Nota: n.a.v. arrest Hof van Cassatie (6 juli 2016)

Het Hof van Beroep te Luik oordeelde d.d. 30 september 2014 dat de huidige antitabakswet[1] werd geschonden door het plaatsten van automatische kansspelen in de rookkamers. Het Hof van Cassatie bevestigde in haar arrest d.d. 25 mei 2016 de zienswijze van het Hof van Beroep door te oordelen dat het arrest van 2014 afdoende werd gemotiveerd en dat noch de artikelen 10, 11, 12 en 14 van de GW, noch de artikelen 2,3 en 6 van de antitabakswet, werden geschonden.

Gelet op deze rechtspraak, stelt de Kansspelcommissie vast dat de antitabakswet in die zin moet worden geïnterpreteerd dat geen automatische kansspelen kunnen worden opgesteld in de rookkamers.
 
Deze nota vervangt de nota van 5 september 2012.
 

Goedgekeurd door de Kansspelcommissie d.d. 6 juli 2016.

 

 


[1] Wet van 22 december 2009 betreffende een algemene regeling voor rookvrije gesloten plaatsen toegankelijk voor het publiek en ter bescherming van werknemers tegen tabaksrook en KB van 28 januari betreffende de vaststelling van de voorwaarden van het rookverbodsteken en van de installatie van een ventilatiesysteem

 

 

Aanvullende nota: Rookverbod in kansspelinrichtingen (25 november 2013)

De Kansspelcommissie ontving d.d. 22/11/2013 een schrijven van de Minister van Volksgezondheid, mevrouw Onkelinx, waarin wordt meegedeeld dat geen speelautomaten mogen aanwezig zijn in de lokalen die ook dienen als rookkamer.

Volgens de FOD Volksgezondheid moet de huidige rookwetgeving (Wet van 22 december 2009 betreffende een algemene regeling voor rookvrije gesloten plaatsen toegankelijk voor het publiek en ter bescherming van werknemers tegen tabaksrook en KB van 28 januari betreffende de vaststelling van de voorwaarden van het rookverbodsteken en van de installatie van een ventilatiesysteem) thans restrictief worden geïnterpreteerd daar waar het de uitbaters van gesloten plaatsen die toegankelijk zijn voor het publiek onder bepaalde voorwaarden is toegelaten om een rookkamer te voorzien.
 
Deze restrictieve interpretatie van FOD Volksgezondheid werd bevestigd in twee vonnissen (Corr. Rb. Oudenaarde d.d. 6 juni 2013 en Corr. Rb. Luik d.d. 8 oktober 2013).
 
De Kansspelcommissie deelt mee dat zij haar standpunt uiteengezet in haar nota d.d. september 2012 met betrekking tot het rookverbod blijft aanhouden tot het in kracht van gewijsde treden van bovenvermelde vonnissen (i.e. tot alle beroepsprocedures zijn uitgeput).
 
De FOD Volksgezondheid deelt tenslotte nog mee dat alle vergunninghouders zullen worden aangeschreven met betrekking tot deze problematiek.
 
Het Hof van Beroep te Gent sprak zich op 17 december 2014 uit in de zaak tegen het Casino Kursaal Oostende inzake schending van het rookverbod. Het Hof bevestigde in haar arrest het vonnis van de Rechtbank in eerste aanleg te Brugge. Het Hof stelt dat artikel 3 van de rookwet wordt geschonden omdat de rookkamer een volwaardige speelzaal is waar diensten worden aangeboden (en dus geen rookkamer meer is). Een andere interpretatie zou volgens het Hof het rookverbod uithollen. Het Hof voegt daaraan toe dat er geen nood is tot enige prejudiciële vraagstelling.

 

Nota: rookverbod (5 september 2012)

1. Wetgeving rookverbod

1.1. Wet van 22 december 2009
Het algemene rookverbod wordt afgedwongen in artikel 3, §1 van de Wet betreffende een algemene regeling voor rookvrije gesloten plaatsen toegankelijk voor het publiek en ter bescherming van werknemers tegen tabaksrook (hierna : antitabakswet):
“Het is verboden te roken in gesloten plaatsen die voor het publiek toegankelijk zijn. Deze dienen rookvrij te zijn.”
Op deze algemene regel werden een aantal uitzonderingen voorzien. Op basis van artikel 4, §1 van de antitabakswet was het mogelijk om rookzones in te richten onder een aantal strikte voorwaarden. In artikel 5 van de antitabakswet werd een uitzondering voorzien voor kansspelinrichtingen klasse I, zoals omschreven in artikel 28 van de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers in de lokalen die uitsluitend bestemd zijn om te spelen en waar dranken mogen worden geserveerd[1]. Tenslotte formuleert artikel 6 een derde uitzondering op basis waarvan rookkamers mogen worden geïnstalleerd.
 
