffende de interne statistiek, zoals bepaald in artikel 2, § 5, van dit besluit;
3° een verklaring op eer waarin de aanvrager stelt dat de testtoestellen met toelating overeenstemmen inzake categorie en definitie zoals bepaald is in het koninklijk besluit tot vaststelling van de lijst van de automatische kansspelen waarvan de exploitatie is toegelaten in de kansspelinrichtingen klasse II.
De Kansspelcommissie bepaalt het aantal testtoestellen, de locatie ervan en de tijdsduur van de vergunning.
Art. 17. Onze minister bevoegd voor Justitie, Onze minister bevoegd voor Financiën, Onze minister bevoegd voor Volksgezondheid, Onze minister bevoegd voor Binnenlandse Zaken, Onze minister bevoegd voor Ondernemen, Onze minister bevoegd voor Overheidsbedrijven, zijn ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit. ".

Art. 18. Artikel 1 van het koninklijk besluit van 26 april 2004 tot vaststelling van de lijst van de automatische kansspelen waarvan de exploitatie is toegestaan in de kansspelinrichtingen klasse II, wordt vervangen als volgt:
" De kansspelen waarvan de uitbating is toegelaten in de kansspelinrichtingen klasse II, zijn onderverdeeld in twee categorieën:
- de categorie van automatische spelen zonder spelerskaart;
- de categorie van automatische spelen met spelerskaart. "

Art. 19. In hetzelfde besluit wordt een nieuw artikel 1/1 ingevoegd, luidende als volgt:
" Art. 1/1. De kansspelen van de categorie automatische spelen zonder spelerskaart, zijn onderverdeeld in de volgende vijf types:
- black-jack spelen;
- paardenweddenschappen;
- dobbelspelen;
- pokerspelen;
- roulettespelen. ".

Art. 20. In hetzelfde besluit wordt een nieuw artikel 1/2 ingevoegd, luidende als volgt:
" Art. 1/2. De kansspelen van de categorie automatische spelen met spelerskaart, zijn van het volgende type:
- interactief pokerspel. ".

Art. 21. In artikel 4, § 2, van hetzelfde besluit worden de woorden " twee mogelijkheden " vervangen door de woorden " drie mogelijkheden ".

Art. 22. Artikel 4, § 2, 2., van hetzelfde besluit wordt als volgt vervangen:
" 2. doet hij een plaatsweddenschap op de eerste twee plaatsen, in volgorde of niet in volgorde; ".

Art. 23. Artikel 4, § 2, van hetzelfde besluit wordt aangevuld met een nieuw punt 3 luidende als volgt:
" 3. doet hij een plaatsweddenschap op de eerste drie plaatsen, in volgorde of niet in volgorde. ".

Art. 24. In artikel 5, 1., van hetzelfde besluit worden de woorden " 3, 4 of 5 " vervangen door de woorden " één of meerdere ".

Art. 25. In artikel 5, 2. van hetzelfde besluit worden de woorden " drie, vier of vijf " vervangen door de woorden " één of meerdere ".

Art. 26. Artikel 6 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt:
" Art. 6. Het pokerspel wordt gespeeld op een scherm, met een gedeelte van een standaard kaartspel of één of meerdere standaard kaartspelen, naargelang het type van het gekozen spel. Verschillende jokers zijn toegelaten. Eenmaal de inzet gebeurd is, kunnen, met een druk op de knop, de kaarten verdeeld worden. Het aantal handen en het aantal kaarten per hand hangt af van het type gekozen spel. De speler kan bijkomende inzetten plaatsen tijdens het spel. Het pokerspel kan gespeeld worden op meerdere lijnen. In dit geval moet iedere lijn de regels van het pokerspel respecteren. Wanneer de speler een beslissing moet nemen, moet de machine altijd een beslissing presenteren welke zij aanbeveelt. De kaarten mogen door dobbelstenen vervangen worden voor zover het spel aan alle eisen van het pokerspel voldoet. ".

Art. 27. In hetzelfde besluit wordt een nieuw artikel 6/1 ingevoegd, luidende als volgt:
" Art. 6/1. Het interactief pokerspel is een meerspelerstoestel dat maximaal 10 spelers kan ontvangen. Een randomgenerator verdeelt de virtuele kaarten en het toestel biedt ze aan aan de aanwezige spelers. De spelregels moeten gelijk zijn aan de pokertafelspelen. ".

Art. 28. Artikel 9 van hetzelfde besluit wordt als volgt vervangen:
" Art. 9. De kansspelen samengesteld uit meerdere speelposten zijn beperkt tot 3 per inrichting. Voor de automatische spelen zonder spelerskaart is dit beperkt tot zes terminals. Voor de automatische spelen met spelerskaart is dit beperkt tot één tafel met maximum tien terminals. ".

Art. 29. Onze minister bevoegd voor Justitie, Onze minister bevoegd voor Financiën, Onze minister bevoegd voor Volksgezondheid, Onze minister bevoegd voor Binnenlandse Zaken, Onze minister bevoegd voor Ondernemen, Onze minister bevoegd voor Overheidsbedrijven, zijn ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 11 juni 2009.
ALBERT
Van Koningswege:
De Minister van Justitie,
S. DE CLERCK
De Minister van Financiën,
D. REYNDERS
De Minister van Volksgezondheid,
Mevr. L. ONKELINX
De Minister voor Ondernemen,
V. VAN QUICKENBORNE
De Minister van Binnenlandse Zaken,
G. DE PADT
De Staatssecretaris toegevoegd aan de Minister van Justitie,
C. DEVLIES

Artikel 8 - Koninklijk besluit van 11 juni 2009 tot wijziging van verscheidene bepalingen betreffende kansspelen waarvan de exploitatie is toegelaten in de kansspelinrichtingen klasse I

Artikel 1. Artikel 1 van het koninklijk besluit van 19 juli 2001 tot vaststelling van de lijst van de kansspelen waarvan de exploitatie is toegelaten in de kansspelinrichtingen klasse I, vervangen bij het koninklijk besluit van 24 november 2004 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 17 september 2005, wordt aangevuld met een punt f), luidende als volgt:
" f) interactieve pokerspelen. "

Art. 2. Artikel 3 van hetzelfde besluit wordt opgeheven.

Art. 3. Artikel 1, 2), van het koninklijk besluit van 8 april 2003 betreffende de technische regels aangaande de werking van de automatische kansspelen waarvan de exploitatie is toegelaten in de kansspelinrichtingen klasse I, wordt opgeheven.

Art. 4. In artikel 1, 3), van hetzelfde besluit wordt de zin " zo geconstrueerd zijn dat alle gebeurtenissen en resultaten verbonden aan de spelen afhankelijk zijn van het toeval. " opgeheven.

Art. 5. De artikelen 50 en 51 van het koninklijk besluit van 3 december 2006 betreffende de werkingsregels en de nadere regels inzake de boekhouding en de controle van de kansspelen waarvan de exploitatie is toegestaan in de kansspelinrichtingen klasse I, worden opgeheven.

Art. 6. Artikel 57 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt:
" Art. 57. Het pokerspel wordt gespeeld op een scherm, met een gedeelte van een standaard kaartspel of één of meerdere standaard kaartspelen, naargelang het type van het gekozen spel. Verschillende jokers zijn toegelaten. Eenmaal de inzet gebeurd is, kunnen, met een druk op de knop, de kaarten verdeeld worden. Het aantal handen en het aantal kaarten per hand hangt af van het type gekozen spel. De speler kan bijkomende inzetten plaatsen tijdens het spel. Het pokerspel kan gespeeld worden op meerdere lijnen. In dit geval moet iedere lijn de regels van het pokerspel respecteren. Wanneer de speler een beslissing moet nemen, moet de machine altijd een beslissing presenteren welke zij aanbeveelt. De kaarten mogen door dobbelstenen vervangen worden voor zover het spel aan alle eisen van het pokerspel voldoet. ".

Art. 7. In hetzelfde besluit wordt een nieuw artikel 57/1 ingevoegd, luidende:
" Art. 57/1. Het interactief pokerspel is een meerspelerstoestel dat maximaal 10 spelers kan ontvangen. Een randomgenerator verdeelt de virtuele kaarten en het toestel biedt ze aan aan de aanwezige spelers. De spelregels moeten gelijk zijn aan de pokertafelspelen.
Voor het respecteren van het uurgemiddelde, dient de inzet op deze interactieve pokerspelen uitsluitend te gebeuren door een individuele en persoonlijke spelerskaart.
Het toestel moet, voor elke partij, de waarden samenvoegen van de speeltijd en het verlies van de speler. Het toestel moet de toegang verbieden tot het spel voor een speler waarvan het samengevoegd verlies groter is dan de gestelde limieten.
Voor het interactief pokerspel geldt de verplichte voorwaarde op de automatische kansspelen van het minimum herverdelingsgehalte van 84 % niet. ".

Art. 8. Onze minister bevoegd voor Justitie, Onze minister bevoegd voor Financiën, Onze minister bevoegd voor Volksgezondheid, Onze minister bevoegd voor Binnenlandse Zaken, Onze minister bevoegd voor Ondernemen, Onze minister bevoegd voor Overheidsbedrijven, zijn ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 11 juni 2009.
ALBERT
Van Koningswege:
De Minister van Justitie,
S. DE CLERCK
De Minister van Financiën,
D. REYNDERS
De Minister van Volksgezondheid,
Mevr. L. ONKELINX
De Minister voor Ondernemen,
V. VAN QUICKENBORNE
De Minister van Binnenlandse Zaken,
G. DE PADT
De Staatssecretaris toegevoegd aan de Minister van Justitie,
C. DEVLIES

Artikel 8 - Koninklijk besluit van 22 december 2010 betreffende de werkingsregels van de automatische kansspelen waarvan de exploitatie is toegelaten in de kansspelinrichtingen klasse IV

Artikel 1. Elk toestel dienstig voor kansspelen in kansspelinrichtingen klasse IV, moet opnieuw kunnen starten zonder verlies van gegevens na een stroomonderbreking.
De samenhang en verbinding met andere toestellen en systemen mogen in geen geval invloed uitoefenen op de gebeurtenissen en de resultaten verbonden aan de kansspelen voorgesteld door de automaat.

Art. 2. Het toestel kan enkel in werking worden gesteld wanneer een elektronische identiteitskaart van een meerderjarige speler wordt ingebracht.
Indien de speler niet over een elektronische identiteitskaart beschikt, kan de uitbater het toestel in werking stellen door middel van een uitbaterskaart na verificatie van de leeftijd van de potentiële speler.

Art. 3. § 1. De gebeurtenissen en de resultaten verbonden aan de spelen moeten afhangen van het toeval. Zij worden voortgebracht door een generator van kanscijfers of door een ander middel gebaseerd op de tussenkomst van het lot.
De handelingen gesteld door de speler mogen het resultaat niet bepalen.
§ 2. De interne statistiek van de gebeurtenissen verbonden aan de spelen, waarover de automaat beschikt om het herverdelingsgehalte te berekenen, mag in geen geval de generator van de kanscijfers beïnvloeden. De generator mag in geen geval aangesloten zijn op tellers of op een systeem van intern toezicht.

Art. 4. Een automatisch toestel dienend voor de kansspelen moet een theoretisch herverdelingsgehalte vertonen van minstens 84 %.

Art. 5. De partij begint wanneer de speler de inwerkingstelling veroorzaakt door het inbrengen van een inzet en zij eindigt met het resultaat van winst of verlies, vooraleer een inzet wordt vereist voor de inwerkingstelling van een nieuwe partij.

Art. 6. Het model van de automatische kansspelen bestemd voor exploitatie in een inrichting klasse IV moet als volgt worden opgevat:
1° De inzetten moeten minstens kunnen gebeuren met muntstukken;
2° Door iedere druk op de knop " stake ", of equivalent, mag de inzet enkel stijgen met een bedrag tussen 0,10 euro en 1,00 euro.
De minimale mogelijke inzet per spel moet tussen 0,10 euro en 0,25 euro liggen.
De totale inzet per spel moet begrensd worden tot een waarde bepaald tijdens de modelgoedkeuring door gebruik te maken van de volgende formule:
Emax = (2 x PH / (1 - TR) x TP / 3600) - Emin
Emax = maximale " totale inzet " toegelaten per spel;
PH = maximaal gemiddeld uurverlies bepaald in c) ;
TR = werkelijk herverdelingsgehalte bepaald tijdens de modelgoedkeuring. Indien het herverdelingsgehalte afhangt van de inzet, dan wordt de berekening gedaan voor elke mogelijke inzet;
TP = minimum speltijd;
Emin = minimale mogelijke inzet per spel.
De waarde van Emax afgerond tot de laagst mogelijke munteenheid, is de maximale " totale inzet " toegelaten per spel.
De waarde van de maximum toegelaten inzet per partij wordt gelimiteerd tot 10,00 euro;
3° Het gemiddelde uurverlies mag niet hoger zijn dan het bedrag bedoeld in artikel 8, derde lid, van de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de weddenschappen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers;
4° De betaling geschiedt zodra de speler het betalingsmechanisme in werking stelt;
5° De maximale winst per spel mag niet hoger liggen dan 500,00 euro. De automaat moet de inzetmogelijkheden van de speler begrenzen opdat de mogelijke winst per partij, de maximale toegelaten winst, niet overschreden kan worden;
6° De minimumduur van een partij moet minstens drie seconden bedragen;
7° Op het scherm bevindt zich een winstteller die de hoegrootheid van de onmiddellijke winst aangeeft.

Art. 7. Elk toestel dat dient voor kansspelen in een kansspelinrichting klasse IV, moet:
1° uitgerust zijn met een intern toezichtsysteem, dat de communicatie moet verzekeren van de te verzenden bestanden zoals bedoeld in het koninklijk besluit betreffende de regels van toezicht op en de controle van de kansspelen in de kansspelinrichtingen klasse IV en de plaatsen waar weddenschappen worden aangenomen bedoeld in artikel 43/4, § 5, van de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de weddenschappen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers, inzonderheid door middel van een passend informaticasysteem;
2° beschermd zijn tegen externe invloeden, in het bijzonder tegen elektromagnetische en elektrostatische interferenties en tegen radio-elektrische golven overeenkomstig het koninklijk besluit van 28 februari 2007 betreffende de elektromagnetische comptabiliteit;
3° uitgerust zijn met de volgende computerbeveiligingen:
a) het toestel moet voorzien zijn van een module " softwarehandtekening ";
b) de " settings " die een invloed kunnen hebben op de resultaten van de evaluatie moeten in de software vast geschreven zijn;
c) als er geen partij actief is, moeten door een actie op de knop " collect " het serienummer, de softwareversie, de softwarehandtekening van de week en het nummer van de modelgoedkeuring zichtbaar worden gemaakt;
d) de uitbater van de kansspelinrichting mag geen toegang hebben tot de software van het toestel.

Art. 8. Een automatisch toestel ten behoeve van kansspelen moet uitgerust zijn met elektronische tellers met minstens acht cijfers. De tellers moeten minstens registreren:
1° het totaal bedrag van de inzetten;
2° het bedrag van de totale winst;
3° het aantal partijen;
4° de gecumuleerde speltijd van ieder spel.

Art. 9. Onverminderd het koninklijk besluit van 22 december 2010 tot vaststelling van de lijst van de automatische kansspelen waarvan de exploitatie is toegelaten in de kansspelinrichtingen klasse IV, kan de Kansspelcommissie, na het advies te hebben ingewonnen van de dienst bevoegd voor de technische evaluatie van de kansspelen, toelating verlenen tot het plaatsen van testtoestellen.
De aanvraag om een toelating wordt gericht aan de Kansspelcommissie samen met:
1° een verklaring op eer waarin de aanvrager erkent de technische vereisten en bepalingen inzake het gemiddeld uurverlies te eerbiedigen;
2° de gegevens betreffende de interne statistiek, zoals bedoeld in artikel 3, § 2;
3° een verklaring op eer waarin de aanvrager stelt dat de testtoestellen met toelating overeenstemmen inzake categorie en definitie zoals bepaald is in het koninklijk besluit tot vaststelling van de lijst van de automatische kansspelen waarvan de exploitatie is toegelaten in de kansspelinrichtingen klasse IV.
De kansspelcommissie bepaalt het aantal testtoestellen, de locatie ervan en de tijdsduur van de toelating.

Art. 10. Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2011.

Art. 11. De Minister bevoegd voor Justitie, de Minister bevoegd voor Financiën, de Minister bevoegd voor Volksgezondheid, de Minister bevoegd voor Ondernemen, de Minister bevoegd voor Binnenlandse Zaken en de Minister tot wiens bevoegdheid de Nationale Loterij behoort, zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 22 december 2010.
ALBERT
Van Koningswege:
De Minister van Justitie,
S. DE CLERCK
De Minister van Financiën,
D. REYNDERS
De Minister van Volksgezondheid,
Mevr. L. ONKELINX
De Minister voor Ondernemen,
V. VAN QUICKENBORNE
De Minister van Binnenlandse Zaken,
Mevr. A. TURTELBOOM
De Staatssecretaris toegevoegd aan de Minister van Justitie,
C. DEVLIES

Artikel 10 - Koninklijk besluit van 10 oktober 2003 betreffende de samenstelling, de organisatie en de werking van de Kansspelcommissie, alsook betreffende het presentiegeld, waarvan de leden en hun plaatsvervangers genieten

Artikel 1.Worden als gewone leden van de Kansspelcommissie, hierna de Commissie genoemd, benoemd voor een termijn van drie jaar: a) als vertegenwoordigers van de Minister van Justitie: - Bayenet, Benoit, Franstalig lid, - De Smet, Marc, Nederlandstalig lid;b) als vertegenwoordigers van de Minister van Financiën: - Fontinoy, Jean-Claude, Franstalig lid, - Six, Carlos, Nederlandstalig lid;c) als vertegenwoordigers van de Ministers tot wier bevoegdheid de Nationale Loterij behoort: - Jacquij, Philippe, Franstalig lid, - Demeyere, Frank, Nederlandstalig lid;d) als vertegenwoordigers van de Minister van Economie: - Galloy, Geneviève, Franstalig lid, - Deleu, Frans, Nederlandstalig lid;e) als vertegenwoordigers van de Minister van Binnenlandse Zaken: - Denis, Pierre, Franstalig lid, - Merckx, Lutgardis, Nederlandstalig lid;f) als vertegenwoordigers van de Minister van Volksgezondheid: - Belot, Michèle, Franstalig lid, - Boers, Kris, Nederlandstalig lid.

Art. 2.Worden als plaatsvervangende leden van de Kansspelcommissie, hierna de Commissie genoemd, benoemd voor een termijn van drie jaar: a) als vertegenwoordigers van de Minister van Justitie: - Gillard, Claude, Franstalig lid, - Galle, Nina, Nederlandstalig lid;b) als vertegenwoordigers van de Minister van Financiën: - Prevost, Jean-Marie, Franstalig lid, - Vandevelde, Ludo, Nederlandstalig lid;c) als vertegenwoordigers van de Ministers tot wier bevoegdheid de Nationale Loterij behoort: - Deroubaix, Anne-Noëlle, Franstalig lid, - Loquet, Koen, Nederlandstalig lid;d) als vertegenwoordigers van de Minister van Economie: - Poncin, Jean-Marie, Franstalig lid, - Deryckere, Francis Jean, Nederlandstalig lid;e) als vertegenwoordigers van de Minister van Binnenlandse Zaken: - Frère, René, Franstalig lid, - Panneels, Laurent, Nederlandstalig lid;f) als vertegenwoordigers van de Minister van Volksgezondheid: - Du Ville, Pierre, Franstalig lid, - Menu, Peter, Nederlandstalig lid.
 
Art. 3.De leden en hun plaatsvervangers hebben recht op 62 euro presentiegeld per vergadering van een halve dag van de Commissie.
 
Art. 4.Dit besluit treedt in werking op de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.
 
Art. 5.Onze Minister bevoegd voor Justitie, Onze Ministers tot wier bevoegdheid de Nationale Loterij behoort, Onze Minister bevoegd voor Binnenlandse Zaken, Onze Minister bevoegd voor Financiën, Onze Minister bevoegd voor Sociale Zaken en Volksgezondheid, en Onze Minister bevoegd voor Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
 
Gegeven te Brussel, 10 oktober 2003.
ALBERT Van Koningswege:
De Minister van Justitie, Mevr. L. ONKELINX
De Minister tot wiens bevoegdheid, ten dele de Nationale Loterij behoort, J. VANDE LANOTTE
De Minister van Binnenlandse Zaken, P. DEWAEL
De Minister van Financiën, D. REYNDERS
De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, R. DEMOTTE
De Minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid, Mevr. F. MOERMAN

Artikel 10 - Koninklijk besluit van 14 december 2004 tot wijziging van het koninklijk besluit van 10 oktober 2003 betreffende de samenstelling, de organisatie en de werking van de Kansspelcommissie, alsook betreffende het presentiegeld, waarvan de leden en hun plaatsvervangers genieten

Artikel 1. In artikel 1 van het koninklijk besluit van 10 oktober 2003 betreffende de samenstelling, de organisatie en de werking van de Kansspelcommissie, alsook betreffende het presentiegeld, waarvan de leden en hun plaatsvervangers genieten, worden de woorden « Bayenet, Benoit », vervangen door « Nuchelmans, Didier ».

Art. 2. Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.

Art. 3. Onze Minister bevoegd voor Justitie, Onze Minister bevoegd voor Binnenlandse Zaken, Onze Minister bevoegd voor Financiën, Onze Minister bevoegd voor Sociale Zaken en Volksgezondheid, en Onze Minister bevoegd voor Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 14 december 2004.
ALBERT
Van Koningswege:
De Minister van Justitie,
Mevr. L. ONKELINX
De Minister van Binnenlandse Zaken,
P. DEWAEL
De Minister van Financiën,
D. REYNDERS
De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid,
R. DEMOTTE
De Minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid,
M. VERWILGHEN

Artikel 10 - Koninklijk besluit van 3 oktober 2005 tot wijziging van het koninklijk besluit van 10 oktober 2003 betreffende de samenstelling, de organisatie en de werking van de Kansspelcommissie, alsook betreffende het presentiegeld, waarvan de leden en hun plaatsvervangers genieten

Artikel 1. In artikel 2 van het koninklijk besluit van 10 oktober 2003 betreffende de samenstelling, de organisatie en de werking van de Kansspelcommissie, alsook betreffende het presentiegeld, waarvan de leden en hun plaatsvervangers genieten, worden de woorden « Menu, Peter », vervangen door « Van Vlaenderen, Ilse ».

Art. 2. Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgische Staatsblad wordt bekendgemaakt.

Art. 3. Onze Minister bevoegd voor Justitie, Onze Minister bevoegd voor Begroting en ten dele bevoegd voor de Nationale Loterij, Onze Minister bevoegd voor Binnenlandse Zaken, Onze Minister bevoegd voor Financiën, Onze Minister bevoegd voor Sociale Zaken en Volksgezondheid, en Onze Minister bevoegd voor Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 3 oktober 2005.
ALBERT
Van Koningswege:
De Minister van Justitie,
Mevr. L. ONKELINX
De Minister van Begroting, tot wiens bevoegdheid ten dele de Nationale Loterij behoort,
J. VANDE LANOTTE
De Minister van Binnenlandse Zaken,
P. DEWAEL
De Minister van Financiën,
D. REYNDERS
De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid,
R. DEMOTTE
De Minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid,
M. VERWILGHEN

Artikel 15 - Koninklijk besluit van 26 november 2002 betreffende de legitimatiekaart van de officieren van gerechtelijke politie, hulpofficieren van de procureur des Konings van de kansspelcommissie en van haar secretariaat

Artikel 1. De Minister van Justitie overhandigt aan de voorzitter van de kansspelcommissie een legitimatiekaart, waarvan het model is bijgevoegd als bijlage I bij dit besluit, die getuigt van zijn bevoegdheid van officier van gerechtelijke politie, hulpofficier van de procureur des Konings.
De voorzitter van de kansspelcommissie overhandigt aan de leden van de commissie en van haar secretariaat, bedoeld in artikel 15, tweede lid van de wet van 7 mei 1999, een legitimatiekaart, waarvan het model is bijgevoegd als bijlage II bij dit besluit, die getuigt van hun bevoegdheid van officier van gerechtelijke politie, hulpofficier van de procureur des Konings.

Art. 2. De legitimatiekaart is conform de modellen 1 en 2, bij het huidig besluit gevoegd. Zij heeft de vorm van een rechthoek, is 100 mm lang bij 70 mm breed, en is geplastificeerd.

Art. 3. Alle vermeldingen waarvan sprake is in artikel 4 zijn opgesteld in het Frans, het Nederlands en het Duits. Er wordt voorrang gegeven aan de taal van de houder van de kaart.

Art. 4. § 1. Op de voorzijde van de legitimatiekaart bevinden zich, naast een omkadering met de nationale driekleur, volgende vermeldingen:
1° bovenaan op een witte achtergrond, een opschrift " KONINKRIJK BELGIE ";
2° onder de vermelding 1°, op een lichtgroene achtergrond, de volgende tekst: " De Minister van Justitie verklaart dat ";
3° op de linkerkant, voorzien in een donkergroen vak, een kleurenpasfoto van de houder, met een minimumformaat van 25 mm bij 33 mm;
De droogstempel " Federale Overheidsdienst Justitie " wordt aangebracht op de pasfoto;
4° onderaan links, onder de foto, het rangnummer van de kaart;
5° rechts van de foto, volgende tekst:
" M................... (naam, voornaam en graad van de houder, cursief gedrukt) werd aangesteld als officier van gerechtelijke politie, hulpofficier van de procureur des Konings bij koninklijk besluit van........... ";
6° onderaan rechts, een wit kader waarin de handtekening van de houder zal voorkomen.
§ 2. Op de achterzijde van de legitimatiekaart bevinden zich, naast een omkadering met de nationale driekleur, volgende vermeldingen:
1° bovenaam op een witte achtergrond, een opschrift " KANSSPELCOMMISSIE ";
2° onder de vermelding 1°, op een lichtgroene achtergrond, de volgende tekst:
" Krachtens de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers, heeft de houder van deze legitimatiekaart het recht op te treden over het gehele grondgebied van het Koninkrijk België met de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie, hulpofficier van de procureur des Konings. Bij het volbrengen van zijn opdracht kan hij een beroep doen op de openbare macht. "
3° onder deze tekst, de formule:
" Namens de Minister, de Voorzitter, "
Deze formule wordt gevolgd door de handtekening en de naam van de voorzitter van de kansspelcommissie.

Art. 5. § 1. De legitimatiekaart wordt terug bezorgd aan de voorzitter van de kansspelcommissie, of aan een andere persoon door de voorzitter aangesteld, indien:
1° de kaart beschadigd is;
2° één of meerdere gegevens die op de kaart voorkomen veranderd zijn, of wanneer de foto geen gelijkenis meer vertoont met de houder;
3° de houder niet meer bekwaam is om zijn ambt uit te oefenen, of er niet meer toe gemachtigd is.
§ 2. De voorzitter of de persoon die door hem werd aangesteld houdt tijdelijk de legitimatiekaart in van de geschorste of uit zijn ambt ontslagen titularis, ongeacht de duur van deze maatregel, of van de houder wiens ambtsuitoefening gedurende meer dan vijfenveertig dagen onderbroken is om elke andere statutaire reden. De kaart wordt aan de houder terug gegeven zodra hij opnieuw zijn ambt uitoefent.
§ 3. Het verlies of de vernietiging van de legitimatiekaart wordt onmiddellijk medegedeeld aan de voorzitter. Indien die kaart na vernieuwing wordt teruggevonden, wordt zij onmiddellijk bezorgd aan de voorzitter of aan de persoon door de voorzitter aangesteld, teneinde te worden vernietigd.

Art. 6. Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.

Art. 7. Onze Minister bevoegd voor Volksgezondheid, Onze Minister bevoegd voor Binnenlandse Zaken, Onze Minister bevoegd voor Justitie, Onze Minister bevoegd voor Financiën en Onze Minister bevoegd voor Economie zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 26 november 2002.
ALBERT
Van Koningswege:
De Minister van Volksgezondheid,
J. TAVERNIER
De Minister van Binnenlandse Zaken,
A. DUQUESNE
De Minister van Justitie,
M. VERWILGHEN
De Minister van Financiën,
D. REYNDERS
De Minister van Economie,
Ch. PICQUE

Artikel 15 - Koninklijk besluit van 12 juli 2004 betreffende de aanstelling van de leden van het secretariaat van de kansspelcommissie in de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie, hulpofficier van de procureur des Konings

Artikel 1. De hierna genoemde ambtenaren van het secretariaat van de kansspelcommissie hebben de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie, hulpofficier van de procureur des Konings: Mevr. Sirinella Contri, Mevr. Aleth Gros, de heer José Derlet, de heer David Matthys en de heer Christophe Swolfs.

Art. 2. 1. De leden van het secretariaat van de kansspelcommissie kunnen de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie, hulpofficier van de procureur des konings, uitsluitend inroepen om de toepassing van de wet op de kansspelen en haar uitvoeringsbesluiten te doen naleven.
2. In het geval van vrijwillig of gedwongen ontslag, verliezen de leden van het secretariaat van de kansspelcommissie automatisch deze hoedanigheid.

Art. 3. Het koninklijk besluit van 22 december 2000 betreffende de aanstelling van de leden van het secretariaat van de kansspelcommissie in de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie, hulpofficier van de procureur des Konings, wordt opgeheven.

Art. 4. De artikelen 44, 45 en 46 van de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers treden in werking op 29 juni 2002.

Art. 5. Dit besluit treedt in werking op de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.

Art. 6. Onze Minister bevoegd voor Justitie, Onze Minister bevoegd voor Begroting en ten dele bevoegd voor de Nationale Loterij, Onze Minister bevoegd voor Binnenlandse Zaken, Onze Minister bevoegd voor Financiën, Onze Minister bevoegd voor Sociale Zaken en Volksgezondheid, en Onze Minister bevoegd voor Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 12 juli 2004.
ALBERT
Van Koningswege:
De Minister van Justitie,
Mevr. L. ONKELINX
De Minister van Begroting, tot wiens bevoegdheid ten dele de Nationale Loterij behoort,
J. VANDE LANOTTE
De Minister van Binnenlandse Zaken,
P. DEWAEL
De Minister van Financiën,
D. REYNDERS
De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid,
R. DEMOTTE
De Minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid,
Mevr. F. MOERMAN.

Artikel 15/8 - Koninklijk besluit van 24 april 2014 betreffende de inning en invordering van de administratieve geldboete zoals bedoeld in artikel 15/3 van de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de weddenschappen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers

Artikel 1. De administratieve geldboete zoals, bedoeld in artikel 15/3 van de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de weddenschappen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers wordt betaald aan de Kansspelcommissie binnen een termijn van dertig dagen volgend op de dag waarop de beslissing tot oplegging van de administratieve geldboete definitief is geworden of het vonnis van de rechtbank van eerste aanleg zoals bedoeld in artikel 15/7 van de zelfde wet in kracht van gewijsde is gegaan.
  Ingeval van niet-betaling van de geldboete maakt de Kansspelcommissie de beslissing tot oplegging van de administratieve geldboete of het vonnis bedoeld in het eerste lid van dit artikel voor invordering over aan de dienst bevoegd voor niet fiscale invordering bij de Federale Overheidsdienst Financiën.

Art. 2. De geïnde gelden worden door de Kansspelcommissie ontvangen op een derdenrekening.
  Binnen een termijn van dertig dagen na ontvangst maakt de Kansspelcommissie de ontvangen gelden over aan de Schatkist.

Art. 3. De minister bevoegd voor Justitie, de minister bevoegd voor Economie, de minister bevoegd voor Binnenlandse zaken, de minister bevoegd voor Volksgezondheid en de minister bevoegd voor Financiën en voor de Nationale Loterij, zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Artikel 19 - Koninklijk besluit van 22 december 2000 tot vaststelling van de bijdrage in de werkings-, personeels- en oprichtingskosten van de kansspelcommissie verschuldigd door de houders van vergunningen klasse A, B, C en E

Artikel 1. De Minister van Justitie wijst de agenten van het ministerie van Justitie aan die belast zijn met de inning van de retributies bedoeld in artikel 19 van de wet van 7 mei 1999 als bijdrage in de werkings-, personeels- en oprichtingskosten van de kansspelcommissie, hierna commissie genoemd, en haar secretariaat, die ten laste van de houders van vergunningen klasse A, B, C en E vallen.

Art. 2. § 1. De retributies worden, één keer per jaar, betaald, ten laatste tegen 31 mei van ieder burgerlijk jaar, ongeacht de duur van de vergunning en dit voor heel de komende werkingsperiode van de commissie, die overeenkomt met één burgerlijk jaar. Het bedrag van de retributies wordt jaarlijks vastgesteld.
§ 2. (Voor het burgerlijk jaar 2002 bedraagt de retributie voor een vergunning klasse A 15.000 euro, de retributie voor een vergunning klasse B bedraagt 7.500 euro, de retributie voor een vergunning klasse C bedraagt 100 euro, de retributie voor een vergunning klasse E bedraagt 2.500 euro voor de houders die enkel diensten leveren in het raam van het onderhoud, het herstel of de uitrusting van de kansspelen, voor al de andere houders van een vergunning klasse E bedraagt de retributie 1.250 euro per aangevatte schijf van 50 toestellen.
Daarenboven bedraagt de retributie voor de houders van een vergunning klasse A, die automatische kansspelen exploiteren, 250 euro per toestel met een minimum van 7.500 euro.) <KB 2001-12-27/30, art. 1, 002; Inwerkingtreding: 08-01-2002>
§ 3. De retributie voor de eerste periode van de exploitatie van het spel wordt volledig betaald, uiterlijk één maand na de kennisgeving.
§ 4. Voor het burgerlijk jaar 2001, wordt het geheel van de retributies betaald ten laatste één maand na de kennisgeving.

Art. 3. Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.

