Inperking aantal kansspelinrichtingen II en IV

Kansspelinrichtingen klasse II

Artikel 34 van de Kansspelwet van 7 mei 1999 stelt dat ten hoogste 180 kansspelinrichtingen klasse II zijn toegestaan.

Op heden zijn 179 vergunningen B zijn toegekend voor de exploitatie van 179 kansspelinrichtingen klasse II.

De kansspelinrichtingen klasse II beleven economisch moeilijke tijden. Enerzijds is er het te grote aanbod, mede door de groeiende online markt, waardoor de markt is verzadigd. Anderzijds is er de strenge reglementering ( rookverbod, het verbod om cadeautjes aan te bieden) waardoor de kansspelinrichtingen klasse II aan aantrekkingskracht hebben ingeboet.

Om het aanbod in te perken en de economische leefbaarheid van de kansspelinrichtingen klasse II te verbeteren, zijn structurele maatregelen nodig. Dit kan door het aantal vergunningen B geleidelijk te reduceren tot 150. Tijdens de studiedag van 27 mei 2015 kwam dit onderwerp uitvoerig aan bod. Ook de sector is overtuigd dat een structurele vermindering van het aantal vergunningen de leefbaarheid van de B-zalen ten goede zal komen.

De kansspelcommissie beslist in haar zitting van 1 juli 2015 tot het nemen van structurele maatregelen teneinde het aantal kansspelinrichtingen klasse II te verminderen tot 174 tegen eind 2015, tot 165 in de loop van het jaar 2016 en tot 150 in de loop van het jaar 2017 en dit om de economische leefbaarheid van de kansspelinrichtingen klasse II te vrijwaren.

De Kansspelcommissie adviseert deze vermindering structureel te verankeren in de Kansspelwet van 7 mei 1999 door een wijziging van artikel 34.

De kansspelcommissie pleit voor een rationele aanpak en kiest ervoor om de vermindering van het aantal vergunningen B in eerste instantie te realiseren via het vrijwillig inleveren van de vergunning B door de vergunninghouder. In deze optiek wenst de Kansspelcommissie een aantal maatregelen op te leggen die het vrijwillig inleveren van de vergunning B aanmoedigt.

Daarnaast voorziet de Kansspelcommissie in een strikte opvolging van de wettelijke conformiteit van de exploitatie van de kansspelinrichtingen klasse II en van de vergunninghouder B, wat aanleiding kan geven tot een snellere opstart van sanctieprocedures..

Kansspelinrichtingen klasse IV

Artikel 1 van het koninklijk besluit van 22 december 2010 tot vaststelling van het maximum aantal vaste en mobiele kansspelinrichtingen klasse IV, de criteria die ertoe strekken een spreiding van deze inrichtingen te organiseren en de procedure voor de behandeling van de aanvragen ingeval een vergunning vrijkomt wegens intrekking of stopzetting bepaalt dat er ten hoogste 1000 vaste kansspelinrichtingen klasse IV worden toegelaten.

De Kansspelcommissie stelt vast dat het huidig aanbod aan vaste kansspelinrichtingen klasse IV (608 actieve vergunningen op datum van 26/06/2015) stabiliseert. Een verdere expansie van het aanbod is niet wenselijk en kan contraproductief werken.

De Kansspelcommissie meent dat een structurele vermindering van het maximale aanbod van 1000 vaste kansspelinrichtingen klasse IV naar 600 aangewezen is.

De Kansspelcommissie adviseert deze vermindering structureel te verankeren door de wijziging van artikel 1 van bovenvermeld koninklijk besluit.

Maatregel 1: Niet openstellen van vrijgekomen vergunningen B

Het koninklijk besluit van 24 april 2014 tot vaststelling van de wijze van bekendmaking, de aanvraag en de toekenning van een vergunning B voor de exploitatie van een kansspelinrichting klasse II indien een vergunning openvalt, regelt de wijze waarop de Kansspelcommissie dient te handelen bij het openvallen van een vergunning B.

De Kansspelcommissie beslist om met onmiddellijke ingang, gedurende een termijn van drie jaar, nadien jaarlijks verlengbaar, geen openvallende vergunningen B toe te kennen.

Concreet houdt dit in dat geen publicatie meer zal worden gedaan in het Belgisch Staatsblad bij het openvallen van een vergunning B.

Maatregel 2: Inperking mogelijkheid tot wijziging van de locatie van de kansspelinrichtingen klasse II en IV.

Sinds oktober 2008 is een verhuisregeling van kracht die vergunninghouders B toelaat de modaliteiten van hun vergunning te wijzigen, in die zin dat, mits het voorleggen van een volledig dossier, een kansspelinrichting klasse II op een andere locatie kan worden gevestigd dan degene waarvoor eertijds de vergunning B werd afgeleverd, en dit op voorwaarde dat aan alle wettelijke voorwaarden voldaan is.

Gedurende 7 jaar hebben vergunninghouders B die geconfronteerd werden met een economisch weinig aantrekkelijke locatie, de mogelijkheid gehad hun locatie te wijzigen.

Op heden is gebleken dat deze maatregel niet meer volstaat om kansspelinrichtingen klasse II rendabel te houden.

Ook voor de vaste kansspelinrichtingen klasse IV wordt op heden de mogelijkheid geboden de locatie van de exploitatie te wijzigen, mits inachtneming van de 1000 meter regel en het voorleggen van een gunstig advies van de burgemeester.