1.2. Arrest Grondwettelijk Hof d.d. 15/03/2011
Het Grondwettelijk Hof vernietigde in haar arrest d.d. 15 maart 2011 o.a. de uitzonderingen zoals geformuleerd onder artikel 4 en 5 van de antitabakswet[2].
Reden hiervoor was dat het gemaakte onderscheid tussen werknemers in restaurants (waar een algemeen rookverbod werd ingevoerd) en werknemers in drankgelegenheden niet kon worden verdedigd. Beide worden evenzeer blootgesteld aan de gezondheidsrisico’s van het gebruik van tabaksproducten. Bovendien heeft het Grondwettelijk Hof zich gebaseerd op wetenschappelijke studies waaruit zou blijken dat het horecabezoek niet afneemt in landen met een algemeen rookverbod, maar dat veeleer een nieuwe clientèle van niet-rokers wordt aangeboord.
 
Quasi dezelfde redenering wordt gevolgd voor wat betreft de uitzondering voor kansspelinrichtingen klasse I :
“In tegenstelling tot wat de Ministerraad beweert, doet het gegeven dat er in België slechts negen kansspelinrichtingen van klasse I bestaan, geen afbreuk aan die vaststelling[3], aangezien de draagwijdte van de uitzondering geen invloed heeft op de gezondheidseffecten van het passief roken. Ook de bewering dat dergelijke etablissementen zich richten tot een specifiek publiek doet geen afbreuk aan de bescherming van de gezondheid van de werknemers en de niet-rokende bezoekers.”
De voornaamste doelstelling tot vernietiging van het artikel 5 is dus gebaseerd op de bezorgdheid voor de gezondheidsrisico’s van het personeel. De uitzondering bepaald in artikel 6 van de antitabakswet (installatie van rookkamers) werd echter niet vernietigd door het Hof omdat deze zo dient te zijn ingericht dat het risico op passief roken is uitgesloten. Uit de formulering van artikel 6 blijkt immers dat het horecapersoneel niet tijdens de openingsuren de rookkamer zou dienen te betreden. Er kunnen immers enkel dranken worden meegenomen, zodat het opdienen van dranken in die ruimte verboden is.
 
1.3. Conclusie
De enige toegelaten uitzondering op het algemeen rookverbod in voor het publiek toegankelijke plaatsen is de installatie van een rookkamer overeenkomstig de voorwaarden bepaald in artikel 6 antitabakswet :
- “De rookkamer is geen doorgangszone en is zodanig geconstrueerd en ingericht dat de ongemakken van de rook ten opzichte van de niet-rokers maximaal verminderd worden.
- De rookkamer wordt duidelijk als lokaal voor rokers geïdentificeerd en wordt aangeduid door allerhande middelen die toelaten ze te situeren. In de rookkamer kunnen enkel dranken worden meegenomen.
- De oppervlakte van de rookkamer mag niet meer bedragen dan een vierde van de totale oppervlakte van de gesloten plaats.
- De rookkamer is voorzien van een rookafzuigsysteem of een verluchtingssysteem dat de rook afdoende verwijdert.
- De Koning bepaalt de bijkomende voorwaarden waaraan de rookkamer dient te beantwoorden [4].”  Deze voorwaarden hebben betrekking op de technische voorschriften van het rookafzuigsysteem (o.a. berekening van debiet van verversing of zuivering van de lucht).
 