Art. 4. Onze Minister van Justitie, Onze Minister van Financiën, Onze Minister van Economie, Onze Minister van Binnenlandse Zaken, Onze Minister van Volksgezondheid zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 22 december 2000.
ALBERT
Van Koningswege:
De Minister van Justitie,
M. VERWILGHEN
De Minister van Financiën,
D. REYNDERS
De Minister van Economie,
Ch. PICQUE
De Minister van Binnenlandse Zaken,
A. DUQUESNE
De Minister van Volksgezondheid,
Mevr. M. AELVOET.

 

Artikel 19 - Koninklijk besluit van 27 december 2001 betreffende de bijdrage in de werkings-, personeels- en oprichtingskosten van de Kansspelcommissie verschuldigd door de houders van vergunningen klasse A, B, C en E.

Artikel 1. Artikel 2, § 2, van het koninklijk besluit van 22 december 2000 tot vaststelling van de bijdrage in de werkings-, personeels- en oprichtingskosten van de Kansspelcommissie verschuldigd door de houders van vergunningen klasse A, B, C en E wordt vervangen door de volgende bepaling :
" § 2. Voor het burgerlijk jaar 2002 bedraagt de retributie voor een vergunning klasse A 15.000 euro, de retributie voor een vergunning klasse B bedraagt 7.500 euro, de retributie voor een vergunning klasse C bedraagt 100 euro, de retributie voor een vergunning klasse E bedraagt 2.500 euro voor de houders die enkel diensten leveren in het raam van het onderhoud, het herstel of de uitrusting van de kansspelen, voor al de andere houders van een vergunning klasse E bedraagt de retributie 1.250 euro per aangevatte schijf van 50 toestellen.
Daarenboven bedraagt de retributie voor de houders van een vergunning klasse A, die automatische kansspelen exploiteren, 250 euro per toestel met een minimum van 7.500 euro. ".

Art. 2. Onze Minister van Justitie, Onze Minister van Financiën, Onze Minister van Economie, Onze Minister van Binnenlandse Zaken, Onze Minister van Volksgezondheid zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Souillac, op 27 december 2001.
ALBERT
Van Koningswege :
Voor de Minister van Justitie, afwezig,
De Minister van Overheidsbedrijven,
R. DAEMS
De Minister van Financiën,
D. REYNDERS
De Minister van Economie,
Ch. PICQUE
De Minister van Binnenlandse Zaken,
A. DUQUESNE
De Minister van Volksgezondheid,
Mevr. M. AELVOET.

Artikel 19 - Koninklijk besluit van 22 december 2010 betreffende de bijdrage in de werkings-, personeels- en oprichtingskosten van de Kansspelcommissie verschuldigd door de houders van de vergunningen klasse A, A+, B, B+, C, E, F, F+ en G voor het kalenderjaar 2011

Artikel 1. § 1. Voor het burgerlijk jaar 2011 bedraagt de retributie voor een vergunning klasse A 17.840 euro, voor een vergunning klasse A+ 17.840 euro, voor een vergunning klasse B 8.920 euro en voor een vergunning klasse B+ 8.920 euro.
Daarenboven bedraagt de retributie voor de houders van een vergunning klasse A, die automatische toestellen exploiteren, 576 euro per toestel met een minimum van 17.360 euro.
§ 2. Voor het burgerlijk jaar 2011 bedraagt de retributie voor een vergunning klasse C 600 euro voor de houders die een vergunning ontvingen nà 31 december 2010.
Voor de houders die een vergunning klasse C ontvingen vóór 1 januari 2011 bedraagt de retributie 121 euro.
§ 3. De retributie voor een vergunning klasse E bedraagt 2.975 euro voor de houders die enkel diensten leveren inzake onderhoud, herstelling of uitrusting van kansspelen. Voor de andere houders van een vergunning klasse E bedraagt de retributie 1.487 euro per aangevatte schijf van 50 toestellen.
§ 4. De retributie voor een vergunning klasse F1 bedraagt 10.180 euro, voor een vergunning klasse F1+ 10.180 euro en voor een vergunning F2 voor het aannemen van weddenschappen binnen een kansspelinrichting klasse IV 3.054 euro. Voor de houders van een vergunning F2 die weddenschappen aannemen buiten een kansspelinrichting klasse IV bedraagt de retributie 1.527 euro.
De retributie voor automatische kansspelen zoals bedoeld in artikel 43/4, § 2, 3e lid, van de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de weddenschappen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers, bedraagt 360 euro.
§ 5. Voor een vergunning G1 bedraagt de retributie 17.840 euro en voor een vergunning G2 100 euro.

Art. 2. De vergunninghouders klasse E delen het aantal toestellen dat zij verhuren, in leasing geven, leveren of ter beschikking stellen op 1 januari 2011 mee aan de Kansspelcommissie uiterlijk op 1 februari 2011.
De vergunninghouders klasse E delen het aantal kansspelen dat zij produceren, verkopen of invoeren gedurende het burgerlijk jaar 2011 mee aan de Kansspelcommissie uiterlijk op 1 februari 2011.

Art. 3. Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2011.

Art. 4. De Minister bevoegd voor Justitie, de Minister bevoegd voor Financiën, de Minister bevoegd voor Volksgezondheid, de Minister bevoegd voor Ondernemen, de Minister bevoegd voor Binnenlandse Zaken, en de Minister tot wiens bevoegdheid de Nationale Loterij behoort zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 22 december 2010.
ALBERT
Van Koningswege:
De Minister van Justitie,
S. DE CLERCK
De Minister van Financiën,
D. REYNDERS
De Minister van Volksgezondheid,
Mevr. L. ONKELINX
De Minister voor Ondernemen,
V. VAN QUICKENBORNE
De Minister van Binnenlandse Zaken,
Mevr. A. TURTELBOOM
De Staatssecretaris toegevoegd aan de Minister van Justitie,
C. DEVLIES

Artikel 19 - Koninklijk besluit betreffende de bijdrage in de werkings-, personeels- en oprichtingskosten van de Kansspelcommissie verschuldigd door de houders van de vergunningen klassen A, A+, B, B+, C, E, F1, F1+, G1 en G2 voor het burgerlijk jaar 2012

Artikel 1. § 1. Voor het burgerlijk jaar 2012 bedraagt de retributie voor een vergunning klasse A 18.448 euro, voor een vergunning klassen A+ 18.448 euro, voor een vergunning klasse B 9.224 euro en voor een vergunning klasse B+ 9.224 euro.
  Daarenboven bedraagt de retributie voor de houders van een vergunning klasse A, die automatische toestellen exploiteren, 596 euro per toestel met een minimum van 17.952 euro.
  § 2. Voor de houders van een vergunning klasse C die hun vergunning ontvangen in het burgerlijk jaar 2012, bedraagt de bijdrage 620 euro.
  Voor de houders die een vergunning klasse C ontvangen vóór 1 januari 2011 bedraagt de retributie 125 euro.
  § 3. De retributie voor een vergunning klasse E bedraagt 3.076 euro voor de houders die enkel diensten leveren inzake onderhoud, herstelling of uitrusting van kansspelen. Voor de andere houders van een vergunning klasse E bedraagt de retributie 1.538 euro per aangevatte schijf van 50 toestellen.
  § 4. De retributie voor een vergunning klasse F1 bedraagt 10.527 euro, voor een vergunning klasse F1+ 10.527 euro en voor een vergunning F2 voor het aannemen van weddenschappen binnen een kansspelinrichting klasse IV 3.158 euro. Voor de houders van een vergunning F2 die weddenschappen aannemen buiten een kansspelinrichting klasse IV bedraagt de retributie 1.579 euro.
  De retributie voor automatische kansspelen zoals bedoeld in artikel 43/4, § 2, 3e lid, van de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de weddenschappen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers, bedraagt 372 euro.
  § 5. Voor een vergunning G1 bedraagt de retributie 18.448 euro en voor een vergunning G2 103 euro.

  Art. 2. De vergunninghouders klasse E delen het aantal toestellen dat zij verhuren, in leasing geven, leveren of ter beschikking stellen op 1 januari 2012 mee aan de Kansspelcommissie uiterlijk op 1 februari 2012.
  De vergunninghouders klasse E delen het aantal kansspelen dat zij produceren, verkopen of invoeren gedurende het burgerlijk jaar 2012 mee aan de Kansspelcommissie uiterlijk op 1 februari 2012.

  Art. 3. Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2012.

  Art. 4. De Minister bevoegd voor Justitie, de Minister bevoegd voor Financiën, de Minister bevoegd voor Volksgezondheid, de Minister bevoegd voor Overheidsbedrijven, de Minister bevoegd voor Binnenlandse zaken en de Minister tot wiens bevoegdheid de Nationale Loterij behoort, zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
  
  Gegeven te Brussel, 6 maart 2012.
  ALBERT
  Van Koningswege:
  De Minister van Justitie,
  Mevr. A. TURTELBOOM
  De Minister van Financiën,
  S. VANACKERE
  De Minister van Binnenlandse Zaken,
  Mevr. J. MILQUET
  De Minister van Volksgezondheid,
  Mevr. L. ONKELINX
  De Minister van Overheidsbedrijven,
  P. MAGNETTE

Artikel 19 - Koninklijk besluit betreffende de bijdrage in de werkings-, personeels- en oprichtingskosten van de Kansspelcommissie verschuldigd door de houders van de vergunningen klasse A, A+, B, B+, C, E, F1, F1+, F2, G1 en G2 voor het burgerlijk jaar 2013

Artikel 1. § 1. Voor het burgerlijk jaar 2013 bedraagt de retributie voor een vergunning klasse A 19.035 euro, voor een vergunning klasse A+ 19.035 euro, voor een vergunning klasse B 9.517 euro en voor een vergunning klasse B+ 9.517 euro.
Daarenboven bedraagt de retributie voor de houders van een vergunning klasse A, die automatische toestellen exploiteren, 615 euro per toestel met een minimum van 18.523 euro.

§ 2. Voor de houders van een vergunning klasse C die hun vergunning ontvangen in het burgerlijk jaar 2013, bedraagt de bijdrage 645 euro.
Voor de houders die een vergunning klasse C ontvangen vóór 1 januari 2011 bedraagt de retributie 129 euro.

§ 3. De retributie voor een vergunning klasse E bedraagt 3.174 euro voor de houders die enkel diensten leveren inzake onderhoud, herstelling of uitrusting van kansspelen. Voor de andere houders van een vergunning klasse E bedraagt de retributie 1.587 euro per aangevatte schijf van 50 toestellen.

§ 4. De retributie voor een vergunning klasse F1 bedraagt 10.862 euro, voor een vergunning klasse F1+ 10.862 euro en voor een vergunning F2 voor het aannemen van weddenschappen binnen een kansspelinrichting klasse IV 3.258 euro. Voor de houders van een vergunning F2 die weddenschappen aannemen buiten een kansspelinrichting klasse IV bedraagt de retributie 1.629 euro.
De retributie voor automatische kansspelen zoals bedoeld in artikel 43/4, § 2, 3e lid, van de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de weddenschappen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers, bedraagt 384 euro.

§ 5. Voor een vergunning klasse G1 bedraagt de retributie 19.035 euro en voor een vergunning klasse G2 106 euro.
 

Art. 2. De vergunninghouders klasse E delen het aantal toestellen dat zij verhuren, in leasing geven, leveren of ter beschikking stellen op 1 januari 2013 mee aan de Kansspelcommissie uiterlijk op 1 februari 2013.
De vergunninghouders klasse E delen het aantal kansspelen dat zij produceren, verkopen of invoeren gedurende het burgerlijk jaar 2012 mee aan de Kansspelcommissie uiterlijk op 1 februari 2013.
 

Art. 3. Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2013.
 

Art. 4. De minister bevoegd voor Justitie, de minister bevoegd voor Financiën en voor de Nationale Loterij, de minister bevoegd voor Economie, de minister bevoegd voor Binnenlandse Zaken en de minister bevoegd voor Volksgezondheid zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
 

Gegeven te Brussel, 26 november 2012.
ALBERT
Van Koningswege:
De Minister van Justitie,
Mevr. A. TURTELBOOM
De Minister van Financiën,
S. VANACKERE
De Minister voor Economie,
J. VANDE LANOTTE
De Minister van Binnenlandse Zaken,
Mevr. J. MILQUET
De Minister van Volksgezondheid,
Mevr. L. ONKELINX

Artikel 19 - Koninklijk besluit van 20 december 2016 betreffende de bijdrage in de werkings-, personeels- en oprichtingskosten van de Kansspelcommissie verschuldigd door de houders van de vergunningen klasse A, A+, B, B+, C, E, F1, F1+, F2, G1 en G2 voor het burgerlijk jaar 2017

Artikel 1. § 1. Voor het burgerlijk jaar 2017 bedraagt de retributie voor een vergunning klasse A 21.593 euro, voor een vergunning klasse A+ 21.593 euro, voor een vergunning klasse B 10.796 euro en voor een vergunning klasse B+ 10.796 euro.
  Daarenboven bedraagt de retributie voor de houders van een vergunning klasse A, die automatische toestellen exploiteren, 698 euro per toestel met een minimum van 20.997 euro.
  § 2. Voor de houders van een vergunning klasse C die hun vergunning ontvangen in het burgerlijk jaar 2017, bedraagt de bijdrage 735 euro.
  § 3. De retributie voor een vergunning klasse E bedraagt 3.600 euro voor de houders die enkel diensten leveren inzake onderhoud, herstelling of uitrusting van kansspelen. Voor de houders van een vergunning klasse E die instaan voor het leveren van diensten van de informatiemaatschappij, bedraagt de retributie 12.322 euro. Voor de andere houders van een vergunning klasse E bedraagt de retributie 1.801 euro per aangevatte schijf van 50 toestellen.
  § 4. De retributie voor een vergunning klasse F1 bedraagt 12.322 euro, voor een vergunning klasse F1+ 12.322 euro en voor een vergunning F2 voor het aannemen van weddenschappen binnen een kansspelinrichting klasse IV 3.696 euro. Voor de houders van een vergunning F2 die weddenschappen aannemen buiten een kansspelinrichting klasse IV bedraagt de retributie 1.698 euro.
  De retributie voor automatische kansspelen zoals bedoeld in artikel 43/4, § 2, 3de lid, van de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de weddenschappen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers, bedraagt 436 euro.
  § 5. Voor een vergunning klasse G1 bedraagt de retributie 21.593 euro en voor een vergunning klasse G2 120 euro.

  Art. 2. De vergunninghouders klasse E delen het aantal toestellen dat zij verhuren, in leasing geven, leveren of ter beschikking stellen op 1 januari 2017 mee aan de Kansspelcommissie uiterlijk op 1 februari 2017.
  De vergunninghouders klasse E delen het aantal kansspelen dat zij produceren, verkopen of invoeren gedurende het burgerlijk jaar 2017 mee aan de Kansspelcommissie uiterlijk op 1 februari 2017.

  Art. 3. Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2017.

  Art. 4. De vice-eerste minister en minister bevoegd voor Economie, de vice-eerste minister en minister bevoegd voor Binnenlandse zaken, de minister bevoegd voor Justitie, de minister bevoegd voor Volksgezondheid, de minister bevoegd voor Financiën en de minister bevoegd voor de Begroting en voor de Nationale Loterij zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Artikel 20 - Koninklijk besluit van 22 december 2000 betreffende de werking en het beheer van de kansspelinrichtingen klasse III, de wijze van aanvraag en de vorm van een vergunning klasse C

HOOFDSTUK I. - Aanvraag.

Artikel 1. <KB 2003-05-23/50, art. 1, 002; Inwerkingtreding: 01-07-2003> De aanvraag voor een vergunning klasse C wordt ingediend op één van volgende wijzen:
- bij een ter post aangetekende brief gericht aan de kansspelcommissie, hierna de commissie genoemd, door middel van een formulier waarvan het model als bijlage I bij dit besluit is gevoegd. Dit formulier wordt door de commissie op eenvoudig verzoek toegezonden aan de aanvrager;
- op elektronische wijze via het hiertoe door de bevoegde overheid ter beschikking gesteld voorschrift. In dit geval wordt de aangifte, die ingevuld en verstuurd werd overeenkomstig de daarin voorkomende aanduidingen, gelijkgesteld met een gewaarmerkte, gedagtekende en ondertekende aanvraag.

HOOFDSTUK II. - Onderzoek van de aanvraag.

Art. 2. De beslissing van de commissie wordt aan de betrokkene meegedeeld bij een ter post aangetekende brief (of op elektronische wijze). <KB 2003-05-23/50, art. 2, 002; Inwerkingtreding: 01-07-2003>
Bij een gunstige beslissing wordt een vergunning klasse C, waarvan het model als bijlage II bij dit besluit is gevoegd, bezorgd aan de betrokkene.

HOOFDSTUK III. - Beheer en werking van de kansspelinrichtingen klasse III.

Art. 3. Met betrekking tot de geëxploiteerde kansspelen mag noch binnen de inrichting, noch daarbuiten enige publiciteit worden gemaakt.

Art. 4. De houder van de vergunning moet op minder dan een meter afstand van de speeltoestellen duidelijk een bord met de volgende tekst, aanbrengen:
" In deze inrichting worden met vergunning (...) kansspelen geëxploiteerd. Er mogen geen leningen noch voorschotten worden toegestaan. Onder dit bord bevindt zich ter raadpleging een folder waarin de speler wordt gewaarschuwd tegen gokverslaving. Deelname aan kansspelen is ten strengste verboden voor minderjarigen ". <KB 2003-05-23/50, art. 3, 002; Inwerkingtreding: 01-07-2003>
Dit bord wordt door de commissie ter beschikking gesteld van de kansspelinrichtingen klasse III.

Art. 5. De houder van de vergunning moet een folder met informatie over gokverslaving ter beschikking van de klanten en van de spelers stellen op een standaard die zodanig dat hij opvalt moet worden geplaatst onder het bord bedoeld in artikel 4 van dit besluit. Om aan de vraag te kunnen voldoen, moeten steeds ten minste twee folders op de standaard worden geplaatst.

Art. 6. De exploitant van de kansspelinrichting moet voortdurend zorgen voor de eerlijkheid van het spel, alsook voor de regelmatige werking ervan.

Art. 7. De exploitant moet van ieder defect aan een kansspel geëxploiteerd in de inrichting melding maken in een daartoe bestemd register.
Het toestel moet in geval van defect verplicht buiten dienst worden gesteld.

HOOFDSTUK IV. - Overgangsbepaling.

Art. 8. De exploitanten van de reeds bestaande inrichtingen mogen deze verder exploiteren tot op het ogenblik dat de commissie een beslissing heeft genomen over hun aanvraag, op voorwaarde dat de aanvraag volledig is en werd ingediend binnen een termijn van één maand na de inwerkingtreding van dit besluit.
Als de commissie een beslissing over de aanvraag heeft genomen:
Beschikken de exploitanten over een periode van drie maanden om de exploitatie van de kansspelen in hun kansspelinrichting klasse III stop te zetten, als de vergunning is geweigerd, en dit vanaf de datum van kennisgeving;
Beschikken de exploitanten over een periode van twaalf maanden om de exploitatie van hun kansspelinrichting klasse III aan te passen aan de artikelen 3 tot 7 van dit besluit en dit vanaf de datum van kennisgeving van het toekennen van de vergunning klasse C.

HOOFDSTUK V. - Inwerkingtreding.

Art. 9. Dit besluit en de bepalingen voorzien in het tweede lid van artikel 78 van de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers treden in werking de dag waarop dit besluit in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt met uitzondering van de artikelen 24, 28 tot 33, 38, 5°, 43, 5°, 44 tot 47, 52, 53, 3° tot 6°, 54 § 3 tot § 5, 55 tot 57, 61 eerste lid, 62, 75 en 76 van de genoemde wet van 7 mei 1999.

Art. 10. Onze Minister van Justitie, Onze Minister van Financiën, Onze Minister van Economie, Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Onze Minister van Volksgezondheid zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 22 december 2000.
ALBERT
Van Koningswege:
De Minister van Justitie,
M. VERWILGHEN
De Minister van Financiën,
D. REYNDERS
De Minister van Economie,
Ch. PICQUE
De Minister van Binnenlandse Zaken,
A. DUQUESNE
De Minister van Volksgezondheid,
Mevr. M. AELVOET

Artikel 20 - Koninklijk besluit van 22 december 2000 betreffende de werking en het beheer van de kansspelinrichtingen klasse II, de wijze van aanvraag en de vorm van de vergunning klasse B

HOOFDSTUK I. - Aanvraag.

Artikel 1. De aanvraag voor een vergunning klasse B wordt bij de kansspelcommmissie, hierna te noemen de commissie, ingediend bij ter post aangetekende brief door middel van een formulier overeenkomstig het model dat als bijlage I bij huidig besluit is opgenomen. Dit formulier wordt aan de aanvrager toegezonden, door de commissie, op zijn vraag.

HOOFDSTUK II. - Onderzoek van de aanvraag.

Art. 2. De aanvraag wordt behandeld binnen een termijn van zes maanden vanaf de dag van de ontvangst.
De beslissing van de commissie wordt aan de betrokkene meegedeeld bij ter post aangetekende brief.
In geval van een gunstige beslissing wordt een vergunning klasse B, waarvan het model als bijlage II bij dit besluit is gevoegd, bezorgd aan de betrokkene.

Art. 3. Een plan van de wijk, waarop op duidelijke wijze wordt aangeduid in een straal van 500 meter rond de inrichting, de onderwijsinstellingen, de ziekenhuizen, de plaatsen die vooral door jongeren worden bezocht, de plaatsen waar erediensten worden gehouden en de gevangenissen, moet aan de commissie worden bezorgd op hetzelfde tijdstip als de aanvraag voor de vergunning.
Dit plan heeft als schaal 1 cm/2500 cm.

Art. 4. Een afschrift van het plan van de inrichting bevattende de ruimtelijke configuratie van alle kansspelen en de ligging van alle lokalen, zelfs die lokalen bestemd voor privé-gebruik, moet toegestuurd worden aan de commissie en dit, één maand na de opening van de speelzalen.
De commissie wordt van elke wijziging van dit plan op de hoogte gebracht door de verzending van een nieuw afschrift aan de commissie, binnen de maand die volgt op de verbouwingen.

HOOFDSTUK III. - Algemeenheden.

Art. 5. De openings- en sluitingsuren van de inrichting worden vermeld in de vergunning klasse B.

Art. 6. De houder van de vergunning indien het gaat om een natuurlijk persoon of de bestuurder of zaakvoerder, indien het gaat om een rechtspersoon moet waken over de eerlijkheid van de spelen en over de regelmatigheid van hun werking.

HOOFDSTUK IV. - De vestiging van de inrichtingen.

Art. 7. 180 vestigingsvergunningen worden rechtstreeks verdeeld tussen de gemeenten enerzijds en de arrondissementen anderzijds.
De volkstelling van 1 maart 1991 en de classificatie van de gemeenten volgens de Nieuwe gemeentewet gelden als verspreidingsbasis voor de vestigings-vergunningen van inrichtingen binnen de gemeenten, met dien verstande dat de gebruikte klassen deze zijn welke aan de gemeenten worden toegewezen per 10 juli 2000.
<NOTA: Art. 7 is vernietigd bij het arrest van de Raad van State, nr 114.688 van 20 januari 2003 ; zie B.St. 18-12-2003, p. 59650 en Erratum in B.St. 24-12-2003, p. 60788>

Art. 8. Wanneer de gemeente verschillende conventies afsluit, rangschikt zij de kandidaten in volgorde van voorkeur waarbij de datum van de eerste exploitatie van de inrichting wordt aangegeven.
De gemeente deelt het klassement dat ze opgesteld heeft mede aan de commissie.
<NOTA: Art. 8 is vernietigd bij het arrest van de Raad van State, nr 114.688 van 20 januari 2003 ; zie B.St. 18-12-2003, p. 59650 en Erratum in B.St. 24-12-2003, p. 60788>

Art. 9. De klasse 19 geeft de gemeente de mogelijkheid tot maximum één vestigingstoelating.
De klasse 20 geeft de gemeente de mogelijkheid tot maximum twee vestigingstoelatingen.
De klasse 21 geeft de gemeente de mogelijkheid tot maximum drie vestigingstoelatingen.
De klasse 22 geeft de gemeente de mogelijkheid tot maximum één vestigingstoelating vanaf 35.000 inwoners en één bijkomende per volledige schijf van 50.000 inwoners.
<NOTA: Art. 9 is vernietigd bij het arrest van de Raad van State, nr 114.688 van 20 januari 2003 ; zie B.St. 18-12-2003, p. 59650 en Erratum in B.St. 24-12-2003, p. 60788>

Art. 10. Bij toepassing van het artikel 9 van dit koninklijk besluit, worden 116 vestigingsvergunningen voor een inrichting rechtstreeks toegestaan aan de gemeenten vermeld in bijlage III van dit besluit en 64 vestigingsvergunningen voor een inrichting worden rechtstreeks toegestaan aan de arrondissementen vermeld in bijlage IV van dit besluit.
<NOTA: Art. 10 is vernietigd bij het arrest van de Raad van State, nr 114.688 van 20 januari 2003 ; zie B.St. 18-12-2003, p. 59650 en Erratum in B.St. 24-12-2003, p. 60788>

Art. 11. Voor wat betreft de gemeenten met een klassering lager dan klasse 19, worden binnen een arrondissement, de vestigingstoelatingen voor een inrichting als volgt verdeeld: de vestigingstoelatingen worden gegeven aan de gemeenten met de hoogste klasse, met dien verstande dat de klassering lager moet zijn dan klasse 19.
De vestiging van een inrichting in een gemeente, wordt bepaald door de klasse van de gemeente en de volkstelling van 1 maart 1991 waarbij de klasse van de gemeente het belangrijkste criterium is.
Wanneer verschillende gemeenten tot dezelfde klasse behoren, wordt de vestigingsvergunning ambtshalve toegekend aan de gemeente met het meeste inwoners.
Er wordt slechts één vergunning per gemeente afgeleverd.
De inrichting mag zich niet vestigen in een gemeente die reeds voorkomt op de lijst van bijlage III van dit besluit.
<NOTA: Art. 11 is vernietigd bij het arrest van de Raad van State, nr 114.688 van 20 januari 2003 ; zie B.St. 18-12-2003, p. 59650 en Erratum in B.St. 24-12-2003, p. 60788>

HOOFDSTUK V. - De verplichtingen van de verantwoordelijke.

Art. 12. § 1. De houder van de vergunning, indien het gaat om een natuurlijk persoon of de bestuurder of zaakvoerder, indien het gaat om een rechtspersoon mag zich tijdelijk laten vervangen als verantwoordelijke van de inrichting. De volledige gegevens van de vervanger moeten ter kennis gebracht worden van de commissie ter gelegenheid van de controles.
Tijdens zijn afwezigheid, moet hij zijn volledige gegevens doorgeven aan de vervanger zodat hij op ieder ogenblik kan gecontacteerd worden door de controleurs aangeduid door de commissie.
Is de houder van de vergunning, indien het gaat om een natuurlijk persoon of de bestuurder of zaakvoerder, indien het gaat om een rechtspersoon, meer dan twee weken afwezig, dan moet de persoon die hem vervangt onmiddellijk zijn afwezigheid melden aan de commissie.
§ 2. De persoon aangeduid als verantwoordelijke voor de inrichting door de directieraad in vervanging van de houder van de vergunning, indien het gaat om een natuurlijk persoon of de bestuurder of zaakvoerder, indien het gaat om een rechtspersoon moet enerzijds beschikken over het geheel der documenten die de afzonderlijke boekhouding van de spelen en van de handelsboekhouding uitmaken en anderzijds de vereiste volmachten bezitten om antwoord te kunnen geven op de vragen of de opmerkingen van de controleurs aangeduid door de commissie.

Art. 13. De houder van de vergunning, indien het gaat om een natuurlijk persoon of de bestuurder of zaakvoerder, indien het gaat om een rechtspersoon is verplicht eens per jaar, hetzij tegen 31 januari, aan de commissie de nominatieve lijst mee te delen met de functie van de personen die enige beroepsactiviteit uitoefenen in de inrichting op 31 januari van het lopende jaar.
Hij moet een afschrift bewaren van dit document ten einde het ter beschikking te kunnen stellen van de controleurs aangeduid door de commissie.

Art. 14. § 1. De houder van de vergunning, indien het gaat om een natuurlijk persoon of de bestuurder of zaakvoerder, indien het gaat om een rechtspersoon is verplicht op zichtbare wijze, aan de ingang van elke speelzaal een bord te hangen met de hieronder vermelde tekst:
" In deze inrichting worden met vergunning nummer .... Kansspelen geëxploiteerd.
Worden niet toegelaten in de speelzalen van de inrichtingen klasse II, personen die jonger zijn dan 21 jaar.
Het is verboden alcohol te gebruiken binnen de speelzalen van de inrichting.
Er mogen noch leningen noch voorschotten toegestaan worden.
Een folder die de speler waarschuwt voor gokverslaving die resulteert uit misbruik, is beschikbaar. ".
Dit bord wordt door de commissie ter beschikking gesteld van de kansspelinrichtingen klasse II.
§ 2. De beschrijving van de werking van de spelen die zich er bevinden alsook de werkingsregels van de spelen moeten ook duidelijk leesbaar aangebracht worden aan de ingang van de speelzaal.

Art. 15. De folder met informatie over gokverslaving, het telefoonnummer van de hulplijn 0800 en de adressen van hulpverleners moet beschikbaar zijn voor het publiek, op een standaard, aan de in- en uitgang van elke speelzaal. Het aantal folders moet altijd voldoende zijn om aan de vraag van het klienteel tegemoet te komen.

HOOFDSTUK VI. - De administratie van het personeel.

Art. 16. Wanneer het ontslag door de werkgever zelf van de inrichting betekend wordt aan een lid van zijn personeel, wordt onmiddellijk een gemotiveerd advies uitgebracht aan de commissie. De commissie krijgt eveneens kennis van elk ontslag van een speelzaalemployé.

Art. 17. Enkel de houder van de vergunning, indien het gaat om een natuurlijk persoon of enkel de bestuurder of zaakvoerder, indien het gaat om een rechtspersoon hebben de hoedanigheid, in het kader van hun respectievelijke bevoegdheden, om zich bezig te houden met de exploitatie van de kansspelen.
Het personeel dat werkt in de inrichting wordt geplaatst onder het uitsluitend gezag van deze laatste.

HOOFDSTUK VII. - De controle.

Art. 18. Tijdens een controle ter plaatse moet het geheel der documenten betreffende de vergunningen, het beheer, de werking, de boekhouding en het toezicht van de inrichting permanent ter beschikking zijn van de commissie.

HOOFDSTUK VIII. - Overgangs- en slotbepalingen.

Art. 19. De exploitanten van de reeds bestaande lunaparken mogen hun inrichting verder exploiteren tot op het ogenblik dat de commissie een beslissing heeft genomen over hun aanvraag, op voorwaarde dat de aanvraag volledig is en werd ingediend binnen een termijn van één maand na de inwerkingtreding van dit besluit.
Als de commissie een beslissing over de aanvraag heeft genomen:
a) beschikken de exploitanten over een periode van drie maanden om de exploitatie van de kansspelinrichting klasse II stop te zetten, als de vergunning is geweigerd, en dit vanaf de datum van kennisgeving;
b) beschikken de exploitanten over een periode van twaalf maanden om de exploitatie van de kansspelinrichting klasse II aan te passen overeenkomstig dit besluit, en dit vanaf de datum van het toekennen van de vergunning klasse B.

HOOFDSTUK IX. - Inwerkingtreding.

Art. 20. Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.

Art. 21. Onze Minister van Justitie, Onze Minister van Financiën, Onze Minister van Economie, Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Onze Minister van Volksgezondheid zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 22 december 2000.
ALBERT
Van Koningswege:
De Minister van Justitie,
M. VERWILGHEN
De Minister van Financiën,
D. REYNDERS
De Minister van Economie,
Ch. PICQUE
De Minister van Binnenlandse Zaken,
A. DUQUESNE
De Minister van Volksgezondheid,
Mevr. M. AELVOET

Artikel 20 - Koninklijk besluit van 19 juli 2001 betreffende de werking en het beheer van de kansspelinrichtingen klasse I, de wijze van aanvraag en de vorm van de vergunning klasse A

HOOFDSTUK I. - Aanvraag.

Artikel 1. De aanvraag voor een vergunning klasse A wordt bij de Kansspelcommissie, hierna te noemen de commissie, ingediend bij ter post aangetekende brief door middel van een formulier overeenkomstig het model dat als bijlage I bij huidig besluit is opgenomen. Dit formulier wordt aan de aanvrager toegezonden, door de commissie, op zijn vraag.

HOOFDSTUK II. - Onderzoek van de aanvraag.

Art. 2. De aanvraag wordt behandeld binnen een termijn van zes maanden vanaf de dag van de ontvangst.
De beslissing van de commissie wordt aan de betrokkene meegedeeld bij ter post aangetekende brief.
In geval van een gunstige beslissing wordt een vergunning klasse A, waarvan het model als bijlage II bij dit besluit is gevoegd, bezorgd aan de betrokkene.

Art. 3. Een exemplaar van de concessieovereenkomst afgesloten tussen de kandidaat-exploitant en de gemeente, overeenkomstig artikel 29, lid 3, van de wet van 7 mei 1999, wordt aan het aanvraagdossier toegevoegd.

Art. 4. Een afschrift van het plan van de inrichting bevattende de ruimtelijke configuratie van alle kansspelen en de ligging van alle lokalen, zelfs die lokalen bestemd voor privé-gebruik, moet toegestuurd worden aan de commissie en dit, één maand na de opening van de speelzalen.
De commissie wordt van elke wijziging van dit plan op de hoogte gebracht door de verzending van een nieuw afschrift aan de commissie, binnen de maand die volgt op de verbouwingen.

HOOFDSTUK III. - Algemeenheden.

Art. 5. De houder van de vergunning indien het gaat om een natuurlijk persoon, of de bestuurder of zaakvoerder indien het gaat om een rechtspersoon moet waken over de eerlijkheid van de spelen en over de regelmatigheid van hun werking.

Art. 6. Bij niet-naleving van één van de clausules van de concessieovereenkomst door één van de concessionarissen, wordt de commissie onmiddellijk op de hoogte gesteld door elke betrokken persoon.

HOOFDSTUK IV. - De verplichtingen van de verantwoordelijke.

