Nota: poker en eten in kansspelinrichtingen klasse II (April 2012)

Situering probleem:

De controledienst wenst duidelijkheid te hebben over de te nemen attitude tegen twee vaak voorkomende problemen meerbepaald het pokerfenomeen (illegaal – getolereerd- legaal) en het aanbieden van eten (buffetten, snacks, drank al dan niet betalend) in kansspelinrichtingen klasse II. Deze vraag is gestoeld op de wens om dezelfde politiek van controle/beteugeling in gans het land te voeren en anderzijds rechtszekerheid te scheppen voor de organisatoren van pokertornooien cq uitbaters van kansspelinrichtingen.
1.       Poker: de diverse nota’s en aandachtsvestigingen (dd. 04.06.2007 en 03.07.2009) blijven onverminderd gelden alsook het principe van de omzendbrief door het College van de Procureurs-generaal (col 8/2004) over beperkte inzet en mogelijke winst. Gezien het groeiend fenomeen en dito inburgering van het pokerspel in het dagelijkse leven, dient de controledienst van de kansspelcommissie prioriteiten te stellen:
Een dossier inzake pokerspelen wordt prioritair behandeld wanneer:
·         Er een vraag is vanwege politiediensten of parket en de informatie over de inzetten en uitbetalingen zijn hoger dan deze vermeld in de omzendbrief van het College der Procureurs-generaal (0.20 ct per spel en 6.20 € maximale winst)
·         Er sprake is van uitsluitend cash-games en geen tornooi.
·         Er sprake is van aanwezigheid van minderjarigen (-18j)
·         Er sprake is van het opzetten van een commercieel circuit
·         Er sprake is van publiciteit voor illegale websites of inrichtingen die fungeren als sponsor
·         Er sprake is van organisatie of aanwezigheid van personen gekend in het criminele circuit
Een dossier is niet prioritair wanneer:
·         Er sprake is van de organisatie van een tornooi, eenmalig per maand en waarvan de inschrijvingskosten of de lidgelden de 20 € niet te boven gaan.
 
2.       Eten in kansspelinrichtingen klasse II: het komt vaak voor dat kansspelinrichtingen klasse II etentjes organiseren om hun trouwe klanten te bedanken, in principe wordt dit aangevraagd en een zekere flexibiliteit wordt gehanteerd. Evenwel dringen zich duidelijke richtlijnen op die stellen wat kan en niet kan:
De artikels van de kansspelwet (7/5/99 gewijzigd 10.01.2010) die van toepassing zijn artikel 34:”de kansspelinrichtingen klasse II of speelautomatenhallen zijn inrichtingen waar uitsluitend de door de Koning toegestane kansspelen worden geëxploiteerd” en artikel 37 § 4:”de speelzaal of zodanige wijze volledig en strikt scheiden van de ruimten in de spelinrichting klasse II die een andere bestemming hebben, alsook van de voor het publiek toegankelijke ruimten buiten de spelinrichting, dat de kansspelen van buiten de speelzaal niet kunnen worden gezien; de exploitant mag in de speelzaal geen bar of restaurant uitbaten, noch zulks aan een derde toevertrouwen”.  Bovendien is het artikel 60 nog van belang : “het is verboden kosteloos verplaatsingen, maaltijden, dranken of geschenken aan te bieden aan het cliënteel van kansspelinrichtingen klasse II, III en IV of zulks te doen onder de marktprijs van vergelijkbare goederen en diensten. …..”.
In de informatieve nota van 30.06.2004 stelt : “de dienst controle wenst de aandacht te trekken op de bestaande richtlijnen inzake dranken en maaltijden in kansspelinrichtingen klasse II: het verschaffen van maaltijden is niet toegelaten : hamburgers, Chinese avonden, frieten, spaghetti, minibuffetten kunnen niet. Het occasioneel organiseren van een gebeurtenis war de commissie een zekere soepelheid in hanteert omwille van commerciële redenen mag geen routine worden. Met betrekking tot dranken, er kunnen enkel niet-alcoholische dranken via dienst of automatische verdelers verkregen worden”.
Uit de voorbereidende werken (Kamer van Volksvertegenwoordigers 98/99) blijkt dat het woord “uitsluitend” in artikel 34 werd ingevoegd door de vertegenwoordiger van de Minister van Justitie in die zin dat de regering wilde vermijden dat in een kansspelinrichting klasse II spelen die geen kansspelen zijn in de zin van de wet (bv. lunaparkspelen) zouden worden geëxploiteerd, wat drempelverlagend zou kunnen werken. Dit sloeg dus geenszins op een verbod iets anders te doen dan “de door de wet toegestane kansspelen”.
Met deze gegevens voor ogen lijkt het volgende voorstel steekhoudend :
·         In een kansspelinrichting klasse II kunnen er geen alcoholhoudende (ook geen alcoholarme) dranken worden geserveerd of ter beschikking zijn. De andere geserveerde of beschikbare dranken zijn tegen betaling te verkrijgen. Enkel water mag gratis worden aangeboden. De prijsbepaling kan gebeuren via de aankoopfactuur : er mag niet met verlies worden verkocht.
·         In een kansspelinrichting klasse II mag er, tegen betaling, eten worden aangeboden die geen bereiding vereist in de zaal of bijkomende keuken : sandwiches, koude schotel (aangevoerd door traiteur), … Ook hier kan de faktuur zicht geven op de verkoopprijs. Enkel fruit, rauwe groenten, versnaperingen zoals borrelnootjes, chips mogen ter beschikking staan van het publiek.
·         Eenmaal per jaar mag voor een bijzondere gelegenheid een afwijking worden gevraagd aan de kansspelcommissie (in casu de controledienst) voor een bijzondere gelegenheid en dan mogen, wanneer de toestellen niet bespeelbaar zijn gratis drank (ook alcohol) en eten (buffetten of warm eten) worden aangeboden. Wanneer dit gebeurt in een strikt afgescheiden ruimte van de speelzaal dan kunnen de toestellen blijvend worden geëxploiteerd.