Niets staat derhalve in de weg dat een kansspelinrichting rookkamers zou inrichten. De voorwaarden verhinderen evenmin dat er automatische toestellen zouden worden opgesteld in deze rookkamers aangezien voor de werking ervan de aanwezigheid van personeel niet vereist is. Een interpretatieve uitbreiding van de antitabakswet, die een bijzondere strafwet is, zou strijdig zijn met het legaliteitsbeginsel vastgelegd in de artikelen 12 en 14 van de Grondwet.
Conform artikel 6, vierde alinea antitabakswet mag de oppervlakte van de rookkamer niet meer bedragen dan een vierde van de totale oppervlakte van de gesloten plaats. Toegepast op de kansspelinrichtingen klasse I zou dit kunnen betekenen dat de rookkamer maximaal 25% zou mogen bedragen van de oppervlakte van het casino. Casino’s worden in de Kansspelwet[5]gedefinieerd als ‘inrichtingen waarin de door de Koning toegestane al dan automatische kansspelen worden geëxploiteerd en socio-culturele activiteiten zoals voorstellingen, tentoonstellingen, congressen en horeca-activiteiten worden georganiseerd’. Met andere woorden, een casino betreft de gehele oppervlakte van het gebouw waar allerlei activiteiten worden georganiseerd. Indien daarvan 25% mag worden voorbehouden aan een rookkamer, is het theoretisch mogelijk dat meer dan een kwart van de speelzaal wordt beschouwd als rookkamer.
Bovendien kan worden afgevraagd of deze rookkamer, bedoeld in artikel 6 van de antitabakswet, kan samenvallen met het begrip ‘rookkamer’ bedoeld in artikel 14? Op basis van artikel 14 is het de werknemers toegestaan te roken tijdens de werkuren in de daartoe voorziene ruimtes : ‘rookkamers’. Het verschil in vertaling in het Belgisch Staatsblad kan hierbij van belang zijn. Daar waar de Nederlandstalige tekst van de antitabakswet spreekt over ‘De rookkamer, die uitsluitend tot het roken bestemd is […]’, wordt deze zinsnede in het Frans vertaald als ‘le fumoir, qui est exclusivement destiné aux fumeurs […]’ (vrij vertaald : ‘de rookkamer, die uitsluitend voor rokers bestemd is’. Het begrip ‘rokers’ is ruimer dan het begrip ‘roken’. Roken duidt op het bezig zijn met roken, terwijl rokers niet noodzakelijk deze handeling dienen te onderhouden.
Indien de rookkamer overeenkomstig artikel 6 kan samenvallen met de rookkamer bedoeld in artikel 14 van de antitabakswet, zou het theoretisch mogelijk zijn dat het rokend personeel kan worden tewerkgesteld in rookkamers, zonder dat zij daarbij zelf dienen bezig zijn met roken.
Ten slotte dient te worden herhaald dat de argumentatie van het Grondwettelijk Hof tot vernietiging van de andere uitzonderingen op het rookverbod voornamelijk wordt gestuurd vanuit haar bezorgdheid over de gezondheid van de werknemers die blootgesteld worden aan tabaksrook.
Dit strookt volledig met de doelstelling van de wetgever die in de rookkamer enkel de bediening door werknemers wenste uit te sluiten[6]:
“Gelijkheid onder de werknemers houdt in dat het aanbieden van drank en eten in de rookkamers niet mag. Anders zouden de horecawerknemers verplicht zijn hun dienst te doen in met rookgevulde ruimten, wat zou indruisen tegen de nagestreefde doelstelling. Een oplossing zou dan kunnen zijn dat de klanten er hun bestelling naar mogen meenemen.”
 
De vernietiging van artikel 5 van de antitabakswet verhindert niet dat in kansspelinrichtingen een rookkamer met kansspelen wordt geïnstalleerd overeenkomstig de voorwaarden bepaald in artikel 6. De plaatsing van automaten in de rookkamer brengt immers op geen enkele manier schade toe aan de gezondheid van de niet-rokende gokker of werknemer.
De vraag stelt zich tenslotte of deze argumentatie tot vernietiging van sommige artikelen van de antitabakswet (waarbij het loutere doel de bescherming is van werknemers tegen tabaksrook) nog kan worden volgehouden in inrichtingen waar geen personeel wordt tewerkgesteld (vb. drankgelegenheid uitsluitend uitgebaat door haar eigenaar(s)).
 
2. Concrete gevolgen van het rookverbod voor de kansspelsector
2.1.Reglementaire gevolgen
Het rookverbod heeft een algemene impact op de bestaande kansspelinrichtingen. Roken wordt beschouwd als een inherent gegeven van het gokken. Net zoals bij poker quasi steeds het dragen van een zonnebril hoort, zijn tafel- en machinespelen nauw verbonden aan het gebruik van tabak.
Bovendien dient te worden opgemerkt dat het niet volstaat voor een gokker dat er kan gerookt worden in aparte rookruimtes waar geen spelen zijn opgesteld. Een gokker wil zijn spel niet verlaten en zal slechts deelnemen aan een spel waar er tegelijkertijd kan worden gerookt.
Door het algemene rookverbod en door de vernietiging van artikel 5 van de tabakswet[7], mogen – volgens FOD Volksgezondheid – geen spelen worden opgesteld in de rookkamer van de verscheidene kansspelinrichtingen. Niettegenstaande artikel 6 van de antitabakswet niet uitsluit dat er aparte rookkamers worden ingericht waar spelen staan opgesteld (zie supra), werd in de praktijk toch proces-verbaal opgesteld door FOD Volksgezondheid naar aanleiding van de installatie van dergelijke rookkamers in het casino van Knokke, Oostende, Chaudfontaine en Dinant[8].
De verbaliserende ambtenaar baseerde de omschrijving van de overtredingen hierbij op de ‘interpretatie volgens parlementaire vragen’[9], hetgeen manifest ongrondwettelijk is.
Ook uit vraag nr. 397 van David Geerts blijkt nogmaals dat de wetsbepaling : ‘In de rookkamer kunnen enkel dranken meegenomen worden’ door FOD Volksgezondheid zodanig wordt geïnterpreteerd dat geen enkele dienst (waarbij dan bijvoorbeeld een tv als een dienst beschouwd wordt) en zelfs geen enkele activiteit (bingo, flippercast, kansspelmachine, …) toegelaten zou zijn. Dit is niet zo bepaald in de wet.
 