Art. 7. § 1. De houder van de vergunning, indien het gaat om een natuurlijk persoon of de bestuurder of zaakvoerder, indien het gaat om een rechtspersoon mag zich tijdelijk laten vervangen bij de directie van de inrichting. De volledige gegevens van de vervanger moeten ter kennis gebracht worden van de commissie ter gelegenheid van de controles.
Tijdens zijn afwezigheid, moet hij zijn volledige gegevens doorgeven aan de vervanger zodat hij op ieder ogenblik kan gecontacteerd worden door de controleurs aangeduid door de commissie.
Is de houder van de vergunning indien het gaat om een natuurlijk persoon of de bestuurder of zaakvoerder indien het gaat om een rechtspersoon, meer dan twee weken afwezig, dan moet de persoon die hem vervangt onmiddellijk zijn afwezigheid melden aan de commissie.
§ 2. De persoon belast met de directie van de inrichting in vervanging van de houder van de vergunning, indien het gaat om een natuurlijk persoon, of de bestuurder of zaakvoerder indien het gaat om een rechtspersoon moet enerzijds beschikken over het geheel der documenten die de afzonderlijke boekhouding van de spelen en van de handelsboekhouding uitmaken en anderzijds de vereiste volmachten bezitten om antwoord te kunnen geven op de vragen of de opmerkingen van de controleurs aangeduid door de commissie.

Art. 8. De houder van de vergunning indien het gaat om een natuurlijk persoon, of de bestuurder of zaakvoerder indien het gaat om een rechtspersoon is verplicht eens per jaar, tegen 31 januari, aan de commissie de nominatieve lijst mee te delen met de functie van de personen die enige beroepsactiviteit uitoefenen in de inrichting op 31 januari van het lopende jaar.
Hij moet een afschrift bewaren van dit document ten einde het ter beschikking te kunnen stellen van de controleurs aangeduid door de commissie.

Art. 9. § 1. De houder van de vergunning, indien het gaat om een natuurlijk persoon of de bestuurder of zaakvoerder, indien het gaat om een rechtspersoon is verplicht op zichtbare wijze, aan de ingang van elke speelzaal een bord te hangen met de hieronder vermelde tekst:
" In deze inrichting worden met vergunning nummer ..... kansspelen geëxploiteerd.
Worden niet toegelaten in de speelzalen van de inrichtingen klasse I, personen die jonger zijn dan 21 jaar.
(...). <KB 2004-11-24/37, art. 1, 002; Inwerkingtreding: 08-12-2004>
Er mogen noch leningen noch voorschotten toegestaan worden.
Een folder die de speler waarschuwt voor gokverslaving die resulteert uit misbruik, is beschikbaar. ".
Dit bord wordt door de commissie ter beschikking gesteld van de kansspelinrichtingen klasse I.
§ 2. De beschrijving van de werking van de spelen die zich er bevinden alsook de werkingsregels van de spelen moeten ter beschikking zijn aan de ingang van de speelzalen.

Art. 10. De folder met informatie over gokverslaving, het telefoonnummer van de gratis hulplijn en de adressen van hulpverleners moet beschikbaar zijn voor het publiek, op een standaard, aan de in- en uitgang van elke speelzaal. Het aantal folders moet altijd voldoende zijn om aan de vraag van het kliënteel tegemoet te komen.

HOOFDSTUK V. - De administratie van het personeel.

Art. 11. Wanneer het ontslag door de werkgever zelf van de inrichting betekend wordt aan een lid van zijn personeel, wordt onmiddellijk een gemotiveerd advies uitgebracht aan de commissie. De commissie krijgt eveneens kennis van elk ontslag van een speelzaalemployé.

HOOFDSTUK VI. - Overgangs- en slotbepalingen.

Art. 12. De exploitanten van de reeds bestaande lunaparken mogen hun inrichting verder exploiteren tot op het ogenblik dat de commissie een beslissing heeft genomen over hun aanvraag, op voorwaarde dat de aanvraag volledig is en werd ingediend binnen een termijn van één maand na de inwerkingtreding van dit besluit.
Als de commissie een beslissing over de aanvraag heeft genomen:
a) beschikken de exploitanten over een periode van drie maanden om de exploitatie van de kansspelinrichting klasse I stop te zetten, als de vergunning is geweigerd, en dit vanaf de datum van kennisgeving;
c) Indien de licentie toegekend werd, hebben de uitbaters tot 31 december 2002 de tijd om de exploitatie van de kansspelinrichting van klasse I definitief in overeenstemming brengen met het huidige besluit.

HOOFDSTUK VII. - Inwerkingtreding.

Art. 13. Dit besluit evenals de artikelen 28 tot 33, 62, 75 en 76 van de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers treden in werking op de dag dat dit besluit wordt bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.

Art. 14. Onze Minister van Justitie, Onze Minister van Financiën, Onze Minister van Economie, Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Onze Minister van Volksgezondheid zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 19 juli 2001.
ALBERT
Van Koningswege:
De Minister van Justitie,
M. VERWILGHEN
De Minister van Financiën,
D. REYNDERS
De Minister van Economie,
Ch. PICQUE
De Minister van Binnenlandse Zaken,
A. DUQUESNE
De Minister van Volksgezondheid,
Mevr. M. AELVOET

Artikel 20 - Koninklijk besluit van 26 juni 2002 houdende vaststelling van de wijze waarop de kansspelcommissie klachten en bezwaren in ontvangst neemt

HOOFDSTUK I. - Definities.

Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit moet worden verstaan onder:
1° de wet: de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers;
2° de commissie: de kansspelcommissie;
3° klacht: iedere aangifte door een natuurlijk persoon of door een rechtspersoon van feiten die strijdig zijn met zekere bepalingen van de wet, en die een misdrijf uitmaken;
4° bezwaar: iedere aangifte door een natuurlijk persoon of door een rechtspersoon van feiten die strijdig met zekere bepalingen van de wet, en die geen misdrijf uitmaken.

HOOFDSTUK II. - Algemene bepalingen.

Art. 2. Ieder natuurlijke persoon of rechtspersoon kan kosteloos een klacht of een bezwaar indienen bij de commissie met betrekking tot materies die verband houden met haar bevoegdheid overeenkomstig de wet.

HOOFDSTUK III. - Procedure.

A. KLACHTEN.

Art. 3. De leden van de commissie en van haar secretariaat treden bij ontvangst van klachten op in hun hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie overeenkomstig artikel 15, § 1, van de wet.

Art. 4. De artikelen 11 en 32 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken zijn van toepassing op de processen-verbaal die de leden van de commissie en van het secretariaat ervan opmaken in hun hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie.

Art. 5. Iedere mondelinge en schriftelijke klacht, alsook alle in het kader van de behandeling van die klacht ontvangen aangiften, verkregen inlichtingen en gedane vaststellingen worden opgetekend in een proces-verbaal dat de identiteit van de auteur ervan vermeldt.
Een afschrift van het proces-verbaal van het verhoor waarop het dossiernummer is vermeld, wordt aan de klager bezorgd.
Iedere klacht wordt ingeschreven in een daartoe bestemd register en medegedeeld aan de bevoegde procureur des Konings.
De bepalingen van het Wetboek van strafvordering zijn van toepassing op de procedure inzake ontvangst en behandeling van klachten.

Art. 6. In geval de commissie van oordeel is dat de klacht geen betrekking heeft op een materie die tot haar bevoegdheid behoort, verwijst zij de klager naar de bevoegde politiediensten.

B. BEZWAREN.

Art. 7. De bepalingen van Hoofdstuk V van de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken, gecoördineerd op 18 juli 1966, zijn van toepassing op de procedure inzake ontvangst en behandeling van bij de commissie ingediende bezwaren.

Art. 8. Het mondeling of schriftelijk bezwaar wordt genummerd en door een lid van het secretariaat ingeschreven in een daartoe bestemd register.
Een schriftelijke bevestiging van de ontvangst van het bezwaar, met vermelding van het refertenummer, wordt aan de klagende partij bezorgd.

Art. 9. In geval de persoon die een bezwaar uit, anoniem wenst te blijven, mag zijn identiteit alleen gekend zijn door de persoon die het bezwaar ontvangt.
In geval deze laatste van het dossier wordt ontheven, wijst de voorzitter van de commissie een ander persoon aan.
Indien de commissie eist dat de identiteit van de persoon die een bezwaar uit wordt bekendgemaakt, moet het lid van het secretariaat dat het bezwaar heeft ontvangen, haar alleen meedelen aan de voorzitter van de commissie.

Art. 10. § 1. De commissie onderzoekt de ontvankelijkheid van het bezwaar, en stelt de persoon die het bezwaar uit schriftelijk in kennis van haar gemotiveerde beslissing.
De commissie kan het bezwaar niet-ontvankelijk verklaren in geval:
1° zij van oordeel is dat het bezwaar geen betrekking heeft op materies die tot haar bevoegdheid behoren;
2° het betrekking heeft op een zaak of op personen die ook zijn bedoeld in een bezwaar dat reeds niet-ontvankelijk is verklaard, en ter zake geen nieuw element bevat;
§ 2. De commissie kan beslissen om de persoon die een bezwaar uit, eventueel bijgestaan door zijn raadsman, te horen in het kader van het onderzoek naar de ontvankelijkheid van zijn bezwaar.
Ingeval de persoon die een bezwaar uit daarom verzoekt, moet de commissie hem horen. Hij kan daarbij worden bijgestaan door zijn raadsman.

HOOFDSTUK IV. - Slotbepalingen.

Art. 11. Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.

Art. 12. Onze Minister van Volksgezondheid, Onze Minister van Binnenlandse Zaken, Onze Minister van Justitie, Onze Minister van Financiën en Onze Minister van Economie zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 26 juni 2002.
ALBERT
Van Koningswege:
De Minister van Volksgezondheid,
Mevr. M. AELVOET
De Minister van Binnenlandse Zaken,
A. DUQUESNE
De Minister van Justitie,
M. VERWILGHEN
De Minister van Financiën,
D. REYNDERS
De Minister van Economie,
Ch. PICQUE.

Artikel 21 - Koninklijk besluit van 22 december 2000 betreffende de werking en het beheer van de kansspelinrichtingen klasse III, de wijze van aanvraag en de vorm van een vergunning klasse C

HOOFDSTUK I. - Aanvraag.

Artikel 1. <KB 2003-05-23/50, art. 1, 002; Inwerkingtreding: 01-07-2003> De aanvraag voor een vergunning klasse C wordt ingediend op één van volgende wijzen:
- bij een ter post aangetekende brief gericht aan de kansspelcommissie, hierna de commissie genoemd, door middel van een formulier waarvan het model als bijlage I bij dit besluit is gevoegd. Dit formulier wordt door de commissie op eenvoudig verzoek toegezonden aan de aanvrager;
- op elektronische wijze via het hiertoe door de bevoegde overheid ter beschikking gesteld voorschrift. In dit geval wordt de aangifte, die ingevuld en verstuurd werd overeenkomstig de daarin voorkomende aanduidingen, gelijkgesteld met een gewaarmerkte, gedagtekende en ondertekende aanvraag.

HOOFDSTUK II. - Onderzoek van de aanvraag.

Art. 2. De beslissing van de commissie wordt aan de betrokkene meegedeeld bij een ter post aangetekende brief (of op elektronische wijze). <KB 2003-05-23/50, art. 2, 002; Inwerkingtreding: 01-07-2003>
Bij een gunstige beslissing wordt een vergunning klasse C, waarvan het model als bijlage II bij dit besluit is gevoegd, bezorgd aan de betrokkene.

HOOFDSTUK III. - Beheer en werking van de kansspelinrichtingen klasse III.

Art. 3. Met betrekking tot de geëxploiteerde kansspelen mag noch binnen de inrichting, noch daarbuiten enige publiciteit worden gemaakt.

Art. 4. De houder van de vergunning moet op minder dan een meter afstand van de speeltoestellen duidelijk een bord met de volgende tekst, aanbrengen:
" In deze inrichting worden met vergunning (...) kansspelen geëxploiteerd. Er mogen geen leningen noch voorschotten worden toegestaan. Onder dit bord bevindt zich ter raadpleging een folder waarin de speler wordt gewaarschuwd tegen gokverslaving. Deelname aan kansspelen is ten strengste verboden voor minderjarigen ". <KB 2003-05-23/50, art. 3, 002; Inwerkingtreding: 01-07-2003>
Dit bord wordt door de commissie ter beschikking gesteld van de kansspelinrichtingen klasse III.

Art. 5. De houder van de vergunning moet een folder met informatie over gokverslaving ter beschikking van de klanten en van de spelers stellen op een standaard die zodanig dat hij opvalt moet worden geplaatst onder het bord bedoeld in artikel 4 van dit besluit. Om aan de vraag te kunnen voldoen, moeten steeds ten minste twee folders op de standaard worden geplaatst.

Art. 6. De exploitant van de kansspelinrichting moet voortdurend zorgen voor de eerlijkheid van het spel, alsook voor de regelmatige werking ervan.

Art. 7. De exploitant moet van ieder defect aan een kansspel geëxploiteerd in de inrichting melding maken in een daartoe bestemd register.
Het toestel moet in geval van defect verplicht buiten dienst worden gesteld.

HOOFDSTUK IV. - Overgangsbepaling.

Art. 8. De exploitanten van de reeds bestaande inrichtingen mogen deze verder exploiteren tot op het ogenblik dat de commissie een beslissing heeft genomen over hun aanvraag, op voorwaarde dat de aanvraag volledig is en werd ingediend binnen een termijn van één maand na de inwerkingtreding van dit besluit.
Als de commissie een beslissing over de aanvraag heeft genomen:
Beschikken de exploitanten over een periode van drie maanden om de exploitatie van de kansspelen in hun kansspelinrichting klasse III stop te zetten, als de vergunning is geweigerd, en dit vanaf de datum van kennisgeving;
Beschikken de exploitanten over een periode van twaalf maanden om de exploitatie van hun kansspelinrichting klasse III aan te passen aan de artikelen 3 tot 7 van dit besluit en dit vanaf de datum van kennisgeving van het toekennen van de vergunning klasse C.

HOOFDSTUK V. - Inwerkingtreding.

Art. 9. Dit besluit en de bepalingen voorzien in het tweede lid van artikel 78 van de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers treden in werking de dag waarop dit besluit in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt met uitzondering van de artikelen 24, 28 tot 33, 38, 5°, 43, 5°, 44 tot 47, 52, 53, 3° tot 6°, 54 § 3 tot § 5, 55 tot 57, 61 eerste lid, 62, 75 en 76 van de genoemde wet van 7 mei 1999.

Art. 10. Onze Minister van Justitie, Onze Minister van Financiën, Onze Minister van Economie, Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Onze Minister van Volksgezondheid zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 22 december 2000.
ALBERT
Van Koningswege:
De Minister van Justitie,
M. VERWILGHEN
De Minister van Financiën,
D. REYNDERS
De Minister van Economie,
Ch. PICQUE
De Minister van Binnenlandse Zaken,
A. DUQUESNE
De Minister van Volksgezondheid,
Mevr. M. AELVOET

 

Artikel 21 - Koninklijk besluit van 22 december 2000 betreffende de werking en het beheer van de kansspelinrichtingen klasse II, de wijze van aanvraag en de vorm van de vergunning klasse B

HOOFDSTUK I. - Aanvraag.

Artikel 1. De aanvraag voor een vergunning klasse B wordt bij de kansspelcommmissie, hierna te noemen de commissie, ingediend bij ter post aangetekende brief door middel van een formulier overeenkomstig het model dat als bijlage I bij huidig besluit is opgenomen. Dit formulier wordt aan de aanvrager toegezonden, door de commissie, op zijn vraag.

HOOFDSTUK II. - Onderzoek van de aanvraag.

Art. 2. De aanvraag wordt behandeld binnen een termijn van zes maanden vanaf de dag van de ontvangst.
De beslissing van de commissie wordt aan de betrokkene meegedeeld bij ter post aangetekende brief.
In geval van een gunstige beslissing wordt een vergunning klasse B, waarvan het model als bijlage II bij dit besluit is gevoegd, bezorgd aan de betrokkene.

Art. 3. Een plan van de wijk, waarop op duidelijke wijze wordt aangeduid in een straal van 500 meter rond de inrichting, de onderwijsinstellingen, de ziekenhuizen, de plaatsen die vooral door jongeren worden bezocht, de plaatsen waar erediensten worden gehouden en de gevangenissen, moet aan de commissie worden bezorgd op hetzelfde tijdstip als de aanvraag voor de vergunning.
Dit plan heeft als schaal 1 cm/2500 cm.

Art. 4. Een afschrift van het plan van de inrichting bevattende de ruimtelijke configuratie van alle kansspelen en de ligging van alle lokalen, zelfs die lokalen bestemd voor privé-gebruik, moet toegestuurd worden aan de commissie en dit, één maand na de opening van de speelzalen.
De commissie wordt van elke wijziging van dit plan op de hoogte gebracht door de verzending van een nieuw afschrift aan de commissie, binnen de maand die volgt op de verbouwingen.

HOOFDSTUK III. - Algemeenheden.

Art. 5. De openings- en sluitingsuren van de inrichting worden vermeld in de vergunning klasse B.

Art. 6. De houder van de vergunning indien het gaat om een natuurlijk persoon of de bestuurder of zaakvoerder, indien het gaat om een rechtspersoon moet waken over de eerlijkheid van de spelen en over de regelmatigheid van hun werking.

HOOFDSTUK IV. - De vestiging van de inrichtingen.

Art. 7. 180 vestigingsvergunningen worden rechtstreeks verdeeld tussen de gemeenten enerzijds en de arrondissementen anderzijds.
De volkstelling van 1 maart 1991 en de classificatie van de gemeenten volgens de Nieuwe gemeentewet gelden als verspreidingsbasis voor de vestigings-vergunningen van inrichtingen binnen de gemeenten, met dien verstande dat de gebruikte klassen deze zijn welke aan de gemeenten worden toegewezen per 10 juli 2000.
<NOTA: Art. 7 is vernietigd bij het arrest van de Raad van State, nr 114.688 van 20 januari 2003 ; zie B.St. 18-12-2003, p. 59650 en Erratum in B.St. 24-12-2003, p. 60788>

Art. 8. Wanneer de gemeente verschillende conventies afsluit, rangschikt zij de kandidaten in volgorde van voorkeur waarbij de datum van de eerste exploitatie van de inrichting wordt aangegeven.
De gemeente deelt het klassement dat ze opgesteld heeft mede aan de commissie.
<NOTA: Art. 8 is vernietigd bij het arrest van de Raad van State, nr 114.688 van 20 januari 2003 ; zie B.St. 18-12-2003, p. 59650 en Erratum in B.St. 24-12-2003, p. 60788>

Art. 9. De klasse 19 geeft de gemeente de mogelijkheid tot maximum één vestigingstoelating.
De klasse 20 geeft de gemeente de mogelijkheid tot maximum twee vestigingstoelatingen.
De klasse 21 geeft de gemeente de mogelijkheid tot maximum drie vestigingstoelatingen.
De klasse 22 geeft de gemeente de mogelijkheid tot maximum één vestigingstoelating vanaf 35.000 inwoners en één bijkomende per volledige schijf van 50.000 inwoners.
<NOTA: Art. 9 is vernietigd bij het arrest van de Raad van State, nr 114.688 van 20 januari 2003 ; zie B.St. 18-12-2003, p. 59650 en Erratum in B.St. 24-12-2003, p. 60788>

Art. 10. Bij toepassing van het artikel 9 van dit koninklijk besluit, worden 116 vestigingsvergunningen voor een inrichting rechtstreeks toegestaan aan de gemeenten vermeld in bijlage III van dit besluit en 64 vestigingsvergunningen voor een inrichting worden rechtstreeks toegestaan aan de arrondissementen vermeld in bijlage IV van dit besluit.
<NOTA: Art. 10 is vernietigd bij het arrest van de Raad van State, nr 114.688 van 20 januari 2003 ; zie B.St. 18-12-2003, p. 59650 en Erratum in B.St. 24-12-2003, p. 60788>

Art. 11. Voor wat betreft de gemeenten met een klassering lager dan klasse 19, worden binnen een arrondissement, de vestigingstoelatingen voor een inrichting als volgt verdeeld: de vestigingstoelatingen worden gegeven aan de gemeenten met de hoogste klasse, met dien verstande dat de klassering lager moet zijn dan klasse 19.
De vestiging van een inrichting in een gemeente, wordt bepaald door de klasse van de gemeente en de volkstelling van 1 maart 1991 waarbij de klasse van de gemeente het belangrijkste criterium is.
Wanneer verschillende gemeenten tot dezelfde klasse behoren, wordt de vestigingsvergunning ambtshalve toegekend aan de gemeente met het meeste inwoners.
Er wordt slechts één vergunning per gemeente afgeleverd.
De inrichting mag zich niet vestigen in een gemeente die reeds voorkomt op de lijst van bijlage III van dit besluit.
<NOTA: Art. 11 is vernietigd bij het arrest van de Raad van State, nr 114.688 van 20 januari 2003 ; zie B.St. 18-12-2003, p. 59650 en Erratum in B.St. 24-12-2003, p. 60788>

HOOFDSTUK V. - De verplichtingen van de verantwoordelijke.

Art. 12. § 1. De houder van de vergunning, indien het gaat om een natuurlijk persoon of de bestuurder of zaakvoerder, indien het gaat om een rechtspersoon mag zich tijdelijk laten vervangen als verantwoordelijke van de inrichting. De volledige gegevens van de vervanger moeten ter kennis gebracht worden van de commissie ter gelegenheid van de controles.
Tijdens zijn afwezigheid, moet hij zijn volledige gegevens doorgeven aan de vervanger zodat hij op ieder ogenblik kan gecontacteerd worden door de controleurs aangeduid door de commissie.
Is de houder van de vergunning, indien het gaat om een natuurlijk persoon of de bestuurder of zaakvoerder, indien het gaat om een rechtspersoon, meer dan twee weken afwezig, dan moet de persoon die hem vervangt onmiddellijk zijn afwezigheid melden aan de commissie.
§ 2. De persoon aangeduid als verantwoordelijke voor de inrichting door de directieraad in vervanging van de houder van de vergunning, indien het gaat om een natuurlijk persoon of de bestuurder of zaakvoerder, indien het gaat om een rechtspersoon moet enerzijds beschikken over het geheel der documenten die de afzonderlijke boekhouding van de spelen en van de handelsboekhouding uitmaken en anderzijds de vereiste volmachten bezitten om antwoord te kunnen geven op de vragen of de opmerkingen van de controleurs aangeduid door de commissie.

Art. 13. De houder van de vergunning, indien het gaat om een natuurlijk persoon of de bestuurder of zaakvoerder, indien het gaat om een rechtspersoon is verplicht eens per jaar, hetzij tegen 31 januari, aan de commissie de nominatieve lijst mee te delen met de functie van de personen die enige beroepsactiviteit uitoefenen in de inrichting op 31 januari van het lopende jaar.
Hij moet een afschrift bewaren van dit document ten einde het ter beschikking te kunnen stellen van de controleurs aangeduid door de commissie.

Art. 14. § 1. De houder van de vergunning, indien het gaat om een natuurlijk persoon of de bestuurder of zaakvoerder, indien het gaat om een rechtspersoon is verplicht op zichtbare wijze, aan de ingang van elke speelzaal een bord te hangen met de hieronder vermelde tekst:
" In deze inrichting worden met vergunning nummer .... Kansspelen geëxploiteerd.
Worden niet toegelaten in de speelzalen van de inrichtingen klasse II, personen die jonger zijn dan 21 jaar.
Het is verboden alcohol te gebruiken binnen de speelzalen van de inrichting.
Er mogen noch leningen noch voorschotten toegestaan worden.
Een folder die de speler waarschuwt voor gokverslaving die resulteert uit misbruik, is beschikbaar. ".
Dit bord wordt door de commissie ter beschikking gesteld van de kansspelinrichtingen klasse II.
§ 2. De beschrijving van de werking van de spelen die zich er bevinden alsook de werkingsregels van de spelen moeten ook duidelijk leesbaar aangebracht worden aan de ingang van de speelzaal.

Art. 15. De folder met informatie over gokverslaving, het telefoonnummer van de hulplijn 0800 en de adressen van hulpverleners moet beschikbaar zijn voor het publiek, op een standaard, aan de in- en uitgang van elke speelzaal. Het aantal folders moet altijd voldoende zijn om aan de vraag van het klienteel tegemoet te komen.

HOOFDSTUK VI. - De administratie van het personeel.

Art. 16. Wanneer het ontslag door de werkgever zelf van de inrichting betekend wordt aan een lid van zijn personeel, wordt onmiddellijk een gemotiveerd advies uitgebracht aan de commissie. De commissie krijgt eveneens kennis van elk ontslag van een speelzaalemployé.

Art. 17. Enkel de houder van de vergunning, indien het gaat om een natuurlijk persoon of enkel de bestuurder of zaakvoerder, indien het gaat om een rechtspersoon hebben de hoedanigheid, in het kader van hun respectievelijke bevoegdheden, om zich bezig te houden met de exploitatie van de kansspelen.
Het personeel dat werkt in de inrichting wordt geplaatst onder het uitsluitend gezag van deze laatste.

HOOFDSTUK VII. - De controle.

Art. 18. Tijdens een controle ter plaatse moet het geheel der documenten betreffende de vergunningen, het beheer, de werking, de boekhouding en het toezicht van de inrichting permanent ter beschikking zijn van de commissie.

HOOFDSTUK VIII. - Overgangs- en slotbepalingen.

Art. 19. De exploitanten van de reeds bestaande lunaparken mogen hun inrichting verder exploiteren tot op het ogenblik dat de commissie een beslissing heeft genomen over hun aanvraag, op voorwaarde dat de aanvraag volledig is en werd ingediend binnen een termijn van één maand na de inwerkingtreding van dit besluit.
Als de commissie een beslissing over de aanvraag heeft genomen:
a) beschikken de exploitanten over een periode van drie maanden om de exploitatie van de kansspelinrichting klasse II stop te zetten, als de vergunning is geweigerd, en dit vanaf de datum van kennisgeving;
b) beschikken de exploitanten over een periode van twaalf maanden om de exploitatie van de kansspelinrichting klasse II aan te passen overeenkomstig dit besluit, en dit vanaf de datum van het toekennen van de vergunning klasse B.

HOOFDSTUK IX. - Inwerkingtreding.

Art. 20. Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.

Art. 21. Onze Minister van Justitie, Onze Minister van Financiën, Onze Minister van Economie, Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Onze Minister van Volksgezondheid zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 22 december 2000.
ALBERT
Van Koningswege:
De Minister van Justitie,
M. VERWILGHEN
De Minister van Financiën,
D. REYNDERS
De Minister van Economie,
Ch. PICQUE
De Minister van Binnenlandse Zaken,
A. DUQUESNE
De Minister van Volksgezondheid,
Mevr. M. AELVOET

Artikel 21 - Koninklijk besluit van 19 juli 2001 betreffende de werking en het beheer van de kansspelinrichtingen klasse I, de wijze van aanvraag en de vorm van de vergunning klasse A

HOOFDSTUK I. - Aanvraag.

Artikel 1. De aanvraag voor een vergunning klasse A wordt bij de Kansspelcommissie, hierna te noemen de commissie, ingediend bij ter post aangetekende brief door middel van een formulier overeenkomstig het model dat als bijlage I bij huidig besluit is opgenomen. Dit formulier wordt aan de aanvrager toegezonden, door de commissie, op zijn vraag.

HOOFDSTUK II. - Onderzoek van de aanvraag.

Art. 2. De aanvraag wordt behandeld binnen een termijn van zes maanden vanaf de dag van de ontvangst.
De beslissing van de commissie wordt aan de betrokkene meegedeeld bij ter post aangetekende brief.
In geval van een gunstige beslissing wordt een vergunning klasse A, waarvan het model als bijlage II bij dit besluit is gevoegd, bezorgd aan de betrokkene.

Art. 3. Een exemplaar van de concessieovereenkomst afgesloten tussen de kandidaat-exploitant en de gemeente, overeenkomstig artikel 29, lid 3, van de wet van 7 mei 1999, wordt aan het aanvraagdossier toegevoegd.

Art. 4. Een afschrift van het plan van de inrichting bevattende de ruimtelijke configuratie van alle kansspelen en de ligging van alle lokalen, zelfs die lokalen bestemd voor privé-gebruik, moet toegestuurd worden aan de commissie en dit, één maand na de opening van de speelzalen.
De commissie wordt van elke wijziging van dit plan op de hoogte gebracht door de verzending van een nieuw afschrift aan de commissie, binnen de maand die volgt op de verbouwingen.

HOOFDSTUK III. - Algemeenheden.

Art. 5. De houder van de vergunning indien het gaat om een natuurlijk persoon, of de bestuurder of zaakvoerder indien het gaat om een rechtspersoon moet waken over de eerlijkheid van de spelen en over de regelmatigheid van hun werking.

Art. 6. Bij niet-naleving van één van de clausules van de concessieovereenkomst door één van de concessionarissen, wordt de commissie onmiddellijk op de hoogte gesteld door elke betrokken persoon.

HOOFDSTUK IV. - De verplichtingen van de verantwoordelijke.

Art. 7. § 1. De houder van de vergunning, indien het gaat om een natuurlijk persoon of de bestuurder of zaakvoerder, indien het gaat om een rechtspersoon mag zich tijdelijk laten vervangen bij de directie van de inrichting. De volledige gegevens van de vervanger moeten ter kennis gebracht worden van de commissie ter gelegenheid van de controles.
Tijdens zijn afwezigheid, moet hij zijn volledige gegevens doorgeven aan de vervanger zodat hij op ieder ogenblik kan gecontacteerd worden door de controleurs aangeduid door de commissie.
Is de houder van de vergunning indien het gaat om een natuurlijk persoon of de bestuurder of zaakvoerder indien het gaat om een rechtspersoon, meer dan twee weken afwezig, dan moet de persoon die hem vervangt onmiddellijk zijn afwezigheid melden aan de commissie.
§ 2. De persoon belast met de directie van de inrichting in vervanging van de houder van de vergunning, indien het gaat om een natuurlijk persoon, of de bestuurder of zaakvoerder indien het gaat om een rechtspersoon moet enerzijds beschikken over het geheel der documenten die de afzonderlijke boekhouding van de spelen en van de handelsboekhouding uitmaken en anderzijds de vereiste volmachten bezitten om antwoord te kunnen geven op de vragen of de opmerkingen van de controleurs aangeduid door de commissie.

Art. 8. De houder van de vergunning indien het gaat om een natuurlijk persoon, of de bestuurder of zaakvoerder indien het gaat om een rechtspersoon is verplicht eens per jaar, tegen 31 januari, aan de commissie de nominatieve lijst mee te delen met de functie van de personen die enige beroepsactiviteit uitoefenen in de inrichting op 31 januari van het lopende jaar.
Hij moet een afschrift bewaren van dit document ten einde het ter beschikking te kunnen stellen van de controleurs aangeduid door de commissie.

Art. 9. § 1. De houder van de vergunning, indien het gaat om een natuurlijk persoon of de bestuurder of zaakvoerder, indien het gaat om een rechtspersoon is verplicht op zichtbare wijze, aan de ingang van elke speelzaal een bord te hangen met de hieronder vermelde tekst:
" In deze inrichting worden met vergunning nummer ..... kansspelen geëxploiteerd.
Worden niet toegelaten in de speelzalen van de inrichtingen klasse I, personen die jonger zijn dan 21 jaar.
(...). <KB 2004-11-24/37, art. 1, 002; Inwerkingtreding: 08-12-2004>
Er mogen noch leningen noch voorschotten toegestaan worden.
Een folder die de speler waarschuwt voor gokverslaving die resulteert uit misbruik, is beschikbaar. ".
Dit bord wordt door de commissie ter beschikking gesteld van de kansspelinrichtingen klasse I.
§ 2. De beschrijving van de werking van de spelen die zich er bevinden alsook de werkingsregels van de spelen moeten ter beschikking zijn aan de ingang van de speelzalen.

Art. 10. De folder met informatie over gokverslaving, het telefoonnummer van de gratis hulplijn en de adressen van hulpverleners moet beschikbaar zijn voor het publiek, op een standaard, aan de in- en uitgang van elke speelzaal. Het aantal folders moet altijd voldoende zijn om aan de vraag van het kliënteel tegemoet te komen.

HOOFDSTUK V. - De administratie van het personeel.

Art. 11. Wanneer het ontslag door de werkgever zelf van de inrichting betekend wordt aan een lid van zijn personeel, wordt onmiddellijk een gemotiveerd advies uitgebracht aan de commissie. De commissie krijgt eveneens kennis van elk ontslag van een speelzaalemployé.

HOOFDSTUK VI. - Overgangs- en slotbepalingen.

Art. 12. De exploitanten van de reeds bestaande lunaparken mogen hun inrichting verder exploiteren tot op het ogenblik dat de commissie een beslissing heeft genomen over hun aanvraag, op voorwaarde dat de aanvraag volledig is en werd ingediend binnen een termijn van één maand na de inwerkingtreding van dit besluit.
Als de commissie een beslissing over de aanvraag heeft genomen:
a) beschikken de exploitanten over een periode van drie maanden om de exploitatie van de kansspelinrichting klasse I stop te zetten, als de vergunning is geweigerd, en dit vanaf de datum van kennisgeving;
c) Indien de licentie toegekend werd, hebben de uitbaters tot 31 december 2002 de tijd om de exploitatie van de kansspelinrichting van klasse I definitief in overeenstemming brengen met het huidige besluit.

HOOFDSTUK VII. - Inwerkingtreding.

Art. 13. Dit besluit evenals de artikelen 28 tot 33, 62, 75 en 76 van de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers treden in werking op de dag dat dit besluit wordt bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.