Nota: waardebonnen en pokertoernooien (Juli 2009)

De Kansspelcommissie stelt heden vast dat verscheidene organisaties pokertoernooien inrichten waarbij van de spelers als deelnemingsvoorwaarde de aankoop van een waardebon wordt vereist. Tijdens haar zitting van 1 juli 2009 besliste de Kansspelcommissie dan ook formeel dat dergelijke aankoop als inzet dient te worden gekwalificeerd in de zin van artikel 2 van de wet van 7 mei 1999 en dat dergelijke tornooien kansspelen zijn met een inzet (het bedrag van de waardebon), een mogelijke winst of verlies en een toevalsfactor. Krachtens artikel 4 van de kansspelwet zijn alle kansspelen verboden, tenzij vergund.
Het organiseren van een pokertornooi met de verplichte aankoop van een waardebon als deelnemingsvoorwaarde voor de spelers is aldus verboden en maakt een strafrechtelijke inbreuk uit op de wet van 7 mei 1999.

Nota: pokertoernooien (Juni 2007)

De Kansspelcommissie wenst duidelijkheid te scheppen in de talrijke vragen die ons bereiken omtrent poker en de organisatie van pokertornooien.

Pokerspelen in de vorm van een individueel kaartspel of als tornooi en van welk type ook (draw, stud, texas hold’em) beantwoorden aan de definitie van een kansspel wanneer er een inzet is van om het even welke aard (ook verdoken inzetten zoals betaling voor deelname in de kosten), er een mogelijkheid is van winst (van om het even welke aard) of verlies (van de inzet) en waarbij toeval een zelfs bijkomstig element is in het spelverloop, de aanduiding van de winnaar of de bepaling van de winstgrootte (kaarten zijn toevalsgenerators). Poker is, gezien de bijna noodzakelijke aanwezigheid van geld (inzet, re-buy, …) voornamelijk een kansspel. Het artikel 4 stelt dat het verboden is van kansspelen te exploiteren zonder voorafgaande vergunning van de kansspelcommissie, actueel kunnen enkel pokerspelen (life en elektronisch) en pokertornooien in de kansspelinrichtingen klasse I worden uitgebaat, in kansspelinrichtingen klasse II kunnen ook elektronische pokerspelen worden uitgebaat. De straffen voor illegaal uitbaten gaan van een gevangenisstraf van 6 maanden tot 5 jaar en/op een geldboete van 100 € tot 100.000 €. Gezien het feit dat het een strafwet is, is er een strikte interpretatie.

Een uitzondering hierop is het artikel 3.3 van de kansspelwet van 7 mei 1999 die stelt dat kaartspelen, uitgeoefend buiten de kansspelinrichtingen klasse I (casino’s) en II (speelautomatenhallen) kunnen mits deze slechts een zeer beperkte inzet vereisen en aan de speler of gokker slechts een materieel voordeel van geringe waarde kunnen opleveren. Het College van de Procureurs-generaal dat instaat voor het crimineel beleid heeft hierover een omzendbrief (col 8/2004) uitgegeven en geeft bij wijze van voorbeeld van een zeer beperkte inzet het bedrag aan van 0,22 € per spel en met een mogelijke winst van 6,20 €, evenwel bij betwisting zijn de hoven en rechtbanken bevoegd.