Zoals reeds supra vermeld onder punt 1.3. is een analoge toepassing van de strafwet verboden. De strafwet kan enkel worden geïnterpreteerd, niet uitgebreid. Enkel de gedragingen die, hetzij uitdrukkelijk, hetzij op impliciete wijze door de wetgever geviseerd zijn, zijn strafbaar[10]. De zin ‘In de rookkamer kunnen enkel dranken worden meegenomen’ moet dan ook worden gelezen als ‘In de rookkamer kunnen dranken enkel worden meegenomen, maar niet worden opgediend door personeel’. Een andere betekenis kan daar niet aan worden gegeven. De enige doelstelling van deze bepaling is immers de bescherming van de werknemer tegen tabaksrook. De afwezigheid van bijvoorbeeld speelautomaten draagt niet bij tot de bescherming van de gezondheid van de werknemers. Aangezien het automaten betreffen die centraal worden aangestuurd, vereisten deze per definitie op geen enkele manier menselijke interventie tijdens de openingsuren van het casino.
2.2. Budgettaire impact
2.2.1. Kansspelinrichtingen klasse I
De resultaten van de kansspelinrichtingen klasse I (casino’s) voor de periode 01/01/2012 – 30/06/2012 werden vergeleken met de resultaten voor diezelfde periode in 2011[11]. De casino’s tekenen op de spelen (traditionele spelen en machines) een totaalverlies op van 4.925.276,04 euro.
De casino’s waar geen machines stonden opgesteld in de rookkamers (zie infra sub 2.3.), kenden een verlies van gemiddeld 16,08% of 3.073.423 euro. Voor wat betreft de tafelspelen (traditionele spelen), werd een verlies opgetekend van 1.925.276,04 euro.  Voor sommige casino’s betekent dit op de traditionele spelen een omzetverlies tussen 35% en 40%.
Het loon van het personeel dat voor een groot deel afhangt van ontvangen drinkgelden, daalde in diezelfde periode met gemiddeld 20,68%. De sector verliest daardoor haar aantrekkingskracht voor (potentiële) werknemers.
 
In 2010 waren in totaal 2.029 personeelsleden werkzaam in de kansspelinrichtingen, waarvan 1.026 in kansspelinrichtingen klasse I of casino’s en 1.003 in kansspelinrichtingen klasse II of speelautomatenhallen. Bij aanzienlijke verliezen in de kansspelsector, zullen talrijke banen op de helling komen staan. De sector zou zelf een noodzakelijke afvloeiing van 50% van het personeel voorspellen.
2.2.2. Kansspelinrichtingen klasse II
De gevolgen van het rookverbod laten zich eveneens voelen in de speelautomatenhallen. Vanuit de sector wordt aangegeven dat de omzet daalde met gemiddeld 30%.
2.2.3. Kansspelinrichtingen klasse III
De ontvangsten uit de bingo’s opgesteld in drankgelegenheden daalde met 20% in vergelijking met dezelfde periode vorig jaar. Bovendien werd vastgesteld dat café-uitbaters die de nodige investeringen hadden gedaan om een rookkamer in te richten, onterecht werden geviseerd door de controlediensten van de FOD Volksgezondheid. Ook in deze inrichtingen werd proces-verbaal opgesteld in geval de uitbater de automatische kansspelen plaatste in deze rookkamer.
 
2.3. Effect op internet en illegale sector
Het verlies dat de kansspelinrichtingen optekenen betekent natuurlijk niet dat de rokende gokkers plots hun interesse verloren hebben in kansspelen. Integendeel, het geleden verlies wordt ruimschoots opgevangen op het internet (legaal en illegaal) en in de illegale speelholen. De rokende spelers willen natuurlijk blijven roken tijdens het spel en zoeken een nieuwe omgeving waar dit wel nog kan.
Door de invoering van een algemeen rookverbod wordt het kanalisatiebeleid van de Kansspelcommissie volledig onderuitgehaald. Dit beleid is de centrale doelstelling van de Belgische kansspelwetgever en houdt in dat men een voldoende ruim en voldoende attractief, maar tegelijkertijd toch beperkt en gecontroleerd kansspelaanbod in België wil verzekeren zodat spelers hun inherente wil tot gokken kunnen uitleven in een veilige en gecontroleerde omgeving[12].
Tegen de algemene doelstelling van de wetgever in, verkiezen de rokende gokkers nu een omgeving waar nog steeds kan worden gerookt in combinatie met de deelname aan kansspelen. Deze omgeving is slechts te vinden in huiselijke sfeer of in de illegaal geëxploiteerde inrichtingen. Daar waar de rokende gokker enkel op zoek was naar zijn nodige portie nicotine tijdens het spel, wordt plots een omgeving gecreëerd van illegaliteit waar geen enkele wettelijke bescherming voor de speler wordt gegarandeerd.
 