Art. 14. Onze Minister van Justitie, Onze Minister van Financiën, Onze Minister van Economie, Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Onze Minister van Volksgezondheid zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 19 juli 2001.
ALBERT
Van Koningswege:
De Minister van Justitie,
M. VERWILGHEN
De Minister van Financiën,
D. REYNDERS
De Minister van Economie,
Ch. PICQUE
De Minister van Binnenlandse Zaken,
A. DUQUESNE
De Minister van Volksgezondheid,
Mevr. M. AELVOET

Artikel 21 - Koninklijk besluit van 20 juni 2002 betreffende de sancties die de kansspelcommissie kan opleggen

Artikel 1. Indien de bepalingen van de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers, hierna " de wet " genoemd, en van de uitvoeringsbesluiten ervan, worden geschonden, stelt de kansspelcommissie, hierna " de commissie " genoemd, de betrokken houder van de vergunning bij ter post aangetekend schrijven in kennis van:
1° alle ten laste gelegde feiten;
2° de maatregel die de commissie voornemens is op te leggen;
3° het recht van de betrokkene om zijn dossier in te zien;
4° het recht van de betrokkene zich te laten bijstaan of vertegenwoordigen door een advocaat naar zijn keuze;
5° de plaats van inzage van het dossier.

Art. 2. De betrokken persoon beschikt over een termijn van vijftien werkdagen te rekenen van de kennisgeving per aangetekend schrijven, om het dossier te raadplegen op het secretariaat van de commissie. Hij kan kosteloos een afschrift ervan verkrijgen.

Art. 3. Na de kennisgeving bedoeld in artikel 1 beschikt de betrokken persoon over een termijn van vijftien werkdagen om zijn verweermiddelen door middel van een memorie per aangetekend schrijven toe te zenden aan de commissie.
Memories toegezonden na afloop van de termijn bepaald in het eerste lid worden ambtshalve uit de debatten geweerd.

Art. 4. De betrokken persoon wordt per aangetekend schrijven opgeroepen om binnen een termijn van twee maanden, te rekenen van de toezending van zijn verweermiddelen, te worden gehoord door de leden van de commissie die deze laatste aanwijst.
Van het verhoor wordt een proces-verbaal opgemaakt dat aan de betrokkene wordt voorgelezen, en dat hem ter ondertekening wordt voorgelegd.

Art. 5. De commissie neemt een beslissing binnen zes maanden te rekenen van de kennisgeving per aangetekend schrijven bedoeld in artikel 1.

Art. 6. De termijnen bedoeld in de artikelen 4 en 5 moeten op straffe van nietigheid van de procedure worden nageleefd.

Art. 7. De beslissing van de commissie wordt binnen vijf werkdagen nadat zij is genomen, per aangetekend schrijven ter kennis van betrokkene gebracht.
De beslissing van de commissie heeft uitwerking vanaf het tijdstip dat zij ter kennis van betrokkene wordt gebracht.
Behoudens bewijs van het tegendeel wordt de betrokkene geacht kennis te hebben van de beslissing, op de tweede werkdag volgend op de kennisgeving bedoeld in het eerste lid.

Art. 8. Ingeval de commissie een waarschuwing uitspreekt en daarbij een regularisatietermijn oplegt, moet zij de duur daarvan in haar beslissing bepalen.
Na afloop van de voornoemde termijn onderzoekt de commissie de situatie opnieuw, en ingeval zij vaststelt dat geen regularisatie heeft plaatsgevonden, stelt zij eventueel voor de vergunning te schorsen of in te trekken.
In dat geval is de procedure omschreven in de artikelen 1 tot 7 van toepassing.

Art. 9. Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.

Art. 10. Onze Minister van Volksgezondheid, Onze Minister van Binnenlandse Zaken, Onze Minister van Justitie, Onze Minister van Financiën en Onze Minister van Economie zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 20 juni 2002.
ALBERT
Van Koningswege:
De Minister van Volksgezondheid,
Mevr. M. AELVOET
De Minister van Binnenlandse Zaken,
A. DUQUESNE
De Minister van Justitie,
M. VERWILGHEN
De Minister van Financiën,
D. REYNDERS
De Minister van Economie,
Ch. PICQUE.

Artikel 23 - Koninklijk besluit van 10 oktober 2003 betreffende de samenstelling, de organisatie en de werking van de Kansspelcommissie, alsook betreffende het presentiegeld, waarvan de leden en hun plaatsvervangers genieten

Artikel 1.Worden als gewone leden van de Kansspelcommissie, hierna de Commissie genoemd, benoemd voor een termijn van drie jaar: a) als vertegenwoordigers van de Minister van Justitie: - Bayenet, Benoit, Franstalig lid, - De Smet, Marc, Nederlandstalig lid;b) als vertegenwoordigers van de Minister van Financiën: - Fontinoy, Jean-Claude, Franstalig lid, - Six, Carlos, Nederlandstalig lid;c) als vertegenwoordigers van de Ministers tot wier bevoegdheid de Nationale Loterij behoort: - Jacquij, Philippe, Franstalig lid, - Demeyere, Frank, Nederlandstalig lid;d) als vertegenwoordigers van de Minister van Economie: - Galloy, Geneviève, Franstalig lid, - Deleu, Frans, Nederlandstalig lid;e) als vertegenwoordigers van de Minister van Binnenlandse Zaken: - Denis, Pierre, Franstalig lid, - Merckx, Lutgardis, Nederlandstalig lid;f) als vertegenwoordigers van de Minister van Volksgezondheid: - Belot, Michèle, Franstalig lid, - Boers, Kris, Nederlandstalig lid.

Art. 2.Worden als plaatsvervangende leden van de Kansspelcommissie, hierna de Commissie genoemd, benoemd voor een termijn van drie jaar: a) als vertegenwoordigers van de Minister van Justitie: - Gillard, Claude, Franstalig lid, - Galle, Nina, Nederlandstalig lid;b) als vertegenwoordigers van de Minister van Financiën: - Prevost, Jean-Marie, Franstalig lid, - Vandevelde, Ludo, Nederlandstalig lid;c) als vertegenwoordigers van de Ministers tot wier bevoegdheid de Nationale Loterij behoort: - Deroubaix, Anne-Noëlle, Franstalig lid, - Loquet, Koen, Nederlandstalig lid;d) als vertegenwoordigers van de Minister van Economie: - Poncin, Jean-Marie, Franstalig lid, - Deryckere, Francis Jean, Nederlandstalig lid;e) als vertegenwoordigers van de Minister van Binnenlandse Zaken: - Frère, René, Franstalig lid, - Panneels, Laurent, Nederlandstalig lid;f) als vertegenwoordigers van de Minister van Volksgezondheid: - Du Ville, Pierre, Franstalig lid, - Menu, Peter, Nederlandstalig lid.

Art. 3.De leden en hun plaatsvervangers hebben recht op 62 euro presentiegeld per vergadering van een halve dag van de Commissie.

Art. 4.Dit besluit treedt in werking op de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.

Art. 5.Onze Minister bevoegd voor Justitie, Onze Ministers tot wier bevoegdheid de Nationale Loterij behoort, Onze Minister bevoegd voor Binnenlandse Zaken, Onze Minister bevoegd voor Financiën, Onze Minister bevoegd voor Sociale Zaken en Volksgezondheid, en Onze Minister bevoegd voor Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 10 oktober 2003.

ALBERT Van Koningswege:
De Minister van Justitie, Mevr. L. ONKELINX
De Minister tot wiens bevoegdheid, ten dele de Nationale Loterij behoort, J. VANDE LANOTTE
De Minister van Binnenlandse Zaken, P. DEWAEL
De Minister van Financiën, D. REYNDERS
De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, R. DEMOTTE
De Minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid, Mevr. F. MOERMAN

Artikel 23 - Koninklijk besluit van 10 oktober 203 tot intrekking van het koninklijk besluit van 11 juli 2003 betreffende de samenstelling, de organisatie en de werking van de Kansspelcommissie, alsook betreffende het presentiegeld, waarvan de leden en hun plaatsvervangers genieten

ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers, inzonderheid op de artikelen 10 en 23;

Op de voordracht van Onze Minister van Justitie, van Onze Minister van Begroting en Overheidsbedrijven, van Onze Minister van Binnenlandse Zaken, van Onze Minister van Financiën, van Onze Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, en van Onze Minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1.Het koninklijk besluit van 11 juli 2003 betreffende de samenstelling, de organisatie en de werking van de Kansspelcommissie, alsook betreffende het presentiegeld, waarvan de leden en hun plaatsvervangers genieten, wordt ingetrokken.

Art. 2.Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.

Art. 3.Onze Minister bevoegd voor Justitie, Onze Minister bevoegd voor Begroting en Overheidsbedrijven, Onze Minister bevoegd voor Binnenlandse Zaken, Onze Minister bevoegd voor Financiën, Onze Minister bevoegd voor Sociale Zaken en Volksgezondheid, en Onze Minister bevoegd voor Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 10 oktober 2003.

ALBERT Van Koningswege : De Minister van Justitie, Mevr. L. ONKELINX De Minister van Begroting en Overheidsbedrijven, J. VANDE LANOTTE De Minister van Binnenlandse Zaken, P. DEWAEL De Minister van Financiën, D. REYNDERS De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, R. DEMOTTE De Minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid, Mevr. F. MOERMAN

Artikel 23 - Koninklijk besluit van 14 december 2004 tot wijziging van het koninklijk besluit van 10 oktober 2003 betreffende de samenstelling, de organisatie en de werking van de Kansspelcommissie, alsook betreffende het presentiegeld, waarvan de leden en hun plaatsvervangers genieten

Artikel 1. In artikel 1 van het koninklijk besluit van 10 oktober 2003 betreffende de samenstelling, de organisatie en de werking van de Kansspelcommissie, alsook betreffende het presentiegeld, waarvan de leden en hun plaatsvervangers genieten, worden de woorden « Bayenet, Benoit », vervangen door « Nuchelmans, Didier ».

Art. 2. Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.

Art. 3. Onze Minister bevoegd voor Justitie, Onze Minister bevoegd voor Binnenlandse Zaken, Onze Minister bevoegd voor Financiën, Onze Minister bevoegd voor Sociale Zaken en Volksgezondheid, en Onze Minister bevoegd voor Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 14 december 2004.
ALBERT
Van Koningswege:
De Minister van Justitie,
Mevr. L. ONKELINX
De Minister van Binnenlandse Zaken,
P. DEWAEL
De Minister van Financiën,
D. REYNDERS
De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid,
R. DEMOTTE
De Minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid,
M. VERWILGHEN

Artikel 23 - Koninklijk besluit van 3 oktober 2005 tot wijziging van het koninklijk besluit van 10 oktober 2003 betreffende de samenstelling, de organisatie en de werking van de Kansspelcommissie, alsook betreffende het presentiegeld, waarvan de leden en hun plaatsvervangers genieten

Artikel 1. In artikel 2 van het koninklijk besluit van 10 oktober 2003 betreffende de samenstelling, de organisatie en de werking van de Kansspelcommissie, alsook betreffende het presentiegeld, waarvan de leden en hun plaatsvervangers genieten, worden de woorden « Menu, Peter », vervangen door « Van Vlaenderen, Ilse ».

Art. 2. Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgische Staatsblad wordt bekendgemaakt.

Art. 3. Onze Minister bevoegd voor Justitie, Onze Minister bevoegd voor Begroting en ten dele bevoegd voor de Nationale Loterij, Onze Minister bevoegd voor Binnenlandse Zaken, Onze Minister bevoegd voor Financiën, Onze Minister bevoegd voor Sociale Zaken en Volksgezondheid, en Onze Minister bevoegd voor Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 3 oktober 2005.
ALBERT
Van Koningswege:
De Minister van Justitie,
Mevr. L. ONKELINX
De Minister van Begroting, tot wiens bevoegdheid ten dele de Nationale Loterij behoort,
J. VANDE LANOTTE
De Minister van Binnenlandse Zaken,
P. DEWAEL
De Minister van Financiën,
D. REYNDERS
De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid,
R. DEMOTTE
De Minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid,
M. VERWILGHEN

Artikel 24 - Koninklijk besluit van 20 juni 2002 betreffende de samenstelling en werkwijze van het overlegcomité van de kansspelcommissie

Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit, wordt verstaan onder uitbaters, de houders van een vergunning van klasse A, B en C, met uitzondering van de houders van een vergunning van klasse E.
Onder vertegenwoordigers van de werknemers van uitbaters van kansspelinrichtingen wordt verstaan de leden voorgesteld door de representatieve organisaties van werknemers die in deze hoedanigheid zitting hebben als lid van paritaire commissies.

Art. 2. Het overlegcomité bestaat uit:
1° de leden van de kansspelcommissie;
2° zes leden die de werknemers vertegenwoordigen;
3° twee leden die de uitbaters van kansspelinrichtingen klasse I vertegenwoordigen;
4° twee leden die de uitbaters van kansspelinrichtingen klasse II vertegenwoordigen;
5° twee leden die de uitbaters van kansspelinrichtingen klasse III vertegenwoordigen, die onder de horecasector ressorteren.
De leden opgesomd in 3°, 4° en 5° en hun respectieve plaatsvervangers worden door de Minister van Justitie voor een termijn van drie jaar aangewezen, op voordracht van de betrokken representatieve organisaties.

Art. 3. Het overlegcomité vergadert ten minste een keer per jaar in de loop van de maand december op uitnodiging van de voorzitter van de kansspelcommissie, alsmede telkens wanneer hij zulks nodig acht.

Art. 4. De voorzitter van de commissie roept de leden van het overlegcomité bijeen en hij stelt de agenda samen. Een punt, dat ten minste twee weken voor de vergadering schriftelijk tot de voorzitter van de kansspelcommissie wordt gericht, kan aan de agenda worden toegevoegd op schriftelijk verzoek van twee leden. De stukken met betrekking tot dat agendapunt gaan als bijlage bij het verzoek.
De bijeenroeping, de agenda en de betreffende bijlagen worden de leden van het overlegcomité ten minste acht dagen vóór de datum van de vergadering toegestuurd.

Art. 5. De eventuele adviezen en aanbevelingen van het overlegcomité worden in de vorm van een protocol toegezonden aan de minister. Bij ontstentenis hiervan, worden de verschillende meningen van de leden opgenomen in de notulen.

Art. 6. Het secretariaat van de commissie houdt zich bezig met het secretariaat van het overlegcomité.

Art. 7. Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.

Art. 8. Onze Minister van Volksgezondheid, Onze Minister van Binnenlandse Zaken, Onze Minister van Justitie, Onze Minister van Financiën, en Onze Minister van Economie zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 20 juni 2002.
ALBERT
Van Koningswege:
De Minister van Volksgezondheid,
Mevr. M. AELVOET
De Minister van Binnenlandse Zaken,
A. DUQUESNE
De Minister van Justitie,
M. VERWILGHEN
De Minister van Financiën,
D. REYNDERS
De Minister van Economie,
Ch. PICQUE.

 

Artikel 28 - Koninklijk besluit van 19 juli 2001 betreffende de werking en het beheer van de kansspelinrichtingen klasse I, de wijze van aanvraag en de vorm van de vergunning klasse A

HOOFDSTUK I. - Aanvraag.

Artikel 1. De aanvraag voor een vergunning klasse A wordt bij de Kansspelcommissie, hierna te noemen de commissie, ingediend bij ter post aangetekende brief door middel van een formulier overeenkomstig het model dat als bijlage I bij huidig besluit is opgenomen. Dit formulier wordt aan de aanvrager toegezonden, door de commissie, op zijn vraag.

HOOFDSTUK II. - Onderzoek van de aanvraag.

Art. 2. De aanvraag wordt behandeld binnen een termijn van zes maanden vanaf de dag van de ontvangst.
De beslissing van de commissie wordt aan de betrokkene meegedeeld bij ter post aangetekende brief.
In geval van een gunstige beslissing wordt een vergunning klasse A, waarvan het model als bijlage II bij dit besluit is gevoegd, bezorgd aan de betrokkene.

Art. 3. Een exemplaar van de concessieovereenkomst afgesloten tussen de kandidaat-exploitant en de gemeente, overeenkomstig artikel 29, lid 3, van de wet van 7 mei 1999, wordt aan het aanvraagdossier toegevoegd.

Art. 4. Een afschrift van het plan van de inrichting bevattende de ruimtelijke configuratie van alle kansspelen en de ligging van alle lokalen, zelfs die lokalen bestemd voor privé-gebruik, moet toegestuurd worden aan de commissie en dit, één maand na de opening van de speelzalen.
De commissie wordt van elke wijziging van dit plan op de hoogte gebracht door de verzending van een nieuw afschrift aan de commissie, binnen de maand die volgt op de verbouwingen.

HOOFDSTUK III. - Algemeenheden.

Art. 5. De houder van de vergunning indien het gaat om een natuurlijk persoon, of de bestuurder of zaakvoerder indien het gaat om een rechtspersoon moet waken over de eerlijkheid van de spelen en over de regelmatigheid van hun werking.

Art. 6. Bij niet-naleving van één van de clausules van de concessieovereenkomst door één van de concessionarissen, wordt de commissie onmiddellijk op de hoogte gesteld door elke betrokken persoon.

HOOFDSTUK IV. - De verplichtingen van de verantwoordelijke.

Art. 7. § 1. De houder van de vergunning, indien het gaat om een natuurlijk persoon of de bestuurder of zaakvoerder, indien het gaat om een rechtspersoon mag zich tijdelijk laten vervangen bij de directie van de inrichting. De volledige gegevens van de vervanger moeten ter kennis gebracht worden van de commissie ter gelegenheid van de controles.
Tijdens zijn afwezigheid, moet hij zijn volledige gegevens doorgeven aan de vervanger zodat hij op ieder ogenblik kan gecontacteerd worden door de controleurs aangeduid door de commissie.
Is de houder van de vergunning indien het gaat om een natuurlijk persoon of de bestuurder of zaakvoerder indien het gaat om een rechtspersoon, meer dan twee weken afwezig, dan moet de persoon die hem vervangt onmiddellijk zijn afwezigheid melden aan de commissie.
§ 2. De persoon belast met de directie van de inrichting in vervanging van de houder van de vergunning, indien het gaat om een natuurlijk persoon, of de bestuurder of zaakvoerder indien het gaat om een rechtspersoon moet enerzijds beschikken over het geheel der documenten die de afzonderlijke boekhouding van de spelen en van de handelsboekhouding uitmaken en anderzijds de vereiste volmachten bezitten om antwoord te kunnen geven op de vragen of de opmerkingen van de controleurs aangeduid door de commissie.

Art. 8. De houder van de vergunning indien het gaat om een natuurlijk persoon, of de bestuurder of zaakvoerder indien het gaat om een rechtspersoon is verplicht eens per jaar, tegen 31 januari, aan de commissie de nominatieve lijst mee te delen met de functie van de personen die enige beroepsactiviteit uitoefenen in de inrichting op 31 januari van het lopende jaar.
Hij moet een afschrift bewaren van dit document ten einde het ter beschikking te kunnen stellen van de controleurs aangeduid door de commissie.

Art. 9. § 1. De houder van de vergunning, indien het gaat om een natuurlijk persoon of de bestuurder of zaakvoerder, indien het gaat om een rechtspersoon is verplicht op zichtbare wijze, aan de ingang van elke speelzaal een bord te hangen met de hieronder vermelde tekst:
" In deze inrichting worden met vergunning nummer ..... kansspelen geëxploiteerd.
Worden niet toegelaten in de speelzalen van de inrichtingen klasse I, personen die jonger zijn dan 21 jaar.
(...). <KB 2004-11-24/37, art. 1, 002; Inwerkingtreding: 08-12-2004>
Er mogen noch leningen noch voorschotten toegestaan worden.
Een folder die de speler waarschuwt voor gokverslaving die resulteert uit misbruik, is beschikbaar. ".
Dit bord wordt door de commissie ter beschikking gesteld van de kansspelinrichtingen klasse I.
§ 2. De beschrijving van de werking van de spelen die zich er bevinden alsook de werkingsregels van de spelen moeten ter beschikking zijn aan de ingang van de speelzalen.

Art. 10. De folder met informatie over gokverslaving, het telefoonnummer van de gratis hulplijn en de adressen van hulpverleners moet beschikbaar zijn voor het publiek, op een standaard, aan de in- en uitgang van elke speelzaal. Het aantal folders moet altijd voldoende zijn om aan de vraag van het kliënteel tegemoet te komen.

HOOFDSTUK V. - De administratie van het personeel.

Art. 11. Wanneer het ontslag door de werkgever zelf van de inrichting betekend wordt aan een lid van zijn personeel, wordt onmiddellijk een gemotiveerd advies uitgebracht aan de commissie. De commissie krijgt eveneens kennis van elk ontslag van een speelzaalemployé.

HOOFDSTUK VI. - Overgangs- en slotbepalingen.

Art. 12. De exploitanten van de reeds bestaande lunaparken mogen hun inrichting verder exploiteren tot op het ogenblik dat de commissie een beslissing heeft genomen over hun aanvraag, op voorwaarde dat de aanvraag volledig is en werd ingediend binnen een termijn van één maand na de inwerkingtreding van dit besluit.
Als de commissie een beslissing over de aanvraag heeft genomen:
a) beschikken de exploitanten over een periode van drie maanden om de exploitatie van de kansspelinrichting klasse I stop te zetten, als de vergunning is geweigerd, en dit vanaf de datum van kennisgeving;
c) Indien de licentie toegekend werd, hebben de uitbaters tot 31 december 2002 de tijd om de exploitatie van de kansspelinrichting van klasse I definitief in overeenstemming brengen met het huidige besluit.

HOOFDSTUK VII. - Inwerkingtreding.

Art. 13. Dit besluit evenals de artikelen 28 tot 33, 62, 75 en 76 van de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers treden in werking op de dag dat dit besluit wordt bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.

Art. 14. Onze Minister van Justitie, Onze Minister van Financiën, Onze Minister van Economie, Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Onze Minister van Volksgezondheid zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 19 juli 2001.
ALBERT
Van Koningswege:
De Minister van Justitie,
M. VERWILGHEN
De Minister van Financiën,
D. REYNDERS
De Minister van Economie,
Ch. PICQUE
De Minister van Binnenlandse Zaken,
A. DUQUESNE
De Minister van Volksgezondheid,
Mevr. M. AELVOET

Artikel 29 - Koninklijk besluit van 20 juni 2002 tot bepaling van de vestigingsplaats van de negende kansspelinrichting klasse I

Artikel 1. Er kan een kansspelinrichting klasse I worden geëxploiteerd op het grondgebied van de gemeente Brussel.

Art. 2. Onze Minister van Volksgezondheid, Onze Minister van Binnenlandse Zaken, Onze Minister van Justitie, Onze Minister van Financiën, en Onze Minister van Economie zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 20 juni 2002.
ALBERT
Van Koningswege:
De Minister van Volksgezondheid,
Mevr. M. AELVOET
De Minister van Binnenlandse Zaken,
A. DUQUESNE
De Minister van Justitie,
M. VERWILGHEN
De Minister van Financiën,
D. REYNDERS
De Minister van Economie,
Ch. PICQUE.

Artikel 29 - Koninklijk besluit van 26 juni 2002 betreffende de concessieovereenkomsten afgesloten tussen de gemeenten en de kandidaat-exploitanten van een kansspelinrichting klasse I

Artikel 1. Een concessieovereenkomst gesloten tussen de gemeente en de kandidaat-exploitant, van een kansspelinrichting klasse I, moet voldoen aan de minimaal gestelde voorwaarden, vermeld in dit besluit.

Art. 2. De concessieovereenkomst vermeldt het voorwerp van de overeenkomst, dat overeenstemt met de bijgevoegde notariële beschrijving van de onroerende goederen, evenals de duur waarvoor de overeenkomst wordt afgesloten.
De concessiehouder is gehouden om op de bankrekening van de gemeente, die de concessie verleend heeft, een jaarlijkse som over te maken, bepaald in de concessieovereenkomst. De betaling gebeurt op drie trimestriële vervaldagen, waarvan de respectievelijke bedragen eveneens worden bepaald in de concessieovereenkomst.
Bij laattijdige betalingen is de wettelijke verwijlintrest automatisch verschuldigd, zonder dat enige voorafgaande aanmaning vereist is.
Het bedrag van de concessie wordt jaarlijks op de verjaardag van de overeenkomst aangepast aan de schommelingen van het indexcijfer van de consumptieprijzen overeenkomstig de volgende formule:
" Het bedrag van de concessie wordt vermenigvuldigd met het nieuwe indexcijfer en het resultaat wordt gedeeld door het oude indexcijfer. "
Het oud indexcijfer stemt overeen met dit van de maand voorafgaand aan de sluiting van de concessieovereenkomst.
Het nieuw indexcijfer stemt overeen met dit van de maand voorafgaand aan de verjaardag van de concessieovereenkomst.

Art. 3. De concessieovereenkomst vermeldt het bedrag van de waarborg die door de concessiehouder moet worden gestort, de datum van de storting, alsook de naam van de financiële instelling, erkend door de concessiegeefster, waar deze bankwaarborg wordt gestort op een geblokkeerde rekening.
De waarborg wordt jaarlijks aangepast aan de schommelingen van het indexcijfer van de consumptieprijzen, overeenkomstig de formule zoals bepaald in artikel 2, en moet de maand na de indexering zijn voltooid.
Op het einde van de concessieperiode wordt de waarborg vrijgegeven ten gunste van de concessiehouder, op voorwaarde dat deze het geheel van de verplichtingen, hem opgelegd in toepassing van de gesloten concessieovereenkomst, heeft nageleefd.
In geval van niet-betaling van de vervallen bedragen in het kader van de gesloten concessieovereenkomst, kan de concessiegeefster de waarborg aanspreken om deze bedragen te recupereren, en dit per aangetekende brief, gericht aan de financiële instelling waarvan een kopie, vergezeld van een gemotiveerde brief, wordt gericht aan de concessiehouder.
In dit geval moet de waarborg worden bijgestort door de concessiehouder, binnen een periode van een maand, vanaf de datum van de incasso van de verschuldigde sommen door de concessiegeefster.

Art. 4. Voorafgaand aan de ingebruikname door de concessiehouder wordt een plaatsbeschrijving op tegenspraak opgesteld, die eveneens een inventaris bevat van alle goederen die zich ter plaatse bevinden en toebehoren aan de concessiegeefster.
Deze plaatsbeschrijving wordt bij de concessieovereenkomst gevoegd, nadat zij is gedagtekend en ondertekend door de concessiehouder en een vertegenwoordiger van de concessiegeefster, en goedgekeurd door een beslissing van het College van burgemeester en schepenen.
Bij het verstrijken van de vervaltermijn van de concessieovereenkomst, wordt een plaatsbeschrijving opgemaakt, gedagtekend, ondertekend en goedgekeurd volgens dezelfde regels.
De concessiehouder heeft de verplichting om de goederen die ter zijner beschikking zijn gesteld door de concessieverlener, terug te geven in de staat waarin ze zijn verkregen volgens de plaatsbeschrijving bij de inwerkingtreding.

Art. 5. De concessiehouder is ertoe gehouden om alle nodige onderhouds- en herstellingswerken, met inbegrip van de grote herstellingen, die voorafgaandelijk moeten worden goedgekeurd door een beslissing van het College van burgemeester en schepenen, te zijner laste te nemen, tijdens de duur van de concessieovereenkomst.
Het schriftelijk bewijs van de controle op de verwarmingsinstallaties, de airconditioning, de liften, de sanitaire installaties, alsook alle andere installaties waarvan het onderhoud de tussenkomst van een persoon met beroepsbekwaamheid of een erkend keuringsmechanisme vereist, moet binnen de maand volgend op de verjaring van de concessieovereenkomst worden overgemaakt aan de concessiegeefster.

Art. 6. De concessieovereenkomst vermeldt de veranderingen die de concessiehouder in de ruimten kan uitvoeren. Het bedrag van deze werken wordt gerechtvaardigd door één of meerdere bestekken, opgesteld door een persoon met beroepsbekwaamheid uit de betrokken sector, alsook met de datum van de beslissing van het college van Burgemeester en Schepenen, waarbij het plan, de raming en de uitvoering van de werken voorafgaand worden goedgekeurd.
Ingeval de voorafgaande instemming ontbreekt, kan de concessiegeefster het herstel in zijn originele staat vorderen door een eenvoudige ingebrekestelling, aangetekend verstuurd aan de concessiehouder.
Ingeval van aanvaarding van de werken waarvoor de voorafgaande instemming ontbrak, is de concessiegeefster geen enkele schadevergoeding verschuldigd aan de concessiehouder, door het feit van de gekende meerwaarde die de in concessie gegeven goederen verkregen hebben.

Art. 7. De technische diensten van de gemeente van de concessiegeefster voeren een tweejaarlijkse controle uit op de in concessie gegeven goederen, en stellen een lijst op van de uit te voeren werken.

Art. 8. De concessiehouder heeft de verplichting om binnen de maand na de sluiting van de concessieovereenkomst een verzekeringspolis af te sluiten met een door de concessiegeefster erkende verzekeringsmaatschappij, die tijdens de duur van de concessieovereenkomst het in concessie gegeven goed en zijn inhoud verzekert tegen brand, ontploffing, storm, water- of gelijk welke andere schade en dit voor de volledige vervangingswaarde.
Een kopie van deze polis wordt van zodra deze onderschreven is bij de concessieovereenkomst gevoegd.

Art. 9. De concessieovereenkomst bepaalt het aantal keren dat de concessiehouder, buiten de maanden juli en augustus, de lokalen van de concessie, met uitzondering van de speelzalen, kosteloos ter beschikking stelt van de concessiegeefster.
Het gebruiksrecht van de concessiegeefster mag de normale exploitatie van het in concessie gegeven goed niet verhinderen, rekening houdend met het door de concessiehouder geplande programma.
Het personeel in dienst van de concessiehouder zal gratis ter beschikking worden gesteld van de concessiegeefster voor deze activiteiten.

Art. 10. De concessiehouder gaat de principiële verplichting aan om het personeel tewerkgesteld door de vorige uitbater aan te werven, met uitzondering van het directiepersoneel. Het personeel behoudt zijn verworven rechten en voorrechten.

Art. 11. Alle taksen en lasten, van welke aard ook, om het even door welke overheid zij worden geëist of zullen geëist worden in de toekomst, zijn ten laste van de concessiehouder. Hetzelfde geldt voor alle kosten inherent aan de in concessie gegeven goederen.

Art. 12. De concessiehouder mag het in concessie gegeven goed noch geheel noch gedeeltelijk onderverhuren, noch de concessieovereenkomst geheel of gedeeltelijk overdragen, noch zich verenigen met derden om de overeenkomst uit te voeren, zonder voorafgaande toestemming van de concessiegeefster.

Art. 13. De concessiehouder verklaart zich formeel akkoord met de controle door het College van Burgemeester en Schepenen en hun ambtenaren op de strikte toepassing van de huidige overeenkomst. Met het oog hierop geeft hij onbeperkt toegang tot de in concessie gegeven goederen aan de leden van het College van burgemeester en schepenen, en aan de door het college gemachtigde ambtenaren. De concessiehouder zal alle nodige inlichtingen, die nuttig zijn voor de uitoefening van het controlerecht overmaken aan de concessiegeefster.

Art. 14. A. De overeenkomst eindigt van rechtswege bij het verstrijken van de voor de vergunning klasse A voorziene termijn, toegekend door de Kansspelcommissie.
B. Het concessierecht is van rechtswege verbroken wanneer de vergunninghoudende vennootschap ontbonden wordt of failliet wordt verklaard.
C. Het stopzetten, zelfs tijdelijk, van de exploitatie van het casino heeft van rechtswege de verbreking van de concessieovereenkomst tot gevolg. De concessiegeefster zal in dit geval een schadevergoeding kunnen vorderen gelijkwaardig met de gestelde zekerheid, onverminderd de andere vorderingen waarop de concessiegeefster haar rechten behoudt. De concessieovereenkomst wordt echter niet van rechtswege ontbonden indien de tijdelijke stopzetting onafhankelijk is van de wil van de concessiehouder.
D. Het niet nakomen van de beschreven voorwaarden of het begaan van ernstige nalatigheden, zowel wat het gebruik van de in concessie gegeven goederen, als wat de betaling van de aan de concessiegeefster verschuldigde bedragen betreft, geeft de concessiegeefster het recht de concessie op te zeggen en betaling te eisen van alle schade die ze heeft opgelopen of nog zal oplopen. De vaststelling van de niet-naleving van de voorwaarden of de ernstige nalatigheden wordt door de concessiegeefster aan de concessiehouder betekend bij ter post aangetekend schrijven. Bij niet-uitvoering door de concessiehouder van zijn verplichtingen binnen de termijn van vijftien dagen na ontvangst van het aangetekend schrijven, kan de concessiegeefster de concessieovereenkomst eenzijdig beëindigen, zonder mogelijkheid tot bezwaar. De betekening geldt derhalve als definitieve opzegging van de concessie.
E. De intrekking van de vergunning klasse A door de Kansspelcommissie heeft de verbreking van de concessieovereenkomst tot gevolg.

Art. 15. Alle kosten van registratie, zegelrecht, eventuele boetes en dergelijke meer betreffende de overeenkomst zijn ten laste van de concessiehouder.

Art. 16. Voor de uitvoering van de overeenkomst kiest de concessiegeefster woonplaats in het gemeentehuis van de plaats waar de in concessie gegeven goederen gelegen zijn.

Art. 17. Alle geschillen die rechtstreeks of onrechtstreeks, voortvloeien uit de concessieovereenkomst behoren tot de bevoegdheid van de rechtbanken van het arrondissement van de plaats waar de in concessie gegeven goederen gelegen zijn.

Art. 18. De overeenkomst wordt afgesloten onder uitdrukkelijke opschortende voorwaarde van toekenning van de vergunning klasse A door de Kansspelcommissie aan de concessiehouder.

Art. 19. Dit besluit treedt inwerking een maand na de publicatie in het Belgisch Staatsblad.

Art. 20. Onze Minister van Volksgezondheid, Onze Minister van Binnenlandse Zaken, Onze Minister van Justitie, Onze Minister van Financiën en Onze Minister van Economie zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 26 juni 2002.
ALBERT
Van Koningswege:
De Minister van Volksgezondheid,
Mevr. M. AELVOET
De Minister van Binnenlandse Zaken,
A. DUQUESNE
De Minister van Justitie,
M. VERWILGHEN
De Minister van Financiën,
D. REYNDERS
De Minister van Economie,
Ch. PICQUE.