In realiteit zal een vergunninghouder B, respectievelijk F2 pas dan overgaan tot het vrijwillig inleveren van een vergunning, indien er geen enkel andere mogelijkheid meer benut kan worden om een gunstiger klimaat voor de exploitatie van de betrokken kansspelinrichting klasse II, respectievelijk vaste kansspelinrichting klasse IV te creëren, ondermeer door middel van een wijziging van een modaliteit ‘locatie’ van de vergunning.

Voor wat de vergunningen B betreft, blijkt dit overduidelijk uit de feiten. Sinds 2008 werden slechts 3 vergunningen B vrijwillig stopgezet, terwijl meer dan 50 kansspelinrichtingen klasse II zijn verhuisd.

Een inperking van deze verhuisregeling dringt zich op, mits inachtneming van een overgangstermijn zodat vergunninghouders B of F2 die een verhuisaanvraag hangende hebben, niet voor voldongen feiten worden geplaatst.

Om die reden beslist de Kansspelcommissie de mogelijkheid tot het wijzigen van de locatie van enerzijds de kansspelinrichting klasse II binnen de vergunning B en van anderzijds de vaste kansspelinrichting klasse IV binnen de vergunning F2  niet meer toe te laten.

Vanaf 1 juli 2017 hanteert de Kansspelcommissie het principe dat geen wijziging van de locatie van de kansspelinrichting klasse II binnen de vergunning B meer mogelijk is behoudens binnen de gemeente zelf EN op voorwaarde dat de gemeente zich met de wijziging van locatie akkoord verklaart door middel van het afleveren van een geldig aangepast convenant.

Vanaf 1 juli 2017 hanteert de Kansspelcommissie het principe dat geen wijziging van de locatie van de vaste kansspelinrichting klasse IV binnen de vergunning F2  meer mogelijk is, behoudens binnen de gemeente zelf met inachtneming van de 1000 meter regel EN op voorwaarde dat de gemeente zich met de wijziging van locatie akkoord verklaart door middel van het afleveren van een gunstig advies van de burgemeester.

 

Maatregel 3: Verhoogde waakzaamheid m.b.t. de kredietwaardigheid en de financiële draagkracht

Conform artikel 36.3. en artikel 37 van de Kansspelwet van 7 mei 1999 moet elke vergunninghouder B het bewijs leveren van zijn kredietwaardigheid en financiële draagkracht en de commissie te allen tijde nauwgezet alle inlichtingen verstrekken die haar de mogelijkheid bieden de transparantie van de exploitatie en de identiteit van de aandeelhouders, alsook de latere wijzigingen daaromtrent te controleren.

De Kansspelcommissie beslist om een striktere opvolging van de kredietwaardigheid en de financiële draagkracht van elke vergunninghouder per kansspelinrichting klasse II te hanteren en dit volgens welbepaalde criteria. Vergunninghouders die hieraan niet voldoen, riskeren het verlies van de vergunning B.

 

Solvabiliteit

Op dit moment moeten vergunninghouders B reeds beschikken over een solvabiliteitsratio van minstens 30% (of 40% indien een B+). Deze wordt als volgt berekend::

EIGEN VERMOGEN + WAARBORG
­______________________________

TOTAAL VERMOGEN

Op heden wordt de waarborg als het verlengde van het eigen vermogen beschouwd, omdat dit een vaste financiële activa is die door de vergunninghouder niet zonder akkoord van de Kansspelcommissie in liquiditeiten kan worden omgezet. 

Niettemin verdwijnt de waarborg in het geval van een faillissement in het actief van het faillissement, en zal de waarborg bijgevolg worden aangewend om (bevoorrechte) schuldeisers te voldoen.

Een bijkomende analyse van de wijze van berekening van de solvabiliteit zal worden uitgevoerd vooraleer de Kansspelcommissie wijzigingen aanbrengt. Afhankelijk van het resultaat van deze analyse, kunnen wijzigingen of bijkomende maatregelen opgelegd worden.

Rentabiliteit van de omzet: WINST/OMZET

Structureel verlieslatende speelautomatenhallen hebben weinig kans op overleven. Speelautomatenhallen die gedurende enkele jaren geen winst hebben gecreëerd, kunnen op dit ogenblik enkel het hoofd boven water houden ofwel doordat jaar na jaar bijkomend kapitaal wordt geïnvesteerd ofwel doordat de negatieve resultaten gecompenseerd worden door de resultaten van de groep.

De Kansspelcommissie heeft de plicht te waken over de transparantie van de exploitatie en over de financiële draagkracht van de houder van de vergunning voor een welbepaalde exploitatie.

De wetgever had hierbij voor ogen dat de financiële gezondheid van elke exploitatie moet aangetoond worden.

Artikel 8 van de Kansspelwet stelt dat (punt 3) de Koning de wijze bepaalt waarop kansspelinrichtingen klasse II moeten werken en worden beheerd, met dien verstande dat zowel met betrekking tot de spelverrichtingen als tot de andere activiteiten die de kansspelinrichting uitoefent, een afzonderlijke boekhouding moet worden gevoerd;

De Kansspelcommissie beslist om vanaf 1 januari 2016, naast het criterium solvabiliteit, bijkomend de rentabiliteit van de omzet te analyseren en dit per kansspelinrichting klasse II. Voor een kansspelinrichting klasse II die gedurende drie opeenvolgende boekhoudkundige jaren een negatieve rentabiliteit van de omzet realiseert, riskeert de vergunninghouder zijn vergunning B te verliezen. Deze maatregel wordt niet retroactief toegepast.

De Kansspelcommissie zal de uitvoering en het beoogde effect van deze maatregelen evalueren en indien nodig beslissen tot het bijsturen en/ of het uitvaardigen van bijkomende maatregelen.