Nota: nieuwe procedure voor sancties

Artikel 15 van de kansspelwet van 7 mei 1999 stelt dat de kansspelcommissie sancties en/of administratieve geldboetes kan opleggen, en legt hiervoor eveneens de procedure vast. (bijlage 1)

Uit het arrest van de Raad van State van 3 oktober 2013 (224.975) en uit auditoraatsverslag van 19 februari 2014 in de zaak JANNA BVBA – KSC (A/A 211.312/VII-39.015) blijkt dat de (auditeur van de) Raad van State de mening is toegedaan dat de procedure voorzien in de wet gevolgd dient te worden, en niet langer het KB van 20 juni 2002 betreffende de sancties die de kansspelcommissie kan opleggen, aangezien de wet ruimere garanties biedt aangaande de rechten van de verdediging.
 
PROCEDURE
Beslissing van de KSC tot het opstarten van een sanctieprocedure.
1. Aangetekend schrijven naar de betrokkene waarin volgende is vermeld:
- Referenties van het rapport of het PV
- Samenvatting van de feiten en de inbreuk
- De te volgen procedure: keuze maken tussen ofwel schriftelijk ofwel mondeling (30 dagen)
- Het recht zich te laten bijstaan door een raadsman
- Het recht op inzage in het dossier
- Het adres (post en e-mail) van de KSC
 
2. OFWEL Schriftelijke procedure
- Betrokkene dient schriftelijk (ook e-mail) verweermiddelen in binnen de 30 dagen te rekenen vanaf de kennisgeving van de aangetekende brief (punt 2).
- De KSC neemt een beslissing binnen de 2 maanden na ontvangst van de schriftelijke verweermiddelen
- De beslissing wordt aangetekend verstuurd.
 
3. OFWEL Mondelinge procedure
- Betrokkene doet binnen de 30 dagen te rekenen vanaf de kennisgeving van de aangetekende brief (punt 2) een aanvraag om gehoord te worden.
- De hoorkamer stuurt aangetekend een uitnodiging tot de hoorzitting.
- De betrokkene kan een keer uitstel vragen via aangetekend schrijven.
- De hoorkamer bepaalt een nieuwe datum tot hoorzitting en stuurt de uitnodiging aangetekend op. Uitstel is niet meer mogelijk.
- De hoorkamer stelt een omstandig verslag op van het verhoor.
- Een afschrift van dit verslag wordt aangetekend verstuurd aan betrokkene.
- De betrokkene kan binnen de vijftien dagen na ontvangst van dit afschrift zijn opmerkingen opsturen (moet niet aangetekend)
- De KSC (leden van de hoorkamer MOGEN mee beraadslagen en beslissen) neemt een beslissing binnen de 2 maanden te rekenen vanaf het verstrijken van de 15 dagen nadat de betrokkene het afschrift van de hoorzitting heeft verkregen.
- De beslissing wordt aangetekend verstuurd.
 
HOORKAMERS
In artikel 15/5 §2 van de kansspelwet wordt melding gemaakt van hoorkamers indien betrokkene ervoor kiest een mondelinge procedure te voeren.
 
“De commissie kan daartoe aparte kamers samenstellen die bestaan uit de voorzitter en twee vaste leden.”
 
Het inrichten van hoorkamer is geen verplichting, maar een mogelijkheid, die niettemin benut zal moeten worden rekening houdende met het volume aan sanctieprocedures die de komende maanden worden opgestart/uitgevoerd.
 
De commissie kan zelf deze hoorkamers samenstellen. Hiervoor is volgens artikel 15/5 dus geen KB vereist.
 
Rekening houdend met het arrest van de Raad van State in de zaak TIMMERS is het aangewezen dat de leden van de hoorkamer aanwezig zijn bij de beraadslaging, hoewel artikel 15/6 van de kansspelwet stelt dat deze leden MOGEN mee beraadslagen en beslissen (niet MOETEN). Indien de hoorzitting door de commissie zelf wordt georganiseerd, is het aangewezen dat dezelfde leden daarna de beslissing nemen.
TAALGEBRUIK
Volgens de wetgeving inzake het taalgebruik in bestuurszaken is de ligging van de exploitatiezetel waar de feiten zich hebben afgespeeld doorslaggevend om de taal te bepalen waarin de procedure en het dossier dient te worden opgesteld. De basis hiervoor ligt in artikel 39§1 van de gecoördineerde wetgeving op het gebruik van talen in bestuurzaken.
Wat betreft de mondelinge procedure, dient de betrokkene volgens artikel 41§1 van diezelfde wet bediend te worden in één van de drie landstalen van zijn keuze. (bijlage 2)
 
VOORSTEL SANCTIE
Een voorstel van sanctie wordt in de convocatie weergegeven. Bij het opleggen van een sanctie met betrekking tot de vergunning van betrokkene, wordt steeds de zwaarste sanctie als mogelijkheid vooropgesteld, zodat de KSC in alle vrijheid kan beslissen.
 
