Nota: Beslissing van de Kansspelcommissie betreffende "virtuele weddenschappen" (13 januari 2016)

Gelet op de beslissing van de Kansspelcommissie van 9 september 2015 tot het oprichten van een Subcommissie;

 
Gelet op de beslissing van de Kansspelcommissie van 9 september 2015 waarbij een onderzoek naar de gewenste regulering van virtuele weddenschappen zowel offline als online, als eerste te behandelen onderwerp binnen de schoot van de Subcommissie wordt vastgesteld;
 
Gelet op de huidige regulering van virtuele weddenschappen door middel van de nota van de Kansspelcommissie de dato 1 juli 2015 voor offline virtuele weddenschappen en door middel van de richtlijnen van de internetwerkgroep voor online virtuele weddenschappen;
 
Gelet op volgende door de Subcommissie geformuleerde vragen die enerzijds gesteld werden aan de tijdens de hoorzittingen rechtstreeks uitgenodigde partijen en anderzijds aan geïnteresseerde partijen in het algemeen via een algemene mededeling op de website van de Kansspelcommissie:
1. Wat is de aard van virtuele weddenschappen als kansspel binnen de Belgische Kansspelwet ?
2. Offline virtuele weddenschappen : opmerkingen op de nota van 1 juli 2015.
3. Online virtuele weddenschappen : opmerkingen op de richtlijnen van de internetwerkgroep.
4. Conclusie aangaande de regulering van virtuele weddenschappen.
 
Gelet op de hoorzittingen van de Subcommissie op 29 oktober 2015 en 26 november 2015 waarvan de verslagen door de Subcommissie werden goedgekeurd en bij het dossier werden gevoegd;
 
Gelet op de door de tijdens de hoorzittingen rechtstreeks uitgenodigde partijen neergelegde schriftelijke stukken als antwoord op de gestelde vragen welke integraal bij het dossier werden gevoegd, in het bijzonder de neergelegde stukken door BGA, Ladbrokes, BVWK, BBA, SKS365, BFP, Unibet, B-win en de Nationale Loterij;
 
Gelet op de door geïnteresseerde partijen in het algemeen neergelegde schriftelijke stukken als antwoord op de gestelde vragen welke integraal bij het dossier werden gevoegd, in het bijzonder de neergelegde stukken door UBA, VAD en de lokale politie Comines-Warneton;
 
Gelet op het plaatsbezoek door de leden van de Subcommissie op 26 november 2015 in het door Ladbrokes geëxploiteerde wedkantoor “Bourse”, gelegen te 1000 Brussel, Kiekenmarkt 35;
 
Gelet op de door Ladbrokes bijkomend neergelegde schriftelijke juridische analyse van de virtuele weddenschappen welke integraal bij het dossier werd gevoegd;
 
Gelet op het door BBA bijkomende neergelegd schriftelijke stuk inhoudende een overzicht van de regulering inzake virtuele weddenschappen in andere landen van de EU;
 
Gelet op het extern ingewonnen juridisch advies door ALTIUS Advocaten inhoudende de kwalificatie van virtuele weddenschappen naar Belgisch Recht – juridische analyse en voorstellen, welke integraal bij het dossier werd gevoegd;
 
Gelet op het advies van de Subcommissie betreffende de gewenste regulering van “virtuele weddenschappen” zowel offline als online, welke integraal bij het dossier werd gevoegd;
 

 
BESLISSING VAN DE KANSSPELCOMMISSIE:
 
 
De Kansspelcommissie volgt de motivering zoals vermeld in het advies van de subcommissie betreffende de gewenste regulering van “virtuele weddenschappen” zowel offline als online op het vlak de in het advies afzonderlijk toegelichte drie deelaspecten, met name de rechtszekerheid, de bescherming van de speler en de openbare orde.
 
Wat betreft de exploitatie van online virtuele weddenschappen lijken er geen problemen te zijn met de huidige regulering via de richtlijnen van de internetwerkgroep welke aldus onverkort kunnen blijven gelden.
 
Om redenen van rechtszekerheid, bescherming van de speler en openbare orde stelt de Kansspelcommissie vast dat de huidige regulering inzake offline virtuele weddenschappen door middel van de nota van 1 juli 2015 een onvoldoende omkadering uitmaakt voor dergelijke spelen.
 
Wat betreft de exploitatie van offline virtuele weddenschappen is er nood aan een duidelijk wettelijk kader waarbinnen dergelijke spelen kunnen worden aangeboden in de wedkantoren.
 
Op juridisch vlak lijkt een inbedding van dergelijke kansspelen in de koninklijke besluiten betreffende de automatische kansspelen in de verschillende klassen van kansspelinrichtingen noodzakelijk om de nodige rechtszekerheid te bewerkstelligen wat betreft de aard van virtuele weddenschappen als kansspel.
 
Dergelijke omkadering bewerkstelligt immers ook de thans ontbrekende bescherming van de speler door gelijkaardige voorwaarden op te leggen aan de virtuele weddenschappen als aan de automatische kansspelen in de verschillende klassen (I, II en IV) van kansspelinrichtingen, onder meer qua leeftijdsbeperkingen, gemiddeld uurverlies, E-id, enz.
 
Die noodzakelijke duidelijke omkadering zal ten slotte ook de veiligheid in de wedkantoren verhogen door het nauwkeurig uitschrijven van de werkingsregels van dergelijke spelen in de betreffende koninklijke besluiten en bijhorende technische protocollen.
 
Een technische analyse lijkt de eerste onontbeerlijke stap om zo de inventaris te kunnen opstellen van de te wijzigen artikels in koninklijke besluiten en regels in de bijhorende technische protocollen.
 
In afwachting van dergelijke analyse, inventaris en voorstellen van wijzigingen beslist de Kansspelcommissie om de huidige nota van 1 juli 2015 op te schorten totdat de noodzakelijke wijzigingen zijn doorgevoerd, zodat de virtuele weddenschappen als automatisch kansspel een duidelijk wettelijk en reglementair kader verkrijgen waarbinnen ze geëxploiteerd kunnen worden in de kansspelinrichtingen klasse I, II en IV.
 
De Kansspelcommissie beslist een redelijke overgangstermijn te voorzien vooraleer de nota op te schorten gezien de voorheen verleende goedkeuring tot exploitatie van dergelijke spelen in de wedkantoren. De gebruikelijke termijn van 60 dagen bij administratieve rechtshandelingen lijkt ook in deze materie gepast als minimale overgangstermijn.
 
De Subcommissie adviseerde aldus de nota van 1 juli 2015 met betrekking tot de exploitatie van virtuele weddenschappen in de wedkantoren en de verleende goedkeuring hiertoe aan Ladbrokes met ingang van 1 april 2016 op te schorten totdat de nodige wijzigingen aan de koninklijke besluiten en bijhorende technische protocollen voor de verschillende klassen van kansspelinrichtingen zijn doorgevoerd.
 
De Kansspelcommissie beslist de redelijke overgangstermijn vooraleer de nota op te schorten gezien de voorheen verleende goedkeuring tot exploitatie van dergelijke spelen in de wedkantoren thans te verlengen met 2 maanden.
 
De Kansspelcommissie beslist aldus de nota van 1 juli 2015 met betrekking tot de exploitatie van virtuele weddenschappen in de wedkantoren en de verleende goedkeuring hiertoe aan Ladbrokes met ingang van 1 juni 2016 op te schorten totdat de nodige wijzigingen aan de koninklijke besluiten en bijhorende technische protocollen voor de verschillende klassen van kansspelinrichtingen zijn doorgevoerd.
 

 

 
 
GOEDGEKEURD DOOR DE LEDEN VAN DE KANSSPELCOMMISSIE OP DE VERGADERING VAN 13 JANUARI 2016.
 