Artikel 32 - Koninklijk besluit van 19 juli 2001 betreffende de werking en het beheer van de kansspelinrichtingen klasse I, de wijze van aanvraag en de vorm van de vergunning klasse A

HOOFDSTUK I. - Aanvraag.

Artikel 1. De aanvraag voor een vergunning klasse A wordt bij de Kansspelcommissie, hierna te noemen de commissie, ingediend bij ter post aangetekende brief door middel van een formulier overeenkomstig het model dat als bijlage I bij huidig besluit is opgenomen. Dit formulier wordt aan de aanvrager toegezonden, door de commissie, op zijn vraag.

HOOFDSTUK II. - Onderzoek van de aanvraag.

Art. 2. De aanvraag wordt behandeld binnen een termijn van zes maanden vanaf de dag van de ontvangst.
De beslissing van de commissie wordt aan de betrokkene meegedeeld bij ter post aangetekende brief.
In geval van een gunstige beslissing wordt een vergunning klasse A, waarvan het model als bijlage II bij dit besluit is gevoegd, bezorgd aan de betrokkene.

Art. 3. Een exemplaar van de concessieovereenkomst afgesloten tussen de kandidaat-exploitant en de gemeente, overeenkomstig artikel 29, lid 3, van de wet van 7 mei 1999, wordt aan het aanvraagdossier toegevoegd.

Art. 4. Een afschrift van het plan van de inrichting bevattende de ruimtelijke configuratie van alle kansspelen en de ligging van alle lokalen, zelfs die lokalen bestemd voor privé-gebruik, moet toegestuurd worden aan de commissie en dit, één maand na de opening van de speelzalen.
De commissie wordt van elke wijziging van dit plan op de hoogte gebracht door de verzending van een nieuw afschrift aan de commissie, binnen de maand die volgt op de verbouwingen.

HOOFDSTUK III. - Algemeenheden.

Art. 5. De houder van de vergunning indien het gaat om een natuurlijk persoon, of de bestuurder of zaakvoerder indien het gaat om een rechtspersoon moet waken over de eerlijkheid van de spelen en over de regelmatigheid van hun werking.

Art. 6. Bij niet-naleving van één van de clausules van de concessieovereenkomst door één van de concessionarissen, wordt de commissie onmiddellijk op de hoogte gesteld door elke betrokken persoon.

HOOFDSTUK IV. - De verplichtingen van de verantwoordelijke.

Art. 7. § 1. De houder van de vergunning, indien het gaat om een natuurlijk persoon of de bestuurder of zaakvoerder, indien het gaat om een rechtspersoon mag zich tijdelijk laten vervangen bij de directie van de inrichting. De volledige gegevens van de vervanger moeten ter kennis gebracht worden van de commissie ter gelegenheid van de controles.
Tijdens zijn afwezigheid, moet hij zijn volledige gegevens doorgeven aan de vervanger zodat hij op ieder ogenblik kan gecontacteerd worden door de controleurs aangeduid door de commissie.
Is de houder van de vergunning indien het gaat om een natuurlijk persoon of de bestuurder of zaakvoerder indien het gaat om een rechtspersoon, meer dan twee weken afwezig, dan moet de persoon die hem vervangt onmiddellijk zijn afwezigheid melden aan de commissie.
§ 2. De persoon belast met de directie van de inrichting in vervanging van de houder van de vergunning, indien het gaat om een natuurlijk persoon, of de bestuurder of zaakvoerder indien het gaat om een rechtspersoon moet enerzijds beschikken over het geheel der documenten die de afzonderlijke boekhouding van de spelen en van de handelsboekhouding uitmaken en anderzijds de vereiste volmachten bezitten om antwoord te kunnen geven op de vragen of de opmerkingen van de controleurs aangeduid door de commissie.

Art. 8. De houder van de vergunning indien het gaat om een natuurlijk persoon, of de bestuurder of zaakvoerder indien het gaat om een rechtspersoon is verplicht eens per jaar, tegen 31 januari, aan de commissie de nominatieve lijst mee te delen met de functie van de personen die enige beroepsactiviteit uitoefenen in de inrichting op 31 januari van het lopende jaar.
Hij moet een afschrift bewaren van dit document ten einde het ter beschikking te kunnen stellen van de controleurs aangeduid door de commissie.

Art. 9. § 1. De houder van de vergunning, indien het gaat om een natuurlijk persoon of de bestuurder of zaakvoerder, indien het gaat om een rechtspersoon is verplicht op zichtbare wijze, aan de ingang van elke speelzaal een bord te hangen met de hieronder vermelde tekst:
" In deze inrichting worden met vergunning nummer ..... kansspelen geëxploiteerd.
Worden niet toegelaten in de speelzalen van de inrichtingen klasse I, personen die jonger zijn dan 21 jaar.
(...). <KB 2004-11-24/37, art. 1, 002; Inwerkingtreding: 08-12-2004>
Er mogen noch leningen noch voorschotten toegestaan worden.
Een folder die de speler waarschuwt voor gokverslaving die resulteert uit misbruik, is beschikbaar. ".
Dit bord wordt door de commissie ter beschikking gesteld van de kansspelinrichtingen klasse I.
§ 2. De beschrijving van de werking van de spelen die zich er bevinden alsook de werkingsregels van de spelen moeten ter beschikking zijn aan de ingang van de speelzalen.

Art. 10. De folder met informatie over gokverslaving, het telefoonnummer van de gratis hulplijn en de adressen van hulpverleners moet beschikbaar zijn voor het publiek, op een standaard, aan de in- en uitgang van elke speelzaal. Het aantal folders moet altijd voldoende zijn om aan de vraag van het kliënteel tegemoet te komen.

HOOFDSTUK V. - De administratie van het personeel.

Art. 11. Wanneer het ontslag door de werkgever zelf van de inrichting betekend wordt aan een lid van zijn personeel, wordt onmiddellijk een gemotiveerd advies uitgebracht aan de commissie. De commissie krijgt eveneens kennis van elk ontslag van een speelzaalemployé.

HOOFDSTUK VI. - Overgangs- en slotbepalingen.

Art. 12. De exploitanten van de reeds bestaande lunaparken mogen hun inrichting verder exploiteren tot op het ogenblik dat de commissie een beslissing heeft genomen over hun aanvraag, op voorwaarde dat de aanvraag volledig is en werd ingediend binnen een termijn van één maand na de inwerkingtreding van dit besluit.
Als de commissie een beslissing over de aanvraag heeft genomen:
a) beschikken de exploitanten over een periode van drie maanden om de exploitatie van de kansspelinrichting klasse I stop te zetten, als de vergunning is geweigerd, en dit vanaf de datum van kennisgeving;
c) Indien de licentie toegekend werd, hebben de uitbaters tot 31 december 2002 de tijd om de exploitatie van de kansspelinrichting van klasse I definitief in overeenstemming brengen met het huidige besluit.

HOOFDSTUK VII. - Inwerkingtreding.

Art. 13. Dit besluit evenals de artikelen 28 tot 33, 62, 75 en 76 van de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers treden in werking op de dag dat dit besluit wordt bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.

Art. 14. Onze Minister van Justitie, Onze Minister van Financiën, Onze Minister van Economie, Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Onze Minister van Volksgezondheid zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 19 juli 2001.
ALBERT
Van Koningswege:
De Minister van Justitie,
M. VERWILGHEN
De Minister van Financiën,
D. REYNDERS
De Minister van Economie,
Ch. PICQUE
De Minister van Binnenlandse Zaken,
A. DUQUESNE
De Minister van Volksgezondheid,
Mevr. M. AELVOET

 

Artikel 33 - Koninklijk besluit van 19 juli 2001 betreffende de werking en het beheer van de kansspelinrichtingen klasse I, de wijze van aanvraag en de vorm van de vergunning klasse A

HOOFDSTUK I. - Aanvraag.

Artikel 1. De aanvraag voor een vergunning klasse A wordt bij de Kansspelcommissie, hierna te noemen de commissie, ingediend bij ter post aangetekende brief door middel van een formulier overeenkomstig het model dat als bijlage I bij huidig besluit is opgenomen. Dit formulier wordt aan de aanvrager toegezonden, door de commissie, op zijn vraag.

HOOFDSTUK II. - Onderzoek van de aanvraag.

Art. 2. De aanvraag wordt behandeld binnen een termijn van zes maanden vanaf de dag van de ontvangst.
De beslissing van de commissie wordt aan de betrokkene meegedeeld bij ter post aangetekende brief.
In geval van een gunstige beslissing wordt een vergunning klasse A, waarvan het model als bijlage II bij dit besluit is gevoegd, bezorgd aan de betrokkene.

Art. 3. Een exemplaar van de concessieovereenkomst afgesloten tussen de kandidaat-exploitant en de gemeente, overeenkomstig artikel 29, lid 3, van de wet van 7 mei 1999, wordt aan het aanvraagdossier toegevoegd.

Art. 4. Een afschrift van het plan van de inrichting bevattende de ruimtelijke configuratie van alle kansspelen en de ligging van alle lokalen, zelfs die lokalen bestemd voor privé-gebruik, moet toegestuurd worden aan de commissie en dit, één maand na de opening van de speelzalen.
De commissie wordt van elke wijziging van dit plan op de hoogte gebracht door de verzending van een nieuw afschrift aan de commissie, binnen de maand die volgt op de verbouwingen.

HOOFDSTUK III. - Algemeenheden.

Art. 5. De houder van de vergunning indien het gaat om een natuurlijk persoon, of de bestuurder of zaakvoerder indien het gaat om een rechtspersoon moet waken over de eerlijkheid van de spelen en over de regelmatigheid van hun werking.

Art. 6. Bij niet-naleving van één van de clausules van de concessieovereenkomst door één van de concessionarissen, wordt de commissie onmiddellijk op de hoogte gesteld door elke betrokken persoon.

HOOFDSTUK IV. - De verplichtingen van de verantwoordelijke.

Art. 7. § 1. De houder van de vergunning, indien het gaat om een natuurlijk persoon of de bestuurder of zaakvoerder, indien het gaat om een rechtspersoon mag zich tijdelijk laten vervangen bij de directie van de inrichting. De volledige gegevens van de vervanger moeten ter kennis gebracht worden van de commissie ter gelegenheid van de controles.
Tijdens zijn afwezigheid, moet hij zijn volledige gegevens doorgeven aan de vervanger zodat hij op ieder ogenblik kan gecontacteerd worden door de controleurs aangeduid door de commissie.
Is de houder van de vergunning indien het gaat om een natuurlijk persoon of de bestuurder of zaakvoerder indien het gaat om een rechtspersoon, meer dan twee weken afwezig, dan moet de persoon die hem vervangt onmiddellijk zijn afwezigheid melden aan de commissie.
§ 2. De persoon belast met de directie van de inrichting in vervanging van de houder van de vergunning, indien het gaat om een natuurlijk persoon, of de bestuurder of zaakvoerder indien het gaat om een rechtspersoon moet enerzijds beschikken over het geheel der documenten die de afzonderlijke boekhouding van de spelen en van de handelsboekhouding uitmaken en anderzijds de vereiste volmachten bezitten om antwoord te kunnen geven op de vragen of de opmerkingen van de controleurs aangeduid door de commissie.

Art. 8. De houder van de vergunning indien het gaat om een natuurlijk persoon, of de bestuurder of zaakvoerder indien het gaat om een rechtspersoon is verplicht eens per jaar, tegen 31 januari, aan de commissie de nominatieve lijst mee te delen met de functie van de personen die enige beroepsactiviteit uitoefenen in de inrichting op 31 januari van het lopende jaar.
Hij moet een afschrift bewaren van dit document ten einde het ter beschikking te kunnen stellen van de controleurs aangeduid door de commissie.

Art. 9. § 1. De houder van de vergunning, indien het gaat om een natuurlijk persoon of de bestuurder of zaakvoerder, indien het gaat om een rechtspersoon is verplicht op zichtbare wijze, aan de ingang van elke speelzaal een bord te hangen met de hieronder vermelde tekst:
" In deze inrichting worden met vergunning nummer ..... kansspelen geëxploiteerd.
Worden niet toegelaten in de speelzalen van de inrichtingen klasse I, personen die jonger zijn dan 21 jaar.
(...). <KB 2004-11-24/37, art. 1, 002; Inwerkingtreding: 08-12-2004>
Er mogen noch leningen noch voorschotten toegestaan worden.
Een folder die de speler waarschuwt voor gokverslaving die resulteert uit misbruik, is beschikbaar. ".
Dit bord wordt door de commissie ter beschikking gesteld van de kansspelinrichtingen klasse I.
§ 2. De beschrijving van de werking van de spelen die zich er bevinden alsook de werkingsregels van de spelen moeten ter beschikking zijn aan de ingang van de speelzalen.

Art. 10. De folder met informatie over gokverslaving, het telefoonnummer van de gratis hulplijn en de adressen van hulpverleners moet beschikbaar zijn voor het publiek, op een standaard, aan de in- en uitgang van elke speelzaal. Het aantal folders moet altijd voldoende zijn om aan de vraag van het kliënteel tegemoet te komen.

HOOFDSTUK V. - De administratie van het personeel.

Art. 11. Wanneer het ontslag door de werkgever zelf van de inrichting betekend wordt aan een lid van zijn personeel, wordt onmiddellijk een gemotiveerd advies uitgebracht aan de commissie. De commissie krijgt eveneens kennis van elk ontslag van een speelzaalemployé.

HOOFDSTUK VI. - Overgangs- en slotbepalingen.

Art. 12. De exploitanten van de reeds bestaande lunaparken mogen hun inrichting verder exploiteren tot op het ogenblik dat de commissie een beslissing heeft genomen over hun aanvraag, op voorwaarde dat de aanvraag volledig is en werd ingediend binnen een termijn van één maand na de inwerkingtreding van dit besluit.
Als de commissie een beslissing over de aanvraag heeft genomen:
a) beschikken de exploitanten over een periode van drie maanden om de exploitatie van de kansspelinrichting klasse I stop te zetten, als de vergunning is geweigerd, en dit vanaf de datum van kennisgeving;
c) Indien de licentie toegekend werd, hebben de uitbaters tot 31 december 2002 de tijd om de exploitatie van de kansspelinrichting van klasse I definitief in overeenstemming brengen met het huidige besluit.

HOOFDSTUK VII. - Inwerkingtreding.

Art. 13. Dit besluit evenals de artikelen 28 tot 33, 62, 75 en 76 van de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers treden in werking op de dag dat dit besluit wordt bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.

Art. 14. Onze Minister van Justitie, Onze Minister van Financiën, Onze Minister van Economie, Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Onze Minister van Volksgezondheid zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 19 juli 2001.
ALBERT
Van Koningswege:
De Minister van Justitie,
M. VERWILGHEN
De Minister van Financiën,
D. REYNDERS
De Minister van Economie,
Ch. PICQUE
De Minister van Binnenlandse Zaken,
A. DUQUESNE
De Minister van Volksgezondheid,
Mevr. M. AELVOET

 

Artikel 33 - Koninklijk besluit van 8 april 2003 betreffende de technische regels aangaande de werking van de automatische kansspelen waarvan de exploitatie is toegelaten in de kansspelinrichtingen klasse I

Artikel 1.Elk toestel dat dient voor kansspelen in kansspelinrichtingen klasse I moet:
1) uitgerust zijn met een intern toezichtsysteem;
2) [1 ...]1.
3) [2 ...]2. De gebeurtenissen en de resultaten verbonden aan de spelen moeten afhangen van het toeval als zij voortgebracht worden door een generator van kanscijfers of door een ander middel gebaseerd op de tussenkomst van het lot. De handelingen gesteld door de speler mogen het resultaat niet bepalen. De inwerkingstelling van de gebeurtenissen verbonden aan de spelen mag enkel bepaald worden door de vaste parameters. Het gebruik, bij een nieuwe partij, van gebeurtenissen of resultaten verbonden aan het spel, bepaald of geselecteerd door een speler bij de vorige partij, is toegelaten. Zij mogen evenwel geen voorwaarde uitmaken voor gebeurtenissen of resultaten verbonden aan het spel aangezien deze tijdens de nieuwe partij moeten afhangen van het toeval. Het is toegelaten verscheidene parameters te gebruiken die een verschillend gehalte van herverdeling vertonen en een variabel aantal feiten en resultaten gebonden aan de winsten. De aanvullende parameters moeten alle winstniveaus inhouden, voorgesteld door de automaat, en mogen niet lager zijn dan het minimum herverdelingsgehalte. De interne statistiek van de gebeurtenissen verbonden aan de spelen, waarover het apparaat beschikt om het herverdelingsgehalte te berekenen, mag in geen geval de generator van de kanscijfers beïnvloeden. De generator mag in geen geval aangesloten zijn op tellers of op een systeem van intern toezicht;
4) beschermd zijn tegen externe invloeden, in het bijzonder tegen elektromagnetische en elektrostatische interferenties en tegen radio-elektrische golven, overeenkomstig de Richtlijn 89/336/EEG;
5) elk toestel opnieuw kunnen starten zonder verlies van gegevens na een stroomonderbreking.
6) een theoretisch herverdelingsgehalte vertonen van minstens 84 %;
7) een gemiddeld uurverlies hebben dat niet hoger mag zijn dan euro 70;
8) de duur van het spel minimum 3 seconden bedragen.
----------
(1)<KB 2009-06-11/06, art. 3, 002; Inwerkingtreding: 09-07-2009>
(2)<KB 2009-06-11/06, art. 4, 002; Inwerkingtreding: 09-07-2009>

Art. 2. Een automatisch toestel dienend voor kansspelen in de kansspelinrichtingen klasse I moet uitgerust zijn met elektronische tellers met minstens acht cijfers en met elektromechanische tellers met minstens zes cijfers.
De elektronische tellers moeten een precisiegraad van minstens 99,99 % vertonen en zich terug instellen op nul, met aangeving van deze verrichting, zodra ze hun maximale affichagecapaciteit bereikt hebben.
De elektromechanische tellers moeten beantwoorden aan de erkende technische staat.

Art. 3. De elektronische tellers voorzien in artikel 2 van dit besluit moeten minstens registreren:
1) de geldstroom, in het bijzonder transacties zoals:
a) het aantal ingevoerde stukken, gewoonlijk genoemd coin in ;
b) het aantal betaalde stukken, gewoonlijk genoemd coin out ;
c) het aantal stukken behouden door de automaat, gewoonlijk genoemd coin drop ;
d) het totaal van de winsten betaald door de centrale kassa, gewoonlijk genoemd handpay.
2) het totaal bedrag van de inzetten, gewoonlijk genoemd turnover ;
3) het bedrag van de totale winst, gewoonlijk genoemd total winst ;
4) het aantal partijen;
5) de dode momenten, de ontregelingen en onderbrekingen in de werking van de toestellen;
6) de openingen van de toestellen en vakken waar het geld zich bevindt;
De elektromechanische tellers moeten dezelfde gegevens registreren als de elektronische tellers, voorzover dit technisch mogelijk is.

Art. 4. Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.

Art. 5. Onze Minister bevoegd voor Binnenlandse Zaken, Onze Minister bevoegd voor Justitie, Onze Minister bevoegd voor Financiën, Onze Minister bevoegd voor Overheidsbedrijven en Participaties, Onze Minister bevoegd voor Economie, en Onze Minister bevoegd voor Volksgezondheid zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 8 april 2003.
ALBERT
Van Koningswege:
De Minister van Binnenlandse Zaken,
A. DUQUESNE
De Minister van Financiën,
D. REYNDERS
De Minister van Justitie,
M. VERWILGHEN
De Minister van Overheidsbedrijven en Participaties,
R. DAEMS
De Minister van Economie,
Ch. PICQUE
De Minister van Volksgezondheid,
J. TAVERNIER.

 

Artikel 33 - Koninklijk besluit van 23 mei 2003 betreffende de regels van toezicht op en de controle van de kansspelen in de kansspelinrichtingen klasse I, inzonderheid door middel van een passend informaticasysteem

Artikel 1. In dit koninklijk besluit dienen volgende afkortingen als volgt te worden gelezen:
LAN: lokaal netwerk;
Cliënt: iedere elektronische eenheid, dus zowel administratieve computers als automatische spellen;
UPS: Uninterruptable Power Supply

Art. 2. § 1. Alle kansspelinrichtingen klasse I voorzien een LAN. Deze wordt verbonden met een LAN van de Kansspelcommissie.
§ 2. Alle kansspelinrichtingen klasse I beschikken over een videobewakingssysteem.

Art. 3. Alle kosten voor de aankoop van het materiaal, het verkrijgen van de softwarelicenties, en de verschuldigde huurgelden zijn ten laste van de kansspelinrichtingen klasse I.

Art. 4. Als hardwareconfiguratie wordt één centrale server voorzien die via het LAN verbonden is met alle cliënten.
Een databasesoftware wordt voorzien, van die aard zijn dat de kwaliteit, de integriteit, robuustheid en de multiple access, voldoende gegarandeerd zijn.

Art. 5. Een aangepast videotoezicht systeem wordt voorzien. Personeel en spelers moeten op een gepaste manier geïnformeerd worden over het bestaan en de werking van dit systeem.
De opnames worden bewaard in een aparte ruimte enkel toegankelijk voor aangewezen personeelsleden, leden van de Kansspelcommissie en haar secretariaat, alsmede personen extern aan de Kansspelcommissie die zij nominatief aanwijst.
De opnames, uitgevoerd op een medium naar keuze, moeten vier weken bewaard blijven en moeten op éénvoudig verzoek van de Kansspelcommissie haar ter beschikking worden gesteld.
Wanneer onregelmatigheden op het spel worden vastgesteld en gefilmd of wanneer een belangrijke ontregeling van het videotoezicht systeem wordt geconstateerd, wordt de Kansspelcommissie onmiddellijk op de hoogte gebracht. Zij beslist over de verder te volgen procedure en het verdere gebruik van de opnames. Geen enkele opname mag worden gewist of vernietigd voor deze beslissing.
De opnames die te maken hebben met het spel, registratie, kassa's en de tafels gebeuren vanaf de opening van de speelzaal tot het voltrekken van alle verrichtingen en tot het sluiten van de speelzaal. De overige opnames gebeuren op een permanente basis, zonder onderbreking.

Art. 6. De Kansspelcommissie verkrijgt een garantie, aan de hand van een broncode en een objectcode, dat het door haar goedgekeurde softwareproduct ook effectief draait.
Hiertoe kan zij te allen tijde een hercompilatie vragen teneinde na te gaan of wel degelijk de officiële broncode werd gecompileerd.

Art. 7. Alle cliënten zijn op een permanente basis verbonden met het informaticasysteem en meer in het bijzonder met de centrale server en databank. Een aangepaste UPS, met een autonomie van twee uren, wordt voorzien voor de centrale server. Wanneer de verbinding van een automatisch spel met het LAN uitvalt of eender welk hapering, mechanisch of technisch, optreedt en dit voor een periode langer dan 24 uur, wordt het spel stilgelegd met in acht name van de werkingsregels omtrent het stopzetten en hernemen van automatische spellen.
Wanneer de centrale server langer dan 24 uur uitvalt, worden alle spellen stopgezet.
Een procedure van back-up en recovery wordt aan de Kansspelcommissie voorgelegd, evenals het bewijs van tweemaandelijkse testuitvoeringen.

Art. 8. Wijzigingen, van welke aard ook, aan het informaticasysteem dienen voorafgaandelijk goedgekeurd te worden door de Kansspelcommissie.

Art. 9. De toegang tot de centrale server, werkstations en programma's wordt geregeld volgens een systeem van paswoorden, dat voor invoering voorgelegd wordt aan de Kansspelcommissie.
Het informaticasysteem en het videotoezicht systeem worden in afzonderlijke lokalen ondergebracht. De toegang is slechts toegelaten na een procedure van toegangscontrole, dat voor de invoering wordt voorgelegd aan de Kansspelcommissie.

Art. 10. Het informaticasysteem is beveiligd tegen zowel elektromagnetische en elektrostatische interferentie als tegen radiogolven.

Art. 11. § 1. De Kansspelcommissie stelt een protocol op dat de volgende elementen bevat:
1. Technische vereisten gesteld aan de kablering en de passieve componenten van het LAN;
2. Technische vereisten gesteld aan de actieve componenten van het LAN;
3. Technische vereisten gesteld aan de cliënten en servers;
4. Technische vereisten gesteld aan het lokaal voor het data-rack;
5. Technische vereisten gesteld aan de dataverbinding met de Kansspelcommissie;
6. Bijkomende vereisten gesteld aan het videotoezicht systeem;
7. Vereisten inzake accounting- en financiële informatie;
8. Vereisten inzake de technische controle;
9. Vereisten inzake de documentatie in verband met het informaticasysteem en het videotoezicht systeem;
10. Standaarden inzake naamgeving voor de te verzenden bestanden.
§ 2. Dit protocol wordt aan alle vergunninghouders klasse I bezorgd uiterlijk één week na de goedkeuring door de Kansspelcommissie.
Elke wijziging aan het protocol wordt aan alle vergunninghouders klasse I bezorgd uiterlijk één week na de goedkeuring door de Kansspelcommissie.

Art. 12. Dit besluit treedt in werking drie maanden na de publicatie in het Belgisch Staatsblad, met uitzondering van artikel 11 dat in werking treedt op de dag van de publicatie in het Belgisch Staatsblad.

Art. 13. Onze Minister bevoegd voor Binnenlandse Zaken, Onze Minister bevoegd voor Justitie, Onze Minister bevoegd voor Financiën, Onze Minister bevoegd voor Overheidsbedrijven en Participaties, Onze Minister bevoegd voor Economie, en Onze Minister bevoegd voor Volksgezondheid zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 23 mei 2003.
ALBERT
Van Koningswege:
De Minister van Binnenlandse Zaken,
A. DUQUESNE
De Minister van Financiën,
D. REYNDERS
De Minister van Justitie,
M. VERWILGHEN
De Minister van Overheidsbedrijven en Participaties,
R. DAEMS
De Minister van Economie,
Ch. PICQUE
De Minister van Volksgezondheid,
J. TAVERNIER.

Artikel 33 - Koninklijk besluit van 24 november 2004 tot wijziging van het koninklijk besluit van 19 juli 2001 betreffende de werking en het beheer van de kansspelinrichtingen klasse I, de wijze van aanvraag en de vorm van de vergunning klasse A

Artikel 1. In artikel 9, § 1, van het koninklijk besluit van 19 juli 2001 betreffende de werking en het beheer van de kansspelinrichtingen klasse I, de wijze van aanvraag en de vorm van de vergunning klasse A, worden de woorden " Het is verboden alcohol te gebruiken binnen de automatische speelzalen van de inrichting. " opgeheven.

Art. 2. Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.

Art. 3. Onze Minister bevoegd voor Justitie, Onze Minister bevoegd voor Binnenlandse Zaken, Onze Minister bevoegd voor Financiën, Onze Minister bevoegd voor Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid, en Onze Minister bevoegd voor Sociale Zaken en Volksgezondheid zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 24 november 2004.
ALBERT
Van Koningswege:
De Minister van Justitie,
Mevr. L. ONKELINX
De Minister van Binnenlandse Zaken,
P. DEWAEL
De Minister van Financiën,
D. REYNDERS
De Minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid,
Mevr. M.VERWILGHEN
De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid,
R. DEMOTTE.

Artikel 33 - Koninklijk besluit van 3 december 2006 betreffende de werkingsregels en de nadere regels inzake de boekhouding en de controle van de kansspelen waarvan de exploitatie is toegestaan in de kansspelinrichtingen klasse I

HOOFDSTUK I. - Algemene regels.

Afdeling 1. - Algemeen.

Artikel 1. In geval van inbreuk op de bepalingen van dit besluit, kan de houder van de vergunning of, indien het een rechtspersoon betreft, een afgevaardigd bestuurder of de zaakvoerder van de inrichting het spel stilleggen.

Art. 2. Alle documenten waarvan de modellen als bijlagen I tot IV bij dit besluit gevoegd zijnde:
I. Ingebruiksneming en inventarisboekje;
II. bevoorradingsbons voor schijven en penningen;
III. Het inschrijvingsregister van de Orphelins;
IV. registratiebons technische interventie;
moeten door de kansspelcommissie bij controle kunnen worden ondertekend.
Deze documenten kunnen op elektronische wijze worden bijgehouden.

Art. 3. De casino's kunnen de dobbelstenen, speelkaarten, penningen, schijven, kaartenschudders/verdelers, het materiaal dat het resultaat van het spel kan beïnvloeden en het materiaal dat gebruikt wordt voor de controle, enkel verkrijgen bij de houders van een vergunning klasse E.

Afdeling 2. - Regels betreffende de inventaris van de dobbelstenen, speelkaarten, kaartenschudders/verdelers en materiaal dat het resultaat van het spel kan beïnvloeden.

Art. 4. Een aanvangsinventaris wordt opgemaakt door de houder van de vergunning of, indien het een rechtspersoon betreft, door een afgevaardigd bestuurder, door de zaakvoerder van de inrichting of door een verantwoordelijke bediende die hij aanwijst, bij de opening van het boekje ingebruikneming en inventaris van de speelkaarten, dobbelstenen, kaartenschudders/verdelers en van het goedgekeurde materiaal, hierna te noemen ingebruiknemings- en inventarisboekje, waarvan het model als bijlage I bij dit besluit is gevoegd.
Onverwachte inventarissen worden facultatief, op verzoek van de voorzitter van de kansspelcommissie, opgemaakt door de controle-instantie bedoeld in artikel 52, tweede lid, van de wet van 7 mei 1999, hierna controle-instantie genoemd of door de kansspelcommissie.
De vertegenwoordiger van de controle-instantie of de kansspelcommissie vermeldt bij de opmaak van de onverwachte inventarissen in het ingebruiknemings- en inventarisboekje het aantal dobbelstenen, speelkaarten, kaartenschudders/verdelers en het materiaal dat het resultaat van het spel kan beïnvloeden, waarvan hij het bestaan heeft vastgesteld. Hij plaatst zijn handtekening onder die vermelding.

Afdeling 3. - Regels betreffende de kaarten.

Art. 5. De kaartspelen gebruikt voor de tafelspelen worden hetzij afzonderlijk verpakt, hetzij bijeengebracht in pakjes van zes spellen, zestallen genaamd, waarvan de kaartruggen van dezelfde kleur moeten zijn.
Alle kaarten moeten worden bewaard in de opbergkast. De opbergkast moet een voor het publiek afgesloten plaats zijn en enkel bestemd voor het bewaren van materiaal dat bij de spelen in de kansspelinrichting klasse I wordt gebruikt.

Art. 6. De kansspelcommissie wordt uiterlijk vierentwintig uur voorafgaand aan de vernietiging van kaarten hiervan in kennis gesteld. De kansspelcommissie of de controle-instantie kan deze vernietiging bijwonen en nagaan of de kaartspelen volledig zijn en geen gemerkte of beschadigde kaarten bevatten.
De gebruikte kaarten worden vernietigd door middel van een papiervernietiger, door middel van een perforeermachine of door een methode door de kansspelcommissie aanvaard.
De gebruikte zestallen moeten tot aan hun vernietiging volledig blijven.

Art. 7. De zestallen worden pas uit de opbergkast gehaald op het ogenblik dat zij worden gebruikt. Wanneer zij nog nieuw zijn, worden zij pas aan de speeltafel opengemaakt. In elk geval worden zowel de nieuwe kaartspellen als de reeds gebruikte op de tafel uitgestald met de figuur naar boven zodat vastgesteld kan worden dat de volgorde waarin de fabrikant ze heeft gerangschikt, niet is gewijzigd. De croupier telt en controleert ze. Daarna worden zij op het tapijt omgedraaid, verzameld en in de kaartenschudder/verdeler, gewoonlijk shuffler genaamd, geplaatst.

Art. 8. Na beëindiging van de partij moeten de kaartspellen onmiddellijk opnieuw in de volgorde van de fabrikant worden gerangschikt. Zij moeten worden nagekeken om eventuele merken erop vast te stellen. Elke onregelmatigheid in verband met de kaarten op welk moment dan ook ontdekt, moet worden vermeld in het ingebruiknemings- en inventarisboekje en maakt het voorwerp uit van een afzonderlijk rapport.

Art. 9. Het casino mag enkel kaarten in uitstekende staat gebruiken. Gebruikte, gemerkte en beschadigde spellen moeten in de opbergkast worden opgeborgen om eventueel te worden gecontroleerd en later te worden vernietigd.

Afdeling 4. - Regels betreffende de kaartenschudders/verdelers.

Art. 10. De kaartenschudders/verdelers worden aan de tafels toegewezen door de houder van de vergunning of, indien het een rechtspersoon betreft, door een afgevaardigd bestuurder, door de zaakvoerder van de inrichting of door een verantwoordelijke bediende die hij aanwijst bij de ingebruikneming van de kaartschudders/verdelers. Zij worden toegewezen aan een tafel en kunnen alleen worden verplaatst in geval van herstel of vervanging. Zij moeten door het casino worden genummerd.
De niet-gebruikte kaartenschudders/verdelers moeten opgeborgen in de opbergkast.

Afdeling 5. - Regels betreffende de dobbelstenen.

Art. 11. Het nummer en het logo van de dobbelstenen moeten bij ontvangst in het ingebruiknemings- en inventarisboekje worden ingeschreven.

Art. 12. De dobbelstenen worden opgeborgen in de opbergkast.

Art. 13. De gebruikte en beschadigde dobbelstenen worden door een doeltreffende middel vernietigd. De kansspelcommissie wordt uiterlijk vierentwintig uur voorafgaand aan de vernietiging van de dobbelstenen hiervan in kennis gesteld. De kansspelcommissie kan deze vernietiging bijwonen en kan nagaan of de dobbelstenen niet verzwaard of vervalst werden.

Art. 14. De duur van een partij Craps wordt vastgesteld op één dag. Om de drie speeldagen moeten de dobbelstenen worden vervangen.
Bij iedere nieuwe werper worden de vijf dobbelstenen voorgesteld aan de speler, die er twee uitkiest. De drie overige worden bewaard in een bolvormige doos, bowl genaamd. De gebruikte dobbelstenen moeten worden vervangen bij elk incident buiten het normale spelverloop.

