Mediaspelen

Mediaspelen zijn kansspelen geëxploiteerd via de media. Media zijn elke radio- of televisiezender, en elk dagblad of tijdschrift waarvan de maatschappelijke zetel van de exploitant of uitgever gevestigd is in de Europese Unie.
Er vallen twee soorten mediaspelen onder de kansspelwet. Enerzijds de belspelen die een totaalprogramma inhouden, anderzijds alle andere mediaspelen die slechts een deel van een programma of een aparte rubriek zijn binnen de media.

Voor de uitbating van kansspelen in televisieprogramma’s (wanneer het gaat over een totaalprogramma zoals de belspelen), is een vergunning G1 nodig.


U vindt hier de lijst van alle actieve vergunningen G1. (28/06/2017)


De aanvraag voor een vergunning G1 moet worden ingediend bij aangetekende postzending gericht aan de Kansspelcommissie door middel van dit aanvraagformulier.

De Kansspelcommissie behandelt de aanvraag binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de ontvangst van de aangetekende postzending of vanaf de ontvangst van de op elektronische wijze ingediende volledige vergunningsaanvraag.

 
 
 
 
 
Een vergunning G2 (artikelen 43/3 tot 43/15 van de kansspelwet) is nodig voor alle spelen geëxploiteerd via radio, tv, en dag- en weekbladen die geen belspelletjes zijn in de zin van Vergunningen G1. Zoals bij alle kansspelen moet er een inzet, een kans op winst of verlies en een toevalselement aanwezig zijn.
 
Bij een deelname via sms of telefoon, is pas sprake van een inzet als de prijs voor de communicatie boven de normale prijs ligt (meestal wordt € 1 tot € 2 per sms gevraagd of € 1 per minuut).
 
Toeval is aanwezig wanneer de snelheid van antwoorden meegerekend wordt of wanneer gewerkt wordt met een schiftingsvraag. Bij een ex-aequo kan bijvoorbeeld worden gevraagd hoelang de gerechtsdeurwaarder erover doet om van Antwerpen naar Brussel te rijden. De Kansspelcommissie beschouwt dergelijke vragen als toeval.
 
Ook bij een willekeurige trekking van de winnaar is er meestal een probleem. Deze vorm van winstbepaling is namelijk een loterij en loterijen kunnen enkel worden georganiseerd als zij uitsluitend bestemd [zijn] tot godvruchtige of liefdadige werken, tot bevordering van nijverheid en kunst of tot elk ander doel van algemeen nut. Als zij niet voldoen aan deze voorwaarde, worden zij beschouwd als een verboden loterij en dus als een verboden kansspel.