DE VOORZITTER,
 
 
 
E. MARIQUE
 

Nota: Weddenschappen op virtuele evenementen (1 juli 2015)

1. Inleiding:

Deze nota onderzoekt of er juridische bezwaren bestaan in de gewijzigde kansspelwet of haar uitvoeringsbesluiten tegen het inrichten van weddenschappen op virtuele (sport)evenementen, zoals thans onder meer in het Verenigd Koninkrijk toegelaten wordt.
Het voordeel van de inrichting van dergelijke weddenschappen bestaat erin voor de operatoren om aan de spelers - ook wanneer er geen live sport- of paardenevenementen worden uitgezonden (veelal tussen 10.00 uur ’s morgen en 14.00 uur ’s middags) – in hun wedkantoren toch de mogelijkheid te geven om op “live” evenementen te kunnen wedden.
Het virtuele (sport)evenement en de aangeboden quoteringen worden gecreëerd door een random generator. Het verschil met een machine klasse IV is echter dat er geen gesloten circuit wordt aangeboden. Bij een machine klasse IV is er een gewaarborgd rendement voor de exploitant van het wedkantoor.
Bij weddenschappen op virtuele (sport)evenementen spelen verschillende spelers in verschillende kantoren op hetzelfde evenement (multiplayer). Net zoals bij de quoteringen op reële evenementen is het perfect mogelijk indien er een groot aantal spelers op de winnaar hebben ingezet dat de inrichter verlies lijdt. De ingezette bedragen beïnvloeden de quoteringen en het resultaat niet.
Het evenement is dus virtueel, maar voor het overige hebben weddenschappen op virtuele (sport)evenementen meer gelijkenissen met normale weddenschappen dan met een machine klasse IV.
 
 
2. Juridische bezwaren:
 
A.      De kansspelwet:
Artikel 2, 5° definieert een weddenschap als “kansspel waarbij elke speler een inzet inbrengt en waarbij winst of verlies wordt opgeleverd die niet afhangt van een daad gesteld door de speler, maar van de verwezenlijking van een onzekere gebeurtenis die zich voordoet zonder tussenkomst van de spelers.”
Deze definitie verhindert weddenschappen op virtuele (sport)evenementen niet, daar ook indien een “random number generator” het evenement bepaalt het een onzekere gebeurtenis blijft.
Artikel 43/1 stelt dat het verboden is weddenschappen in te richten op evenementen of gebeurtenissen waarvan de uitslag reeds gekend is of waarbij de onzekere gebeurtenis reeds heeft plaatsgevonden.
Ook dit artikel stelt geen problemen daar een “random number generator” het toeval bepaalt.
 
B.      De uitvoeringsbesluiten
Het koninklijk besluit van 22 december 2010 tot vaststelling van de lijst van de automatische kansspelen waarvan de exploitatie is toegelaten in de kansspelinrichtingen klasse IV stelt in artikel 1 dat de enige toegelaten automatische kansspelen die kansspelen zijn waarmee de speler kan wedden op de verwezenlijking van een virtuele gebeurtenis en dat het moet gaan om individuele toestellen, monospelers, gebaseerd op weddenschappen tegen notering.
Deze definitie betreft de 2 automatische kansspelen die in de wedkantoren kunnen worden geplaatst. Het aanbieden van weddenschappen op virtuele (sport)evenementen kan aldus niet in de vorm van automatische kansspelen daar het moet gaan om monoplayers.
 

3. Besluit:

Vanuit juridische oogpunt lijkt het inrichten/aanbieden van weddenschappen op virtuele (sport)evenementen niet in te druisen tegen de bepalingen van de kansspelwet zo men deze soort van weddenschappen beschouwt als weddenschappen op evenementen.
Immers, de uitslag is niet gekend en het evenement betreft een onzekere gebeurtenis. Hiervoor zorgt de “random number generator”.
Het gevolg van de kwalificatie van weddenschappen op virtuele (sport)evenementen als weddenschappen op evenementen is dat deze vorm van weddenschappen enkel in de vaste kansspelinrichtingen klasse IV kunnen plaatsvinden.
Virtuele (sport)evenementen kunnen bijgevolg ook niet aangenomen worden in dagbladhandels of via mobiele kansspelinrichtingen klasse IV.
Wel zal er minstens nood zijn aan een duidelijke omkadering voor deze soort weddenschappen, daar het resultaat van een sportwedstrijd – ingeval van discussie – algemeen en openbaar is. Het resultaat van het virtuele (sport)evenement zal dus gedurende ruime tijd bewaard dienen te blijven om eventuele twisten en klachten te kunnen beslechten.
 

4. Omkadering:

 4.1.VOORAFGAANDE TOELATING DOOR KSC
Om deze evolutie – die een bijkomende rentabiliteit aan de sector verleent als tegengewicht voor de gevraagde investeringen volgend uit de Kansspelwet, haar uitvoeringsbesluiten en technische protocollen – van dichtbij te kunnen opvolgen, verdient het de voorkeur dat elke F1 die dergelijke weddenschappen wenst in te richten hiertoe een voorafgaande vraag tot toelating aan het secretariaat van de Kansspelcommissie richt.
De vergunninghouder F1 dient bij deze vraag tot toelating aan te tonen dat alle in deze nota vermelde voorwaarden vervuld zijn.
Op deze manier behoudt de Kansspelcommissie een geactualiseerd overzicht van het aanbod van virtuele (sport)weddenschappen. Tevens kan dan jaarlijks een evaluatie inzake het aanbod van virtuele (sport)weddenschappen worden voorzien op basis waarvan een eventuele aanpassing van onderstaande voorwaarden kan worden doorgevoerd.
 
4.2.VERGUNNING E
 Om ervoor te zorgen dat in geen enkel geval de inrichter van de weddenschappen enige kennis kan hebben van het uiteindelijke resultaat kan er hier best – voor wat betreft de weddenschappen op virtuele (sport)evenementen zijnde de enige weddenschappen waarbij er een “random number generator” voorhanden is – analogie gemaakt worden met de kansspelinrichtingen klasse I, II en III waarbij de fabricage, de verkoop en de herstelling of het onderhoud van kansspelen door een vergunninghouder E dient te gebeuren.
Zo ook zou men kunnen stellen dat de fabricage, de verkoop en de herstelling of het onderhoud van het virtuele evenement (en bijhorende quoteringen) door een externe firma dient te gebeuren die dan over een vergunning klasse E dient beschikken en dus de nodige onafhankelijkheid bezit tegenover de inrichter en aanbieders van weddenschappen.
 
4.3.AANNAME VAN VIRTUELE WEDDENSCHAPPEN
Daar we geenszins te maken hebben met een automatisch kansspel waarvan de exploitatie is toegelaten in kansspelinrichtingen klasse IV, dient de virtuele weddenschap aangenomen te worden zoals de andere weddenschappen in de wedkantoren, d.w.z. via tussenkomst van het personeelslid en door afgifte van een ticket aan de wedder.
Ook aanname via zelfbedieningsterminals is mogelijk zoals thans het geval is voor de “gewone” weddenschappen. Indien de aanname van virtuele (sport)weddenschappen gebeurt via zelfbedieningsterminals dienen zij integraal deel uit te maken van het algemene aanbod van weddenschappen door de vergunninghouder F1 op de zelfbedieningsterminal. Een zelfbedieningsterminal waarop enkel virtuele (sport)weddenschappen worden geplaatst is niet toegestaan. De richtlijnen van de Kansspelcommissie aangaande zelfbedieningsterminals gelden ook onverkort bij virtuele weddenschappen.
Per kansspelinrichting klasse vier mogen er maximum 2 zelfbedieningsterminals aanwezig zijn, waarop virtuele (sport)weddenschappen worden aangenomen.
Alle wettelijke en reglementaire verplichtingen van toepassing op de reële weddenschappen, zijn eveneens van toepassing op de virtuele (sport)weddenschappen (bijv. registratieplicht vanaf 1.000 euro inzet, informaticaprotocol, …)
 