 
Dat de oorzaak louter ligt bij het rookverbod wordt bewezen door het feit dat de casino’s van de groep Partouche een rookkamer inrichtten waar een aantal machines werden opgesteld. De omzetcijfers[13] van de machines in de periode 01/01/2012 – 30/06/2012 waren 9,42%[14] gestegen in vergelijking met dezelfde periode van het jaar voordien. In de andere casino’s waar het algemeen rookverbod werd toegepast zonder inrichting van een rookkamer met machines, werd een omzetverlies op de machines waargenomen van – 16,08%[15].
De strijd van de Kansspelcommissie tegen het clandestien spel is door het rookverbod fors achteruitgegaan en zal slechts opnieuw eerlijk kunnen worden gestreden indien de rokers kunnen spelen én roken in de kansspelinrichtingen. Ook de massale vlucht naar het internet, al dan niet legaal, is problematisch. Het Hof van Justitie[16] bevestigde eerder dat via internet toegankelijke kansspelen andere en ernstigere risico’s inhouden op het vlak van fraude door marktdeelnemers jegens consumenten in vergelijking tot de traditionele kansspelen omdat er geen direct contact is tussen de consument en de marktdeelnemer. Waar deze redering geldt voor fraude, gaat ze zeker op in het kader van de bescherming van de spelers.
Bovendien lag diezelfde kanalisatiegedachte en de bezorgdheid voor de rokende gokker die andere toevluchtsoorden zou zoeken om te gokken, aan de basis van de uitzonderingsregel van artikel 5 antitabakswet :
“Overeenkomstig het koninklijk besluit van 13 december 2005 tot het verbieden van het roken in openbare plaatsen, menen de indieners dat rekening moet worden gehouden met de bijzondere situatie van bepaalde inrichtingen zoals de casino’s. Wanneer in die etablissementen een rookverbod geldt,  zou dat de spelers er kunnen toe brengen hun toevlucht te nemen tot clandestiene speelholen.” [17]
 
3. Situatie buitenland[18]
3.1. Algemeen overzicht
3.1.1. Nederland
Holland Casino heeft het monopolie inzake kansspelen in Nederland. In de casino’s geldt een algemeen rookverbod maar er werden rookkamers gecreëerd waarin machines zijn opgesteld. In deze rookruimte mag derhalve gerookt worden tijdens het spelen op de machines.
 
3.1.2. Tsjechië
In Tsjechië geldt het vrije markt principe en zijn er geen beperkingen op het rookbeleid. Er mag dus gerookt worden in alle kansspelinrichtingen.
 
3.1.3. Duitsland
In Duitsland worden een beperkt aantal casino’s toegelaten d.m.v. licenties. Er geldt een algemeen rookverbod in de casino’s maar in sommige deelstaten wordt de inrichting van rookkamers toegelaten. Eveneens in sommige deelstaten is het toegelaten om machines en live tafelspelen in de rookkamer te plaatsen. Er bestaat een specifieke tabaksregelgeving waarbij gestipuleerd wordt dat de rokerszone steeds kleiner moet zijn dan de niet-rokerszone. De niet-rokers mogen niet gehinderd worden door de tabaksrook (bijvoorbeeld om zich naar de uitgang te begeven of de toiletten). In de rokerszone worden evenwel geen voedingsmiddelen aangeboden.
 
3.1.4. Luxemburg
Momenteel werd er slechts één licentie verleend in Luxemburg, gelet op het beperkte bevolkingsaantal. Niets sluit echter uit dat er nog bijkomende licenties zullen worden uitgereikt in de toekomst. In Luxemburg bestaat geen enkele restrictie op het rookverbod en kan er dus in gans het casino gerookt worden tijdens het spel.
 
3.1.5. Zwitserland
Zwitserland heeft met de Swiss Casino Association een oligopolie. Er is actueel nog geen wettelijk rookverbod van kracht maar in de praktijk wordt in de casino’s met rookzones gewerkt waar eveneens tafels en machines zijn opgesteld. In sommige kantons echter mag er geen personeel in de rookzones worden tewerkgesteld. De rookzones mogen maximaal 1/3 bedragen van de totale oppervlakte van het casino.
 
