Een vergunning G2 is nodig voor alle spelen geëxploiteerd via radio, tv, en dag- en weekbladen die geen belspelletjes zijn in de zin van de vergunning G1. 

Het zijn dus spelletjes, wedstrijden en quizzen die een kansspel zijn (artikel 2, 1° van de kansspelwet): er moet een inzet, een kans op winst of verlies en een toevalselement aanwezig. Bij een deelname via sms of telefoon, is pas sprake van een inzet als de prijs voor de communicatie boven de normale prijs ligt (meestal wordt € 1 tot € 2 per sms gevraagd of € 1 per minuut). Toeval is aanwezig wanneer de snelheid van antwoorden meegerekend wordt of wanneer gewerkt wordt met een schiftingsvraag. Bij een ex-aequo kan bijvoorbeeld worden gevraagd hoelang de gerechtsdeurwaarder erover doet om van Antwerpen naar Brussel te rijden. De Kansspelcommissie beschouwt dergelijke vragen als toeval. Ook bij een willekeurige trekking van de winnaar is er meestal een probleem. Deze vorm van winstbepaling is namelijk een loterij en loterijen kunnen enkel worden georganiseerd als zij uitsluitend bestemd [zijn] tot godvruchtige of liefdadige werken, tot bevordering van nijverheid en kunst of tot elk ander doel van algemeen nut. Als zij niet voldoen aan deze voorwaarde, worden zij beschouwd als een verboden loterij en dus als een verboden kansspel.

Als de quizzen en wedstrijden via de media een kansspel zijn, vallen zij onder de kansspelwet (Hoofdstuk IV/2).

Spelen, quizzen en wedstrijden die geen kansspelen zijn volgens de kansspelwet, moeten wel voldoen aan de regels van de Wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie en het koninklijk besluit van 9 februari 2011 tot vaststelling van de Ethische Code voor de telecommunicatie. De controle erop valt echter niet onder de bevoegdheid van de Kansspelcommissie maar van de Minister belast met Consumentenzaken. De Kansspelcommissie heeft wel contact met alle actoren om over de grenzen van de bevoegdheden heen te werken.