4.4.TECHNISCHE GOEDKEURING EN GEWAARBORGD EENRICHTINGSVERKEER
De server die het evenement en de quoteringen uitzendt naar de vergunninghouder F1 en de verschillende vergunninghouders F2 voor de betreffende vaste kansspelinrichtingen klasse IV dient zich in België te bevinden.
De random number generator in handen van de vergunninghouder E zal gecertificeerd dienen te worden. Immers het evenement en de uitslag dienen volkomen random te zijn.
De integriteit van de software die de random generator beheert, moet - via de server die zich in België zich bevindt - automatisch gecontroleerd kunnen worden (bijvoorbeeld via een softwarehandtekening).
De server dient het eerlijk en onafhankelijk verloop van het evenement en de quoteringen te verzekeren. De server en zijn opstelling dienen daartoe voorafgaandelijk een goedkeuring vanwege de metrologische dienst te verkrijgen.
Net zoals de beelden via een tv-kanaal wordt dit virtueel evenement (E) dan uitgezonden via de inrichter van de weddenschappen (F1) en de verschillende kantoren (F2’s).
Er mag echter geen enkele vorm van interactie in omgekeerde richting plaatsvinden, namelijk vanuit de wedkantoren naar de vergunninghouder E die het evenement en de quoteringen genereert. Daartoe moet de vergunninghouder F1 een plan bij zijn vraag tot toelating voegen waardoor het eenrichtingsverkeer gewaarborgd wordt.
De bedragen die door de spelers worden ingezet mogen noch de noteringen, noch het resultaat beïnvloeden. Hetzelfde virtueel (sport)evenement dient op hetzelfde moment toegankelijk te zijn voor een onbepaald aantal spelers in de verschillende verkooppunten van de vergunninghouder F1.
 
4.5.BEWARINGSTERMIJN BEELDEN, QUOTERINGEN EN UITSLAGEN
De vergunninghouder E die virtuele (sport)evenementen uitzendt, dient de beelden van het virtuele evenement ten minste 8 weken te bewaren en op eenvoudig verzoek vanwege de Kansspelcommissie de beelden van één of meerdere evenementen te bezorgen.
De vergunninghouder E die virtuele (sport)evenementen uitzendt, dient de quoteringen en de uitslagen van het virtuele evenement ten minste 5 jaren te bewaren en op eenvoudig verzoek vanwege de Kansspelcommissie de quoteringen en uitslagen van één of meerdere evenementen te bezorgen.
 
4.6.HET VIRTUELE EVENEMENT DIENT EEN VIRTUEEL SPORTEVENEMENT TE ZIJN
Enkel virtuele evenement die gelijken op bestaande sportevenementen in de reële wereld (bijv. honden- en paardenrennen) zijn toegelaten.
 
4.7.INFORMATIE AAN DE SPELER
Daar de technologische evolutie blijft voortschrijden is het in het belang van de bescherming van de speler vereist dat de speler op voldoende wijze geïnformeerd wordt dat het in casu over een virtueel (sport)evenement gaat. Zowel voorafgaand aan de race of het evenement als tijdens de race of het evenement zelf dient er duidelijk aangegeven te worden dat het om een virtueel (sport)evenement gaat, zodat de speler op geen enkele moment kan denken dat het over een reële wedstrijd gaat.
Ook dient er zowel op het scherm waarop het evenement wordt uitgezonden als op de tickets die worden uitgereikt aan de wedders duidelijk vermeld te worden dat het in casu over een virtueel (sport)evenement gaat.
 
4.8.BEPERKING VAN HET AANBOD
Om te vermijden dat deze nieuwe soort weddenschappen tot uitwassen leidt, verdient het aanbeveling het aanbod ervan te beperken. Na een toekomstige evaluatie kan deze beperking indien nodig aangepast worden.
Enerzijds dient de uitzendtijd van de virtuele (sport)evenementen beperkt te blijven tot maximum 30 uur per maand. Het beginpunt van de uitzendtijd is het moment waarop de eerste zichtbare actie van het betreffende evenement plaatsvindt. Het eindpunt is het moment waarop de laatste zichtbare actie van het betreffende virtuele evenement is afgelopen.
Anderzijds kunnen virtuele (sport)weddenschappen gedurende maximum een tijdslot van 4 uur per dag aangenomen en verkocht worden zodat het bijkomstig karakter gewaarborgd blijft.
Dit tijdslot van 4 uur kan verdeeld worden in 4 sloten van 1 doorlopend uur per dag.
Indien er bijvoorbeeld om 11.15 uur een eerste weddenschap op een virtueel (sport)evenement wordt aangeboden in de wedkantoren, start hierdoor een eerste tijdslot van 1 doorlopend uur tot 12.15 uur ongeacht of er de facto nog andere weddenschappen op virtuele (sport)evenementen worden aangeboden tijdens dit uur. Er zijn voor die dag aldus nog 3 tijdsloten van 1 doorlopend uur beschikbaar waarin dergelijke weddenschappen kunnen worden aangenomen en verkocht.
Om hierover de controle te bewaren dient de vergunninghouder F1 op eenvoudig verzoek een overzicht per maand van de uitzend- en verkoopstijden, de verkooppunten en de omzet en de winst inzake virtuele (sport)weddenschappen aan het secretariaat van de Kansspelcommissie mede te delen.
Gedurende de eerste drie maanden na voorafgaande toelating tot het inrichten van virtuele (sport)weddenschappen door de het secretariaat van de Kansspelcommissie, dient de vergunninghouder F1 dergelijk maandoverzicht spontaan te bezorgen.
 
De omkadering zoals bepaald in deze nota dient door alle vergunninghouders die een voorafgaande toelating hebben verkregen tot het inrichten van weddenschappen op virtuele evenementen nageleefd te worden vanaf 1 september 2015.
 
Goedgekeurd in de Kansspelcommissievergadering van 1 juli 2015.
 

Etienne MARIQUE, Voorzitter

Nota: Het aannemen van weddenschappen in mobiele kansspelinrichtingen klasse IV (bookmakers) (oktober 2014)

(Deze nota vervangt punt 1 van de nota de dato 6 november 2013).

Artikel 43/4. § 2, 5de lid van de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de weddenschappen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers (hierna: “de Kansspelwet”) bepaalt dat een mobiele kansspelinrichting geen andere weddenschappen mag aannemen dan deze die betrekking hebben op dat evenement, die wedstrijd of die competitie.
De voorbereidende werkzaamheden vermelden hier verder niets over.
 
1. Wat betekent “weddenschappen die betrekking hebben op die competitie” ?
Daar waar er geen problemen rijzen met de begrippen “weddenschappen op dat evenement” “weddenschappen op die wedstrijd”, blijkt het niet zonder meer duidelijk wat de Wetgever heeft bedoeld met “weddenschappen op die competitie”.
 
Wat bekent nu juist competitie ? Taalkundig blijkt uit Van Dale dat dit kan betekenen:
a) reeks van wedstrijden van een groep van clubs die elk één of twee keer tegen alle andere moeten spelen (= enge betekenis)
b) (als tweede lid in samenstelling) een andere activiteit die in wedstrijdverband wordt beoefend “van die sporttak” (= ruimere betekenis)
 
Het moge duidelijk zijn dat indien er een voetbalwedstrijd plaatsvindt, volgens beide taalkundige definities geen weddenschappen mogen worden aangenomen op bijvoorbeeld een tennismatch.
De Kansspelcommissie beslist thans dat het begrip competitie eerder in zijn brede betekenis dient begrepen te worden, echter met een beperking tot die competities in landen die de nodige garanties kunnen bieden inzake te bestrijding van het fenomeen “match fixing”:
  • alle Belgische competities;
  • competities in landen van de Europese Economische Ruimte (E.E.R.);
  • competities in landen die de Europese (Raad Van Europa) Conventie betreffende de vervalsing van sportcompetities hebben ondertekend na ondertekening door België;
  • internationale competities waaraan Belgische “ploegen” kunnen deelnemen (bijvoorbeeld Wereldkampioenschap voetbal of Olympische spelen).
In concreto betekent dit dat indien een mobiele kansspelinrichting op bijvoorbeeld een 2de klasse voetbalwedstrijd weddenschappen aanneemt, zij ook weddenschappen kan aanbieden op alle Belgische voetbalwedstrijden of voetbalwedstrijden uit andere landen van de E.E.R. of een land dat de Europese conventie ter bestrijding van match fixing heeft ondertekend.
 