Art. 15. De dobbelstenen gebruikt bij de Sic Bo zijn afgerond.
Zij worden vervangen wanneer slijtage of beschadiging wordt vastgesteld.

Art. 16. Elke onregelmatigheid in verband met de dobbelstenen op welk moment dan ook ontdekt, moet worden vermeld in het ingebruiknemings- en inventarisboekje en maakt het voorwerp uit van een afzonderlijk rapport.

Afdeling 6. - Regels betreffende schijven en penningen.

Art. 17. De kansspelen mogen alleen worden gespeeld met de volgende schijven en penningen:
1° Amerikaanse penningen die de volgende waarden vertegenwoordigen:
0,50 EURO
1 EURO
2 EURO
5 EURO
10 EURO
20 EURO
25 EURO
50 EURO
100 EURO
200 EURO
500 EURO
1.000 EURO
2.000 EURO
2° Franse schijven die de volgende waarden vertegenwoordigen:
500 EURO
1.000 EURO
2.000 EURO
2.500 EURO
5.000 EURO
10.000 EURO
25.000 EURO
3° Franse penningen die de volgende waarden vertegenwoordigen:
1 EURO
2 EURO
5 EURO
10 EURO
50 EURO
100 EURO
200 EURO

Art. 18. De casino's gebruiken eveneens niet-verhandelbare schijven die de volgende waarden vertegenwoordigen:
2 EURO
5 EURO
10 EURO
20 EURO
50 EURO
100 EURO
200 EURO
250 EURO
500 EURO
1.000 EURO
2.000 EURO
5.000 EURO
De niet-verhandelbare schijven dienen enkel voor de boekhouding van het casino.
Deze schijven worden niet gebruikt om te spelen.
De schijven en penningen moeten eigen zijn aan elk casino. Ze moeten de eigen identificatie van het casino dragen.

Art. 19. Het aanbod en de verdeling van gratis schijven en/of penningen is verboden.

Afdeling 7. - Inzet en omwisseling aan de speeltafels.

Art. 20. De aan elke tafel geldende mimimum- en maximuminzet moet duidelijk en zichtbaar worden aangegeven.

Art. 21. Aan de speeltafels mag de kasvoorraad enkel bestaan uit penningen of schijven. Omwisseling van geld in penningen en schijven is toegelaten aan de speeltafels.

Art. 22. De totale waarde van de penningen en de schijven wordt aan het begin van elk boekhoudkundig jaar vastgesteld door de houder van de vergunning, of indien het een rechtspersoon betreft, door een afgevaardigd bestuurder of door de zaakvoerder van de inrichting of door een persoon aangewezen door de vergunninghouder.

Art. 23. Als een wisselaar tijdens een partij Baccara of Chemin de Fer penningen of schijven nodig heeft, vult hij daartoe een bon in, waarvan het model als bijlage 2 bij dit besluit is gevoegd. Op die bon worden de gevraagde penningen en schijven vermeld, alsook de in te wisselen schijven of biljetten.
De bon wordt door hem en door de spelleider getekend. De met de bevoorrading belaste persoon gaat met de bon naar de centrale kas en laat zich door de kassier, die de bon ondertekent, de gevraagde schijven of penningen overhandigen in ruil voor de in te wisselen schijven of biljetten. De bon wordt in de centrale kas bewaard.
Met uitzondering van het eerste lid van dit artikel mogen de omgewisselde biljetten alleen aan het einde van de partij op het tijdstip van de telling uit de kas worden gehaald.

Afdeling 8. - Inzet en omwisseling bij de automatische kansspelen.

Art. 24. Er kan worden ingezet met stukken van minstens 1 EURO, met penningen en met eenheden van speciale betaalkaarten, die op naam van het casino zijn gesteld.

Art. 25. De centrale kas moet een speciale kas bestemd voor de uitbating van de automaten bevatten teneinde alle financiële bewerkingen ter zake te centraliseren en alle spelers de mogelijkheid te bieden hun wisseloperaties in de beste omstandigheden uit te voeren. Deze kas functioneert onder de verantwoordelijkheid van een kassier. Rondlopende wisselaars die over een vaste som beschikken, kunnen eveneens wisseloperaties uitvoeren.

Art. 26. Bij opening bestaat de kasvoorraad van de speciale kas uit muntstukken, biljetten en penningen, waarbij de penningen beschouwd worden als kaswaarden.
De kasvoorraad van de speciale kas moet op elk ogenblik kunnen worden verantwoord door de overlegging van muntstukken, penningen, biljetten, uitbetalingsbons en voorschotbons.
Na elke spelsessie wordt de kasvoorraad in zijn beginsamenstelling of in geval van telling, in zijn aanvangsbedrag hersteld.

Art. 27. De betaling van voorschotten voor de automaten door middel van de speciale kas wordt niet onmiddellijk in de algemene boekhouding opgenomen. De bij die gelegenheid opgemaakte bonnen worden, tussen twee tellingen in, beschouwd als kaswaarden.

Afdeling 9. - Voorschotten aan de speeltafels en formaliteiten ervan.

Art. 28. Aan elke speeltafel bevindt zich los van de centrale kas een afzonderlijke kas, de bank genaamd, waarover de tafelverantwoordelijke beschikt. Deze kas draagt hetzelfde volgnummer als de daarbij horende tafel en krijgt aan het begin van de partij een voorschot penningen waarvan het bedrag vastgesteld bij de opening van de speeltafel tijdens dezelfde dag niet mag wijzigen. Het bedrag van de nieuwe voorschotten die eventueel in de loop van de partij moeten worden gedaan, mag niet hoger zijn dan dat van het eerste voorschot.

Art. 29. Teneinde wisseloperaties te voorkomen moet worden voorzien in voldoende voorschotten penningen en schijven van kleine waarde. Zij worden berekend en vastgesteld op grond van het minimum van de inzetten.

Art. 30. Op het moment van de effectieve ingebruikneming van een tafel worden de penningen en schijven die het voorschot van de bij die tafel horende kas moeten gaan uitmaken, van de centrale kas van het casino overgebracht in een speciaal daarvoor bestemde doos die alleen het aantal penningen en schijven mag bevatten dat met de kasvoorraad overeenstemt. Voor wat betreft de roulettespelen kan deze kas aan de tafel bevestigd blijven. In dit laatste geval dienen alle penningen uitgestald te worden voor controle.
De penningen en schijven worden dan op de tafel uitgestald en door de croupier geteld en gecontroleerd.
Het getelde bedrag wordt in het bijzijn van de ambtenaar van het Ministerie van Financiën en van de houder van de vergunning of, indien het een rechtspersoon betreft, van een afgevaardigd bestuurder of van de zaakvoerder van de inrichting of van een personeelslid dat daartoe is aangewezen op zijn juistheid nagekeken en met klare stem afgeroepen.
Er wordt op dezelfde manier te werk gegaan wanneer de kas tijdens een partij moet worden gespijsd.
Op het einde van de partij wordt de kasvoorraad op zijn juistheid nagekeken in het bijzijn van de tafelbediendes, van de ambtenaar van het Ministerie van Financiën en van de houder van de vergunning of, indien het een rechtspersoon betreft, van een afgevaardigd bestuurder of van de zaakvoerder van de inrichting of van een persoon door deze laatste aangeduid.
Die verschillende formaliteiten moeten vrij traag worden uitgevoerd opdat de aanwezigen ze tot in de kleinste details kunnen volgen.

Afdeling 10. - Voorschotten bij de automatische kansspelen en formaliteiten ervan.

Art. 31. De automaat moet worden bijgevuld als het uitstortingsmechanisme ervan leeg raakt alvorens een winst volledig is uitbetaald of als hij onlangs in gebruik is genomen.
De zaalbediende bevoorraadt de automaat met penningen onder toezicht van de houder van de vergunning of, indien het een rechtspersoon betreft, van een afgevaardigd bestuurder of van de zaakvoerder van de inrichting of door een persoon aangewezen door deze laatste.

HOOFDSTUK II. - Speciale boekhouding van de spelen.

Afdeling 1. - Register van de " orphelins ".

Art. 32. De sommen en inzetten, evenals het kredietbedrag van de speciale betaalkaarten, die op de grond worden aangetroffen, die op de speeltafels en op de automaten of tijdens de partij worden achtergelaten en waarvan niet is geweten aan wie zij toebehoren, worden " orphelins " genoemd en ingeschreven in het register van de " orphelins ", waarvan het model als bijlage 3 bij dit besluit is gevoegd.
Het bedrag van de tijdens de partij achtergelaten sommen en inzetten wordt gevormd door het totaal van de aanvankelijk vergeten inzet en de gecumuleerde winsten ervan tot op het tijdstip waarop na het zoeken van de eigenaar, effectief is vastgesteld dat die sommen en inzetten zijn achtergelaten.
Ingeval de wettige eigenaar van de gevonden sommen en inzetten zich bekendmaakt en zijn recht erop kan bewijzen, krijgt hij ze terug en hij tekent voor ontvangst.

Art. 33. De " orphelins " worden onmiddellijk in de centrale kas van het casino gestort. Die storting wordt opgetekend in het register van de " orphelins ". Het bedrag ervan wordt in de boekhouding van het casino geboekt op de rekening " orphelins ", waarvan het kredietsaldo op het einde van het boekjaar moet overeenstemmen met het algemeen totaal opgetekend in dat register.

Afdeling 2. - Drinkgelden.

Art. 34. De bussen van drinkgelden dienen te worden geteld los van de telling van de drop, dit zijnde de niet uitwisselbare jetons en dat in het bijzijn van 2 bedienden en een ambtenaar van financiën. Indien de bussen worden verwijderd van de tafel voor de telling dienen deze permanent onder videobewaking te staan. Ook de telling zelf dient onder videobewaking te gebeuren.

HOOFDSTUK III. - Regels van toepassing op de tafelspelen.

Afdeling 1. - Algemeen.

Art. 35. Bij technische interventies aan de tafelspelen dient de bon voorzien in bijlage 4 te worden ingevuld.

Art. 36. Voor wat betreft de tafelspelen dient elke kansspelinrichting klasse 1 voorafgaand aan de uitbating aan de kansspelcommissie een dossier over te maken bevattende het spelreglement inhoudende basisspel en eventuele extra spellen, de mogelijke inzetten met vermelding van minimum en maximum en de spelbenodigdheden met vermelding van de leverancier. De kansspelcommissie neemt een beslissing binnen de drie maanden. Elke houder van een vergunning klasse A kan enkel kansspelen uitbaten waarvoor hij persoonlijk de toestemming van de kansspelcommissie heeft verkregen.
Elke wijziging in de spelregels dient op dezelfde manier te worden aangevraagd.

Afdeling 2. - Regels van toepassing op Baccara en Chemin de Fer.

Art. 37. Ingeval het casino de tegenwaarde niet meer kan waarborgen, worden de spelen, met uitzondering van Baccara en Chemin de Fer op staande voet stilgelegd.
De houder van de vergunning of, indien het een rechtspersoon betreft, een afgevaardigd bestuurder of de zaakvoerder van de inrichting brengt de commissie, de ambtenaar van het Ministerie van Financiën aanwezig in de inrichting of de korpschef van de zone waar het casino gevestigd is, hiervan onmiddellijk op de hoogte.

Art. 38. Baccara en Chemin de fer worden gespeeld met zes kaartspellen. Het zijn spelen met een speelpot waarbij een van de spelers, de " bankier ", tegen de andere spelers, de " inzetters ", uitkomt.
Het doel bestaat erin met 2 of 3 kaarten een score van 9 of het dichtst bij 9 te behalen.

Art. 39. Baccara en Chemin de fer worden op dezelfde wijze gespeeld. Het verschil ligt in de functie van de speler:
1° Baccara wordt gespeeld met een bankier van het casino of een aangeduide speler;
2° Chemin de fer wordt gespeeld met een bankier die een door het lot aangewezen speler is. In dit geval zorgt een casinobediende voor de spelbenodigdheden.

Afdeling 3. - Regels van toepassing op Big Wheel.

Art. 40. Het Big Wheel-spel wordt gespeeld met een rad onderverdeeld in 52 vakken. Het is de bedoeling in te zetten op het symbool waarop het balletje blijft liggen als het rad stilvalt.

Afdeling 4. - Regels van toepassing op Black Jack.

Art. 41. Black Jack wordt gespeeld met zes kaartspellen. Het is de bedoeling het getal 21 zo dicht mogelijk te benaderen zonder het te overschrijden.

Afdeling 5. - Regels van toepassing op Poker.

Art. 42. Poker wordt gespeeld met een kaartspel, waarbij de speler met de sterkste hand alle inzetten wint.

Afdeling 6. - Regels van toepassing op Craps.

Art. 43. Craps wordt gespeeld met twee dobbelstenen die op een speeltafel worden gegooid, waarbij het de bedoeling is in te zetten op een brede waaier van combinaties die ontstaan uit het gooien van die dobbelstenen.

Afdeling 7. - Regels van toepassing op Mini, Midi en Maxi Punto Banco.

Art. 44. Mini, Midi en Maxi Punto Banco wordt gespeeld met zes kaartspellen, waarbij het de bedoeling is om met twee of drie kaarten de Punto of de Banco te behalen, of die zo dicht mogelijk te benaderen.

Afdeling 8. - Regels van toepassing op de Roulette.

Art. 45. Amerikaanse, Engelse en Franse Roulette wordt gespeeld met een rad dat naargelang de versie ervan in 37 of 38 vakken is onderverdeeld. Het is de bedoeling op het speelveld in te zetten op de plaats die overeenkomt met de gekozen combinaties en te wachten tot het balletje stilvalt.

Afdeling 9. - Regels van toepassing op Sic Bo.

Art. 46. Sic Bo wordt gespeeld met drie dobbelstenen, waarbij het de bedoeling is in te zetten op een brede waaier van combinaties die ontstaan uit het gooien van die dobbelstenen.

Afdeling 10. - Regels van toepassing op Bingo.

Art. 47. Bingo wordt gespeeld met kaarten waarop cijfers zijn gedrukt onder de letters van het woord BINGO. Deze cijfers, die ook op de balletjes zijn weergegeven, worden lukraak gekozen door een trommel.

Afdeling 11. - Pokertoernooien.

Art. 48. Elk casino mag een maal per jaar een pokertoernooi organiseren.

Art. 49. Voorafgaand aan het toernooi moet het casino het verloop van het toernooi en de toegepaste pokerregels bepalen.
De kansspelcommissie, die daarvan ten minste drie maanden vooraf op de hoogte moet worden gebracht, moet daarmee instemmen en kan ter zake controle uitoefenen.

HOOFDSTUK IV. - Regels van toepassing op de automatische kansspelen.

Afdeling 1. - Algemeen.

Art. 50.
<Opgeheven bij KB 2009-06-11/06, art. 5, 002; Inwerkingtreding: 09-07-2009>

Art. 51.
<Opgeheven bij KB 2009-06-11/06, art. 5, 002; Inwerkingtreding: 09-07-2009>

Afdeling 2. - Werking van de automatische kansspelen.

Art. 52. De automaten zijn kansspelautomaten, ingedeeld in twee categorieën, te weten de zogenaamde " rollenautomaten " zoals Reel Slot en de spelen met " videoterminals " zoals Wheel of Fortune, paardenwedrennen, Keno en Video Slots.
Na inworp van een muntstuk of van een penning of na gebruik van een speciale betaalkaart wordt een mechanisme in werking gesteld waarbij een willekeurige combinatie van symbolen op het scherm verschijnt.
Indien de kansspelinrichting klasse I gebruik maakt van speciale betaalkaarten, dient dit systeem vooraf goedgekeurd te worden door de kansspelcommissie. Het systeem moet worden afgenomen bij een houder van een vergunning klasse E.

Afdeling 3. - Regels van toepassing op Keno.

Art. 53. Keno wordt gespeeld door middel van een raakscherm waarop een reeks cijfers van 1 tot 80 wordt weergegeven. Naar gelang van de gekozen formule kiest de speler of de automaat tussen 2 en 10 cijfers.

Afdeling 4. - Regels van toepassing op paardenwedrennen.

Art. 54. Het automatisch paardenwedrennenspel bestaat erin de resultaten van een paardenwedren te voorspellen.
Het betreft een weddenschap naar quota. De speler kan op twee wijzen inzetten:
1° ofwel zet hij in op de winnaar;
2° ofwel zet hij in op de eerste twee plaatsen.
Indien de speler na beëindiging van de wedren het winnende resultaat heeft gevonden, wordt hij uitbetaald in verhouding tot het quota van de winnaar(s).

Afdeling 5. - Regels van toepassing op het Wheel of fortune.

Art. 55. Het Wheel of fortune is samengesteld uit vier spelen, namelijk:
1° Linear Bingo;
2° Area Bingo;
3° Keno;
4° Multicards.
De spelkeuze vindt plaats bij het begin van de partij.
Tien cijfers worden geselecteerd aan de hand van balletjes die lukraak in een van de 25 genummerde vakjes van het grote rad vallen.

Afdeling 6. - Regels van toepassing op Reel Slot en Video Slot.

Art. 56. Bij de automaten van het type Reel Slot en Video Slot kruist een horizontale, verticale of schuine lijn het scherm of een combinatie van deze lijnen of de bijhorende bonusspelen.
Vanaf het ogenblik dat de speler inzet, kan hij door middel van de druktoets Start de rollen, hetzij reële: Reel Slot, hetzij virtuele: Video Slot, aan het draaien brengen. Wanneer bij het stopzetten van de rollen de symbolen op een lijn staan zoals bij een van de winnende combinaties op het bord, wint de speler
Elk toestel bevat 3 tot 9 rollen.

Afdeling 7. - Regels van toepassing op Video Poker.

Art. 57.[1 Het pokerspel wordt gespeeld op een scherm, met een gedeelte van een standaard kaartspel of één of meerdere standaard kaartspelen, naargelang het type van het gekozen spel. Verschillende jokers zijn toegelaten. Eenmaal de inzet gebeurd is, kunnen, met een druk op de knop, de kaarten verdeeld worden. Het aantal handen en het aantal kaarten per hand hangt af van het type gekozen spel. De speler kan bijkomende inzetten plaatsen tijdens het spel. Het pokerspel kan gespeeld worden op meerdere lijnen. In dit geval moet iedere lijn de regels van het pokerspel respecteren. Wanneer de speler een beslissing moet nemen, moet de machine altijd een beslissing presenteren welke zij aanbeveelt. De kaarten mogen door dobbelstenen vervangen worden voor zover het spel aan alle eisen van het pokerspel voldoet.]1
----------
(1)<KB 2009-06-11/06, art. 6, 002; Inwerkingtreding: 09-07-2009>

Art. 57/1. [1 Het interactief pokerspel is een meerspelerstoestel dat maximaal 10 spelers kan ontvangen. Een randomgenerator verdeelt de virtuele kaarten en het toestel biedt ze aan aan de aanwezige spelers. De spelregels moeten gelijk zijn aan de pokertafelspelen.
 Voor het respecteren van het uurgemiddelde, dient de inzet op deze interactieve pokerspelen uitsluitend te gebeuren door een individuele en persoonlijke spelerskaart.
 Het toestel moet, voor elke partij, de waarden samenvoegen van de speeltijd en het verlies van de speler. Het toestel moet de toegang verbieden tot het spel voor een speler waarvan het samengevoegd verlies groter is dan de gestelde limieten.
 Voor het interactief pokerspel geldt de verplichte voorwaarde op de automatische kansspelen van het minimum herverdelingsgehalte van 84 % niet.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij KB 2009-06-11/06, art. 7, 002; Inwerkingtreding: 09-07-2009>

Afdeling 8. - Regels van toepassing op Video Roulette.

Art. 58. Het automatische roulettespel kan van het materiële of het virtuele type zijn.
De winst van het spel wordt bepaald door een spelmogelijkheid die bepaald wordt door het stoppen van het balletje in één der genummerde vakken.
Eenmaal de inzet is ingebracht, dient de speler een keuze te maken uit een nummer of de combinatie waarop men wil gokken. Vervolgens brengt de startknop de roulette op gang. Wanneer het balletje stopt in één der genummerde vakken duidt dit het winnende nummer aan. De speler wordt betaald volgens zijn winnend nummer.
De materiële roulette bestaat uit een bedekte roulette gelijkend op deze die gebruikt wordt voor de tafelspelen.
De virtuele roulette wordt gespeeld op een scherm met twee niveaus. Op het eerste niveau bevindt zich de inzettafel waar de speler zijn virtuele schijven kan schikken. Op het tweede niveau verschijnt een scherm met het wiel.
Bij de materiële en virtuele roulette kan de trekking gebeuren door middel van teerlingen. Het gebruik van dobbelstenen verandert niets aan de aard van het spel dat een van het type roulette blijft.

Afdeling 9. - Regels van toepassing op Video Black Jack.

Art. 59. § 1. Het spel black-jack wordt gespeeld op een scherm met een kaartspel van 52 standaardkaarten. Het scherm wordt vernieuwd na elke kaartverdeling.
De kaartendoos kan worden samengesteld uit een maximum van zes spelen van 52 kaarten.
§ 2. De kaarten hebben dezelfde waarde als bij black-jack op tafel:
- 2/10: waarde van de kaart
- Boer, Vrouw, Koning: 10
- Aas: 1 of 11
§ 3. De automaat verdeelt de kaarten en de speler steekt de kaarten goed. Eens de kaartenverdelingen bepaald, worden de inzetten betaald naargelang de vooraf ingestelde winnende combinaties. Bij gelijkheid wint noch verliest de speler.

HOOFDSTUK V. - Technische bepalingen.

Afdeling 1. - Algemeen.

Art. 60. Aan de buitenkant van elke kansspelautomaat moet een zichtbare identificatieplaat zijn aangebracht met het serienummer van de automaat, gegraveerd of gedrukt.

Art. 61. Alle casino's moeten een nauwkeurig plan opmaken met de genummerde locatie van elke automaat evenals het serienummer vermeld op de identificatieplaat.

Afdeling 2. - Reserve.

Art. 62. De casino's mogen in een lokaal dat alle veiligheidswaarborgen biedt over een reglementaire reserve van automaten beschikken die maximum 10 % van de toegestane hoeveelheid bedraagt.
De casino's die minder dan tien automaten exploiteren, mogen over een reserveautomaat beschikken. Een reserveautomaat mag enkel gebruikt worden ter vervanging van een defect automaat.

Art. 63. Wanneer een in exploitatie genomen automaat wordt weggehaald of door een reserveautomaat wordt vervangen, moet zulks worden vermeld in het register van de technische tussenkomsten. Het model van dit register wordt als bijlage IV bij dit besluit gevoegd. Dienen in dit register te worden ingeschreven: het serienummer van de bouwer, het nummer van locatie in het casino van de verplaatste automaat en het serienummer van de vervangingsautomaat, de reden voor de verplaatsing van de automaat en de datum en het tijdstip van de verplaatsing.
De terugkeer van de automaat na herstel wordt eveneens op dezelfde wijze in het register opgetekend. Deze handelingen worden medeondertekend door de houder van de vergunning of, indien het een rechtspersoon betreft, door een afgevaardigd bestuurder of door de zaakvoerder van de inrichting, door de casinomecanicien en door de technicus van de technische dienst, ingeval zijn aanwezigheid is vereist.

Afdeling 3. - Technische tussenkomsten op de automaten.

Art. 64. Tenminste eenmaal per jaar moet op de automaten in gebruik de controle verricht worden bedoeld in alinea 3 van artikel 52 van de wet door de controle-instantie.
De revisies of herstellingen kunnen worden uitgevoerd door een technische dienst houder van een vergunning E. Die revisies of herstellingen kunnen worden gevolgd door een controle uitgevoerd door de controle-instantie.
De gewone werkzaamheden van herstel of onderhoud mogen worden uitgevoerd door de technici van de casino's voor zover dit geen zegelverbreking met zich mee brengt.

Art. 65. Alle operatoren die instaan voor de controle, de herstellingen en het onderhoud zoals bedoeld in artikel 64 van dit besluit, moeten rekenschap afleggen van hun optreden door het invullen van de technische interventiebonnen van het register van de technische tussenkomsten voorzien in bijlage IV.

Art. 66. De controle-instantie en de controledienst van de kansspelcommissie hebben de algemene verplichting om de kansspelcommissie op de hoogte te brengen van elke anomalie vastgesteld in de werking van de automaten. In spoedeisende gevallen moet de informatie onverwijld worden overgezonden, in de andere gevallen schriftelijk.

Art. 67. Enkel de kansspelcommissie en de Metrologische Dienst beschikken over de eensluidende software van de kansspelen.

HOOFDSTUK V. - Inwerkingtreding en overgangsbepalingen.

Art. 68. Het koninklijk besluit van 10 maart 2003 betreffende de werkingsregels en de nadere regels inzake de boekhouding en de controle van de kansspelen waarvan de exploitatie is toegestaan in de kansspelinrichtingen klasse I wordt opgeheven.

Art. 69. Bij wijze van overgangsmaatregel dient binnen de 30 dagen na publicatie van dit koninklijk besluit het dossier betreffende de actueel uitgebate kansspelen bij de kansspelcommissie toe te komen die een beslissing neemt binnen de drie maanden. In de periode voorafgaand aan de beslissing kan de kansspelinrichting klasse 1 deze kansspelen blijven uitbaten.

Art. 70. Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.

Art. 71. Onze Minister bevoegd voor Justitie, Onze Minister bevoegd voor Financiën, Onze Minister bevoegd voor Binnenlandse Zaken, Onze Minister bevoegd voor Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid, Onze Minister bevoegd voor Sociale Zaken en Volksgezondheid, en Onze Staatssecretaris bevoegd voor Overheidsbedrijven zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 3 december 2006.
ALBERT
Van Koningswege:
De Minister van Justitie,
Mevr. L. ONKELINX
De Minister van Financiën,
D. REYNDERS
De Minister van Binnenlandse Zaken,
P. DEWAEL
De Minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid,
M. VERWILGHEN
De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid,
R. DEMOTTE
De Staatssecretaris voor Overheidsbedrijven,
B. TUYBENS

Artikel 33 - Koninklijk besluit van 11 juni 2009 tot wijziging van verscheidene bepalingen betreffende kansspelen waarvan de exploitatie is toegelaten in de kansspelinrichtingen klasse I

Artikel 1. Artikel 1 van het koninklijk besluit van 19 juli 2001 tot vaststelling van de lijst van de kansspelen waarvan de exploitatie is toegelaten in de kansspelinrichtingen klasse I, vervangen bij het koninklijk besluit van 24 november 2004 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 17 september 2005, wordt aangevuld met een punt f), luidende als volgt:
" f) interactieve pokerspelen. "

Art. 2. Artikel 3 van hetzelfde besluit wordt opgeheven.

Art. 3. Artikel 1, 2), van het koninklijk besluit van 8 april 2003 betreffende de technische regels aangaande de werking van de automatische kansspelen waarvan de exploitatie is toegelaten in de kansspelinrichtingen klasse I, wordt opgeheven.

Art. 4. In artikel 1, 3), van hetzelfde besluit wordt de zin " zo geconstrueerd zijn dat alle gebeurtenissen en resultaten verbonden aan de spelen afhankelijk zijn van het toeval. " opgeheven.

Art. 5. De artikelen 50 en 51 van het koninklijk besluit van 3 december 2006 betreffende de werkingsregels en de nadere regels inzake de boekhouding en de controle van de kansspelen waarvan de exploitatie is toegestaan in de kansspelinrichtingen klasse I, worden opgeheven.

Art. 6. Artikel 57 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt:
" Art. 57. Het pokerspel wordt gespeeld op een scherm, met een gedeelte van een standaard kaartspel of één of meerdere standaard kaartspelen, naargelang het type van het gekozen spel. Verschillende jokers zijn toegelaten. Eenmaal de inzet gebeurd is, kunnen, met een druk op de knop, de kaarten verdeeld worden. Het aantal handen en het aantal kaarten per hand hangt af van het type gekozen spel. De speler kan bijkomende inzetten plaatsen tijdens het spel. Het pokerspel kan gespeeld worden op meerdere lijnen. In dit geval moet iedere lijn de regels van het pokerspel respecteren. Wanneer de speler een beslissing moet nemen, moet de machine altijd een beslissing presenteren welke zij aanbeveelt. De kaarten mogen door dobbelstenen vervangen worden voor zover het spel aan alle eisen van het pokerspel voldoet. ".

Art. 7. In hetzelfde besluit wordt een nieuw artikel 57/1 ingevoegd, luidende:
" Art. 57/1. Het interactief pokerspel is een meerspelerstoestel dat maximaal 10 spelers kan ontvangen. Een randomgenerator verdeelt de virtuele kaarten en het toestel biedt ze aan aan de aanwezige spelers. De spelregels moeten gelijk zijn aan de pokertafelspelen.
Voor het respecteren van het uurgemiddelde, dient de inzet op deze interactieve pokerspelen uitsluitend te gebeuren door een individuele en persoonlijke spelerskaart.
Het toestel moet, voor elke partij, de waarden samenvoegen van de speeltijd en het verlies van de speler. Het toestel moet de toegang verbieden tot het spel voor een speler waarvan het samengevoegd verlies groter is dan de gestelde limieten.
Voor het interactief pokerspel geldt de verplichte voorwaarde op de automatische kansspelen van het minimum herverdelingsgehalte van 84 % niet. ".

Art. 8. Onze minister bevoegd voor Justitie, Onze minister bevoegd voor Financiën, Onze minister bevoegd voor Volksgezondheid, Onze minister bevoegd voor Binnenlandse Zaken, Onze minister bevoegd voor Ondernemen, Onze minister bevoegd voor Overheidsbedrijven, zijn ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 11 juni 2009.
ALBERT
Van Koningswege:
De Minister van Justitie,
S. DE CLERCK
De Minister van Financiën,
D. REYNDERS
De Minister van Volksgezondheid,
Mevr. L. ONKELINX
De Minister voor Ondernemen,
V. VAN QUICKENBORNE
De Minister van Binnenlandse Zaken,
G. DE PADT
De Staatssecretaris toegevoegd aan de Minister van Justitie,
C. DEVLIES

Artikel 33 - Koninklijk besluit van 27 juli 2011 tot wijziging van het koninklijk besluit van 3 december 2006 betreffende de werkingsregels en de nadere regels inzake de boekhouding en de controle van de kansspelen waarvan de exploitatie is toegestaan in de kansspelinrichtingen klasse I

Artikel 1. In artikel 30 van het koninklijk besluit van 3 december 2006 betreffende de werkingsregels en de nadere regels inzake de boekhouding en de controle van de kansspelen waarvan de exploitatie is toegestaan in de kansspelinrichtingen klasse I worden de volgende wijzigingen aangebracht :
- in het derde en vijfde lid worden de woorden « de ambtenaar van het Ministerie van Financiën en van » opgeheven;
- het derde en vijfde lid worden aangevuld met de volgende zin : « Deze verrichting kan worden bijgewoond door een ambtenaar van de FOD Financiën of van het gewest dat de dienst van de belastingen heeft overgenomen. »
Art. 2. In artikel 34 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
- de woorden « en een ambtenaar van financiën » worden opgeheven;
- het enige lid wordt aangevuld met de volgende zin : « Deze verrichting kan worden bijgewoond door een ambtenaar van de FOD Financiën of van het gewest dat de dienst van de belastingen heeft overgenomen. »
Art. 3. In artikel 37, tweede lid, van hetzelfde besluit worden de woorden « de ambtenaar van het Ministerie van Financiën aanwezig in de inrichting » vervangen door de woorden « de ambtenaar van de FOD Financiën of van het gewest dat de dienst van de belastingen heeft overgenomen en die aanwezig kan zijn in de inrichting ».
Art. 4. De Minister bevoegd voor Justitie, de Minister bevoegd voor Financiën, de Minister bevoegd voor Volksgezondheid, de Minister bevoegd voor Ondernemen en de Minister bevoegd voor Binnenlandse zaken, zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 27 juli 2011.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Justitie,
S. DE CLERCK
De Minister van Financiën,
D. REYNDERS
De Minister van Volksgezondheid,
Mevr. L. ONKELINX
De Minister voor Ondernemen,
V. VAN QUICKENBORNE
De Minister van Binnenlandse Zaken,
Mevr. A. TURTELBOOM
De Staatssecretaris toegevoegd aan de Minister van Justitie,
C. DEVLIES

Artikel 33 - Koninklijk besluit van 27 juli 2011 tot wijziging van het koninklijk besluit van 23 mei 2003 betreffende de regels van toezicht op en de controle van de kansspelen in de kansspelinrichtingen klasse I, inzonderheid door middel van een passend informaticasysteem

Artikel 1. In artikel 5, derde lid, van het koninklijk besluit van 23 mei 2003 betreffende de regels van toezicht op en de controle van de kansspelen in de kansspelinrichtingen klasse I, inzonderheid door middel van een passend informaticasysteem, wordt het woord « vier » vervangen door « acht ».

Art. 2. In artikel 11 van hetzelfde besluit wordt paragraaf 1 vervangen als volgt :
« § 1. De kansspelcommissie stelt een protocol op dat de volgende elementen bevat :
1. Inhoud van dit document;
2. Definities en afkortingen;
3. Algemene vereisten;
4. Technische vereisten gesteld aan de kablering en de passieve componenten van het LAN;
5. Technische vereisten gesteld aan de actieve componenten van het LAN;
6. Technische vereisten gesteld aan de cliënten en servers;
7. Technische vereisten gesteld aan het lokaal voor het data-rack;
8. Technische vereisten gesteld aan de dataverbinding met de Kansspelcommissie;
9. Bijkomende vereisten gesteld aan het videotoezicht systeem;
10. Vereisten inzake accounting- en financiële informatie;
11. Vereisten inzake de registratie;
12. Vereisten inzake de technische controle;
13. Vereisten inzake de documentatie in verband met het informaticasysteem en het videotoezicht systeem;
14. Gebruik van nieuwe technologieën;
15. Standaarden inzake naamgeving voor de te verzenden bestanden;
16. Goedkeuring. »

Art. 3. De Minister bevoegd voor Justitie, de Minister bevoegd voor Financiën, de Minister bevoegd voor Volksgezondheid, de Minister bevoegd voor Ondernemen en de Minister bevoegd voor Binnenlandse zaken, zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 27 juli 2011.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Justitie,
S. DE CLERCK
De Minister van Financiën,
D. REYNDERS
De Minister van Volksgezondheid,
Mevr. L. ONKELINX
De Minister voor Ondernemen,
V. VAN QUICKENBORNE
De Minister van Binnenlandse Zaken,
Mevr. A. TURTELBOOM
De Staatssecretaris toegevoegd aan de Minister van Justitie,
C. DEVLIES

Artikel 34 - Koninklijk besluit van 22 december 2000 betreffende de werking en het beheer van de kansspelinrichtingen klasse II, de wijze van aanvraag en de vorm van de vergunning klasse B

HOOFDSTUK I. - Aanvraag.