3.1.6. Griekenland
Overeenkomstig de Griekse wetgeving wordt slechts een beperkt aantal vergunningen voor casino’s uitgereikt. De casino’s dienen € 200/m² te betalen voor de installatie van een rokerszone. Deze zone mag maximaal 50% bedragen van de oppervlakte van het casino. Er mogen zowel machines als live tafelspelen worden in opgesteld.
 
3.1.7. Litouwen
Het vrije marktprincipe in Litouwen laat roken toe in alle casino’s zonder beperkingen. Er is geen enkel rookverbod van toepassing.
 
3.1.8. Estland
Ook hier geldt het vrije marktprincipe maar er is wel een reglementering inzake het gebruik van tabak. Er worden rokerszones geïnstalleerd waar wel kan worden gespeeld op machines en aan tafels maar waar geen maaltijden of dranken worden geschonken. De bar moet zich situeren in de niet-rokerszone. 
 
3.1.9. Zweden
In Zweden is er een monopolie met volstrekt rookverbod. Enkel kleine ‘rookcabines’ zijn toegelaten waarin het verboden is dranken en voedingswaren mee te nemen.
 
3.1.10. Denemarken
Ook hier geldt een volstrekt rookverbod zoals in Zweden maar er mogen wel een onbeperkt aantal rookcabines worden geïnstalleerd die open zijn langs één zijde waardoor het mogelijk is dat het cliënteel zich vrij begeeft naar de tafelspelen en de machines. Er worden een beperkt aantal licenties verleend voor kansspelinrichtingen.
 
3.1.11. Hongarije
Ook in Hongarije worden een beperkt aantal licenties uitgereikt. Er geldt geen enkele restrictie op het gebruik van tabak.
 
3.1.12. Servië
Hetzelfde geldt voor Servië. Het aantal licentie is beperkt. Er geldt evenwel een algemeen rookverbod in Servië maar dit is niet van toepassing op speelhallen en casino’s. Het verbod geldt enkel voor restaurants waar rokers en niet-rokers moeten gescheiden worden.
 
3.1.13.Polen
Ook in Polen worden slechts een beperkt aantal licenties uitgereikt. Er worden in de praktijk rookzones gecreëerd in de casino’s waar machines en live tafelspelen kunnen worden opgesteld. Ook in de niet-rokerszones kunnen rokerscabines worden geïnstalleerd.
 
3.1.14. Roemenië
In Roemenië is het aantal kansspelinrichtingen onbeperkt en geld geen enkele beperking inzake roken.
 
3.1.15. Finland
In Finland heerst een monopolie waar overal een strikt rookverbod van toepassing is. Er mogen wel rookcabines worden opgesteld waarin geen dranken mogen worden genuttigd.
 
3.1.16. Oostenrijk
Hier geldt een monopolie in combinatie met een limitatief aantal vergunningen. Een reglementair rookbeleid laat rokerszones toe waarin machines en tafelspelen mogen worden ondergebracht. De rokerszone mag niet groter zijn dan de niet-rokerszone.
 
3.1.17. Portugal
De Portugese wetgeving richtte een monopolie in van de Staat. Op basis van dit monopolie, verleent de Staat een beperkt aantal licenties aan private casino-uitbaters. Er geldt een rookverbod maar er mogen rokerszones worden ingericht met tafels en machines. Minstens één derde van de casino-oppervlakte moet voorbehouden worden voor niet-rokers. Uit een studie is gebleken dat de tafelspelen in de niet-rokerszone slechts tussen de 7% en de 10% liggen van de totale opbrengsten. De machines in de niet-rokerszone brengen 26% tot 30% minder op dan in de rokerszone. De casino’s dienen wel specifieke afzuigsystemen te installeren.
 
3.1.18. Italië
In Italië geldt voor de limitatief vergunde kansspelinrichtingen een rookverbod waarbij rokerszones zijn toegestaan waar machines mogen worden opgesteld.
 
3.1.19. Frankrijk
Eveneens hier zijn het aantal vergunningen voor de uitbating van kansspelinrichtingen gelimiteerd. Er geldt een rookverbod waarbij open ‘rookterrassen’ zijn toegelaten. Onder strikte voorwaarden kunnen daar spelen worden geïnstalleerd maar in de praktijk zijn de meeste ‘rookterrassen’ hiervoor niet uitgerust.
 
3.1.20. Spanje
In Spanje worden een beperkt aantal vergunningen verleend. Er is geen enkele beperking van toepassing inzake het gebruik van tabak.
 