Weddenschappen op een andere sport zoals bijvoorbeeld tennis kunnen echter niet aangenomen worden via mobiele kansspelinrichtingen ter gelegenheid van een voetbalmatch.
 
Alle weddenschappen op de betreffende sporttak mogen worden aangenomen door de mobiele kansspelinrichting klasse IV met de hierboven vermeld beperking, tenzij bepaalde weddenschappen door de Kansspelcommissie als fraudegevoelig worden aangeduid en zij via een informatieve nota op haar website worden bekendgemaakt.
 
Op eenvoudig verzoek van de Kansspelcommissie ziet de vergunninghouder daarenboven af van de exploitatie van een specifieke weddenschap die door de Kansspelcommissie als fraudegevoelig wordt aangeduid zoals hierboven vermeld.
 
Goedgekeurd door de Kansspelcommissie tijdens haar zitting van 1 oktober 2014.
 
Etienne MARIQUE, Voorzitter

Nota: Wedstrijdvervalsingen - gericht aan alle vergunninghouders F1 (4 juni 2014)

In het kader van de strijd tegen wedstrijdvervalsing sloot de Kansspelcommissie als regulator inzake kansspelen onlangs samenwerkingsakkoorden af met FIFA en IOC. Thans is er ook op het Belgisch niveau een protocol in de maak met als doel de integriteit van de sport te vrijwaren.

Krachtens artikel 43/5, 2. van de Kansspelwet dienen alle vergunninghouders F1 te beantwoorden aan de vereisten van de functie.
 
Op 4 juni 2014 besliste de Kansspelcommissie dat een voorzichtige, zorgvuldige en professionele operator van weddenschappen elke onregelmatigheid wat betreft inzetten op zijn aangeboden weddenschappen aan de regulator dient te melden op fraud@gamingcommission.be.
De Kansspelcommissie zal als meldpunt voor de operatoren de informatie steeds met de nodige discretie behandelen en de meldende operator op de hoogte stellen van het eventueel verder gevoerde onderzoek.
 

Nota: Weddenschappen met een beperkte inzet en een beperkte winstmogelijkheid (plaatselijke pronostieken). Wat kan en wat kan niet? (7 mei 2014)

Naar aanleiding van de aanstaande Wereldbeker voetbal, zal net zoals in het verleden bij vorige wereldbekers voetbal – de neiging van burgers om bij dergelijke grote evenementen te gokken zich op verschillende manieren etaleren, zoals het spontaan afsluiten van kleine weddenschappen of pronostieken in het plaatselijke café.

Gezien het uitzonderlijk karakter van dergelijke grote evenementen en de populariteit van de Belgische voetbalploeg dringt zich een aangepast regulering op.

Wat kan en wat kan niet?
 

  • De regelgeving

Artikel 3, 3. van de Kansspelwet voorziet in een uitzondering om kansspelen te exploiteren zonder een vergunning indien het gaat om kansspelen met een beperkte inzet en een beperkte winstmogelijkheid.
Door de wijziging van de Kansspelwet dient de Koning de nadere voorwaarden te bepalen waaronder dergelijke kansspelen geëxploiteerd kunnen worden. Echter tot op heden is dit koninklijk besluit er nog niet.
Hoewel het artikel handelt over kaart- en gezelschapspelen, kunnen dergelijke kleine weddenschappen als gezelschapspelen aanzien worden in het kader van dit artikel.
Bij gebreke aan een uitvoeringsbesluit, stelt de Kansspelcommissie met betrekking tot dze weddenschappen onderstaande prioriteiten op.
Onderstaande richtlijnen gelden niet indien er een mobiele kansspelinrichting klasse IV aanwezig is. Immers de noodzakelijke kanalisatie van spelers naar vergunde kansspelinrichtingen heeft in dat geval voorrang.
 

  • Prioriteiten van de controlecel van de Kansspelcommissie.

Een controledossier aangaande plaatselijke pronostieken is prioritair wanneer:
- Er een vraag is vanwege politiediensten of parket en de informatie over de inzetten en de uitbetalingen hoger zijn dan vermeld in de vroegere versie van de omzendbrief van het College der Procureurs-generaal aangaande de Kansspelwet (0,20 euro inzet en 6,20 euro maximale winst);
- Er sprake is van meerdere wedmogelijkheden andere dan winnend/gelijkspel/verliezend of de exacte eindscore van een bepaalde match;
- Er sprake is van aanwezigheid van minderjarigen (-18 jaar);
- Er sprake is van het opzetten van een commercieel circuit;
- Er sprake is van publiciteit voor illegale websites of inrichtingen die fungeren als sponsor;
- Er sprake is van organisatie door of aanwezigheid van personen gekend in het criminele circuit;
- Er een mobiele kansspelinrichting klasse IV aanwezig is.

 

  • Een controledossier aangaande plaatselijke pronostieken is niet prioritair wanneer:

- Er sprake is van de organisatie van een enkele wedmogelijkheid per match die op dezelfde dag wordt gespeeld (winnend/gelijkspel/verliezend of de exacte eindscore) waarvan de inzet de twee euro niet overschrijdt;
Het heeft dus op zich geen belang of het in casu gaat over een te winnen geldprijs of een te winnen materiële prijs. Beide zijn winstelementen die tot de kwalificatie van een kansspel leiden. Hoe groter de te winnen prijs, hoe groter de kans dat er een vraag tot tussenkomst vanwege parket of politiediensten zal gebeuren, waardoor het dus steeds aangewezen is om parket en gemeente te contacteren aangaande de voorgenomen organisatie van een plaatselijke pronostiek.

Nota: Weddenschappen via mobiele kansspelinrichtingen klasse IV. Wat kan en wat kan niet? (7 mei 2014)

De regelgeving:

De wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de weddenschappen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers bepaalt:

“Art. 43/4, § 2. De kansspelinrichtingen klasse IV zijn vast of mobiel.
Een mobiele kansspelinrichting is een tijdelijke inrichting, duidelijk afgebakend in de ruimte, die wordt geëxploiteerd ter gelegenheid, voor de duur en op de plaats van een evenement, een sportwedstrijd of een sportcompetitie. Zij dient duidelijk te worden afgescheiden van de gelegenheden waar alcoholische drank wordt verkocht voor verbruik ter plaatse.
Een mobiele kansspelinrichting mag geen andere weddenschappen aannemen dan deze die betrekking hebben op dat evenement, die wedstrijd of die competitie.”
Deze bepaling wordt strafrechtelijk beteugeld.
Belangrijk is ook het principiële verbod weddenschappen aan te nemen waar alcohol verkocht wordt zoals blijkt uit:
 

“Artikel 43/4.
§1. Kansspelinrichtingen klasse IV zijn plaatsen uitsluitend bestemd voor het aannemen van weddenschappen die overeenkomstig deze wet zijn toegestaan voor rekening van de vergunninghouders F1.
Het aannemen van weddenschappen vereist een vergunning klasse F2. Behoudens de uitzonderingen voorzien in §5, is het verboden weddenschappen aan te nemen buiten een kansspelinrichting klasse IV.