Bij het opleggen van een administratieve geldboete, is het aangewezen een onderscheid te maken tussen een inbreuk door een organisator/ medewerker of een inbreuk door een speler. De minima en maxima worden bepaald in artikel 63 en 64 van de Kansspelwet.
 
Artikel 63. De daders van de inbreuken op de bepalingen van de artikelen 4, § 1, 4 §3, 8, 26, 27, eerste lid, 46 en 58 worden gestraft met een gevangenisstraf van zes maanden tot vijf jaar en met een boete van 100 frank tot 100 000 frank of met een van deze straffen alleen.
 
Artikel 64. De daders van inbreuken op de bepalingen van de artikelen 4, §2, 43/1, 43/2, 43/3, 43/4, 54, 60 en 62 worden gestraft met een gevangenisstraf van één maand tot drie jaar en met een boete van 26 frank tot 25 000 frank of met één van die straffen alleen.
 
Verhoogd met de opdeciemen, houdt dit volgende minimum en maximumbedragen in:
 
Artikel 63: 600 EUR – 600.000 EUR
Artikel 64: 156 EUR – 150.000 EUR
Voor spelers is het schrikwekkend en disproportioneel om meteen de maximum geldboete bij de convocatie te vermelden, zijnde 150.000 EUR. Het is aangewezen een realistisch maximaal bedrag te vermelden. Dit bedrag kan afhankelijk gemaakt worden van het feit of de speler een eerste keer voor de KSC verschijnt en / of de speler al dan niet gekend is als professionele speler. Uiteraard kunnen andere factoren ook een rol spelen bij de uiteindelijke bepaling van de hoogte van de geldboete (vb. grootte verspeeld bedrag, omgeving).
 
- Speler - 1e keer(maximum 2000 euro)
- Speler – 2e keer (maximum 3000 euro)
- Professionele speler – 1ste keer (maximum 5000 euro)
- Professionele speler – 2e keer (maximum 10.000 euro)
 
VOORSTEL TOT OPRICHTING HOORKAMERS
De KSC dient een Nederlandstalige en Franstalige hoorkamer op te richten, telkens bestaande uit twee leden en twee plaatsvervangende leden.
 
Benoeming leden:
Het geniet organisatorisch de voorkeur om als lid / plaatsvervangend lid van de hoorkamer voor een termijn van EEN JAAR benoemd te worden. De leden worden aangeduid me volstrekte meerheid van stemmen. Bij staking van stemmen of bij afwezigheid van kandidaten, worden zij door de Voorzitter aangeduid.
 
Data hoorzittingen:
Het geniet de voorkeur een vast tijdstip voor de organisatie van de hoorzittingen aan te houden, ofwel de agenda voor het ganse jaar vast te leggen (zowel NL als FR), zodat de data voldoende ruim vooraf gekend zijn door het secretariaat om de hoorzittingen op een efficiënte wijze te organiseren.
 
KSC benoemt de leden en de plaatsvervangende leden van de Franstalige en van de Nederlandstalige hoorkamer voor 2014.
De data voor de organisatie van de Franstalige en Nederlandstalige hoorkamer worden vastgelegd voor het jaar 2014.
 


 
BIJLAGE 1: NIEUWE PROCEDURE
 
Artikel 15/2. De commissie kan bij gemotiveerde beslissing aan iedere natuurlijke of rechtspersoon, die een inbreuk pleegt op deze wet of op haar uitvoeringsbesluiten, waarschuwingen richten, de vergunning voor een bepaalde tijd schorsen of intrekken en een voorlopig of definitief verbod van exploitatie van één of meer kansspelen opleggen.
 
Artikel 15/3.
§1. Onverminderd de maatregelen bepaald in artikel 15/2, kan de commissie, ingeval van inbreuk op de artikelen 4, 8, 26, 27, 46, 43/1, 43/2, 43/3, 43/4, 54, 58, 60, 62, en onder de voorwaarden bepaald in artikel 15/1, §1, aan de daders een administratieve geldboete opleggen.
 