3.1.21. Slovenië
Ook in Slovenië tenslotte worden slechts een beperkt aantal licenties verleend. Er geld een rookverbod maar roken in kansspelinrichtingen is toegelaten in ‘rookcabines’. Er kan niet gespeeld worden in de rookruimtes.
3.2. Conclusie
In 14 van de 21 onderzochte landen bestaat er een zekere tabakregelgeving waar het overal is toegelaten om rookzones te creëren in de kansspelinrichtingen. In 7 van de onderzochte landen bestaat geen enkele beperking op het gebied van het gebruik van tabak. Slechts in 3 landen is het niet toegelaten om kansspelen te installeren in deze rookzones. In meer dan 75% van de gevallen (16 landen op 21) zijn zowel live tafelspelen als machines toegestaan in de rookzones.
In sommige landen werden eveneens andere maatregelen genomen om het inkomstenverlies ten gevolge van de invoering van een rookverbod te compenseren. Zo werd in Frankrijk bijvoorbeeld een verlaging van de taksen ingevoerd op de brutomarge[19] van kansspelen.
De situatie in België waarbij rookkamers mogen worden geïnstalleerd maar waarin geen spelen mogen worden geëxploiteerd – volgens FOD Volksgezondheid – behoort derhalve tot één van de strengste van Europa. Aangezien dergelijk streng verbod niet gehanteerd wordt in onze buurlanden, is een klantenverlies (naar kansspelinrichtingen in de grensstreek, het internet en de illegaliteit) en afvloeiing van personeel onvermijdelijk indien niet snel de nodige maatregelen worden getroffen.
 
4. Voorstel Kansspelcommissie
4.1. Algemeen
Om het verlies van voornamelijk de kansspelinrichtingen klasse I en II op te vangen, moeten dringend maatregelen worden genomen. In tegenstelling tot de andere klasse kansspelinrichtingen, behoort de exploitatie van kansspelen immers tot hun hoofdactiviteit.
In hoofdorde is een herinvoering van de uitzondering voor kansspelinrichtingen op het toepassingsgebied van de antitabakswet (zonder einddatum) de enige rechtszekere oplossing voor deze problematiek.
 
Ondergeschikt kan een loutere bevestiging door de Kansspelcommissie volstaan dat er spelen in de rookkamers mogen worden geplaatst op voorwaarde dat geen tussenkomst van personeel vereist is in deze rookkamers tijdens de openingsuren van de kansspelinrichting (klasse I, II, III of IV). Elke andere interpretatie van de antitabakswet is immers manifest ongrondwettelijk en dus verboden. Alleen deze interpretatie zou volledig stroken met de bedoeling van de wetgever, i.e. vermijden dat rokende spelers hun toevlucht zouden
 nemen tot clandestiene speelholen. Bovendien zal de aantrekking naar deze speelholen een belangrijke bijkomende werkdruk veroorzaken voor de politiediensten en de Kansspelcommissie en zal extra moeten worden geïnvesteerd in repressie.
 
4.2. Kansspelinrichtingen klasse I
Ondergeschikt en wanneer FOD Volksgezondheid bovenstaande stelling weigert te volgen – hetgeen in dat geval manifest ongrondwettelijk is - , zou kunnen worden overwogen om het verlies in deze sector financieel te compenseren. Aangezien er in België een strikt wettelijke basis voor de exploitatie van kansspelen is uitgewerkt, is het eveneens de bedoeling van de wetgever geweest om een kader te scheppen dat de speloperatoren zou binden aan strikte uitbatingsregels met als compensatie de zekerheid van beroep en van een redelijke winst[20]. De legale kansspelsector moet m.a.w. rendabel blijven om te blijven bestaan.
 
Sowieso moet aan een financiële compensatie worden gedacht indien er geen live tafelspelen in de rookkamers zouden worden toegelaten. Het verlies van het rokend cliënteel aan de tafels veroorzaakt rechtstreeks een verlies van de drinkgelden van de croupiers. Zoals reeds vermeld maken deze drinkgelden een belangrijk deel uit van de inkomsten van het personeel. Een daling van deze inkomsten heeft onvermijdelijk tot gevolg dat de tewerkstelling in kansspelinrichtingen hun aantrekkingskracht gaan verliezen. Enkel door een verlaging van de brutomarge en een forse vermindering van de loonlasten van het personeel kan een afvloeiing van het personeel worden vermijden.
 
4.3. Kansspelinrichtingen klasse II
Ook in de kansspelinrichtingen klasse II of speelautomatenhallen kan een rookkamer met machines worden ingericht indien deze niet meer bedraagt dan 25% van de totale oppervlakte. Ook hier is elke andere interpretatie van de antitabakswet strijdig met het grondwettelijk legaliteitsprincipe.
 