§ 2. De kansspelinrichtingen klasse IV zijn vast of mobiel.
Een vaste kansspelinrichting is een permanente inrichting, duidelijk afgebakend in de ruimte, waarin de weddenschappen worden geëxploiteerd.
Een vaste kansspelinrichting is uitsluitend bestemd voor het aannemen van weddenschappen, behoudens:
- de verkoop van gespecialiseerde bladen, sportmagazines en gadgets;
- de verkoop van niet alcoholische dranken;
- de exploitatie van maximaal twee automatische kansspelen die weddenschappen op soortgelijke activiteiten aanbieden als deze die aangegaan worden in het wedkantoor. De Koning bepaalt de voorwaarden waaronder deze kansspelen kunnen worden uitgebaat.

Een mobiele kansspelinrichting is een tijdelijke inrichting, duidelijk afgebakend in de ruimte, die wordt geëxploiteerd ter gelegenheid, voor de duur en op de plaats van een evenement, een sportwedstrijd of een sportcompetitie. Zij dient duidelijk te worden afgescheiden van de gelegenheden waar alcoholische drank wordt verkocht voor verbruik ter plaatse.”

§5. Buiten voormelde kansspelinrichtingen klasse IV mogen tevens worden aangenomen:

1° de onderlinge weddenschappen op paardenrennen en weddenschappen op sportevenementen andere dan paardenrennen en windhondrennen, bij wijze van nevenactiviteit door de dagbladhandelaars, natuurlijke personen of rechtspersonen, die als commerciële onderneming zijn ingeschreven in de Kruispuntbank voor ondernemingen, voor zover ze niet worden aangenomen in gelegenheden waar alcoholische dranken worden verkocht voor verbruik ter plaatse. De Koning bepaalt de nadere voorwaarden waaraan de dagbladhandelaars moeten voldoen. Zij dienen te beschikken over een vergunning F2;”

Dit principiële verbod zoals ingevoerd door de Wetgever blijkt ook uit volgend artikel in combinatie met de Parlementaire Voorbereiding hierover:

“Artikel 43/4.

§5. Buiten voormelde kansspelinrichtingen klasse IV mogen tevens worden aangenomen:

2° de onderlinge weddenschappen op paardenrennen zoals bedoeld in artikel 43/2, §2, 1° en 2°, die worden georganiseerd binnen de omheining van een renbaan, onder de door de Koning te bepalen voorwaarden. De vereniging dient te beschikken over een vergunning klasse F2.”

Parlementaire Voorbereiding.
“b) de onderlinge weddenschappen op paardenwedrennen die in België plaatsvinden en die worden ingericht door een renvereniging die is erkend door de bevoegde federatie. Dergelijke weddenschappen kunnen echter enkel worden georganiseerd door de renvereniging die de betreffende wedren organiseert. Ook deze vereniging mag uitzonderlijk de vorm aannemen van een vereniging zonder winstoogmerk. Deze uitzondering voor de onderlinge weddenschappen op paardenwedrennen is te verklaren door het feit dat, mits naleving van de door de Koning te bepalen voorwaarden, de inzetten mogen worden aangenomen in kantines op de renbaan waar alcoholische drank wordt verkocht.”

(Wetontwerp tot wijziging van de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers, van het Wetboek van de met inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen, van de wet van 26 juni 1963 betreffende de aanmoediging van de lichamelijke opvoeding, de sport en het openluchtleven en het toezicht op de ondernemingen die wedstrijden van weddenschappen op sportuitslagen inrichten, van de wet van 19 april 2002 tot rationalisering van de werking en het beheer van de Nationale Loterij, DOC KAMER 52, 1992/001, blz. 37)

Het koninklijk besluit van 22 december 2010 betreffende de vorm van de vergunning klasse F2, de wijze waarop de aanvragen voor een vergunning klasse F2 moeten worden ingediend en onderzocht en de verplichtingen waaraan vergunninghouders F2 moeten voldoen inzake beheer en boekhouding bepaalt:

“Art. 4. Het is een zelfde natuurlijke persoon of rechtspersoon verboden de vergunning klasse A enerzijds en de vergunning klasse F2 voor een vaste kansspelinrichting klasse IV anderzijds rechtstreeks of onrechtstreeks, persoonlijk of door bemiddeling van een natuurlijke persoon of rechtspersoon op eenzelfde locatie of in eenzelfde inrichting te cumuleren.

Het is een zelfde natuurlijke persoon of rechtspersoon verboden de vergunning klasse B en C enerzijds en de vergunning klasse F2 anderzijds rechtstreeks of onrechtstreeks, persoonlijk of door bemiddeling van een natuurlijke persoon of rechtspersoon op eenzelfde locatie of in eenzelfde inrichting te cumuleren.”
Deze bepaling wordt administratiefrechtelijk beteugeld.

De nota van 6 november van 2013 betreffende het aannemen van weddenschappen in mobiele kansspelinrichtingen klasse IV (bookmakers) bepaalt:

“De Kansspelcommissie beslist dan ook tot een procedure waardoor de aanname van weddenschappen op publieke locaties waar een belangrijk sportevenement op groot scherm wordt getoond, mogelijk is mits:
- voorafgaande informatie door de vergunninghouder (locatie, datum en duur);
- voorafgaande toelating door het secretariaat van de Kansspelcommissie.”

Deze bepaling wordt administratiefrechtelijk beteugeld.
 

  • De praktijk. Wat kan waar?

- Kansspelinrichtingen klasse I of casino’s:

Mobiele kansspelinrichtingen klasse IV kunnen weddenschappen aannemen in het casino zelf op een evenement dat aldaar plaatsvindt zoals een “Missverkiezing”.

Mits voorafgaande informatie en toelating kunnen ze ook weddenschappen aannemen bij de vertoning op een groot scherm in het casino zelf zoals een match van de Wereldbeker. Wel dient het casino dan de scheiding tussen de verkoop van alcoholische dranken (lees de bar) en de zone waar weddenschappen worden aangenomen te verzekeren.
 

- Kansspelinrichtingen klasse II of speelautomatenhallen:

Mobiele kansspelinrichtingen klasse IV kunnen geen weddenschappen aannemen in de speelautomatenhal (op eenzelfde locatie of in eenzelfde inrichting).
Op het openbaar domein rondom een speelautomatenhal kunnen – mits voorafgaande informatie en toelating – weddenschappen worden aangenomen door een mobiele kansspelinrichting klasse IV bij de vertoning op een groot scherm van bijvoorbeeld een match van de Wereldbeker. Opnieuw dient hier de scheiding tussen alcohol en weddenschappen verzekerd te worden.
 

- Kansspelinrichtingen klasse III of cafés met 2 bingo’s:

Mobiele kansspelinrichtingen klasse IV kunnen geen weddenschappen aannemen in het café met 2 bingo’s (op eenzelfde locatie of in eenzelfde inrichting).
Op het openbaar domein rondom een café met 2 bingo’s kunnen – mits voorafgaande informatie en toelating – weddenschappen worden aangenomen door een mobiele kansspelinrichting klasse IV bij de vertoning op een groot scherm van bijvoorbeeld een match van de Wereldbeker. Opnieuw dient hier de scheiding tussen alcohol en weddenschappen verzekerd te worden.

- Weddenschappen in cafés in het algemeen (zonder een vergunning inzake kansspelen):

Het verbod op de combinatie van alcohol en weddenschappen blijkt duidelijk uit de hierboven vermelde wetsartikelen die strafrechtelijk beteugeld worden, dus geen aannemen door bookmakers in cafés (al dan niet naar aanleiding van de vertoning een groot scherm).

Wel kunnen bookmakers weddenschappen aannemen op het openbaar domein (bijvoorbeeld op straat voor een café), naar aanleiding van de vertoning op een groot scherm mits voorafgaande informatie en toelating.
 