§ 2. Het minimumbedrag en het maximumbedrag van de administratieve geldboete komen respectievelijk overeen met het minimumbedrag en het maximumbedrag, verhoogd met de opdecimes, van de strafrechtelijke geldboete, bepaald bij deze wet, die hetzelfde feit sanctioneert.
De omvang van de administratieve geldboete is evenredig ten aanzien van de ernst van de inbreuk die de boete verantwoordt en eventuele herhaling.
 
§3. De beslissing van de commissie bepaalt het bedrag van de administratieve boete en is met redenen omkleed.
 
§4. De kennisgeving van de beslissing waarbij het bedrag van de administratieve boete, wordt vastgesteld, doet de strafvordering vervallen.
 
§ 5. De beslissing tot het opleggen van een administratieve geldboete kan niet meer worden genomen vijf jaar na het feit dat de bij deze wet vastgestelde inbreuken oplevert.
 
Artikel 15/4. De maatregelen bepaald bij de artikelen 15/2 en 15/3 kunnen door de commissie worden genomen, nadat de betrokkene de mogelijkheid geboden is zijn verweermiddelen naar voor te brengen.
De betrokkene wordt daartoe bij een ter post aangetekende brief verzocht zijn verweermiddelen in te dienen. Deze brief vermeldt de volgende gegevens:
 
1° de referenties van het proces-verbaal tot vaststelling van de inbreuk en houdende het relaas van de feiten die deze inbreuken opleveren;
 
2° het recht om binnen een termijn van dertig dagen, te rekenen van de dag van de kennisgeving van de aangetekende brief:
- hetzij zijn verweermiddelen schriftelijk in te dienen;
- hetzij de aanvraag te doen om ze de mondeling in te dienen.
 
3° het recht om zich te laten bijstaan door een raadsman;
 
4° de mogelijkheid tot inzage van het dossier, alsmede het adres en de openingsuren van de dienst waar hij hiervoor terecht kan;
 
5° het postadres en e-mail adres van de kansspelcommissie met het oog op het indienen van zijn verweermiddelen.
Indien de betrokkene verzuimd heeft om de aangetekende brief bij de post af te halen binnen de vastgestelde termijn, kan de commissie hem bij gewone brief nog een tweede uitnodiging toesturen om zijn verweermiddelen in te dienen.
Deze tweede uitnodiging doet geen nieuwe termijn van dertig dagen lopen voor het indienen van de verweermiddelen.
Artikel 15/5.
§1. De verweermiddelen kunnen schriftelijk, inbegrepen via e-mail, worden ingediend.
 
§2. Zij kunnen ook mondeling worden ingediend. Ingeval de betrokkene zijn verweermiddelen mondeling wil naar voor brengen, wordt hij gehoord, nadat hij de commissie hierom binnen de termijn zoals bepaald in artikel 15/4, tweede lid, 2°, heeft verzocht.
De commissie kan daartoe aparte kamers samenstellen die bestaan uit de voorzitter en twee vaste leden.
De daartoe opgerichte kamer van de commissie, nodigt bij een ter post aangetekende brief, de betrokken rechtspersoon of natuurlijke persoon uit op de hoorzitting.
De betrokkene kan, bij een ter post aangetekende brief gericht aan de in het vorige lid bedoelde kamer, eenmalig om een uitstel van de hoorzitting verzoeken.
De kamer bepaalt de nieuwe datum waarop het dossier zal behandeld worden, zonder dat een bijkomend uitstel mogelijk is.
De leden van de kamer die de betrokkene hebben gehoord, stellen een omstandig verslag op van het verhoor. Een afschrift van dit verslag wordt, bij een ter post aangetekende brief, meegedeeld aan de betrokkene. Na ontvangst van dit afschrift, beschikt de persoon tegen wie de procedure loopt, over een termijn van vijftien dagen om zijn opmerkingen hieromtrent toe te zenden aan de commissie.
 
Artikel 15/6.
§ 1. De commissie beraadslaagt en doet uitspraak binnen een termijn van twee maanden.
Deze termijn neemt een aanvang hetzij na ontvangst van de overeenkomstig artikel 15/5, §1, ingediende schriftelijke verweermiddelen, hetzij na het verstrijken van de in artikel 15/5, §2, laatste lid, bedoelde termijn van 15 dagen ingeval de verweermiddelen mondeling worden ingediend.
De leden van de kamer welke de persoon hebben verhoord, mogen deelnemen aan deze beraadslaging en hebben stemrecht.
 
§2. De beslissing is met redenen omkleed en wordt bij een ter post aangetekende brief ter kennis gebracht van de betrokkene.
 