4.4. Kansspelinrichtingen klasse III
Deze categorie wordt in onderhavige nota niet verder uitgewerkt aangezien de geëxploiteerde kansspelen in drankgelegenheden een nevenactiviteit vormen ten opzichte van het hoofddoel, nl. het serveren van dranken.
Volledigheidshalve kan hierbij worden verwezen naar de opmerking onder punt 1.3. waarin werd vastgesteld dat het hoofddoel van de antitabakswet de bescherming was van het personeel tegen tabaksrook. Het is evident dat deze doelstelling enkel kan worden toegepast op drankgelegenheden waar personeel is tewerkgesteld.
Bijkomend en ten slotte wordt vastgesteld dat ook tegen de drankgelegenheden proces-verbaal werd opgesteld omdat automaten in de rookruimte werden opgesteld. Zoals reeds verscheidene keren vermeld, is de analoge en uitbreidende interpretatie van de antitabakswet door FOD Volksgezondheid ongrondwettelijk.
4.5. Kansspelinrichtingen klasse IV
Voor de kansspelinrichtingen klasse IV geldt een analoge redenering zoals bij de kansspelinrichtingen klasse III.
 
 
Nota goedgekeurd door de Kansspelcommissie in haar vergadering op 5 september 2012.
Etienne Marique
Voorzitter

 


[1] Artikel 4 en 5 van de antitabakswet werden aangevuld met een bijkomend lid bij Wet van 22 december 2009 tot wijziging van de wet van 22 december 2009 betreffende een algemene regeling van rookvrije gesloten plaatsen toegankelijk voor het publiek en ter bescherming voor werknemers tegen tabaksrook, luidende : “De uitzondering bedoeld in het eerste lid geldt tot 1 juli 2014. Niettemin kan de Koning bij een besluit vastgesteld na overleg met de Ministerraad en na overleg met de sector een einde maken aan deze uitzondering vanaf 1 januari 2012.”
[2] Bij uitbreiding werd tevens artikel 11, 3° vernietigd.
[3] de vaststelling dat het algemene rookverbod op dezelfde wijze de bescherming van de gezondheid van de overige bezoekers raakt en van de werknemers van de betrokken kansspelinrichtingen en drankgelegenheden.
[4] Koninklijk besluit d.d. 28 januari 2010 betreffende de vaststelling van de voorwaarden van het rookverbodsteken en van de installatie van een ventilatiesysteem.
[5] Wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de weddenschappen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers (hierna: de Kansspelwet).
[6] DOC 52, 1768/005, p.11.
[7] En initieel door de invoering van een einddatum van de uitzonderingsbepaling
[8] Proces-verbaal van waarschuwing nummer: 8001-11-0141A; Proces-verbaal van vaststelling van overtreding nummer: 8001-12-0079P-CP; Procès-verbal d’infraction numéro: 4010-11-0155-CP en Procès-verbal d’infraction numéro: 5001-12-0007.
[9] Niet bijgevoegd bij het PV, wellicht betreft het hier de parlementaire vraag en antwoord aangaande de rookkamers, gesteld door Kamerlid David Geerts (SP.A) op 18/03/2010, Bulletin nr.: B104 – Schriftelijke vraag en antwoord nr: 0397 – Zittingsperiode 52 (vraag zonder antwoord).
[10] Chris VAN DEN WYNGAERT, Strafrecht en Strafprocesrecht in hoofdlijnen, Maklu, 1999, Antwerpen, p.73.
[11] Deze resultaten worden bijgevoegd als bijlage I bij deze nota.
[12] DOC 52 1992/001, p.4 en p.5.
[13] Bijlage I.
[14] 12.185.989,32 euro (01/01/2011-30/06/2011) ten aanzien van 13.334.136,28 euro (01/01/2012-30/06/2012) = + 1.148.146,96 euro of + 9,42%.
[15] 19.111.120,00 euro (01/01/2011-30/06/2011) ten aanzien van 16.037.423,00 euro (01/01/2012-30/06/2012) = - 3.073.423,00 euro of – 16,08%.
[16] Arrest Hof van Justitie 8 september 2009, Liga Portuguesa de Futebol Profissional, Bwin International Ltd tegen Departemento de Jogos da Santa Casa da Misericórdia de Lisboa, C-42/07.
[17] DOC 52 1768/004, p.7
[18] De informatie is afkomstig van een bevraging door ECA (European Casino Association) in december 2011.
[19]Brutomarge of bruto-opbrengst casinospelen = het verschil tussen de inzet van de speler en de uitgekeerde winst door het casino
[20] Parl.Doc.; Senaat, 1997-1998, nr. 1-419/17, 2.1.