Artikel 1. De aanvraag voor een vergunning klasse B wordt bij de kansspelcommmissie, hierna te noemen de commissie, ingediend bij ter post aangetekende brief door middel van een formulier overeenkomstig het model dat als bijlage I bij huidig besluit is opgenomen. Dit formulier wordt aan de aanvrager toegezonden, door de commissie, op zijn vraag.

HOOFDSTUK II. - Onderzoek van de aanvraag.

Art. 2. De aanvraag wordt behandeld binnen een termijn van zes maanden vanaf de dag van de ontvangst.
De beslissing van de commissie wordt aan de betrokkene meegedeeld bij ter post aangetekende brief.
In geval van een gunstige beslissing wordt een vergunning klasse B, waarvan het model als bijlage II bij dit besluit is gevoegd, bezorgd aan de betrokkene.

Art. 3. Een plan van de wijk, waarop op duidelijke wijze wordt aangeduid in een straal van 500 meter rond de inrichting, de onderwijsinstellingen, de ziekenhuizen, de plaatsen die vooral door jongeren worden bezocht, de plaatsen waar erediensten worden gehouden en de gevangenissen, moet aan de commissie worden bezorgd op hetzelfde tijdstip als de aanvraag voor de vergunning.
Dit plan heeft als schaal 1 cm/2500 cm.

Art. 4. Een afschrift van het plan van de inrichting bevattende de ruimtelijke configuratie van alle kansspelen en de ligging van alle lokalen, zelfs die lokalen bestemd voor privé-gebruik, moet toegestuurd worden aan de commissie en dit, één maand na de opening van de speelzalen.
De commissie wordt van elke wijziging van dit plan op de hoogte gebracht door de verzending van een nieuw afschrift aan de commissie, binnen de maand die volgt op de verbouwingen.

HOOFDSTUK III. - Algemeenheden.

Art. 5. De openings- en sluitingsuren van de inrichting worden vermeld in de vergunning klasse B.

Art. 6. De houder van de vergunning indien het gaat om een natuurlijk persoon of de bestuurder of zaakvoerder, indien het gaat om een rechtspersoon moet waken over de eerlijkheid van de spelen en over de regelmatigheid van hun werking.

HOOFDSTUK IV. - De vestiging van de inrichtingen.

Art. 7. 180 vestigingsvergunningen worden rechtstreeks verdeeld tussen de gemeenten enerzijds en de arrondissementen anderzijds.
De volkstelling van 1 maart 1991 en de classificatie van de gemeenten volgens de Nieuwe gemeentewet gelden als verspreidingsbasis voor de vestigings-vergunningen van inrichtingen binnen de gemeenten, met dien verstande dat de gebruikte klassen deze zijn welke aan de gemeenten worden toegewezen per 10 juli 2000.
<NOTA: Art. 7 is vernietigd bij het arrest van de Raad van State, nr 114.688 van 20 januari 2003 ; zie B.St. 18-12-2003, p. 59650 en Erratum in B.St. 24-12-2003, p. 60788>

Art. 8. Wanneer de gemeente verschillende conventies afsluit, rangschikt zij de kandidaten in volgorde van voorkeur waarbij de datum van de eerste exploitatie van de inrichting wordt aangegeven.
De gemeente deelt het klassement dat ze opgesteld heeft mede aan de commissie.
<NOTA: Art. 8 is vernietigd bij het arrest van de Raad van State, nr 114.688 van 20 januari 2003 ; zie B.St. 18-12-2003, p. 59650 en Erratum in B.St. 24-12-2003, p. 60788>

Art. 9. De klasse 19 geeft de gemeente de mogelijkheid tot maximum één vestigingstoelating.
De klasse 20 geeft de gemeente de mogelijkheid tot maximum twee vestigingstoelatingen.
De klasse 21 geeft de gemeente de mogelijkheid tot maximum drie vestigingstoelatingen.
De klasse 22 geeft de gemeente de mogelijkheid tot maximum één vestigingstoelating vanaf 35.000 inwoners en één bijkomende per volledige schijf van 50.000 inwoners.
<NOTA: Art. 9 is vernietigd bij het arrest van de Raad van State, nr 114.688 van 20 januari 2003 ; zie B.St. 18-12-2003, p. 59650 en Erratum in B.St. 24-12-2003, p. 60788>

Art. 10. Bij toepassing van het artikel 9 van dit koninklijk besluit, worden 116 vestigingsvergunningen voor een inrichting rechtstreeks toegestaan aan de gemeenten vermeld in bijlage III van dit besluit en 64 vestigingsvergunningen voor een inrichting worden rechtstreeks toegestaan aan de arrondissementen vermeld in bijlage IV van dit besluit.
<NOTA: Art. 10 is vernietigd bij het arrest van de Raad van State, nr 114.688 van 20 januari 2003 ; zie B.St. 18-12-2003, p. 59650 en Erratum in B.St. 24-12-2003, p. 60788>

Art. 11. Voor wat betreft de gemeenten met een klassering lager dan klasse 19, worden binnen een arrondissement, de vestigingstoelatingen voor een inrichting als volgt verdeeld: de vestigingstoelatingen worden gegeven aan de gemeenten met de hoogste klasse, met dien verstande dat de klassering lager moet zijn dan klasse 19.
De vestiging van een inrichting in een gemeente, wordt bepaald door de klasse van de gemeente en de volkstelling van 1 maart 1991 waarbij de klasse van de gemeente het belangrijkste criterium is.
Wanneer verschillende gemeenten tot dezelfde klasse behoren, wordt de vestigingsvergunning ambtshalve toegekend aan de gemeente met het meeste inwoners.
Er wordt slechts één vergunning per gemeente afgeleverd.
De inrichting mag zich niet vestigen in een gemeente die reeds voorkomt op de lijst van bijlage III van dit besluit.
<NOTA: Art. 11 is vernietigd bij het arrest van de Raad van State, nr 114.688 van 20 januari 2003 ; zie B.St. 18-12-2003, p. 59650 en Erratum in B.St. 24-12-2003, p. 60788>

HOOFDSTUK V. - De verplichtingen van de verantwoordelijke.

Art. 12. § 1. De houder van de vergunning, indien het gaat om een natuurlijk persoon of de bestuurder of zaakvoerder, indien het gaat om een rechtspersoon mag zich tijdelijk laten vervangen als verantwoordelijke van de inrichting. De volledige gegevens van de vervanger moeten ter kennis gebracht worden van de commissie ter gelegenheid van de controles.
Tijdens zijn afwezigheid, moet hij zijn volledige gegevens doorgeven aan de vervanger zodat hij op ieder ogenblik kan gecontacteerd worden door de controleurs aangeduid door de commissie.
Is de houder van de vergunning, indien het gaat om een natuurlijk persoon of de bestuurder of zaakvoerder, indien het gaat om een rechtspersoon, meer dan twee weken afwezig, dan moet de persoon die hem vervangt onmiddellijk zijn afwezigheid melden aan de commissie.
§ 2. De persoon aangeduid als verantwoordelijke voor de inrichting door de directieraad in vervanging van de houder van de vergunning, indien het gaat om een natuurlijk persoon of de bestuurder of zaakvoerder, indien het gaat om een rechtspersoon moet enerzijds beschikken over het geheel der documenten die de afzonderlijke boekhouding van de spelen en van de handelsboekhouding uitmaken en anderzijds de vereiste volmachten bezitten om antwoord te kunnen geven op de vragen of de opmerkingen van de controleurs aangeduid door de commissie.

Art. 13. De houder van de vergunning, indien het gaat om een natuurlijk persoon of de bestuurder of zaakvoerder, indien het gaat om een rechtspersoon is verplicht eens per jaar, hetzij tegen 31 januari, aan de commissie de nominatieve lijst mee te delen met de functie van de personen die enige beroepsactiviteit uitoefenen in de inrichting op 31 januari van het lopende jaar.
Hij moet een afschrift bewaren van dit document ten einde het ter beschikking te kunnen stellen van de controleurs aangeduid door de commissie.

Art. 14. § 1. De houder van de vergunning, indien het gaat om een natuurlijk persoon of de bestuurder of zaakvoerder, indien het gaat om een rechtspersoon is verplicht op zichtbare wijze, aan de ingang van elke speelzaal een bord te hangen met de hieronder vermelde tekst:
" In deze inrichting worden met vergunning nummer .... Kansspelen geëxploiteerd.
Worden niet toegelaten in de speelzalen van de inrichtingen klasse II, personen die jonger zijn dan 21 jaar.
Het is verboden alcohol te gebruiken binnen de speelzalen van de inrichting.
Er mogen noch leningen noch voorschotten toegestaan worden.
Een folder die de speler waarschuwt voor gokverslaving die resulteert uit misbruik, is beschikbaar. ".
Dit bord wordt door de commissie ter beschikking gesteld van de kansspelinrichtingen klasse II.
§ 2. De beschrijving van de werking van de spelen die zich er bevinden alsook de werkingsregels van de spelen moeten ook duidelijk leesbaar aangebracht worden aan de ingang van de speelzaal.

Art. 15. De folder met informatie over gokverslaving, het telefoonnummer van de hulplijn 0800 en de adressen van hulpverleners moet beschikbaar zijn voor het publiek, op een standaard, aan de in- en uitgang van elke speelzaal. Het aantal folders moet altijd voldoende zijn om aan de vraag van het klienteel tegemoet te komen.

HOOFDSTUK VI. - De administratie van het personeel.

Art. 16. Wanneer het ontslag door de werkgever zelf van de inrichting betekend wordt aan een lid van zijn personeel, wordt onmiddellijk een gemotiveerd advies uitgebracht aan de commissie. De commissie krijgt eveneens kennis van elk ontslag van een speelzaalemployé.

Art. 17. Enkel de houder van de vergunning, indien het gaat om een natuurlijk persoon of enkel de bestuurder of zaakvoerder, indien het gaat om een rechtspersoon hebben de hoedanigheid, in het kader van hun respectievelijke bevoegdheden, om zich bezig te houden met de exploitatie van de kansspelen.
Het personeel dat werkt in de inrichting wordt geplaatst onder het uitsluitend gezag van deze laatste.

HOOFDSTUK VII. - De controle.

Art. 18. Tijdens een controle ter plaatse moet het geheel der documenten betreffende de vergunningen, het beheer, de werking, de boekhouding en het toezicht van de inrichting permanent ter beschikking zijn van de commissie.

HOOFDSTUK VIII. - Overgangs- en slotbepalingen.

Art. 19. De exploitanten van de reeds bestaande lunaparken mogen hun inrichting verder exploiteren tot op het ogenblik dat de commissie een beslissing heeft genomen over hun aanvraag, op voorwaarde dat de aanvraag volledig is en werd ingediend binnen een termijn van één maand na de inwerkingtreding van dit besluit.
Als de commissie een beslissing over de aanvraag heeft genomen:
a) beschikken de exploitanten over een periode van drie maanden om de exploitatie van de kansspelinrichting klasse II stop te zetten, als de vergunning is geweigerd, en dit vanaf de datum van kennisgeving;
b) beschikken de exploitanten over een periode van twaalf maanden om de exploitatie van de kansspelinrichting klasse II aan te passen overeenkomstig dit besluit, en dit vanaf de datum van het toekennen van de vergunning klasse B.

HOOFDSTUK IX. - Inwerkingtreding.

Art. 20. Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.

Art. 21. Onze Minister van Justitie, Onze Minister van Financiën, Onze Minister van Economie, Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Onze Minister van Volksgezondheid zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 22 december 2000.
ALBERT
Van Koningswege:
De Minister van Justitie,
M. VERWILGHEN
De Minister van Financiën,
D. REYNDERS
De Minister van Economie,
Ch. PICQUE
De Minister van Binnenlandse Zaken,
A. DUQUESNE
De Minister van Volksgezondheid,
Mevr. M. AELVOET

Artikel 38 - Koninklijk besluit van 22 december 2000 betreffende de werking en het beheer van de kansspelinrichtingen klasse II, de wijze van aanvraag en de vorm van de vergunning klasse B

HOOFDSTUK I. - Aanvraag.

Artikel 1. De aanvraag voor een vergunning klasse B wordt bij de kansspelcommmissie, hierna te noemen de commissie, ingediend bij ter post aangetekende brief door middel van een formulier overeenkomstig het model dat als bijlage I bij huidig besluit is opgenomen. Dit formulier wordt aan de aanvrager toegezonden, door de commissie, op zijn vraag.

HOOFDSTUK II. - Onderzoek van de aanvraag.

Art. 2. De aanvraag wordt behandeld binnen een termijn van zes maanden vanaf de dag van de ontvangst.
De beslissing van de commissie wordt aan de betrokkene meegedeeld bij ter post aangetekende brief.
In geval van een gunstige beslissing wordt een vergunning klasse B, waarvan het model als bijlage II bij dit besluit is gevoegd, bezorgd aan de betrokkene.

Art. 3. Een plan van de wijk, waarop op duidelijke wijze wordt aangeduid in een straal van 500 meter rond de inrichting, de onderwijsinstellingen, de ziekenhuizen, de plaatsen die vooral door jongeren worden bezocht, de plaatsen waar erediensten worden gehouden en de gevangenissen, moet aan de commissie worden bezorgd op hetzelfde tijdstip als de aanvraag voor de vergunning.
Dit plan heeft als schaal 1 cm/2500 cm.

Art. 4. Een afschrift van het plan van de inrichting bevattende de ruimtelijke configuratie van alle kansspelen en de ligging van alle lokalen, zelfs die lokalen bestemd voor privé-gebruik, moet toegestuurd worden aan de commissie en dit, één maand na de opening van de speelzalen.
De commissie wordt van elke wijziging van dit plan op de hoogte gebracht door de verzending van een nieuw afschrift aan de commissie, binnen de maand die volgt op de verbouwingen.

HOOFDSTUK III. - Algemeenheden.

Art. 5. De openings- en sluitingsuren van de inrichting worden vermeld in de vergunning klasse B.

Art. 6. De houder van de vergunning indien het gaat om een natuurlijk persoon of de bestuurder of zaakvoerder, indien het gaat om een rechtspersoon moet waken over de eerlijkheid van de spelen en over de regelmatigheid van hun werking.

HOOFDSTUK IV. - De vestiging van de inrichtingen.

Art. 7. 180 vestigingsvergunningen worden rechtstreeks verdeeld tussen de gemeenten enerzijds en de arrondissementen anderzijds.
De volkstelling van 1 maart 1991 en de classificatie van de gemeenten volgens de Nieuwe gemeentewet gelden als verspreidingsbasis voor de vestigings-vergunningen van inrichtingen binnen de gemeenten, met dien verstande dat de gebruikte klassen deze zijn welke aan de gemeenten worden toegewezen per 10 juli 2000.
<NOTA: Art. 7 is vernietigd bij het arrest van de Raad van State, nr 114.688 van 20 januari 2003 ; zie B.St. 18-12-2003, p. 59650 en Erratum in B.St. 24-12-2003, p. 60788>

Art. 8. Wanneer de gemeente verschillende conventies afsluit, rangschikt zij de kandidaten in volgorde van voorkeur waarbij de datum van de eerste exploitatie van de inrichting wordt aangegeven.
De gemeente deelt het klassement dat ze opgesteld heeft mede aan de commissie.
<NOTA: Art. 8 is vernietigd bij het arrest van de Raad van State, nr 114.688 van 20 januari 2003 ; zie B.St. 18-12-2003, p. 59650 en Erratum in B.St. 24-12-2003, p. 60788>

Art. 9. De klasse 19 geeft de gemeente de mogelijkheid tot maximum één vestigingstoelating.
De klasse 20 geeft de gemeente de mogelijkheid tot maximum twee vestigingstoelatingen.
De klasse 21 geeft de gemeente de mogelijkheid tot maximum drie vestigingstoelatingen.
De klasse 22 geeft de gemeente de mogelijkheid tot maximum één vestigingstoelating vanaf 35.000 inwoners en één bijkomende per volledige schijf van 50.000 inwoners.
<NOTA: Art. 9 is vernietigd bij het arrest van de Raad van State, nr 114.688 van 20 januari 2003 ; zie B.St. 18-12-2003, p. 59650 en Erratum in B.St. 24-12-2003, p. 60788>

Art. 10. Bij toepassing van het artikel 9 van dit koninklijk besluit, worden 116 vestigingsvergunningen voor een inrichting rechtstreeks toegestaan aan de gemeenten vermeld in bijlage III van dit besluit en 64 vestigingsvergunningen voor een inrichting worden rechtstreeks toegestaan aan de arrondissementen vermeld in bijlage IV van dit besluit.
<NOTA: Art. 10 is vernietigd bij het arrest van de Raad van State, nr 114.688 van 20 januari 2003 ; zie B.St. 18-12-2003, p. 59650 en Erratum in B.St. 24-12-2003, p. 60788>

Art. 11. Voor wat betreft de gemeenten met een klassering lager dan klasse 19, worden binnen een arrondissement, de vestigingstoelatingen voor een inrichting als volgt verdeeld: de vestigingstoelatingen worden gegeven aan de gemeenten met de hoogste klasse, met dien verstande dat de klassering lager moet zijn dan klasse 19.
De vestiging van een inrichting in een gemeente, wordt bepaald door de klasse van de gemeente en de volkstelling van 1 maart 1991 waarbij de klasse van de gemeente het belangrijkste criterium is.
Wanneer verschillende gemeenten tot dezelfde klasse behoren, wordt de vestigingsvergunning ambtshalve toegekend aan de gemeente met het meeste inwoners.
Er wordt slechts één vergunning per gemeente afgeleverd.
De inrichting mag zich niet vestigen in een gemeente die reeds voorkomt op de lijst van bijlage III van dit besluit.
<NOTA: Art. 11 is vernietigd bij het arrest van de Raad van State, nr 114.688 van 20 januari 2003 ; zie B.St. 18-12-2003, p. 59650 en Erratum in B.St. 24-12-2003, p. 60788>

HOOFDSTUK V. - De verplichtingen van de verantwoordelijke.

Art. 12. § 1. De houder van de vergunning, indien het gaat om een natuurlijk persoon of de bestuurder of zaakvoerder, indien het gaat om een rechtspersoon mag zich tijdelijk laten vervangen als verantwoordelijke van de inrichting. De volledige gegevens van de vervanger moeten ter kennis gebracht worden van de commissie ter gelegenheid van de controles.
Tijdens zijn afwezigheid, moet hij zijn volledige gegevens doorgeven aan de vervanger zodat hij op ieder ogenblik kan gecontacteerd worden door de controleurs aangeduid door de commissie.
Is de houder van de vergunning, indien het gaat om een natuurlijk persoon of de bestuurder of zaakvoerder, indien het gaat om een rechtspersoon, meer dan twee weken afwezig, dan moet de persoon die hem vervangt onmiddellijk zijn afwezigheid melden aan de commissie.
§ 2. De persoon aangeduid als verantwoordelijke voor de inrichting door de directieraad in vervanging van de houder van de vergunning, indien het gaat om een natuurlijk persoon of de bestuurder of zaakvoerder, indien het gaat om een rechtspersoon moet enerzijds beschikken over het geheel der documenten die de afzonderlijke boekhouding van de spelen en van de handelsboekhouding uitmaken en anderzijds de vereiste volmachten bezitten om antwoord te kunnen geven op de vragen of de opmerkingen van de controleurs aangeduid door de commissie.

Art. 13. De houder van de vergunning, indien het gaat om een natuurlijk persoon of de bestuurder of zaakvoerder, indien het gaat om een rechtspersoon is verplicht eens per jaar, hetzij tegen 31 januari, aan de commissie de nominatieve lijst mee te delen met de functie van de personen die enige beroepsactiviteit uitoefenen in de inrichting op 31 januari van het lopende jaar.
Hij moet een afschrift bewaren van dit document ten einde het ter beschikking te kunnen stellen van de controleurs aangeduid door de commissie.

Art. 14. § 1. De houder van de vergunning, indien het gaat om een natuurlijk persoon of de bestuurder of zaakvoerder, indien het gaat om een rechtspersoon is verplicht op zichtbare wijze, aan de ingang van elke speelzaal een bord te hangen met de hieronder vermelde tekst:
" In deze inrichting worden met vergunning nummer .... Kansspelen geëxploiteerd.
Worden niet toegelaten in de speelzalen van de inrichtingen klasse II, personen die jonger zijn dan 21 jaar.
Het is verboden alcohol te gebruiken binnen de speelzalen van de inrichting.
Er mogen noch leningen noch voorschotten toegestaan worden.
Een folder die de speler waarschuwt voor gokverslaving die resulteert uit misbruik, is beschikbaar. ".
Dit bord wordt door de commissie ter beschikking gesteld van de kansspelinrichtingen klasse II.
§ 2. De beschrijving van de werking van de spelen die zich er bevinden alsook de werkingsregels van de spelen moeten ook duidelijk leesbaar aangebracht worden aan de ingang van de speelzaal.

Art. 15. De folder met informatie over gokverslaving, het telefoonnummer van de hulplijn 0800 en de adressen van hulpverleners moet beschikbaar zijn voor het publiek, op een standaard, aan de in- en uitgang van elke speelzaal. Het aantal folders moet altijd voldoende zijn om aan de vraag van het klienteel tegemoet te komen.

HOOFDSTUK VI. - De administratie van het personeel.

Art. 16. Wanneer het ontslag door de werkgever zelf van de inrichting betekend wordt aan een lid van zijn personeel, wordt onmiddellijk een gemotiveerd advies uitgebracht aan de commissie. De commissie krijgt eveneens kennis van elk ontslag van een speelzaalemployé.

Art. 17. Enkel de houder van de vergunning, indien het gaat om een natuurlijk persoon of enkel de bestuurder of zaakvoerder, indien het gaat om een rechtspersoon hebben de hoedanigheid, in het kader van hun respectievelijke bevoegdheden, om zich bezig te houden met de exploitatie van de kansspelen.
Het personeel dat werkt in de inrichting wordt geplaatst onder het uitsluitend gezag van deze laatste.

HOOFDSTUK VII. - De controle.

Art. 18. Tijdens een controle ter plaatse moet het geheel der documenten betreffende de vergunningen, het beheer, de werking, de boekhouding en het toezicht van de inrichting permanent ter beschikking zijn van de commissie.

HOOFDSTUK VIII. - Overgangs- en slotbepalingen.

Art. 19. De exploitanten van de reeds bestaande lunaparken mogen hun inrichting verder exploiteren tot op het ogenblik dat de commissie een beslissing heeft genomen over hun aanvraag, op voorwaarde dat de aanvraag volledig is en werd ingediend binnen een termijn van één maand na de inwerkingtreding van dit besluit.
Als de commissie een beslissing over de aanvraag heeft genomen:
a) beschikken de exploitanten over een periode van drie maanden om de exploitatie van de kansspelinrichting klasse II stop te zetten, als de vergunning is geweigerd, en dit vanaf de datum van kennisgeving;
b) beschikken de exploitanten over een periode van twaalf maanden om de exploitatie van de kansspelinrichting klasse II aan te passen overeenkomstig dit besluit, en dit vanaf de datum van het toekennen van de vergunning klasse B.

HOOFDSTUK IX. - Inwerkingtreding.

Art. 20. Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.

Art. 21. Onze Minister van Justitie, Onze Minister van Financiën, Onze Minister van Economie, Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Onze Minister van Volksgezondheid zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 22 december 2000.
ALBERT
Van Koningswege:
De Minister van Justitie,
M. VERWILGHEN
De Minister van Financiën,
D. REYNDERS
De Minister van Economie,
Ch. PICQUE
De Minister van Binnenlandse Zaken,
A. DUQUESNE
De Minister van Volksgezondheid,
Mevr. M. AELVOET

Artikel 38 - Koninklijk besluit van 8 april 2003 betreffende de werking van de automatische kansspelen waarvan de exploitatie is toegelaten in de kansspelinrichtingen klasse II

Hoofdstuk I. - [1 Verplichtingen voor de categorie van automatische spelen zonder spelerskaart.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij KB 2009-06-11/07, art. 1, 003; Inwerkingtreding: 09-07-2009>

Artikel 1. Elk toestel dienstig voor kansspelen in kansspelinrichtingen klasse II, moet opnieuw kunnen starten zonder verlies van gegevens na een stroomonderbreking.
De samenhang en verbinding met andere toestellen en systemen mogen in geen geval invloed uitoefenen op de gebeurtenissen en de resultaten verbonden aan de kansspelen voorgesteld door de automaat.

Art. 2. § 1. Alle gebeurtenissen en resultaten verbonden aan de spelen moeten afhankelijk zijn van het toeval. Vormen met name gebeurtenissen en resultaten, verbonden aan de spelen, die kunnen voorkomen volgens een waarschijnlijkheidsgraad in een automatisch kansspel:
a) symbolen;
b) getrokken getallen;
c) kaarten;
d) dobbelsteenconfiguraties;
e) cijfercombinaties.
§ 2. De gebeurtenissen en de resultaten verbonden aan de spelen moeten afhangen van het toeval als zij voortgebracht worden door een generator van kanscijfers of door een ander middel gebaseerd op de tussenkomst van het lot;
De handelingen gesteld door de speler mogen het resultaat niet bepalen.
§ 3. De inwerkingstelling van de gebeurtenissen verbonden aan de spelen mag enkel bepaald worden door vaste parameters.
Het gebruik, bij een nieuwe partij, van gebeurtenissen of resultaten verbonden aan het spel, bepaald of geselecteerd door een speler bij de vorige partij, is toegelaten. Zij mogen evenwel niet de gebeurtenissen of resultaten conditioneren gebonden aan het spel, want deze moeten tijdens de nieuwe partij afhangen van het toeval.
§ 4. Het is toegelaten verscheidene parameters te gebruiken die een verschillend gehalte van herverdeling vertonen en een variabel aantal feiten en resultaten gebonden aan de winsten. De aanvullende parameters moeten alle winstniveaus inhouden voorgesteld door de automaat en mogen niet lager zijn dan het minimum herverdelingsgehalte.
§ 5. De interne statistiek van de gebeurtenissen verbonden aan de spelen, waarover de automaat beschikt om het herverdelingsgehalte te berekenen, mag in geen geval de generator van de kanscijfers beïnvloeden. De generator mag in geen geval aangesloten zijn op tellers of op een systeem van intern toezicht.

Art. 3. Een automatisch toestel dienend voor de kansspelen moet een theoretisch herverdelingsgehalte vertonen van minstens 84 %.
(Tweede lid opgeheven) <KB 2004-06-14/35, art. 1, 002; Inwerkingtreding: 01-07-2004>
(Het herverdelingsgehalte, beoogd in het voorgaande lid, moet worden bepaald door middel van erkende methodes van kansberekening, naargelang het potentieel aantal resultaten verbonden aan de spelen, of aangetoond door speltesten.) <KB 2004-06-14/35, art. 2, 002; Inwerkingtreding: 01-07-2004>

Art. 4. De partij begint wanneer de speler de inwerkingstelling veroorzaakt door het inbrengen van een inzet en zij eindigt met het resultaat van winst of verlies, vooraleer een inzet wordt vereist voor de inwerkingstelling van een nieuwe partij.

Art. 5.Het model van de automatische kansspelen bestemd voor exploitatie in een inrichting klasse II moet als volgt worden opgevat:
a) [1 ...]1
b) [2 De inzetten moeten minstens kunnen gebeuren met Belgische muntstukken.]2
c) [3 De maximum inzet bedraagt 0,25 euro.
 De totale inzet per spel mag samengesteld worden uit meerdere inzetten (multiple inzet).
 Het spel moet met een inzet tussen 0,10 euro en 0,25 euro kunnen starten.
 Door iedere druk op de knop " stake " (of equivalent) mag de inzet enkel stijgen met een bedrag tussen:
 - 0,10 euro en 1,00 euro voor de monopostmachines of multipostmachines met een speeltijd van kleiner dan 60 seconden;
 - 0,10 euro en 5,00 euro voor de multipostmachines met een speeltijd gelijk aan of groter dan 60 seconden.
 De totale inzet per spel moet begrensd worden tot een waarde bepaald tijdens de modelgoedkeuring door gebruik te maken van de volgende formule:
 Emax = (2 x PH/(1-TR) x TP/3600) - Emin (voor monopostmachines of multipostmachines met een speeltijd van kleiner dan 60 seconden)
 Emax = (4 x PH/(1-TR) x TP/3600) - Emin (voor multipostmachines met een speeltijd gelijk aan of groter dan 60 seconden)
 Emax = maximale " totale inzet " toegelaten per spel
 PH = maximaal gemiddeld uurverlies bepaald in d);
 TR = werkelijk herverdelingsgehalte bepaald tijdens de modelgoedkeuring (indien het herverdelingsgehalte afhangt van de inzet, dan wordt de berekening gedaan voor elke mogelijke inzet)
 TP = minimum speltijd
 Emin = minimale mogelijke inzet per spel (waarde tussen 0,10 euro en 0,25 euro)
 De waarde van Emax afgerond tot de laagst mogelijke munteenheid, is de maximale " totale inzet " toegelaten per spel.
 Evenwel, om uit te sluiten dat er onaanvaardbare inzetten mogelijk zouden zijn, wordt de waarde van de maximum toegelaten inzet per partij gelimiteerd tot 100 keer de basisinzet (zijnde dus 25,00 euro) voor monopostmachines of multipost-machines met een speeltijd van kleiner dan 60 seconden en 600 keer de basisinzet (zijnde dus 150,00 euro) voor multipostmachines met een speeltijd gelijk aan of groter dan 60 seconden).]3
d) het gemiddelde uurverlies mag niet hoger zijn dan (25,00 EUR); <KB 2004-06-14/35, art. 4, 002; Inwerkingtreding: 01-07-2004>
e) de betaling geschiedt zodra de speler het betalingsmechanisme in werking stelt;
f) [4 ...]4
g) [5 Per spel mag de speler niet meer dan 200 maal de maximale totale inzet, zoals bepaald in artikel 5, c), ontvangen.
 De maximale winst per spel mag echter niet hoger liggen dan 500,00 euro voor een monospeler of multipostmachine met een speeltijd van kleiner dan 60 seconden en 2.000,00 euro per terminal bij een multipostmachine met een speeltijd gelijk aan of groter dan 60 seconden.
 De automaat moet de inzetmogelijkheden van de speler begrenzen opdat de mogelijke winst per partij, de maximale winst die bepaald werd door de modelgoedkeuring, niet overschreden kan worden.]5
h) als de automaat gelijktijdig meerdere spelers kan ontvangen, op basis van een centraal toevalsproces, bevat elke terminal, een mogelijkheid van toegang en van inzet, en moet voldoen aan de hierboven gestelde criteria;
i) indien de automaat verschillende spelers gelijktijdig kan ontvangen op grond van een centraal toevalsproces, mag geen enkele wederzijdse invloed plaats vinden tussen de individuele eenheden waarin de spelers zich bevinden;
j) de minimumduur van een partij moet minstens 3 seconden bedragen;
k) op het scherm bevindt zich een winstteller die de hoegrootheid van de onmiddellijke winst aangeeft.
----------
(1)<KB 2009-06-11/07, art. 2, 003; Inwerkingtreding: 09-07-2009>
(2)<KB 2009-06-11/07, art. 3, 003; Inwerkingtreding: 09-07-2009>
(3)<KB 2009-06-11/07, art. 4, 003; Inwerkingtreding: 09-07-2009>
(4)<KB 2009-06-11/07, art. 5, 003; Inwerkingtreding: 09-07-2009>
(5)<KB 2009-06-11/07, art. 6, 003; Inwerkingtreding: 09-07-2009>
 

Art. 6.Elk toestel dat dient voor kansspelen in een kansspelinrichtingen klasse II, moet:
1) uitgerust zijn met een intern toezichtsysteem;
2) [1 ...]1
3) beschermd zijn tegen externe invloeden, in het bijzonder tegen elektromagnetische en elektrostatische interferenties en tegen radio-elektrische golven overeenkomstig de Europese Richtlijn89/336/CEE.
----------
(1)<KB 2009-06-11/07, art. 7, 003; Inwerkingtreding: 09-07-2009>

Art. 7. Een automatisch toestel ten behoeve van kansspelen moet uitgerust zijn met elektronische tellers met minstens acht cijfers en met elektromechanische tellers met minstens zes cijfers.
De elektronische tellers moeten een precisiegraad van 99,99 % vertonen en zich terug instellen op nul, met aangeving van deze verrichting, zodra ze hun maximale bekendmakingcapaciteit bereikt hebben.
De elektromechanische tellers moeten beantwoorden aan de erkende technische staat.

