Op 17 januari 2011 werden de Nederlandstalige belspelletjes in het programma ‘Basta’ op zender Eén grondig op de korrel genomen. Verschillende media concludeerden dat die spelen puur bedrog en geldklopperij waren.

Als gevolg van de uitzending ontstond een tsunami aan vragen en klachten over belspelletjes. De Kansspelcommissie hekelde echter voordien al in haar evaluatieverslag van de belspelen - overgemaakt aan alle betrokken ministers in maart 2010 - sommige praktijken die aan de kaak werden gesteld door de programmamakers van Basta. De Kansspelcommissie benadrukt dat de rekenraadsels geen vorm van bedrog waren. Toch toonde de commissie zich reeds in 2010 voorstander van de afschaffing van deze spelen omwille van hun hoge moeilijkheidsgraad.

De Kansspelcommissie stelde altijd duidelijk dat een bepaalde rekensleutel nodig was om de rekenraadsels op te lossen, aangezien het oplossen van een rekenraadsel geen louter mathematische bewerking is. Die rekensleutel bleef steeds dezelfde. De (al dan niet) verborgen Romeinse getallen waren een doorn in het oog van de media, die het zogenaamde bedrog in de belspelletjes aan de kaak wilden stellen. Bovendien suggereerden de media dat de Kansspelcommissie mee in het complot zat aangezien de commissie de rekensleutel al een jaar kende.

Nochtans is het vanzelfsprekend dat de Kansspelcommissie als controlerende instantie op de hoogte was van die sleutel. Het zou van weinig kunde getuigen mocht de Kansspelcommissie in het kader van haar controlefunctie niet over dergelijke informatie beschikken. Dezelfde media die moord en brand schreeuwden omdat de Kansspelcommissie de rekensleutel al kende, bleken bovendien zelf al geruime tijd op de hoogte van de oplossingsmethode van de rekenraadsels. Zo verscheen in 2006 een artikel in de krant De Standaard waarin werd gewezen op de aanwezigheid van verborgen sleutels in de rekenraadsels (“Rekensom uit telefoonspel zorgt voor wiskundig relletje”, artikel van Tom DE LEUR in De Standaard Online d.d. 15/06/2006).

Begin 2011 stond op de site van Basta het volgende te lezen: “Bij het controleren van alle gespeelde opgaven bleek er een fout te zitten in 1 op de 6 spelletjes. In zo goed als alle gevallen was deze fout gemakkelijk te verklaren.” De Kansspelcommissie wenst te benadrukken dat deze bewering volledig fout is. De Kansspelcommissie riep ter controle de gerechtsdeurwaarder op het matje, die op verzoek van de commissie elk rekenraadsel opnieuw berekende. Het foutpercentage bleek te liggen op 2% of 4 op de 200 raadsels. Deze foutmarge kan bezwaarlijk worden omschreven als bedrog.

De Kansspelcommissie wenst dan ook te benadrukken dat geen sprake was van bedrog door de organisatoren van de belspelletjes. Elk belspel stond bovendien onder het toezicht van een gerechtsdeurwaarder.

De Kansspelcommissie was de eerste die in 2004 de kat de bel aanbond door PV’s uit te schrijven tegen belspelen die in feite kansspelen waren. Zo zette de Kansspelcommissie een eerste stap in de richting van de regelgeving zoals we die vandaag kennen.