Gelieve alle vragen aangaande de informatie omtrent en de vraag tot toelating met betrekking tot mobiele kansspelinrichtingen klasse IV te richten aan bookmaker@gamingcommission.be.

Nota: Het aannemen van weddenschappen in mobiele kansspelinrichtingen klasse IV (bookmakers) (November 2013)

Artikel 43/4. § 2, 5de lid van de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de weddenschappen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers (hierna: “de Kansspelwet”) bepaalt dat een mobiele kansspelinrichting geen andere weddenschappen mag aannemen dan deze die betrekking hebben op dat evenement, die wedstrijd of die competitie.
De voorbereidende werkzaamheden vermelden hier verder niets over.
 
In de praktijk stellen zich echter thans twee vragen:
 
1. Wat betekent “weddenschappen die betrekking hebben op die competitie” ?
Daar waar er geen problemen rijzen met de begrippen “weddenschappen op dat evenement” “weddenschappen op die wedstrijd”, blijkt het niet zonder meer duidelijk wat de Wetgever heeft bedoeld met “weddenschappen op die competitie”.
Wat bekent nu juist competitie ? Taalkundig blijkt uit Van Dale dat dit kan betekenen:
a) reeks van wedstrijden van een groep van clubs die elk één of twee keer tegen alle andere moeten spelen (= enge betekenis)
b) (als tweede lid in samenstelling) een andere activiteit die in wedstrijdverband wordt beoefend “van die sporttak” (= ruimere betekenis)
Het moge duidelijk zijn dat indien er een voetbalwedstrijd plaatsvindt, volgens beide taalkundige definities geen weddenschappen mogen worden aangenomen op bijvoorbeeld een tennismatch.
De Kansspelcommissie beslist thans daar er sprake is competitie zonder meer het begrip competitie dan ook in zijn enge betekenis dient begrepen te worden.
In concreto betekent dit dat indien een mobiele kansspelinrichting op bijvoorbeeld een 2de klasse wedstrijd weddenschappen aanneemt zij enkel weddenschappen op wedstrijden van diezelfde klasse mag aanbieden. Zo ook, indien een 1ste klasse ploeg deelneemt aan een Europese competitie (bijv. de UEFA Champions League) kunnen er weddenschappen worden aangeboden op alle wedstrijden uit diezelfde Europese competitie.
 
2. Kunnen er weddenschappen aangenomen worden op publiek locaties waar het evenement of de wedstrijd op een groot scherm wordt getoond ?
Een andere vraag betreft de mogelijkheid tot het aanbieden van weddenschappen op publieke locaties waar een belangrijke wedstrijd wordt getoond. Gezien de wereldbeker voetbal in 2014 is een duidelijk antwoord hierop van belang.
Hierbij is ook artikel 43/4, § 2, 4de lid van belang dat bepaalt dat een mobiele kansspelinrichting wordt geëxploiteerd voor de duur en op de plaats van een evenement, een sportwedstrijd of een sportcompetitie.
In casu ligt de vraag voor of dergelijke publieke locatie als de plaats van het evenement of sportwedstrijd kan gezien worden.
Sensu stricto lijkt dit niet het geval.
Echter gezien de strikte regulering waaronder de sector van de weddenschappen sinds 1 januari 2011 onderhevig is en de ratio legis van de Kansspelwet die een evenwicht moet bieden tussen de rentabiliteit van de vergunde kansspelsector en de wettelijke bepalingen uit de Kansspelwet onder meer ter bescherming van de spelers, lijkt hier een meer brede interpretatie van dit begrip een redelijk standpunt.
De Kansspelcommissie beslist dan ook tot een procedure waardoor de aanname van weddenschappen op publieke locaties waar een belangrijk sportevenement op groot scherm wordt getoond, mogelijk is mits:
-          voorafgaande informatie door de vergunninghouder (locatie, datum en duur);
-          voorafgaande toelating door het secretariaat van de Kansspelcommissie.

 

Nota: Procedure inzake de aanvraag tot hernieuwing van een vergunning F2 (September 2013)

Aangezien in 2014 de eerste duurtijd van drie jaar voor talrijke vergunningen F2 zal verstrijken, dienen deze – indien gewenst – hernieuwd te worden voor een nieuwe periode van 3 jaar. Om deze aanvragen tijdig te kunnen behandelen en zo te vermijden dat er een periode van niet-exploitatie zal plaatsvinden tussen het aflopen van de eerste periode van 3 jaar en de goedkeuring van de hernieuwing van de vergunning, dienen onderstaande procedureregels gevolgd te worden om een vlotte behandeling van de dossiers te verzekeren.

Hoe dient een aanvraag tot verlenging ingediend te worden bij de Kansspelcommissie?
  • een correct ingevuld, ondertekend (origineel) en gedagtekend aanvraagformulier voor een vergunning F2 dient naar het secretariaat van de Kansspelcommissie gestuurd te worden per aangetekende zending minstens 6 maanden voor het einde van de eerste periode van 3 jaar.
  • het dossier dient vervolledigd te worden minstens 3 maanden voor het einde van de eerste periode van 3 jaar.
Een dossier is volledig indien naast het aanvraagformulier tevens volgende bijkomende documenten worden bezorgd:
 
1. (indien vennootschap) een geactualiseerde lijst van alle aandeelhouders en bestuurders of zaakvoerders van de vergunninghouder: naam, adres, geboortedatum, geboorteplaats en rijksregister- of ondernemingsnummer;
2. een geactualiseerde lijst van de vennootschappen waarin de bestuurders of zaakvoerders van de vergunninghouder of de vergunninghouder zelf 20% of meer van de aandelen bezitten;
3. een geactualiseerde lijst van de mandaten in andere vennootschappen van de bestuurders of zaakvoerders van de vergunninghouder of de vergunninghouder zelf;
4. een nieuw door de bevoegde instantie ingevuld en ondertekend typedocument “ADVIES BURGEMEESTER INZAKE KANSSPELINRICHTINGEN KLASSE IV”;
Indien binnen de 2 maanden na de aanvraag geen advies wordt verkregen van de gemeente, kan de procedure tot toekenning van een vergunning F2 worden verdergezet. Hiertoe dient de adviesaanvraag bij de vergunningsaanvraag te worden gevoegd, samen met het bewijs van de datum van adviesaanvraag bij de gemeente.
5. twee adviezen van de FOD Financiën (Directe belastingen + BTW / niet ouder dan 3 maanden op het moment van de aanvraag) waaruit blijkt dat de aanvrager al zijn vaststaande en onbetwiste schulden heeft voldaan.

Nota: Verduidelijking voor de aanvragen tot hernieuwing van een vergunning F2 voor wedkantoren die een afgescheiden ruimte uitmaken binnen een andere hoofdhandelszaak (September 2013)

Naar aanleiding van de toekomstige hernieuwingen van de vergunningen F2 vanaf 2014, wenst deze nota te verduidelijken wie (de F1 of F2) de vergunning moet aanvragen voor een vaste kansspelinrichting klasse IV of wedkantoor indien dit wedkantoor een afgescheiden ruimte uitmaakt binnen een andere hoofdhandelszaak.

Aangaande deze problematiek werden reeds nota’s door Kansspelcommissie goedgekeurd in juli 2011, oktober 2011 en juni 2012. (zie http://www.gamingcommission.be/opencms/opencms/jhksweb_nl/gamingcommission/besl/wdsch/ )
Uit voorgaande nota’s volgt dat de vergunning F2 moet aangevraagd worden door de “daadwerkelijke exploitant” in de zin van artikel 2, 2° van de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de weddenschappen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers (hierna “de Kansspelwet”) .
 
Wie is nu de daadwerkelijke exploitant ingeval een wedkantoor wordt uitgebaat als afgescheiden ruimte binnen een andere hoofdhandelszaak ?
 