Art. 8.De elektronische tellers voorzien in artikel 7 van dit besluit moeten minstens registreren:
1) de geldstroom, in het bijzonder volgende transacties:
a) het aantal ingevoerde stukken, gewoonlijk genoemd coin in ;
b) het aantal betaalde stukken, gewoonlijk genoemd coin out ;
c) het aantal stukken behouden door de automaat, gewoonlijk genoemd coin drop ;
d) het totaal van de winsten betaald door de centrale kassa, gewoonlijk genoemd handpay ;
2) het totaal bedrag van de inzetten [1 ...]1 ;
3) het bedrag van de totale winst;
4) het aantal partijen;
5) de dode momenten en onderbrekingen in de werking van de toestellen;
6) de openingen van de toestellen en compartimenten waar het geld zich bevindt.
De elektromechanische tellers moeten dezelfde gegevens registreren als de elektronische tellers, voor zover dit technisch mogelijk is.
----------
(1)<KB 2009-06-11/07, art. 8, 003; Inwerkingtreding: 09-07-2009>

Hoofdstuk II. - [1 Verplichtingen voor de categorie van automatische spelen met spelerskaart.]1

----------
(1)<Ingevoegd bij KB 2009-06-11/07, art. 9, 003; Inwerkingtreding: 09-07-2009>

Art. 9.[1 Elk toestel dienstig voor kansspelen in kansspelinrichtingen klasse II, moet opnieuw kunnen starten zonder verlies van gegevens na een stroomonderbreking. De samenhang en verbinding met andere toestellen en systemen mogen in geen geval invloed uitoefenen op de gebeurtenissen en de resultaten verbonden aan de kansspelen voorgesteld door de automaat.]1
----------
(1)<KB 2009-06-11/07, art. 10, 003; Inwerkingtreding: 09-07-2009>

Art. 10.[1 § 1. Alle gebeurtenissen en resultaten verbonden aan de spelen moeten afhankelijk zijn van het toeval. Vormen met name gebeurtenissen en resultaten, verbonden aan de spelen, die kunnen voorkomen volgens een waarschijnlijkheidsgraad in een automatisch kansspel:
 a. symbolen;
 b. getrokken getallen;
 c. kaarten;
 d. dobbelsteenconfiguraties;
 e. cijfercombinaties.
 § 2. De gebeurtenissen en de resultaten verbonden aan de spelen moeten afhangen van het toeval als zij voortgebracht worden door een generator van kanscijfers of door een ander middel gebaseerd op de tussenkomst van het lot.
 De handelingen gesteld door de speler mogen het resultaat niet bepalen.
 § 3. De inwerkingstelling van de gebeurtenissen verbonden aan de spelen mag enkel bepaald worden door vaste parameters.
 Het gebruik, bij een nieuwe partij, van gebeurtenissen of resultaten verbonden aan het spel, bepaald of geselecteerd door een speler bij de vorige partij, is toegelaten. Zij mogen evenwel niet de gebeurtenissen of resultaten conditioneren gebonden aan het spel, want deze moeten tijdens de nieuwe partij afhangen van het toeval.
 § 4. De interne statistiek van de gebeurtenissen verbonden aan de spelen, waarover de automaat beschikt om het herverdelingsgehalte te berekenen, mag in geen geval de generator van de kanscijfers beïnvloeden. De generator mag in geen geval aangesloten zijn op tellers of op een systeem van intern toezicht.]1
----------
(1)<KB 2009-06-11/07, art. 11, 003; Inwerkingtreding: 09-07-2009>

Art. 11.[1 Voor het respect van het uurgemiddelde dient de inzet op deze automatische spelen met spelerskaart uitsluitend te gebeuren door een individuele en persoonlijke spelerskaart.
 Het toestel moet, voor elke partij, de waarden samenvoegen van de speeltijd en het verlies van de speler. Het toestel moet de toegang verbieden tot het spel voor een speler waarvan het samengevoegd verlies groter is dan de gestelde limieten.]1
----------
(1)<KB 2009-06-11/07, art. 12, 003; Inwerkingtreding: 09-07-2009>

Art. 12.[1 Het gemiddelde uurverlies mag niet hoger zijn dan 25,00 euro;
 De betaling geschiedt zodra de speler het betalingsmechanisme in werking stelt.]1
----------
(1)<KB 2009-06-11/07, art. 13, 003; Inwerkingtreding: 09-07-2009>


Art. 13. [1 De automatische spelen met spelerskaart dienen:
 a) uitgerust te zijn met een intern toezichtsysteem;
 b) beschermd te zijn tegen externe invloeden, in het bijzonder tegen elektromagnetische en elektrostatische interferenties en tegen radio-elektrische golven overeenkomstig de Europese Richtlijn 89/336/CEE.]1

----------
(1)<Ingevoegd bij KB 2009-06-11/07, art. 14, 003; Inwerkingtreding: 09-07-2009>

Art. 14. [1 De automatische spelen met spelerskaart moeten uitgerust zijn met elektronische tellers met minstens acht cijfers en met een elektromechanische teller met minstens zes cijfers. De elektronische tellers moeten een precisiegraad van 99,99 % vertonen en zich terug instellen op nul, met aangeving van deze verrichting, zodra ze hun maximale affichagecapaciteit bereikt hebben.
 De elektronische tellers moeten beantwoorden aan de erkende technische staat.]1

----------
(1)<Ingevoegd bij KB 2009-06-11/07, art. 15, 003; Inwerkingtreding: 09-07-2009>

Art. 15. [1 De elektronische tellers voorzien in artikel 14 van dit besluit moeten minstens registreren:
 1. het totaal bedrag van de inzetten;
 2. het bedrag van de totale winst;
 3. het aantal partijen;
 4. de dode momenten en onderbrekingen in de werking van de toestellen;
 5. de openingen van de toestellen.
 De elektromechanische tellers moeten dezelfde gegevens registreren als de elektronische tellers, voor zover dit technisch mogelijk is.]1

----------
(1)<Ingevoegd bij KB 2009-06-11/07, art. 16, 003; Inwerkingtreding: 09-07-2009>

Hoofdstuk III. [1 Slotbepalingen.]1

----------
(1)<Ingevoegd bij KB 2009-06-11/07, art. 17, 003; Inwerkingtreding: 09-07-2009>

Art. 16. [1 Onverminderd het koninklijk besluit tot vaststelling van de lijst van automatische kansspelen waarvan de exploitatie is toegelaten in de kansspelinrichtingen klasse II, kan door de Kansspelcommissie, na advies van de Metrologische Dienst van het Ministerie van Economische Zaken, een toelating worden gegeven aan bepaalde testtoestellen.
 De aanvraag om een toelating wordt gericht aan de Kansspelcommissie, samen met:
 1° een verklaring op eer waarin de aanvrager erkent de technische vereisten en de bepalingen inzake het gemiddeld uurverlies te eerbiedigen;
 2° de gegevens betreffende de interne statistiek, zoals bepaald in artikel 2, § 5, van dit besluit;
 3° een verklaring op eer waarin de aanvrager stelt dat de testtoestellen met toelating overeenstemmen inzake categorie en definitie zoals bepaald is in het koninklijk besluit tot vaststelling van de lijst van de automatische kansspelen waarvan de exploitatie is toegelaten in de kansspelinrichtingen klasse II.
 De Kansspelcommissie bepaalt het aantal testtoestellen, de locatie ervan en de tijdsduur van de vergunning.]1

----------
(1)<Ingevoegd bij KB 2009-06-11/07, art. 17, 003; Inwerkingtreding: 09-07-2009>

Art. 17.[1 Onze minister bevoegd voor Justitie, Onze minister bevoegd voor Financiën, Onze minister bevoegd voor Volksgezondheid, Onze minister bevoegd voor Binnenlandse Zaken, Onze minister bevoegd voor Ondernemen, Onze minister bevoegd voor Overheidsbedrijven, zijn ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.]1

----------
(1)<Ingevoegd bij KB 2009-06-11/07, art. 17, 003; Inwerkingtreding: 09-07-2009>

Gegeven te Brussel, 8 april 2003.
ALBERT
Van Koningswege:
De Minister van Binnenlandse Zaken,
A. DUQUESNE
De Minister van Justitie,
M. VERWILGHEN
De Minister van Financiën,
D. REYNDERS
De Minister van Overheidsbedrijven en Participaties,
R. DAEMS
De Minister van Economie,
C. PICQUE
De Minister van Volksgezondheid,
J. TAVERNIER.

Artikel 38 - Koninklijk besluit van 23 mei 2003 betreffende de regels van toezicht op en de controle van de kansspelen in de kansspelinrichtingen klasse II, inzonderheid door middel van een passend informaticasysteem

Artikel 1. In dit koninklijk besluit dienen volgende afkortingen als volgt te worden gelezen:
LAN: lokaal netwerk;
Cliënt: iedere elektronische eenheid, dus zowel administratieve computers als automatische spellen;
UPS: Uninterruptable Power Supply

Art. 2. § 1. Alle kansspelinrichtingen klasse II voorzien een LAN. Deze wordt verbonden met het LAN van de Kansspelcommissie.
§ 2. Alle kansspelinrichtingen klasse II beschikken over een videobewakingssysteem.

Art. 3. Alle kosten voor de aankoop van het materiaal, het verkrijgen van de softwarelicenties, en de verschuldigde huurgelden zijn ten laste van de kansspelinrichtingen klasse II.

Art. 4. Als hardwareconfiguratie wordt één centrale server voorzien die via het LAN verbonden is met alle cliënten.
Een databasesoftware wordt voorzien, van die aard dat de kwaliteit, de integriteit, robuustheid en de multiple acces voldoende gegarandeerd zijn.

Art. 5. Een aangepast videotoezicht systeem wordt voorzien. Personeel en spelers moeten op een gepaste manier geïnformeerd worden over het bestaan en de werking van dit systeem.
De opnames worden bewaard in een aparte ruimte enkel toegankelijk voor aangewezen personeelsleden, leden van de kansspelcommissie en haar secretariaat, alsmede personen extern aan de Kansspelcommissie die zij nominatief aanwijst.
De opnames, uitgevoerd op een medium naar keuze, moeten vier weken bewaard blijven en moeten op éénvoudig verzoek van de Kansspelcommissie haar ter beschikking worden gesteld.
Wanneer onregelmatigheden op het spel worden vastgesteld en gefilmd, of wanneer een belangrijke ontregeling van het videotoezicht systeem wordt geconstateerd, wordt de Kansspelcommissie onmiddellijk op de hoogte gebracht. Zij beslist over de verder te volgen procedure en het verdere gebruik van de opnames. Geen enkele opname mag worden gewist of vernietigd voor deze beslissing.
De opnames die te maken hebben met het spel, registratie en kassa, gebeuren vanaf de opening van de speelzaal tot het voltrekken van alle verrichtingen en tot het sluiten van de speelzaal. De overige opnames gebeuren op een permanente basis, zonder onderbreking.

Art. 6. De kansspelcommissie verkrijgt een garantie, aan de hand van een broncode en een objectcode, dat het door haar goedgekeurde softwareproduct ook effectief draait.
Hiertoe kan zij te allen tijde een hercompilatie vragen teneinde na te gaan of wel degelijk de officiële broncode werd gecompileerd.

Art. 7. Een aangepaste UPS, met een autonomie van twee uren, wordt voorzien voor de centrale server. Wanneer de verbinding van een automatisch spel met het LAN uitvalt of eender welke hapering, mechanisch of technisch, optreedt en dit voor een periode langer dan 24 uur, wordt het spel stilgelegd met in acht name van de werkingsregels omtrent het stopzetten en hernemen van automatische spellen.
Wanneer de centrale server langer dan 24 uur uitvalt, worden alle spellen stopgezet.
Een procedure van back-up en recovery wordt aan de Kansspelcommissie voorgelegd, evenals het bewijs van viermaandelijkse testuitvoeringen.

Art. 8. Wijzigingen, van welke aard ook, aan het informaticasysteem dienen voorafgaandelijk goedgekeurd te worden door de Kansspelcommissie.

Art. 9. De toegang tot de centrale server, werkstations en programma 's moet geregeld worden volgens een systeem van paswoorden, dat voor invoering voorgelegd wordt aan de Kansspelcommissie.
Het informaticasysteem en het videotoezicht systeem worden in afzonderlijke lokalen ondergebracht. De toegang is slechts toegelaten na een procedure van toegangscontrole, dat voor de invoering wordt voorgelegd aan de Kansspelcommissie.

Art. 10. Het informaticasysteem is beveiligd tegen zowel elektromagnetische en elektrostatische inmenging als tegen radiogolven.

Art. 11. § 1. De kansspelcommissie stelt een protocol op dat de volgende elementen bevat:
1. Technische vereisten gesteld aan de kablering en de passieve componenten van het LAN;
2. Technische vereisten gesteld aan de actieve componenten van het LAN;
3. Technische vereisten gesteld aan de cliënten en servers;
4. Technische vereisten gesteld aan het lokaal voor het data-rack;
5. Technische vereisten gesteld aan de dataverbinding met de Kansspelcommissie;
6. Bijkomende vereisten gesteld aan het videotoezicht systeem;
7. Vereisten inzake accounting- en financiële informatie;
8. Vereisten inzake de technische controle;
9. Vereisten inzake de documentatie in verband met het informaticasysteem en het videotoezicht systeem;
10. Standaarden inzake naamgeving voor de te verzenden bestanden.
§ 2. Dit protocol wordt aan alle vergunninghouders klasse II bezorgd uiterlijk één week na de goedkeuring door de kansspelcommissie.
Elke wijziging aan het protocol wordt aan alle vergunninghouders klasse II bezorgd uiterlijk één week na de goedkeuring door de kansspelcommissie.

Art. 12. In afwijking van artikel 2, § 1, van dit koninklijk besluit kunnen de kansspelinrichtingen klasse II tot twee jaar na de inwerkingtreding van dit koninklijk besluit al hun cliënten in de kansspelinrichting klasse II, op een wijze voorafgaandelijk goedgekeurd door de Kansspelcommissie, verbinden met de centrale server. Deze dient op zijn beurt minstens eenmaal per week te worden verbonden met het LAN van de Kansspelcommissie.

Art. 13. Dit besluit treedt in werking drie maanden na de publicatie in het Belgisch Staatsblad, met uitzondering van artikel 11 dat in werking treedt op de dag van de publicatie in het Belgisch Staatsblad.

Art. 14. Onze Minister bevoegd voor Binnenlandse Zaken, Onze Minister bevoegd voor Justitie, Onze Minister bevoegd voor Financiën, Onze Minister bevoegd voor Overheidsbedrijven en Participaties, Onze Minister bevoegd voor Economie, en Onze Minister bevoegd voor Volksgezondheid zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 23 mei 2003.
ALBERT
Van Koningswege:
De Minister van Binnenlandse Zaken,
A. DUQUESNE
De Minister van Financiën,
D. REYNDERS
De Minister van Justitie,
M. VERWILGHEN
De Minister van Overheidsbedrijven en Participaties,
R. DAEMS
De Minister van Economie,
Ch. PICQUE
De Minister van Volksgezondheid,
J. TAVERNIER.

Artikel 38 - Koninklijk besluit van 14 juni 2004 tot wijziging van het koninklijk besluit van 8 april 2003 betreffende de werking van de automatische kansspelen waarvan de exploitatie is toegelaten in de kansspelinrichtingen klasse II

Artikel 1. Artikel 3, tweede lid, van het koninklijk besluit van 8 april 2003 betreffende de werking van de automatische kansspelen waarvan de exploitatie is toegelaten in de kansspelinrichtingen klasse II wordt opgeheven.

Art. 2. Artikel 3, derde lid, van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt: « Het herverdelingsgehalte, beoogd in het voorgaande lid, moet worden bepaald door middel van erkende methodes van kansberekening, naargelang het potentieel aantal resultaten verbonden aan de spelen, of aangetoond door speltesten. »

Art. 3. Artikel 5, c), van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt:
c) de maximuminzet bedraagt 0,25 EUR.
Iedere inzet moet tussen 0,10 EUR en 0,25 EUR liggen.
De totale inzet per spel mag samengesteld worden uit meerdere inzetten, de zogenaamde multiple inzet.
De verschillende inzetten moeten in het spel geplaatst worden door een actie op de betrokken toets zoveel keer uit te voeren tot de inzet de totale inzet bedraagt.
De totale inzet per spel moet begrensd worden tot een waarde bepaald tijdens de modelgoedkeuring door gebruik te maken van de volgende formule:
Emax = 2 x ( PH / (1- TR) x TP/3600) - Emin
waarbij:
Emax = maximale totale inzet per spel;
PH = maximaal gemiddeld uurverlies;
TR = werkelijk herverdelinggehalte bepaald tijdens de modelgoedkeuring;
TP = minimum speeltijd;
Emin = mimimaal mogelijke inzet per spel.
De waarde van Emax wordt afgerond op de laagste mogelijke munteenheid.

Art. 4. In artikel 5, d), van hetzelfde besluit worden de woorden '12,50 EUR' vervangen door de woorden '25,00 EUR'.

Art. 5. Artikel 5, g), van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt:
g) per spel mag de speler niet meer dan 200 maal de maximale totale inzet, zoals bepaald in artikel 5, c) ontvangen;
De maximale winst per spel mag echter niet hoger liggen dan 500 EUR voor een monospeler automaat en 1.000 EUR per terminal bij een multispeler automaat.
De automaat moet de inzetmogelijkheden van de speler begrenzen, opdat de mogelijke winst per partij, de maximale winst die bepaald werd door de modelgoedkeuring, niet overschreden kan worden.

Art. 6. Dit besluit treedt in werking op de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.

Art. 7. Onze Minister bevoegd voor Justitie, Onze Minister bevoegd voor Begroting en Overheidsbedrijven, Onze Minister bevoegd voor Binnenlandse Zaken, Onze Minister bevoegd voor Financiën, Onze Minister bevoegd voor Sociale Zaken en Volksgezondheid en Onze Minister bevoegd voor Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 14 juni 2004.
ALBERT
Van Koningswege:
De Minister van Justitie,
Mevr. L. ONKELINX
De Minister van Begroting en Overheidsbedrijven,
J. VANDE LANOTTE
De Minister van Binnenlandse Zaken,
P. DEWAEL
De Minister van Financiën,
D. REYNDERS
De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid,
R. DEMOTTE
De Minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid,
Mevr. F. MOERMAN

Artikel 38 - Koninklijk besluit van 11 juni 2009 tot wijziging van verscheidene bepalingen betreffende kansspelen waarvan de exploitatie is toegelaten in de kansspelinrichtingen klasse II

Artikel 1. Het koninklijk besluit van 8 april 2003 betreffende de werking van de automatische kansspelen waarvan de exploitatie is toegelaten in de kansspelinrichtingen klasse II, gewijzigd bij koninklijk besluit van 14 juni 2004, wordt in hoofdstukken verdeeld, waarvan het eerste hoofdstuk de artikelen 1 tot en met 8 omvat en het volgende opschrift draagt:
" Hoofdstuk I. - Verplichtingen voor de categorie van automatische spelen zonder spelerskaart. ".

Art. 2. Artikel 5, a), van hetzelfde besluit wordt opgeheven.

Art. 3. Artikel 5, b), van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt:
" b) De inzetten moeten minstens kunnen gebeuren met Belgische muntstukken. ".

Art. 4. Artikel 5, c), van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt:
" c) De maximum inzet bedraagt 0,25 euro.
De totale inzet per spel mag samengesteld worden uit meerdere inzetten (multiple inzet).
Het spel moet met een inzet tussen 0,10 euro en 0,25 euro kunnen starten.
Door iedere druk op de knop " stake " (of equivalent) mag de inzet enkel stijgen met een bedrag tussen:
- 0,10 euro en 1,00 euro voor de monopostmachines of multipostmachines met een speeltijd van kleiner dan 60 seconden;
- 0,10 euro en 5,00 euro voor de multipostmachines met een speeltijd gelijk aan of groter dan 60 seconden.
De totale inzet per spel moet begrensd worden tot een waarde bepaald tijdens de modelgoedkeuring door gebruik te maken van de volgende formule:
Emax = (2 x PH/(1-TR) x TP/3600) - Emin (voor monopostmachines of multipostmachines met een speeltijd van kleiner dan 60 seconden)
Emax = (4 x PH/(1-TR) x TP/3600) - Emin (voor multipostmachines met een speeltijd gelijk aan of groter dan 60 seconden)
Emax = maximale " totale inzet " toegelaten per spel
PH = maximaal gemiddeld uurverlies bepaald in d);
TR = werkelijk herverdelingsgehalte bepaald tijdens de modelgoedkeuring (indien het herverdelingsgehalte afhangt van de inzet, dan wordt de berekening gedaan voor elke mogelijke inzet)
TP = minimum speltijd
Emin = minimale mogelijke inzet per spel (waarde tussen 0,10 euro en 0,25 euro)
De waarde van Emax afgerond tot de laagst mogelijke munteenheid, is de maximale " totale inzet " toegelaten per spel.
Evenwel, om uit te sluiten dat er onaanvaardbare inzetten mogelijk zouden zijn, wordt de waarde van de maximum toegelaten inzet per partij gelimiteerd tot 100 keer de basisinzet (zijnde dus 25,00 euro) voor monopostmachines of multipost-machines met een speeltijd van kleiner dan 60 seconden en 600 keer de basisinzet (zijnde dus 150,00 euro) voor multipostmachines met een speeltijd gelijk aan of groter dan 60 seconden). ".

Art. 5. Artikel 5, f), van hetzelfde besluit wordt opgeheven.

Art. 6. Artikel 5, g), van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt:
" g) Per spel mag de speler niet meer dan 200 maal de maximale totale inzet, zoals bepaald in artikel 5, c), ontvangen.
De maximale winst per spel mag echter niet hoger liggen dan 500,00 euro voor een monospeler of multipostmachine met een speeltijd van kleiner dan 60 seconden en 2.000,00 euro per terminal bij een multipostmachine met een speeltijd gelijk aan of groter dan 60 seconden.
De automaat moet de inzetmogelijkheden van de speler begrenzen opdat de mogelijke winst per partij, de maximale winst die bepaald werd door de modelgoedkeuring, niet overschreden kan worden. ".

Art. 7. Artikel 6, 2), van hetzelfde besluit wordt opgeheven.

Art. 8. In artikel 8, 2), van hetzelfde besluit worden de woorden " gewoonlijk genoemd turnover " geschrapt.

Art. 9. In hetzelfde besluit wordt een tweede hoofdstuk ingevoegd, die de artikelen 9 tot en met 15 omvat en het volgende opschrift draagt:
" Hoofdstuk II: Verplichtingen voor de categorie van automatische spelen met spelerskaart. ".

Art. 10. Artikel 9 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt:
" Art. 9. Elk toestel dienstig voor kansspelen in kansspelinrichtingen klasse II, moet opnieuw kunnen starten zonder verlies van gegevens na een stroomonderbreking. De samenhang en verbinding met andere toestellen en systemen mogen in geen geval invloed uitoefenen op de gebeurtenissen en de resultaten verbonden aan de kansspelen voorgesteld door de automaat. ".

Art. 11. Artikel 10 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt:
" Art. 10. § 1. Alle gebeurtenissen en resultaten verbonden aan de spelen moeten afhankelijk zijn van het toeval. Vormen met name gebeurtenissen en resultaten, verbonden aan de spelen, die kunnen voorkomen volgens een waarschijnlijkheidsgraad in een automatisch kansspel:
a. symbolen;
b. getrokken getallen;
c. kaarten;
d. dobbelsteenconfiguraties;
e. cijfercombinaties.
§ 2. De gebeurtenissen en de resultaten verbonden aan de spelen moeten afhangen van het toeval als zij voortgebracht worden door een generator van kanscijfers of door een ander middel gebaseerd op de tussenkomst van het lot.
De handelingen gesteld door de speler mogen het resultaat niet bepalen.
§ 3. De inwerkingstelling van de gebeurtenissen verbonden aan de spelen mag enkel bepaald worden door vaste parameters.
Het gebruik, bij een nieuwe partij, van gebeurtenissen of resultaten verbonden aan het spel, bepaald of geselecteerd door een speler bij de vorige partij, is toegelaten. Zij mogen evenwel niet de gebeurtenissen of resultaten conditioneren gebonden aan het spel, want deze moeten tijdens de nieuwe partij afhangen van het toeval.
§ 4. De interne statistiek van de gebeurtenissen verbonden aan de spelen, waarover de automaat beschikt om het herverdelingsgehalte te berekenen, mag in geen geval de generator van de kanscijfers beïnvloeden. De generator mag in geen geval aangesloten zijn op tellers of op een systeem van intern toezicht. "

Art. 12. Artikel 11 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt:
" Art. 11.Voor het respect van het uurgemiddelde dient de inzet op deze automatische spelen met spelerskaart uitsluitend te gebeuren door een individuele en persoonlijke spelerskaart.
Het toestel moet, voor elke partij, de waarden samenvoegen van de speeltijd en het verlies van de speler. Het toestel moet de toegang verbieden tot het spel voor een speler waarvan het samengevoegd verlies groter is dan de gestelde limieten. ".

Art. 13. Artikel 12 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt:
" Art. 12. Het gemiddelde uurverlies mag niet hoger zijn dan 25,00 euro;
De betaling geschiedt zodra de speler het betalingsmechanisme in werking stelt. ".

Art. 14. In hetzelfde besluit wordt een nieuw artikel 13 ingevoegd, luidende als volgt:
" Art. 13. De automatische spelen met spelerskaart dienen:
a) uitgerust te zijn met een intern toezichtsysteem;
b) beschermd te zijn tegen externe invloeden, in het bijzonder tegen elektromagnetische en elektrostatische interferenties en tegen radio-elektrische golven overeenkomstig de Europese Richtlijn 89/336/CEE. ".

Art. 15. In hetzelfde besluit wordt een nieuw artikel 14 ingevoegd, luidende als volgt:
" Art. 14. De automatische spelen met spelerskaart moeten uitgerust zijn met elektronische tellers met minstens acht cijfers en met een elektromechanische teller met minstens zes cijfers. De elektronische tellers moeten een precisiegraad van 99,99 % vertonen en zich terug instellen op nul, met aangeving van deze verrichting, zodra ze hun maximale affichagecapaciteit bereikt hebben.
De elektronische tellers moeten beantwoorden aan de erkende technische staat. ".

Art. 16. In hetzelfde besluit wordt een nieuw artikel 15 ingevoegd, luidende als volgt:
" Art. 15. De elektronische tellers voorzien in artikel 14 van dit besluit moeten minstens registreren:
1. het totaal bedrag van de inzetten;
2. het bedrag van de totale winst;
3. het aantal partijen;
4. de dode momenten en onderbrekingen in de werking van de toestellen;
5. de openingen van de toestellen.
De elektromechanische tellers moeten dezelfde gegevens registreren als de elektronische tellers, voor zover dit technisch mogelijk is. ".

Art. 17. In hetzelfde besluit wordt een derde hoofdstuk ingevoegd, die de artikelen 16 tot en met 17 omvat en luidt als volgt:
" Hoofdstuk III: Slotbepalingen.
Art. 16. Onverminderd het koninklijk besluit tot vaststelling van de lijst van automatische kansspelen waarvan de exploitatie is toegelaten in de kansspelinrichtingen klasse II, kan door de Kansspelcommissie, na advies van de Metrologische Dienst van het Ministerie van Economische Zaken, een toelating worden gegeven aan bepaalde testtoestellen.
De aanvraag om een toelating wordt gericht aan de Kansspelcommissie, samen met:
1° een verklaring op eer waarin de aanvrager erkent de technische vereisten en de bepalingen inzake het gemiddeld uurverlies te eerbiedigen;
2° de gegevens betreffende de interne statistiek, zoals bepaald in artikel 2, § 5, van dit besluit;
3° een verklaring op eer waarin de aanvrager stelt dat de testtoestellen met toelating overeenstemmen inzake categorie en definitie zoals bepaald is in het koninklijk besluit tot vaststelling van de lijst van de automatische kansspelen waarvan de exploitatie is toegelaten in de kansspelinrichtingen klasse II.
De Kansspelcommissie bepaalt het aantal testtoestellen, de locatie ervan en de tijdsduur van de vergunning.
Art. 17. Onze minister bevoegd voor Justitie, Onze minister bevoegd voor Financiën, Onze minister bevoegd voor Volksgezondheid, Onze minister bevoegd voor Binnenlandse Zaken, Onze minister bevoegd voor Ondernemen, Onze minister bevoegd voor Overheidsbedrijven, zijn ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit. ".

Art. 18. Artikel 1 van het koninklijk besluit van 26 april 2004 tot vaststelling van de lijst van de automatische kansspelen waarvan de exploitatie is toegestaan in de kansspelinrichtingen klasse II, wordt vervangen als volgt:
" De kansspelen waarvan de uitbating is toegelaten in de kansspelinrichtingen klasse II, zijn onderverdeeld in twee categorieën:
- de categorie van automatische spelen zonder spelerskaart;
- de categorie van automatische spelen met spelerskaart. "

Art. 19. In hetzelfde besluit wordt een nieuw artikel 1/1 ingevoegd, luidende als volgt:
" Art. 1/1. De kansspelen van de categorie automatische spelen zonder spelerskaart, zijn onderverdeeld in de volgende vijf types:
- black-jack spelen;
- paardenweddenschappen;
- dobbelspelen;
- pokerspelen;
- roulettespelen. ".

Art. 20. In hetzelfde besluit wordt een nieuw artikel 1/2 ingevoegd, luidende als volgt:
" Art. 1/2. De kansspelen van de categorie automatische spelen met spelerskaart, zijn van het volgende type:
- interactief pokerspel. ".

Art. 21. In artikel 4, § 2, van hetzelfde besluit worden de woorden " twee mogelijkheden " vervangen door de woorden " drie mogelijkheden ".

Art. 22. Artikel 4, § 2, 2., van hetzelfde besluit wordt als volgt vervangen:
" 2. doet hij een plaatsweddenschap op de eerste twee plaatsen, in volgorde of niet in volgorde; ".

Art. 23. Artikel 4, § 2, van hetzelfde besluit wordt aangevuld met een nieuw punt 3 luidende als volgt:
" 3. doet hij een plaatsweddenschap op de eerste drie plaatsen, in volgorde of niet in volgorde. ".

Art. 24. In artikel 5, 1., van hetzelfde besluit worden de woorden " 3, 4 of 5 " vervangen door de woorden " één of meerdere ".

Art. 25. In artikel 5, 2. van hetzelfde besluit worden de woorden " drie, vier of vijf " vervangen door de woorden " één of meerdere ".

Art. 26. Artikel 6 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt:
" Art. 6. Het pokerspel wordt gespeeld op een scherm, met een gedeelte van een standaard kaartspel of één of meerdere standaard kaartspelen, naargelang het type van het gekozen spel. Verschillende jokers zijn toegelaten. Eenmaal de inzet gebeurd is, kunnen, met een druk op de knop, de kaarten verdeeld worden. Het aantal handen en het aantal kaarten per hand hangt af van het type gekozen spel. De speler kan bijkomende inzetten plaatsen tijdens het spel. Het pokerspel kan gespeeld worden op meerdere lijnen. In dit geval moet iedere lijn de regels van het pokerspel respecteren. Wanneer de speler een beslissing moet nemen, moet de machine altijd een beslissing presenteren welke zij aanbeveelt. De kaarten mogen door dobbelstenen vervangen worden voor zover het spel aan alle eisen van het pokerspel voldoet. ".

Art. 27. In hetzelfde besluit wordt een nieuw artikel 6/1 ingevoegd, luidende als volgt:
" Art. 6/1. Het interactief pokerspel is een meerspelerstoestel dat maximaal 10 spelers kan ontvangen. Een randomgenerator verdeelt de virtuele kaarten en het toestel biedt ze aan aan de aanwezige spelers. De spelregels moeten gelijk zijn aan de pokertafelspelen. ".

Art. 28. Artikel 9 van hetzelfde besluit wordt als volgt vervangen:
" Art. 9. De kansspelen samengesteld uit meerdere speelposten zijn beperkt tot 3 per inrichting. Voor de automatische spelen zonder spelerskaart is dit beperkt tot zes terminals. Voor de automatische spelen met spelerskaart is dit beperkt tot één tafel met maximum tien terminals. ".

Art. 29. Onze minister bevoegd voor Justitie, Onze minister bevoegd voor Financiën, Onze minister bevoegd voor Volksgezondheid, Onze minister bevoegd voor Binnenlandse Zaken, Onze minister bevoegd voor Ondernemen, Onze minister bevoegd voor Overheidsbedrijven, zijn ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 11 juni 2009.
ALBERT
Van Koningswege:
De Minister van Justitie,
S. DE CLERCK
De Minister van Financiën,
D. REYNDERS
De Minister van Volksgezondheid,
Mevr. L. ONKELINX
De Minister voor Ondernemen,
V. VAN QUICKENBORNE
De Minister van Binnenlandse Zaken,
G. DE PADT
De Staatssecretaris toegevoegd aan de Minister van Justitie,
C. DEVLIES

Artikel 39 - Koninklijk besluit van 2 maart 2004 tot vaststelling van de lijst van de kansspelen waarvan de exploitatie is toegelaten in de kansspelinrichtingen klasse III

Artikel 1. Alleen de volgende kansspelen zijn slechts toegelaten in de kansspelinrichtingen klasse III:
1° de exploitatie van de elektrische biljarten met veranderlijke inzet, gewoonlijk " Bingo " genaamd, waarvan het spel erin bestaat verscheidene ballen of kogels in de op het horizontaal vlak van het toestel gemaakte gaten te plaatsen, met als doel, naargelang van het type van toestel, op het paneel van het verticaal vlak verscheidene cijfers of tekens op een horizontale, verticale of diagonale lijn of in een bepaalde zone te belichten;
2° de exploitatie van de elektrische biljarten met veranderlijke inzet, gewoonlijk " One-ball " genaamd, waarvan het spel erin bestaat op het horizontaal vlak van het toestel een bal of kogel te plaatsen in één van de gaten met hetzelfde cijfer als het cijfer dat op het paneel van het verticaal vlak verlicht is.

Art. 2. Het koninklijk besluit van 22 december 2000 tot vaststelling van de lijst van de kansspelen waarvan de exploitatie is toegelaten in de kansspelinrichtingen klasse III wordt opgeheven.

Art. 3. Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.

Art. 4. Onze Minister bevoegd voor Justitie, Onze Minister bevoegd voor Begroting en ten dele bevoegd voor de Nationale Loterij, Onze Minister bevoegd voor Binnenlandse Zaken, Onze Minister bevoegd voor Financiën, Onze Minister bevoegd voor Sociale Zaken en Volksgezondheid, en Onze Minister bevoegd voor Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 2 maart 2004.
ALBERT
Van Koningswege:
De Minister van Justitie,
Mevr. L. ONKELINX
De Minister van Begroting, tot wiens bevoegdheid ten dele de Nationale Loterij behoort,
J. VANDE LANOTTE
De Minister van Binnenlandse Zaken,
P. DEWAEL
De Minister van Financiën,
D. REYNDERS
De Minister van Sociale zaken en Volksgezondheid,
R. DEMOTTE
De Minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid,
Mevr. F. MOERMAN.