Artikel 15/7.
§ 1. De betrokkene die de beslissing waarbij door de commissie een administratieve geldboete wordt opgelegd, betwist, kan binnen een termijn van een maand te rekenen vanaf de kennisgeving van de beslissing van de commissie, door middel van een verzoekschrift, beroep instellen bij de rechtbank van eerste aanleg van zijn woonplaats of maatschappelijke zetel, die zetelt met volle rechtsmacht.
 
§2. Het beroep schorst de uitwerking van de beslissing van de commissie.
 
§3. Tegen de beslissing van de rechtbank van eerste aanleg is alleen een voorziening in cassatie mogelijk.
 
§4. Onverminderd hetgeen bepaald is in de vorige paragrafen, zijn de bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek van toepassing op het beroep bij de rechtbank van eerste aanleg.
 
Artikel 15/8. De Koning bepaalt de wijze van inning en invordering van de opgelegde administratieve geldboete.
De geïnde administratieve geldboetes worden gestort aan de Schatkist.

 

 
BIJLAGE 2: Taalgebruik in Bestuurszaken
 
Artikel 39
§ 1. In hun binnendiensten en in hun betrekkingen met de gewestelijke en plaatselijke diensten uit Brussel-Hoofdstad, gedragen de centrale diensten zich naar artikel 17, § 1, met dien verstande dat de taalrol bepalend is voor het behandelen van de zaken vermeld onder A, 5° en 6°, en B, 1° en 3°, van genoemde bepaling.
§ 2. In hun betrekkingen met de plaatselijke en gewestelijke diensten uit het Nederlandse, het Franse en het Duitse taalgebied, gebruiken de centrale diensten de taal van het gebied. Zij gebruiken het Nederlands in hun betrekkingen met de diensten die gevestigd zijn in de randgemeenten.
§ 3. De onderrichtingen aan het personeel, zomede de formulieren en drukwerken voor de binnendienst worden in het Nederlands en in het Frans gesteld.
 
Artikel 17
§ 1. In zijn binnendiensten, in zijn betrekkingen met de diensten waaronder hij ressorteert en in zijn betrekkingen met de andere diensten van Brussel-Hoofdstad gebruikt iedere plaatselijke dienst, die in Brussel-Hoofdstad gevestigd is, zonder een beroep op vertalers te doen, het Nederlands of het Frans, volgens navolgend onderscheid:
 
A. Indien de zaak gelocaliseerd of localiseerbaar is:
1° uitsluitend in het Nederlands of in het Franse taalgebied: de taal van dat gebied;
2° tegelijk in Brussel-Hoofdstad en in het Nederlandse of het Franse taalgebied: de taal van dat gebied;
3° tegelijk in het Nederlandse en in het Franse taalgebied: de taal van het gebied waar de zaak haar oorsprong vindt;
4° tegelijk in het Nederlandse en in het Franse taalgebied en in Brussel-Hoofdstad, wanneer zij haar oorsprong vindt in een van de eerste twee gebieden: de taal van dat gebied;
5° tegelijk in het Nederlandse en in het Franse taalgebied en in Brussel-Hoofdstad, wanneer zij haar oorsprong vindt in deze laatste: de hierna onder B voorgeschreven taal;
6° uitsluitend in Brussel-Hoofdstad de hierna onder B voorgeschreven taal;
 
B. Indien de zaak niet gelocaliseerd of niet localiseerbaar is en:
1° een ambtenaar van de dienst betreft: de taal van diens toelatingsexamen of bij ontstentenis van zulk examen de taal van de groep waartoe betrokkene behoort op grond van zijn hoofdtaal;
2° door een particulier is ingediend: de door deze gebruikte taal;
3° geen van de gevallen onder 1° en 2° zich voordoet: de taal van het toelatingsexamen van de ambtenaar aan wie de zaak wordt opgedragen. Indien de ambtenaar geen toelatingsexamen heeft afgelegd, gebruikt bij zijn hoofdtaal.
 
§ 2. De dienstorders en de onderrichtingen aan het personeel, zomede de formulieren en drukwerken voor de binnendienst worden in het Nederlands en in het Frans gesteld.
 
§ 3. In zijn betrekkingen met de diensten uit het Nederlandse of het Franse taalgebied, gebruikt iedere plaatselijke dienst uit Brussel-Hoofdstad de taal van dat gebied.
 
Artikel 41
§ 1. De centrale diensten maken voor hun betrekkingen met de particulieren gebruik van die van de drie talen waarvan de betrokkenen zich hebben bediend.