1. Principe: aanvraag door de hoofdhandelaar (in eigen naam).
De hoofdhandelaar wordt aanzien als de daadwerkelijke exploitant in de zin van de kansspelwet ingeval er een wedkantoor als afgescheiden ruimte binnen zijn handelszaak wordt uitgebaat. Hij dient aldus de vergunning F2 aan te vragen in eigen naam.
 
2. Uitzonderingen op het principe:
 
2.1. Uitdrukkelijke overeenkomst tussen partijen onderling.
Omwille van vaststaande (professionele) praktijken kan de vergunning F2 in weerwil van bovenvermeld principe toch toegekend worden op naam van de vergunninghouder F1 indien:
-         de hoofdhandelaar hiervoor uitdrukkelijk en schriftelijk zijn toestemming geeft;
-         deze toestemming beperkt is tot de duur van de vergunning (3 jaar);
-         in deze toestemming uitdrukkelijk wordt vermeld dat de vergunninghouder F1 de volledige verantwoordelijkheid draagt wat betreft de exploitatie van het wedkantoor;
-         in deze toestemming uitdrukkelijk wordt vermeld dat door het verlenen van de toestemming de hoofdhandelaar geen gebruik zal maken van de nota van de Kansspelcommissie van juni 2012 betreffende de daadwerkelijke exploitant bij een conflict tussen F1 en F2 gedurende de duurtijd van de vergunning.
 
2.2. Feitelijke controle over de afgescheiden ruimte.
Het principe kan ook weerlegd worden door een vergunninghouder F1 indien hij met voldoende feitelijke grondslag aantoont dat hij in casu de daadwerkelijke exploitant van het wedkantoor is. Een belangrijk element bij deze beoordeling is de feitelijke controle over de afgescheiden ruimte.

Nota: de daadwerkelijke exploitant bij een conflict tussen F1 en F2 (Juni 2012)

1. Deze nota wenst de nota weddenschappen de dato 5 oktober 2011 verder te verduidelijken:
“De Kansspelcommissie stelt vast dat er soms 2 verschillende aanvragen (door 2 verschillende juridische entiteiten) op het zelfde adres voor een vergunning klasse F2 voor een vaste kansspelinrichting klasse IV worden ingediend. Ingeval van 2 tegenstrijdige aanvragen, wordt de vergunning enkel verleend aan de daadwerkelijke exploitant van het wedkantoor. Ingeval van twijfel zal het nodige onderzoek verricht worden om de daadwerkelijke exploitatie vast te stellen. Indien de daadwerkelijke exploitatie desondanks niet bepaald kan worden, zal de vergunning worden verleend aan de vergunningsaanvrager die reeds het langst in de kansspelinrichting klasse IV weddenschappen aanbiedt.” (= nota 05/10/2011)

2. De Kansspelcommissie stelt vast dat er nog vaak conflicten ontstaan tussen enerzijds de vergunninghouder F1 die tevens de vergunning F2 op zijn naam verkregen heeft voor een kansspelinrichting klasse IV, welke een afgescheiden ruimte uitmaakt gelegen in een andere hoofdhandelszaak, en anderzijds de hoofdhandelaar. Indien de hoofdhandelaar de samenwerkingsovereenkomst met de vergunninghouder F1 wenst stop te zetten en de vergunning klasse IV voor een afgescheiden ruimte in zijn hoofdhandelszaak op zijn eigen naam (natuurlijke of rechtspersoon) wenst te verkrijgen, dient hij volgende procedure te volgen:

  • een volledig aanvraagdossier op zijn eigen naam bij de Kansspelcommissie indienen;
  • de samenwerkingsovereenkomst met de vergunninghouder F1 voor de exploitatie van de kansspelinrichtingen klasse IV opzeggen en de contractuele opzeggingstermijn respecteren;
  • de Kansspelcommissie over de opzegging en de te respecteren termijnen informeren;
  • opnieuw een driejaarlijkse bijdrage voor de vergunning klasse F2 betalen.

Slechts na vaststelling (eventueel via een sanctieprocedure) door de Kansspelcommissie dat de vroegere vergunninghouder F1/F2 geen daadwerkelijke exploitatie meer kan hebben op het betreffende adres, kan een vergunning klasse F2 worden toegekend aan de hoofdhandelaar, die door bovenstaande handelswijze aangetoond heeft de daadwerkelijke exploitant van het wedkantoor te zijn.

Immers de zelfstandige hoofdhandelaar verkrijgt dan een vergunning op zijn naam – uiteraard indien aan alle vergunningsvoorwaarden is voldaan - daar hij kan beschouwd worden als diegene die de kansspelen exploiteert in de zin van artikel 2, 2° en artikel 4 van de Kansspelwet.

Deze nota geldt als instructie voor wat betreft de behandeling van de aanvragen door het secretariaat. De Kansspelcommissie oordeelt echter onafhankelijk geval per geval rekening houdende met de concrete feitelijkheden van het dossier.

 

Nota: meerdere aanvragen F2 op één adres (Oktober 2011)

De Kansspelcommissie stelt vast dat er soms 2 verschillende aanvragen (door 2 verschillende juridische entiteiten) op het zelfde adres voor een vergunning F2 voor een vaste kansspelinrichting klasse IV worden ingediend.
Bij 2 tegenstrijdige aanvragen, wordt de vergunning enkel verleend aan de daadwerkelijke exploitant van het wedkantoor. Bij twijfel zal het nodige onderzoek verricht worden om de daadwerkelijke exploitatie vast te stellen. Indien de daadwerkelijke exploitatie desondanks niet bepaald kan worden, zal de vergunning worden verleend aan de vergunningsaanvrager die reeds het langst in de kansspelinrichting klasse IV weddenschappen aanbiedt.

 

Nota: bijdrage F2 - automatische kansspeltoestellen in wedkantoor - wedkantoor als afgescheiden ruimte in andere handelszaak (Juli 2011)

1. De vergunningen F2 dienen betaald te worden door de operatoren of F1’s. De aanvraag tot betaling van de vergunning wordt door het secretariaat van de Kansspelcommissie naar de betreffende F2 verstuurd.
Indien een vergunninghouder F2 (wedkantoor of krantenwinkel) met meerdere operatoren of F1’s werkt, dient er slechts 1 maal betaald te worden voor de vergunningsbijdrage. Hiertoe dient de F2 de verschillende F1’s te informeren en de F1’s dienen onderling hierover een regeling uit te werken. Gedeeltelijke betalingen zullen niet aanvaard worden.

 
2. Voor wat betreft de plaatsing van 2 automatische kansspelen in wedkantoren, dient de vergunninghouder:
  • te beschikken over een vergunning F2 voor een vaste kansspelinrichting klasse IV of een thans nog hangende aanvraag hiertoe te hebben ingediend voor 1 maart 2011;
  • voorafgaandelijk een bijdrage van 360 EURO te betalen;
  • de gegevens met betrekking tot de plaatser en hersteller van de automatische kansspelen te bezorgen;
  • eerst bevestiging van betaling te verkrijgen vanwege het secretariaat van de Kansspelcommissie alvorens de 2 automatische kansspelen in zijn wedkantoor te plaatsen.
OPGELET: Daar de vergunninghouder het nodige toezicht op deze automatische kansspelen dient te verzekeren, mogen deze toestellen enkel geplaatst worden in wedkantoren met een permanent aanwezig personeelslid.

 
3. Zoals voorzien door artikel 43/4 van de Kansspelwet kan een kansspelinrichting klasse IV een afgescheiden ruimte uitmaken in een andere hoofdhandelszaak.

Dergelijke afgescheiden ruimtes dienen aan volgende voorwaarden te voldoen:
  • Kansspelinrichtingen klasse IV als afgescheiden ruimtes zijn niet toegelaten in hoofdhandelszaken waar alcoholische dranken worden verkocht voor gebruik ter plaatse;
  • De handelsactiviteiten in de afgescheiden ruimte bestaan uitsluitend uit de door artikel 43/4, § 2 van de Kansspelwet in een kansspelinrichting klasse IV toegelaten activiteiten;
  • De ruimte dient duidelijk, vast en ondubbelzinnig afgescheiden te zijn van de hoofdhandelszaak, dit wil zeggen dat deze afscheiden ruimte door een toegangsdeur volledig afgesloten moet zijn van de hoofdhandelszaak. Geen enkele verbinding, andere dan een toegangsdeur of een gemeenschappelijke toonbank, mag bestaan tussen de twee uitbatingen. Een aparte toegangsdeur aan de straatzijde is echter niet noodzakelijk;
  • Het registreerapparaat en/of de zelfbedieningsterminal dient zich in de afgescheiden ruimte te bevinden;
  • Er dient een aparte toonbank in de afgescheiden ruimte aanwezig te zijn, waar alle verrichtingen met betrekking tot de in de kansspelinrichting aangenomen weddenschappen worden uitgevoerd;
  • Ingeval van de plaatsing van 2 automatische kansspelen, dient er een permanent personeelslid aanwezig te zijn om het nodige toezicht te kunnen verzekeren. Dit toezicht kan ook verzekerd worden indien de toonbank gemeenschappelijk is aan de afgescheiden ruimte en de hoofdhandelszaak en de exploitant vanachter deze toonbank steeds zicht heeft op het wedkantoor;
  • Het vergunningsbord waarop de vermelding staat dat minderjarigen niet mogen deelnemen, dient aan de buitenzijde van de toegangsdeur bevestigd te worden;
  • Vanaf 1 januari 2012 dient er bovendien een videobewakingssysteem in elke kansspelinrichting klasse IV aanwezig te zijn als bijkomende controlemaatregel.
Alle vergunningsaanvragers krijgen tot 1 september 2011 de tijd om de nodige aanpassingen door te voeren, waarna de controlecel van de Kansspelcommissie de nodige verificaties op het terrein zal uitvoeren alvorens de vergunning toe te kennen.
 
Ieder personeelslid in een kansspelinrichting klasse IV moet over een vergunning D beschikken.

 

Nota: zelfbedieningsterminals - verduidelijking en aanpassing van de beperking bij het aannemen van weddenschappen door dagbladhandelaars via zelfbedieningsterminals

Er wordt vooreerst verwezen naar de informatieve nota’s van 4 mei 2011 en 17 oktober 2012 aangaande de problematiek van de zelfbedieningsterminals.

Naar aanleiding van gesprekken met fabrikanten en vergunninghouders F1 blijkt er echter nood te zijn aan een duidelijke definitie van zelfbedieningsterminals.
 
In de praktijk bestaan er drie types terminals om weddenschappen aan te nemen:
 
  1. Klassieke terminal uitsluitend bediend door de exploitant:
 
Dit is een terminal geplaatst achter de toog van de dagbladhandelaar, waarbij de dagbladhandelaar de inzet aanneemt, de details van de weddenschap in het informaticasysteem ingeeft en het ticket aan de speler overhandigt.
 
  1. Autonome zelfbedieningsterminal waarbij de speler alles (inzet / details / ticket) zelf kan afhandelen:
 
Dergelijke autonome terminals zijn niet toegelaten gezien de controle- en registratievereisten opgelegd door de Belgische Kansspelwet en haar uitvoeringsbesluiten.
 
Dergelijke terminals kunnen enkel in aangepaste vorm worden geplaatst mits naleving van onderstaande informatieve nota’s:
 
Ø Zelfbedieningsterminals in wedkantoren en krantenwinkels voor de aanname van weddenschappen kunnen enkel onder strikte voorwaarden. Zo dient de zelfbedieningsterminal in een krantenwinkel de controle van de leeftijd en de maximuminzet van 200 euro per dag en per speler te verzekeren. Zo dient de zelfbedieningterminal in een wedkantoor, naast de controle van de ouderdom, de controle van de registratieverplichting vanaf 1000 euro te verzekeren. De voormelde controles kunnen enkel op voldoende wijze verzekerd worden door een actieve tussenkomst van de exploitant bij de betaling van de inzet of bij de afgifte van het ticket. (informatieve nota van 4 mei 2011)
 
Ø Er MOET een actieve interactie zijn van de exploitant (via betaling in handen van de exploitant of uitreiking van het ticket door de exploitant) VOORALEER de weddenschap afgesloten wordt en het ticket – dat het bewijs van de weddenschap vormt – in handen van de speler komt. (informatieve nota van 17 oktober 2012)
 
 
  1. Zogenaamde “klaviersystemen” waarbij de speler minstens de details van de weddenschap zelf ingeeft.
 
Hierbij betaalt de spelers meestal in handen van de winkelier en verkrijgt hij meestal ook het ticket uit handen van de winkelier, maar geeft hij zelf de details van de weddenschap in het informaticasysteem in.
 
In de praktijk zijn er enerzijds klaviersystemen die een alleenstaande computer uitmaken door middel waarvan de speler dan de details ingeeft, maar anderzijds zijn er ook klaviersystemen waarbij de terminal weliswaar op de toog van de winkelier staat maar met het scherm om de details in te geven naar de speler toe gedraaid, door middel waarvan hij – vaak via “touch screen” – dan zelf de details ingeeft.
 
De Kansspelcommissie definieert thans als zelfbedieningsterminal elke terminal die niet uitsluitend door de winkelier bediend wordt en waarbij de speler dus zelf of de inzet plaatst of de details van de weddenschap ingeeft of het ticket verkrijgt. Gezien deze ruime definitie van zelfbedieningsterminal wordt voortaan in een dagbladhandel een maximum aantal van 4 zelfbedieningsterminals toegelaten.
 
De informatieve nota van 17 oktober wordt aldus gecorrigeerd als volgt:
Artikel 43/4 § 5 van de Kansspelwet en het KB van 22 december 2010 tot vaststelling van de voorwaarden tot aanneming van weddenschappen buiten kansspelinrichtingen klasse IV bepalen de voorwaarden waaronder dagbladhandelaars weddenschappen kunnen aannemen bij wijze van nevenactiviteit. De Kansspelcommissie stelt vast dat deze voorwaarden niet steeds worden nageleefd en dat sommige dagbladhandels uitgroeien tot verscholen wedkantoren. Daar het aannemen van weddenschappen steeds een nevenactiviteit voor de dagbladhandel dient te blijven, beslist de Kansspelcommissie thans dat er in dagbladhandels niet meer dan 4 zelfbedieningsterminals voor weddenschappen aanwezig mogen zijn om het karakter van nevenactiviteit en de controle op de correcte uitbating te waarborgen.
 
Het niet naleven van bovenvermelde beperkingen kan aanleiding geven tot een administratieve sanctieprocedure ten laste van de vergunninghouder.

Nota: procedure aanvraag tot verhuis van kansspelinrichting klasse IV

Tot 30 juni 2013 blijft de procedure inzake verhuis voor vaste kansspelinrichtingen klasse IV de dato 8 juni 2011 van toepassing. Een reeds voor 1 januari 2011 bestaand wedkantoor kan echter slechts 1 maal gebruik maken van de uitzondering op de toepasbaarheid van de 1 000 meter regel zoals voorzien bij bovenvermelde procedure.
 

Vanaf 1 juli 2013 is een verhuis van een vergunning klasse F2 voor een vaste kansspelinrichting klasse IV mogelijk onder volgende voorwaarden:

  1. mits naleving van de 1 000 meter regel
  2. mits voorafgaande goedkeuring door de Kansspelcommissie
  3. ingeval een afgescheiden ruimte, dient dit ook op de nieuwe locatie een afgescheiden ruimte te blijven.